‘In den beginne was het Woord, en het Woord was God’

Wat wordt bedoeld met deze veel gebruikte maar vaak niet goed begrepen zin uit de Bijbel?

In het Bijbelboek Johannes (1 vers 1) staat een belangrijk stukje tekst dat door velen niet goed of nooit begrepen is: ‘In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God’. Toch wel eens goed om een poging te doen om de betekenis van deze tekst op te helderen. Immers, als je iets begrijpt, kun je er iets mee en hoef je wat er staat niet af te doen als onzin.

Er is veel onbegrip gegroeid door zeer gebrekkige en ook onjuiste vertalingen, maar ook door weglatingen of zelfs toevoegingen in de Bijbel. Om allerlei redenen goed bedoeld, maar ook uit grote eigenbelangen, werden teksten verkeerd weergegeven, uit verband gerukt, uitgelegd, onderwezen aan mening goedgelovig of verward mens. Zelfs hele Bijbelboeken verdwenen, omdat ze na herhaaldelijk overgeschreven te zijn  of onleesbaar geworden, onbetrouwbaar werden geacht. In enkele gevallen was de onbetrouwbaarheid zo groot dat boeken apocrief verklaard werden, wat goed was, al verdween daarmee ook kostbare kennis. Men wist met ondertussen meer aandacht voor hersenintelligentie dan voor hártsintelligentie, waarheid niet meer van leugen te onderscheiden. De waarheid in die apocrief verklaarde boeken verdween, terwijl de kennis in die boeken een basis hadden moeten vormen voor juist begrip van wat verder in de Bijbel werd genoemd en bedoéld. Helaas wilden bepaalde groepen de waarheid ook niet meer begrijpen omdat deze hen niet altijd van pas kwam.

Mensen hebben door alle tijden heen wel geprobeerd e.e.a. naar eigen goeddunken goed te praten. Ieder mens heeft wel een mening. Daarom had God ook gezegd dat er geen jota aan de tekst veranderd mocht worden. God wist wel dat mensen uit te hoge eigendunk Zijn woord zouden veranderen, of zouden gebruiken voor minder goede doelen. Sommige teksten werden gebruikt om het volk gewillig of bang te maken en nóg is er in de naam van God ontzettend veel gedreigd, gemanipuleerd en werd en wordt er veel leed, onrecht en onwaarheid veroorzaakt

Menigeen zegt dan: ’Als God oppermachtig en wijs is, waarom heeft Hij er dan niet voor gezorgd dat iedereen kan begrijpen wat er in die bijbel staat?’ Een logische vraag eigenlijk. Alleen moet ook begrepen worden, dat als mensen allemaal op hun eigen golflengte (bevattingsvermogen) dingen voor waar en niet waar verslijten, en niet meer onvoorwaardelijk geloven en daardoor de gééstelijke waarde in de tekst kunnen herkennen, het makkelijk en snel gebeurd is, dat de essentie van wat er bedoeld is met de tekst verdwijnt, uitgehold wordt, verdraaid wordt en dus niet wordt meegenomen in belangrijke overwegingen, begrip of onderwijs.

Om de diepe waarheid in de Bijbel te beschermen (de waarheid uit God is heilig = heel = volmaakt = eeuwig) mocht er geen jota (letterteken) aan verdraaid of gewijzigd worden.  Mensen zijn immers niet perfect, begrijpen niet alles, willen allemaal wat anders, weten ook allemaal weer iets anders, kennen eigenbelang, kunnen sjoemelen, ruziën over de juistheid van een woord.

Het gééstelijk waardevolle uit Gods woord zal echter ALTIJD te vinden zijn voor de mens die dit van harte zoekt en wil. De waarheid is te herkennen voor wie dit wil. Dat is Gods belofte. De mens die niet zoveel interesse heeft, God niet ziet zitten, een verkeerd beeld heeft van God en Zijn Woord, of met materiële, stoffelijke (dus verstandelijke dus hersen-) intelligentie probeert de waarheid te achterhalen, en een hoge eigendunk heeft, dus denkt dat hij het beter kan weten dan de Liefde uit God die hem het wezenlijke zou openbaren en duidelijk zou maken, zal deze ooit vinden!

Gods Woord is onfeilbaar, voor wie dit kan begrijpen. Wat voor de één een weet is, is voor de ander maar de vraag… Het gaat om de (heilige = helende = heelmakende) essentie die van God afkomstig is en van oorsprong zo was, zo is bedoeld is en bedoeld blijft. Gods Woord is Zijn wezen. Zijn identiteit. Zoals je niets van iemand kunt weglaten, waardoor die persoon die persoon is, kun je van God helemaal niets weghalen. Wie zou dan weten en begrijpen wat weggehaald zou kunnen worden? God is alles, dus valt er niets aan iets anders ‘weg te geven’. Wie, wat God is, is perfect zoals we al in een eerder artikel konden lezen.

De essentie van Gods Woord moet beschermd door eeuwen van telkens weer veranderend taalgebruik en begrijp heen.  Ook bij veranderd, wisselend taalgebruik zal de essentie blijven! Het blijft echter zaak, dat niet ieder die essentie weet te pakken, waardoor er niet alleen leraren kunnen zijn. In taalgebruik is er heel veel veranderd. Het is heel duidelijk merkbaar dat er tussen de ingewikkelde zinnen van rond de 17e eeuw en nu veel veranderd is. Veel jongeren hebben geen idee van wat er toen bedoeld werd met al die bombastische taal. Nu weten mensen die 30 jaar ouder zijn al niet wat jongeren bedoelen met b.v. ’ff’.  (eventjes). Nederland vermengt zich met allerlei afkortingen, Engelstalige woorden, nieuwe woorden voor snel gegroeide nieuwe dingen en ontwikkelingen. De taal verandert drastisch en snel. De ‘oude’ taal deed er langer over om ingrijpend te veranderen. Er waren weinig grootse ontwikkelingen. Er was weinig techniek, maar toch, als je kijkt in een oud boek, dan heb je soms moeite om de taal alleen al te lezen. Weet je wat deze woorden betekenen: b.v. palaveren, jammermoedig, strapatsen, sakkerloot, ginniken, flik, achterkout, of slapbakken. En wat zou een volwassene in 1950 zich moeten voorstellen bij: yogasnuiver, tomboy, klimaatpolder, troffeevrouw, killerapp, laptop, pinapparaat, loverboy, PC. crimi, creepy, softi… .  Zouden we elkaar nog begrijpen?

We gaan steeds sneller, korten zinnen en woorden af tot het meest hoognodige en krijgen om de oren gesmeten dat lange zinnen in sms of apps niet kunnen! We moeten de essentie van iets dat bedoeld wordt maar zien te halen uit enkele letters, waarin breedsprakigheid verdwenen is en als lastig en vooral onnodig en tijdrovend wordt bezien. We krijgen daardoor grote verwarring, want is de essentie van wat je wilt zeggen met een smiltje met mond omhoog, wel duidelijk? Zeggen we met ‘een duim omhoog’, eigenlijk wel wat we werkelijk bedoelen en zouden zeggen als we tegenover iemand staan? Zeggen we nu niet vaak met een klein symbool wat we jaren geleden met veel omhaal probeerden te zeggen? Verruwen we de taal, halen we de géést niet veel te makkelijk in de woorden weg (uit gemak of tijdswinst), laten we verkilling toe en kunnen we nog wel de diepere dingen in ons zelf vertalen en verhalen? Wie kent nog woorden als 'hoogmoed, lankmoedig, goedentierenheid, vreeze van de Here, toornig, enz.'?  Hoe kunnen we deze woorden nog begrijpelijk maken in één ander woord of een korte zin? We laten liever deze woorden weg of zetten er - goed bedoeld - in nieuwe vertalingen andere woorden voor in de plaats, omdat het 'de betekenis het beste benadert'. Toch kan er een wereld van verschil liggen in twee woorden van een schijnbaar zelfde betekenis.

Zelfs ziekten noemen we amper bij de naam. We lijden aan afkortingen. We moeten maar raden waar we het over hebben. We durven in wezen misschien de ziekte niet meer bij de naam te noemen. Waarom? Omdat we de geestelijke betekenissen van woorden, maar ook van ziekten niet meer kunnen herkennen en niet meer willen benoemen uit schaamte, angst of ongenoegen?

Zo kunnen we doorgaan. We worden vaak op het verkeerde been gezet door al die afkortingen en het gemis aan moeite doen om taal op een juiste wijze te schrijven, maar erger nog, woorden die 50 jaar geleden nog ‘normaal’ waren, zijn nu niet meer te begrijpen. Woorden hebben een gééstelijke lading in de letters die we gebruiken. Iedere letter vertegenwoordigt een ‘sfeer’, een soort intelligentie die het woord dat die letters vormen een bepaalde betekenis, bepaald gevoel geven. De essentie ligt in hoe het woord is geschreven, hoe het woord in de zin is gebruikt, hoe de zin in de tekst gebruikt is, wie het leest en waaruit deze dat leest, met welke kennis en welk gevoel, met welke ervaringen diegene dat leest en met welk doel en vanuit welk wezen dat woord werd geschreven! Al met al ligt het aan veel factoren hoe een woord wordt geïnterpreteerd. Door maar één factor weg te laten, kun je een heel andere uitleg krijgen. Wil je een woord goed begrijpen, zul je dus alle factoren moeten laten meetellen. Zo bestaat evenals een tekst uit vele lettertekens is opgebouwd, een enkele steen uit ontzettend veel bijzondere stoffen en verhoudingen. Je loopt vaak voorbij aan de geweldige complexiteit die alleen al deze steen maak tot wat zij is. Je ziet de steen en verder, ach, je beschouwt hem als lastig als je je teen tegen de steen stoot en je bent blij met de steen als hij een onderdeel van je mooie kunstwerk wordt. Zo krijgt alles zijn betekenis door hoe jij ernaar kijkt! De betekenis wordt nog meer bijzonder, als je begrijpt wat een steen nog meer is of als je ontdekt waaruit de steen is ontstaan, hoe deze is gevormd, waartoe deze steen nog allemaal meer kan zijn. Dan moet je je ook nog bedenken dat jij die steen dan wel waardeert of niet, maar dat het voor een ander heel anders kan zijn. Zo is het met een woord precies zo.

Dat alles maakt een woord heel groot, of heel klein. Ook om deze redenen vertaalde men met een bepaald woord of schreef men een woord net even anders, liet men een letter, letterteken weg of gaf men een andere soort naam ervoor in de plaats bij gebrek aan beter (begrip, kennis). Ook bij vertalingen naar een andere taal ontstaan fouten, hoe zorgvuldig je dit ook probeert te doen. In een simpele niet mis te verstane tekst is dat zo raar en erg nog niet, maar een rechtszaak kan heel anders verlopen op grond van onjuistheden in de tekst, niet kennen van de context waarin een woord wordt gebruikt, bevattingsvermogen, intelligentie, slimheid (sluwheid?), haarkloverij, persoonlijke karakters en doelen! Daar een mens zeer gebrekkig is wat betreft onvoorwaardelijke liefde is een foutje snel gemaakt. Als er bij een boekhandel staat: ‘vandaag haaievinnensoep á la crème’, zul je je kunnen bedenken dat er iets fout gegaan zal zijn, omdat je doorgaans in een boekhandel deze soep niet krijgen kunt. Je gaat dan vast navraag doen, omdat je gevoel zegt dat er iets niet klopt. Ook ben je gewoon waarschijnlijk nieuwsgierig of wil je de ander wijzen op een fout en ga je er achteraan.

Als je geen zin hebt om moeite te doen, of je zult ervan uitgaan dat een ander het wel oplost, moet je niet raar opkijken als er niets verandert. Een ander kan ook zo denken… De wereld verandert juist door eigen inzet. Door het beginnen bij jezelf en moeite willen doen. Waar je liefde naar uitgaat, zal er ook je bereidheid tot offers brengen, aanwezig zijn.  Het is maar wat je belangrijk vindt! Als je zelf geen moeite wilt doen om op onderzoek uit te gaan, moet je niet mopperen, maar het aan anderen overlaten die je kunt vertrouwen.

In een tekst waarbij er drie lagen van betekenis zijn, wordt het nog belangrijker om goed te begrijpen wat er staat. Als daar staat: ‘Op de wolken des hemels zal Hij wederkomen’, en je vertaalt dit in: ‘Hij (Jezus Christus) zal zichtbaar op een wolk nog een keer naar de aarde komen’, dan zou je gelijk kunnen hebben, ware het niet dat de gééstelijke betekenis iets anders inhoudt.  ‘De wolk’ betekent: een nieuw geestelijk inzicht.

‘Op de wolk’ betekent zoiets als: ’op het moment dat groei van inzicht in wat de hemelse leer betekent, ontstaat. Jezus’ wederkomst op de wolken betekent: een terugkomen van Zijn hemelse leer, wat pas mogelijk is, als mensen weer de gééstelijke betekenissen (wolken) zullen gaan begrijpen van het Woord van God (het hemelse woord, het evangelie). De wederkomst van Christus’ leer (het goed doen naar voorbeeld van Jezus Christus) zal er vanzelf zijn, als mensen van goede wil door hun goede daden vanzelf inzien wat de kracht is van Zijn woord! Zij horen en weten dan in hun eigen hart wat Christus in hen wil. Dat is de wederkomst van Christus die ieder mens van goede wil zal ‘zien’ (inzien, begrijpen).

Nu kunnen we allemaal gaan strijden om wie gelijk heeft, maar het gaat altijd weer om de geestelijke betekenis in de bijbel. De natúúrlijke betekenis is een uiterlijke betekenis, die in beelden van metaforen en voorbeelden uit de natuur ons laten begrijpen wat bedoeld wordt. Deze taal is de taal van de Bijbel: een taal waarin betekenissen via gelijkenissen, symbolen de inhoud begrepen dient te worden.  De letterlijke betekenissen vertegnwoordigen de dwingend, vaak pijnlijke wetten die lijden brengen als je die wetten forceert, of niet wil doen.

De geestelijke betekenissen vertegenwoordigen de rechtvaardigheid die uit het doen van ontbaatzuchtige liefde (Gods evangelie), volgt. Een goed verstaander heeft een half woord nodig. Waar je met liefde en vaste wil iets gelooft, wil je dat doen. De wet heeft dan geen invloed op je, omdat je van harte vanzelfsprekend het goede wilt doen, zonder dat je gedwongen wordt door de wet. Wie de innerlijke betekenis van Gods woord begrijpt, heeft geen last van de letterlijke wet, valt er niet onder omdat hij immers zich houdt aan de wet, hoeft er niet bang voor te zijn en heeft geen moeite om zich te houden aan de wet omdat hij dat gewoon zo wil.  Zuiver liefde, Gód is zijn wet..

De uiterlijke betekenis van een woord is te leren. Je gaat ervoor naar school of pakt een studieboek, of iemand legt het je uit. Je kunt de uiterlijke betekenis van een woord met je hersenverstand (leren) begrijpen. De gééstelijke betekenis kan niet iedereen begrijpen. Immers, de geest in een mens moet eerst gewekt zijn om de gééstelijke betekenis, dus inhoud van een woord of verhaal te begrijpen.

Als er staat: de mens dient vlijtig als een mier te zijn’, bedoelt de bijbel dat we moeten kijken naar hoe mieren met elkaar samenwerken, hun werk nauwgezet, onophoudend, vanzelfsprekend en doelbewust en plichtsgetrouw doen, waardoor ze in staat zijn om een prachtige samenleving te creëren. Ze doen dat zo, omdat ze de waarheid in zichzelf dóen. Ze kunnen niet anders. God adviseert ons ook Zijn Woord te onderzoeken, te begrijpen, te behouden en te doen.. Als mensen die waarheid die God in zichzelf is, zouden kennen en ook doen, zouden we een prachtige samenleving creëren.  Dat is Gods wil voor en met ons. Als je bepaalde wetten of gang van zaken in de Bijbel afdoet met onzinnig omdat JIJ dat niet begrijpt en je maakt vervolgens je eigen wetten, dan kun je ervan uitgaan dat jij lijden veroorzaakt, maar niet God! Immers, geen mens is perfect en kan de reikwijdte van wat hij denkt, wil, meent en doet, niet overzien!

Woorden worden soms – en zeker in de bijbel – zo ‘verpakt’ dat alleen wie het ernst is en eraan toe is, de gééstelijke inhoud kan begrijpen.  We willen dat niet horen, maar voor alles is een juiste tijd en zijn er de juiste mensen op de juiste plek. De één leert, de ander onderwijst. De ene doet, de ander legt uit. De een heeft behoefte te begrijpen, de ander is tevreden met aannemen van wat waar en goed lijkt. Anderen doorvorsen weer teksten tot ze dood gekauwd zijn, waardoor ze inderdaad de essentie verliezen voor diegene, maar daarmee nog niet voor die ander! Ook zijn er mensen die alles voor waar aannemen gewoon omdat ze zelf niet in staat zijn, of ook (heel vaak) geen zin hebben om moeite te doen om zelf op onderzoek te gaan. Daarom zijn er ook mensen die onderwijzen en mensen die onderwezen moeten worden. Zij vertellen het de andere, zoekende mens.

We gaan weer verder:

‘In den beginne’ betekent:  in de diepste grond, de grondoorzaak van alle zijn.

‘Was het Woord, en het Woord was bij God en het woord was God’ betekent: zoals een woord een klank is van een gedachte, is Gods Woord het licht dat Hij is en uit Hem stroomt. God zegt in Zijn Woord dat Hij het Licht der Wereld is, dus de oorsprong en alle intelligentie.

Zo is dus het Woord al wat is, uit God, dus ook bij God. Buiten God is niets, dus is alles wat God is en ‘denkt’, in, om, uit, van en bij God. Het is er overal. Omdat een gedachte vorm krijgt, moet dat iets dat een vorm heeft, natuurlijk te benoemen zijn. Omdat elke vorm van energie een bepaalde intelligentie is die een bepaald wezen vertegenwoordigt, wil je dit benoemen. Hoe kun je anders iets bepaalds aan iemand duidelijk maken? Juist! Dat moet via een woord gebeuren. Daarom is er de taal als vertolking voor allerlei essenties, krachten, dingen, ideeën, processen, enz.  Daarom zegt God van Zichzelf: in den beginne, was het Woord.

Hij was er altijd al, want God, is oneindig, zonder begin en zonder eind. Dat woord was er dus ook altijd al, maar kreeg steeds meer vorm, omdat Gods gedachten zich ontwikkelden, zoals uit een mens die 1 kleine gedachte heeft, ook een woord volgt om die gedachte weer te geven. Een woord is meestal niet genoeg, dus vormen veel woorden een verhaal. Dat roept ook weer gedachten op en men bouwt iets aan dat verhaal, waardoor dat een geschiedenis, een proces van wording wordt. Zo schept God dag in dag uit Zijn Wezen, allerlei gedachten, ideeën vanuit Zijn Wijsheid en Liefde. Die gedachten stromen dus uit en zorgen voor ‘brandpunten’, waarin die gedachten steeds meer vaste vorm aannemen, totdat zij zich uiteindelijk manifesteren in hoedanigheden, gesteldheden, krachten, processen, gebeurtenissen, enz. Deze kernpunten waren er al vanaf het begin, maar blijven uit de bron komen, alleen bundelen die gedachten en krachten zich daar waar de liefde naar uitgaat. Daarom worden kernpunten steeds groter en complexer. Zij kunnen op den duur ook weer scheppen. Zij doen dat dan allemaal vanuit de kracht uit God, omdat zij zonder God geen enkel idee of kracht zouden kunnen hebben.  Dat wat er allemaal was, is en zal zijn (de waarheid uit God), is het Woord dat uit God was. Daarom kun je zeggen dat wat uitvloeit uit God, God zelf is, zoals licht vanuit een kernpunt (vlam) automatisch doorstraalt naar de ruimte. Het licht zou er niet zijn zonder de vlam. Zo is het woord van God er niet zonder God. Zo is God er niet zonder het woord. Zo is materie er niet zonder God. Alles is nog steeds in en van en bij God. Daarom kun je ook zeggen dat God alomtegenwoordig is en in alles aanwezig is. Vrij vertaalt zegt je dan: ’God ziet alles vanuit de hemel’.

Dat betekent dus: Gods licht en waarheid stroomt eindeloos overal in en vanuit. Zijn licht (woord, waarin ook Gods liefde en wijsheid, want dat IS God) stroomt dus eindeloos in al wat is, door. In de gehele (onzichtbare) geestelijke wereld is dus God, maar ook in de stoffelijke, materiële wereld. Daarom is het wezen van God nog steeds in de mens aanwezig, omdat in ieder méns, al Gods gedachten samenkomen, zoals God is. We weten dat echter niet en of geloven dat niet, waardoor we God buiten ons zoeken, ver weg en onbekend. Eigenlijk weten we best wel dat ‘God alles ziet’. We zeggen dat al met woorden, dat God overal is en alles weet en kent, omdat Hij zelf in datgene leeft. Zou dat niet zo zijn, dan zou er iets niet kunnen bestaan! Ook een steen leeft, omdat een gedachte van God in die steen is. Sterker nog, de steen IS een gedachte van God. Hij houdt bepaald bewustzijn vast omdat dat bewustzijn anders nooit vrij zou kunnen worden. Het is Gods liefde, dat er een legio (levens) vormen waren, zijn en zullen zijn. Allemaal gedachten uit God, die wij verder ontwikkelen. We denken uit te vinden, te ontdekken, maar we voeren alleen maar Gods plan uit. Dat we daarbij Gods liefde en waarheid nodig hebben, om een plan prima te doen slagen, zal ieder mens stiekem wel begrijpen of weten. Zonder liefde vervalt immers alles, wat het ook is tot niets, oplossen, niet gedijen en doodgaan.

Het Woord uit God zal altijd blijven komen, in welke vorm dan ook, want God is eeuwig. Het is aan de mens om dat Woord goed te begrijpen en te weten dat dat Woord altijd alleen maar een Woord van zuivere Liefde en Wijsheid is. Als een mens zou inzien dat dit waar is en dat het niet anders kan dan dat dit zo is, dan zou hij wel heel bizar bezig zijn, eraan mee te helpen deze prachtige wereld te verprutsen. Toch doet de mens dat, omdat hij twijfelt aan de zuiverheid van dat Woord en de eigen betekenis die hij geeft aan heilige (hele, dus perfecte) woorden en zinnen, verkiest boven de uitleg van Gods Woord.

Sonne Hoover

6 gedachten over “‘In den beginne was het Woord, en het Woord was God’”

  1. Een mooie beschrijving en toelichting van essentie en betekenis. Een ietwat minder negatieve kijk op het acteren van de mens en mensheid en haar trackrecord lijkt mij verder beter passen bij de oneindigheid van god. Opvallend is de link die gelegd kan worden met de filosofische beschouwingen van de macht van taal in het postmodernisme van Derrida en Foucault. Die zien echter weer geen enkele relatie met god. Een bijzonder fenomeen hierbij zou de inclusiviteit moeten zijn bij oneindigheid. Oneindig is inclusief!

    1. Beste Richard,
      Dank je wel voor je reactie. Oneindigheid houdt idd. altijd in dat alles in die oneindigheid vervat is en alles wat er gezien of ongezien is, uit voortkomt.
      Dat die oneindigheid alle liefde, alle wijsheid, alle intelligentie omvat zal dan duidelijk zijn. Dat ‘alles’, het wezen van dat alles heeft een naam, namelijk God.
      Als Hij dat van Zichzelf zegt, wie is dan een mens dat hij beweert dat God niet bestaat?
      We kunnen strijden of God wel dan niet bestaat, maar vanuit het nihilisme klopt het niet te denken dat God niet zou bestaan. Want, waar komt dan het leven
      vandaan als er een niets zou zijn? Nietzsche is niet voor niets geheel krankzinnig gestorven. Het is zo gebrekkig en dus zo liefdeloos alleen vanuit hersenvestand dingen
      zo groot dat we het niet kunnen bevatten, denken te kunnen beredeneren. Wie dat doet, loopt vast.. Het is de liefde die ons in staat stelt ons verstand te verlichten – letterlijk en figuurlijk –
      waardoor we grote dingen als waar kunnen herkennen. Wat voor het verstand een enorme puzzel is, is dat niet voor een hart waar Liefde de basis is. Dat is de verbinding met God.
      Dan te bedenken dat er in ieder mens zo’n oneindigheid leeft… Het maakt ons bewust van onze kleinheid, maar tegelijkertijd oneindige grootheid als we ons verbonden
      weten met dat Al en ons (ooit) bewust zijn dat we daar deel van uitmaken – altijd al – zoals dat ons past naarmate onze liefde gelijk is aan die van God. We zullen daarin groeien
      de eeuwigheid lang. Onvoorstelbaar wat een ruimte en mogelijkheden! Allemaal door Liefde!

      1. Maak het niet ingewikkelder dan het is:
        De eerste mensen hadden wel de fysieke aanleg voor de stem maar waren hier niet bewust van. In den beginne was het woord (stem) Gods en God was het woord (stem) .

        1. Beste Fred,
          Je hebt gelijk. Gods stem is alleen niet met fysieke oren of hart enz., waar te nemen, maar met ons geestelijk lichaam in ons fysieke lichaam.
          De allereerste mensen hadden het geestelijk vermogen Gods stem als innerlijke, dus geestelijke ‘stem’ altijd te vernemen.
          Innerlijk weten is eigenlijk het echte verbinden met God, waardoor je weet wat Hij je te zeggen heeft. Al snel verloor de mensheid
          dit ‘horen’ en dacht hij door uiterlijke zaken God stem te kunnen horen. Men dacht dat Gods woord begrepen kon worden door verstandelijke
          en ook lichamelijke oefening. Opwaarderen van uiterlijkheden, verstand groeiden evenals ruzie en en grote misstanden hierom.
          Het woord van God begrijpen en ernaar leven is weer de verbinding die hersteld kan worden, omdat het vermogen er nog steeds is.
          We moeten weer meer naar binnen toe!
          In deze tijd worden we er hopelijk weer van bewust dat het om wezenlijke onvoorwaardelijke liefde gaat. Als we die weg gaan of hebben het als taak
          zullen we weten wat we nodig hebben! In deze tijd gaan we ontdekken dat Gods woord onveranderlijk waar en goed is. Het zal ons helpen los te komen van
          materiële belangen, wakker te worden en te bouwen aan een nieuwe wereld van vrede en gelijkheid.

  2. Je zou kunnen zeggen dat een woord een signaal is van iets. Een signaal bestaat niet zonder bron. Die bron is hier een plan of voornemen (Theos in het Grieks, ook in bijbels Grieks, betekent allereerst architect (van de stam achter tithèmi, bouwen); Grieken zagen de Godheid kennelijk als degene die de plannen, de blauwdruk maakt. De vertaling dat woord en plan samenvallen, is begrijpelijk, een plan zonder vormgeving is niets; ook gedachtenplannen hebben een (taal)vorm nodig om substantie te krijgen, grijpbaar te worden, ook voor de plannenmaker zelf. Maar in deze interpretatie is God als plannenmaker een afzonderlijke entiteit, degene achter het plan. Dat deze tegelijk wordt geïdentificeerd met het signaal, hoeft niet meer te betekenen dan dat we wat daarachter ligt nooit kunnen waarnemen en nooit direct kunnen kennen er is alleen het signaal. Als je de schepping in dit licht interpreteert, is die een signaal van een wereld die buiten ons directe kennen en bevatten ligt, maar die zich in de plannen manifesteert. Helemaal? Deels? We weten het niet.
    Voor wie God ziet als grote goedertieren regelaar, kan het teleurstellen dat de Griekse tekst spreekt van een architect, niet van een uitvoerder of “manager” (de klassieke Griekse Goden hadden zo hun eigen agenda, per slot van rekening, die soms ronduit op eigen belang was gericht).

    Je zou de betreffende regel dus kunnen vertalen als: In het begin was er een signaal dat een plan behelsde; plan en signaal waren al wat er was.

    Al wat er was: voor degene binnen het plan. Wat daarbuiten valt (viel), is ongrijpbaar. Als een wezen in een tweedimensionale wereld die wordt doorboord door een naald. Opeens is er iets, dat ook weer verdwijnt, maar een gaatje achterlaat. Meer waarnemen is voor dit wezen niet mogelijk, al zal hij/zij aan het gissen slaan (want zo zijn alle wezens).

    Het is interessant dezelfde zin in alle oudere bijbelversies te vergelijken, want jawel, ook de Statenbijbel is het product van vele eerdere versies.

    1. Beste Joop,
      Dank voor je reactie. De architect hoeft nog niet de uitvoerder te zijn. Een signaal komt ergens uit.
      God is het signaal. Uit hem stroomt alles door eeuwig veranderlijk en toch dezelfde: de zuivere liefde, het leven zélf.
      God die de perfecte liefde is, heeft het plan in zich en die liefde die God is, voert dat plan ook uit.
      Je kunt – als je uit liefde wilt leven- dat plan opmerken naarmate die liefde in je liefde is.
      Waar iemand onvoldoende liefde heeft – dus onwetend is – kan hij dat plan maar deels opmerken en doorvatten.
      Lijden is daar waar God niet ervaren is en wordt en er een denken is dat het plan niet oké is.
      Het plan is prima en perfect, maar ook God moet de mens die een vrije wil heeft, het zijne laten willen en scheppen.
      God maakt de blauwdruk, maar de mens houdt zich er niet aan, wil het niet, kent het niet, is beperkt en onvermogend
      zolang hij zich buiten de zuivere liefde wil begeven. Beweegt iemand mee met de liefde die God is en bedoelt, stopt
      lijden. De mens is om dit te oefenen te midden van materie die er just is om de mens te leren af te keren van al wat liefdeloos is.
      al wat materie is, is onvolmaakt en liefdeloos, maar brengt de ziel wel terug in Gods zuivere liefde, waar de mens dat wil.
      Het eeuwige plan van God is dus een thuisbrengen van bewustzijn in volstrekte vrijheid. Dat woord van God is een belofte
      maar ook een ‘zo zij het’. Anders gezegd: De zuivere liefde heeft pas alle kracht om het liefdeloze te overwinnen. laat het de liefde zijn die vrijmaakt,
      want een andere weg is er niet. Gods woord – wezen – is bron, plan, belofte, uitwerking, het leven zelf!
      De mens geeft naarmate zijn onbaatzuchtige liefde is, de kwaliteit aan dat leven!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *