Shambhala, Paradijs, Nirwana: waar is dat rijk te vinden?

Shamhala, Paradijs, Nirwana: waar is dat rijk te vinden?

Is er een materieel land van melk en honing op aarde en waar dan wel?

Door tijden heen hebben mensen gezocht naar een gebied op aarde waar er een volk zou wonen dat zich nog in het paradijs bevindt. Andere mensen denken niet zo zeer dat het gaat om een volk, maar om een gebied waar het Paradijs zou zijn. Het moet zo mooi en goed zijn, dat ieder die daar zou wonen vanzelf gelukkig zal zijn of worden door die omgeving waar alles in balans is.
De bijbel vertelt ons van het Paradijs, waar de eerste mens, Adam en Eva woonden. Zij werden eruit verdreven doordat zij Gods gebod niet te eten van de boom van kennis van goed en kwaad die in het midden van het Paradijs stond, hadden overtreden. (lees Genesis, het eerste boek van de bijbel).
Shambhala is een mythisch koninkrijk wat te vinden zou zijn volgens het Boeddhisme in de Himalaya. Het is een rijk waar de mens volmaakt is. Er is daar de hoogste staat van zijn die een mens kan bereiken. Hij bereikt er zijn heiligheid. De leer van het Boeddhisme is bedoeld om de mens naar die staat toe te helpen. In alle Godsdiensten wordt de mens trouwens een doel, een Shambhala, Paradijs, Nirwana, voorgehouden. Dat doel is telkens weer: zo volmaakt mogelijk de wetten die de Godheid heeft bepaald, doen, waardoor de mens dóór dat doen van die goddelijke - dus volmaakte - wetten vanzelf in een staat van heelheid komt, waardoor opperste vrijheid en gelukzaligheid - al is dat niet direct in dit aardse leven - dan wel (ook) in de geestelijke wereld kan worden veroverd. Het bereiken van dat doel heeft lijden in zich, want zonder opoffering van het ego, van het kwaad, van het materiële zal natuurlijk die volmaakte heelheid nooit kunnen worden bereikt. De mens moet zich dus leren op te offeren om het goede dat de Godheid wil, te doen. Opofferen, ascese, verloochenen van het ‘foute’ zelf hoort dus bij het leven. Immers, in het leven gaat het steeds weer voor ieder persoonlijk, uniek mens: wat doe ik wel en wat doe ik niet en waarom denk, wens, wil en doe ik dat..
Godsdienst is er om de godheid te dienen. Dat wil zeggen: een mens moet zoveel mogelijk willen gaan lijken op de godheid. Dat je beeld van wie, wat die godheid is en vraagt dan wel heel zuiver moet zijn, wil je jezelf een juist doel kunnen stellen, zal duidelijk zijn. Al naar gelang je een juist of minder juist begrip van de godheid hebt, zul je je immers ten doel stellen wat jij vindt dat die godheid van je vraagt of zelfs eist, te doen, met inzet van je hele ziel en zaligheid en dus zelfs leven. Martelaarschap, je beste beentje voor zetten, jezelf als superieur of uitverkoren beschouwen of juist als paria omdat de godheid dit zo wil of heeft voorbestemd, wil je dus de godheid pleasen. Je lot is dan immers draaglijk en al is het leven hier dan niet te veranderen, zul je tenminste een vergoeding krijgen voor je lijden op aarde. Na je lichamelijke dood zul je dan zijn in de hemel, het paradijs, het nirwana. Door je lijden, martelaarschap, ultieme aanvaarding zul je immers zeker wordt gesteld. Immers, de gedachte, overtuiging, het geloof dat je denkt te moeten lijden, wil je gecompenseerd worden voor dat lijden is dikwijls ingehamerd door overigens goedbedoelde spiritueel leiders.
De gunst van de godheid zou dus te verdienen zijn door meer te lijden, of ook zelfs zoveel lijden te veroorzaken, wat blijkbaar mág volgens het doel van de godheid, om zijn wezen en wetten maar te steunen. Allerlei fanatisme kan dus gevolg zijn van het idee dat de godheid geholpen moet worden om zijn rijk te versterken. Daarom is in iedere godsdienst of levensbeschouwing ook een kern van waarheid gelegen, namelijk dat het doel is om dat wat die godsdienst beschrijft, ook als enige waarheid te zien. Tegelijkertijd is dit de reden waarom er zoveel oorlog en verdeeldheid is. Immers…. We zijn de hele waarheid, het complete verhaal kwijt. We leven in versnippering. Ieder volgt de waarheid die hem goed doet voelen, die hij geleerd heeft, of als voorbeeld heeft meegemaakt en hangt eraan vast, ook al brengt deze beschouwing, het geloof een grote verdeeldheid, geweld, strijd en oorlog.
We zoeken allemaal naar dat Paradijs, dat Nirwana, de Hemel, het Shambhala, maar weten niet meer dat het IN onszelf ligt, als we maar zouden weten dat de godheid LIEFDE met hoofdletters, dus volmaakte liefde en dus waarheid is! Deze God van volmaakte liefde - dus zonder eind en grenzen -laat ieder mens vrij, omdat deze gemaakt is naar Zijn beeld, wat betekent dat dus ieder mens een vonkje liefde in zich heeft, wat er alleen kan uitkomen en kan groeien, als die persoon de zuivere liefde als doel heeft, en er voor kiest en volhardt in het zich erin bekwamen door oefening. Het Christendom leert dat liefde gedaan moet worden uit vrije wil en dat als een mens daarvoor kiest, hij zich Jezus Christus – mens geworden God – als voorbeeld neemt. Immers, Hij deed de wil van de Vader en bereikte daarmee overwinning op het kwaad. Ego werd dus afgezworen, waardoor de geest van God vanzelf zich openbaarde. Daarom was het dat Jezus kon gebieden over leven en dood en de natuur kon gebieden. Waarom nu dan weer Jezus Christus perse, zul je kunnen zeggen. Hij was Degene die zonder enkel eigenbelang en kwaad in zin, alles bereikte en nog veel meer door alleen maar volhardend, door dik en dun de wil van de zuivere liefde en waarheid trouw te blijven doen. Dat daarbij ménselijke, materiële, verstandelijke en lichamelijke belangen niet het doel waren, wil de mens niet horen. De weg die Jezus ging volgt de mens liever niet, want hij moet er teveel voor opgeven… denkt hij.
We zien hier al iets van het lastige in het terugvinden van het paradijs, dat in ieder mens gelegen is, en te vinden is. Wat daarvoor nodig is: het zich houden aan de liefde wetten die God gaf, waardoor kwaad vanzelf uitdooft, omdat geen mens er meer voor kiest. De kracht hiervoor is te vinden in een juiste opvoeding, waarbij het kind zijn ziel vormt naar die wetten, door de juiste kennis, voorbeelden en leefstijl. De mens dient de vrije wil te ontwikkelen en te behouden, waardoor iedere mensenziel zelf kan kiezen in hoogste vrijheid voor of tegen het willen, het zoeken en het doen van de liefde, waardoor hij de heelheid vindt in zichzelf en… in de ander, voor zover dit mogelijk is op aarde. Immers, er zullen altijd mensen zijn die het anders zien en voor andere dingen kiezen. Zolang het rijk van vrede niet in ieder mens wordt ontwikkeld, zal er strijd, verdeeldheid en ziekte bij het leven horen. Waar de mens zoekt naar een paradijs, zal hij dat in zichzelf moeten willen weten vóórdat hij dit paradijs aandacht kan geven en er voor zal willen kiezen om dat paradijs dan maar te verwezenlijken door zijn leefstijl die getuigt van facetten die horen bij dat paradijs. Hoe kun je anders bouwen aan een paradijs als je er geen juiste voorstelling van hebt?
Daarom zegt God ook: ‘wie Mij gelooft, kan Mij vinden. Wie dit werkelijk wil, gaat het zoeken en…. zal vinden. Ieder mens zal daartoe zijn ego, de materie, zijn lichamelijkheid, dat wat liefdeloos is moeten willen verloochenen, omdat al wat materie - dus uiterlijk is - tijdelijk is en maar een déél van de hele waarheid. Volg de wetten van de liefde die Ik gegeven hebt, en ieder zal het paradijs, de hemel bereiken en ooit met Mij zijn, in Mijn woning..
In de bijbel (Exodus) is er de geschiedenis van het Hebreeuwse volk, de Israëlieten te vinden, die eerder in gevangenschap in Egypte leefden. God wilde dat Mozes de Farao zou bewegen het volk te laten gaan. Mozes wilde dit niet, want hij vond dat hij daartoe niet geschikt was. God vond van wel. Mozes volgde uiteindelijk Zijn wil, want zijn trouw aan God deed hem inzien dat hij er niet onderuit kon. Uiteindelijk liet de Farao na veel tekenen (van ellende en verderf) het volk gaan. Waarom al die ellende nodig was en waarom God dan toch niet een beetje hielp, is de vraag voor veel mensen. God was er wel en Hij adviseerde het volk trouw te blijven aan Zijn leer. Maar… Israëliet of Egyptenaar verlieten Gods leer of wilden er niets van weten of kende deze leer niet. Als Farao milder geweest zou zijn, zou de geschiedenis heel andere gegaan zijn. Als hij minder trots was geweest, minder uit was op eigenbelang, het Hebreeuwse volk meer liefde had gehad voor Gods adviezen, zou die ervaring van gevangenschap en gevangen houden niet geleerd hoeven zijn…Dat geldt trouwens voor alles wat gebeurt: Als één iemand anders beslist, kan veel ellende voorkomen worden. De gang van de geschiedenis hangt af van de mate van ego, liefdeloosheid en liefde die een mens wel of niet heeft. De kracht waarmee hij zijn zaak verdedigt, maar ook de kwaliteit van bewustzijn van iemand maakt dat mensen met hem meegaan of niet. Zo groeien er grootst mogelijk onrecht en misstanden omdat mensen vechten voor de verkeerde zaak of zich laten meeslepen.. zich niet verdiepen, druk bezig zijn met ‘interessantere zaken ‘, moe gestreden, beschadigd zijn, enz. Een zaak is verkeerd, waar er liefdeloosheid en onwetendheid aan ten grondslag ligt en eigenbelangen vanuit tekort aan liefde. Dat er dus al snel allerlei vormen van lijden zijn, zal duidelijk zijn. Gód wil geen lijden. Lijden is er zodra en zolang het paradijs verlaten wordt. God beloofde het volk verbetering en hield hen een Land van Melk en Honing voor in het Nieuwe Vaderland dat zou worden bereikt (Kanaän). Dat land moest wel bevochten worden. Het volk geloofde met de tijd dat er allerlei ontberingen kwamen tijdens die tocht door de woestijn niet meer zo in en begon zijn eigen beeld van wat het beloofde land dan wel moest zijn, te ontwikkelen. Al met al duurde het wel 40 jaar lang voor het Beloofde Land werd bereikt. Zelfs Mozes liet een paar steken vallen, waardoor ook hij niet in het Beloofde land kon aankomen. Toen dan het Beloofde Land werd bereikt, konden ze er niet in, want er moest eerst gevochten worden. God gaf allerlei regels waardoor het volk kon winnen. Vandaag de dag verzucht de mens dat God toch wel een zeer partijdig, onredelijk en wrede God is, omdat hij kiest voor het ene volk en tegen het andere is. Nee, verkeerd begrepen! God noemde volkeren die God en Zijn liefdesadviezen niet kende, heidenen. Zij moesten bevochten worden. Ieder mens die de liefde niet kent en dus ook de sociale, medische, bouwkundige, technische wetten daar uit voortkomend niet kende, moest ‘bekeerd’ worden. Ze moesten van onwetend, wétend worden. De Heidenen moesten God leren kennen. Ze waren niet minder, niet minderwaardig, maar onwetend! Het oude moest worden veroverd, moest verdwijnen, vernietigd. Daarom zijn er in Leviticus (bijbel boek) allerlei wijze en dus liefdevolle regels ter oorlogvoering, enz. gegeven, teneinde halt te roepen aan misdadige, goddeloze, liefdeloze zaken, en het voortwoeden van epidemieën waardoor het volk zou worden uitgeroeid. Ook om te voorkomen dat ook het volk van God niet ermee geïnfecteerd zou worden! Liefde is niet altijd zoetsappig, maar waarheid die niet altijd leuk overkomt. Het is nodig om orde te behouden of om orde op zaken stellen. Waar geen liefde en kennis was, moest kennis en liefde gebracht, om het liefdeloze, dood brengende te stoppen! God vroeg dat ook van missionarissen, van discipelen, die ‘God moesten brengen bij de Heidenen’. Geen volk is uitverkoren. Ieder mens is onderdeel van Gods uitverkoren volk, als hij maar wil. De mens vindt het Paradijs, waar hij bij God, bij, met de liefde wil zijn. Ieder die dat wil, maakt al deel uit van Gods uitverkoren volk. Ieder mens die voor Gods bedoelde kiest, is een Is-ra-ëliet: de mens - met God - leeft.
Het Beloofde Land, staat voor het land (staat van zijn) waar ieder mens kan aankomen, als hij via de woestijn (afwezigheid van liefde en waarheid) via de grootste ontberingen (lijden, het menselijk leven) heeft geleerd dat de eigen wil (ego) nooit leidt tot het goede, maar altijd strijd tot gevolg heeft, als die eigen wil niet gevoed is door het willen doen van Gods wil. Kortom, waar God, de liefde niet wordt meegenomen in je leven, keert het leven zich tegen je, waardoor je van de regen in de drup komt. Bevrijding uit Egypte betekent dat de ziel (ieder mens, het volk van God) zich niet meer door de afwezigheid van God laat gevangennemen in ellende, onder een Farao die God niet kent, de liefdeloosheid dient (het kwaad in de mens, het ego, dat wat denkt dat de materie geluk brengt), maar zich onder de vlag van de leiding van God stelt, waardoor er einde komt aan de gevangenschap (van dat ego, liefdeloosheid) en vrijheid wordt ervaren, met als doel de hoogste vrijheid te bereiken, het Nirwana, Paradijs, Beloofde Land van Melk en Honing, het Shambhala.
De hoogste staat van vrede, heiligheid ligt nooit in het ego, in verdeeldheid, in deelwaarheden, maar in DE waarheid. Deze is niet te vinden op aarde. Dat is ook niet mogelijk, want op aarde is er alleen maar een déél van de waarheid te zien. Je ziet altijd maar een deel hoe veel je ook ziet, weet, hebt gestudeerd. Het zijn op aarde en het zien van maar een deel brengt verdeeldheid, omdat al wat aards is zelf liefdeloos is, al is dat in gradaties. Een mens ziet alleen maar wat hij kan en wil zien.
Een krokodil is veel meer liefdeloos dan een duif, enz. Zuurstof is noodzakelijk dus liefdevol, maar in alleen stikstof is de dood. Een schimmel kan je doden, maar ook genezen (antibiotica). Water is onmisbaar, maar je kunt er ook in verdrinken. Alles, ieder ding, ieder deeltje, ieder wezen op aarde is noodzakelijk om er het juiste gebruik ervan te leren. Alleen door het juist omgaan met wat dan ook, kan geleerd worden wat het hoogst mogelijk goede ervan is. Soms moet je juist iets laten voor wat het is, soms juist niet. Soms moet je iets bevechten, soms vermijden. Ondertussen zou echter de mens die zijn vrije wil met God als leiding alles kunnen benutten zodat er een wereld van vrede en gelijkheid mogelijk door zou zijn. Dat is nog steeds de wil van God, Die de mens op aarde heeft gesteld om te leren kiezen juist middels ook de liefdeloosheid van dingen, planten, dieren, het weer, de mens zelf. Die liefdeloosheid is er nu eenmaal omdat er nog steeds enorme clusters intelligenties (zielen van overledenen, geesten, ongeboren geesten) leven die niet erkennen dat het om de zuivere liefde gaat. Ook zij zijn zoekend naar het Paradijs. Voor ieder, maar ook voor menig geest, is het doel nog steeds een paradijs te vinden. Een aards paradijs is echter voor zover mogelijk, dat het leefbaar is, maar zeker niet volmaakt, dus altijd toch maar weer een deel. Het summum ligt pas daar waar God volmaakt wordt gerealiseerd op aarde. Dat is ver te zoeken, zeker zolang de mens denkt het zelf allemaal wel te kunnen, God vergeet, zijn eigen idee van wat goed en eerlijk is, hanteert en daarbij gaat over lijken. Wil een mens Paradijs op aarde beleven, zal hij zich moeten houden aan de liefdeswetten die God ooit gaf aan de mensheid en waarvan de waarde nog steeds geldt.
Wie dat niet wil, kan niet mee in dat paradijs, omdat hij dat wat daarbij niet hoort, niet wil. Zo simpel is dat… Het is dan ook liefde dat ieder krijgt wat hij zoekt!
Voor de één kan er dus een paradijs op aarde zijn, voor de ander is er tegelijkertijd de hel in dat zelfde. Mensen kunnen op eenzelfde plek of in eenzelfde hoedanigheid tus tegelijkertijd Hemel en Hel ervaren. Hemel en Hel zijn staten van bewustzijn waarin er een wel of niet ervaren van liefde is. Zolang de mens denkt in de materie de hemel te hebben (hemel op aarde ervaren) zal hij teleurgesteld zijn en worden. Wel kan een mens door de zuivere liefde en de wetten die daarbij horen in de praktijk te brengen, zijn eigen gevoel van in het paradijs zijn of ten minste mee te helpen aan dat groeien van een paradijs op aarde, dat paradijs zoveel mogelijk ervaren in de wetenschap dan zodra het leven hier is beëindigd, voor hem dat volmaakte paradijs kan worden ervaren omdat immers zijn streven en doel was en nog steeds is, via de liefde God te verwezenlijken. Voor hem is er dan ook logischerwijze een delen in dat paradijs, die heelheid, omdat hij het onechte (het ego, de liefdeloosheid, zucht naar materieel gewin, eigenbelangen, enz.) niet heeft gekozen als doel en heeft afgelegd. Na dat oplossen van dat aardse blijft de AARD, het wezen over van wie, wat dan ook. Daarom kan ook niemand voor iemand uitmaken waar hij terecht komt, want wat voor jou hemel lijkt, kan voor de ander hel betekenen en andersom. Je kunt nooit in iemands diepste hart kijken en hem daarom naar de hel of hemel sturen of verwensen.
Waar Adam niet Eva’s zin gedaan zou hebben, zou hij nog in het Paradijs geweest zijn. Adam staat voor dat deel van de ziel in ieder mens dat de waarheid kent en wil doen. Eva staat voor dat deel in de ziel van ieder mens dat de eigen waarheid wil en ervoor neigt te kiezen als ze haar leiding – Gods geest in haar die de waarheid is en kent ( Adam) negeert en … op den duur niet meer kent en dus niet meer kan bereiken. Adam en Eva staan in de unieke mens voor de tweestrijd in ieder mens: de liefde en waarheid en de niet liefde en onwaarheid. De mens kan in het paradijs zijn, als hij God – de zuivere liefde – wil en er voor kiest. Paradijs is er zolang de mens leeft in zuivere liefde. Hij voorkomt dan allerlei ellende, omdat in deze staat van liefde hij wéét waar gevaren liggen, wéét hoe, wanneer iets moet, waarom dat zo is, enz. Kortom, hij wordt dan geleid door God in hem die hem alles aan kracht, kennis, inzicht, ideeën geeft, waardoor hij het leven kan leven. Waar de mens zijn eigen verstand en lichamelijkheid verkiest, boven wat de liefde in zijn hart hem vertelt, verliest hij God uit het oog, waardoor zijn verstand en lichamelijkheid dan de wegwijzer worden, waardoor hij in de problemen komt. De mens verdrijft zichzelf dus uit het paradijs.
Paradijs betekent niets anders dan lusthof, tuin van Eden. Als je dit materieel ziet, dan krijg je dus zaken als gokparadijs, zwemparadijs, vakantieparadijs, winkelparadijs, belastingparadijs, kinderparadijs, enz. Dat geeft al aan, dat er een ‘paradijs’ is voor wie dat aantrekt. Waar je liefde voor hebt, doe je en zoek je. Dat sluit ook mensen uit. In zo’n paradijs is het erg beperkt. Alles van iets bepaalds is er klaarblijkelijk, maar al die andere dingen zijn er niet. Daarom raak je na een tijdje verveeld, onvoldaan en begin je weer te zoeken naar een ander paradijs.. Je zult je ook nooit kunnen ontwikkelen, want je zult altijd een paradijs beleven met alleen maar gelijkgestemden. De anderen zijn daar immers niet, want die sluit je buiten of… willen daar niet zijn. Alleen hierom al is een paradijs op aarde nooit te vinden, want dan zou het geen echt paradijs zijn. Een paradijs is dat ervaren wat liefde is, want dat sluit niets uit, dan alleen liefdeloosheid.
Een lustoord is er niet meer. We hangen er verkeerde eisen aan op. Wat het een lustoord is, hangt af voor veel mensen gezien af, van waar ze worden bevredigd in hun lichamelijke en verstandelijke wensen en niet waar ze dingen moeten ontberen of dingen minder dan ideaal zijn. Lust heeft te maken met lichamelijke bevrediging en gemak, maar niet meer afzien, offers brengen of je inzetten voor iets.
Paradijs is afgeleid van Para Thys. Zijn, naast God, met God! Dus… waar het paradijs te vinden is, laat zich raden. Ieder mens kan dus zoveel mogelijk in het paradijs zijn als hij de stem van God in zijn eigen hart volgt. Ieder mens heeft dat vermogen in zich, omdat in ieder mens Gods vonk, dus de onbaatzuchtige liefde – aanwezig is. Alleen… elk mens kan die kiem pas alleen ontwikkelen, sterk maken, door ALLES wat hij wil vanuit die liefde te willen doen en.. te blijven zoeken naar de juiste intentie waarom, waarvoor, waardoor hij wil doen wat hij wil. Geen mens kan het juiste kiezen, als hij niet God in zich daarbij de leiding geeft. In dienstbaarheid kan pas een mens luisteren naar wat van belang is voor een ander mens, al staan diens wensen en belangen haaks op die van die eerste mens. Verdraagzaamheid tot het gaatje is waardoor strijd en oorlog ophouden of niet ontstaan. Het is altijd weer de begrensdheid van de menselijke maat van liefde waardoor er een keer – al duurt dat soms lang - oneerlijkheid, onrecht ontstaan, onenigheid en verdeeldheid groeien en dus strijd volgt, waardoor er altijd wel een keer iemand is in de loop der tijd die beslist tot oorlog. God vraagt van geen mens het volmaakte, dus zal paradijs op aarde niet mogelijk zijn. Wel is het daar waar de mens de hoogst mogelijke liefde eigen maakt en deze dus perse dus in alles wil en ook doet. Wanneer het lichamelijke afgelegd is, zal de mens in zijn geestelijke staat van zijn ontdekken wat zijn kwaliteit van liefde was en is. Dat hangt af van de mate van het liefdeloze dat hij wel of niet wilde en koos en wel of niet deed. De mate van liefde die een mens wilde, koos en deed, bepalen de mate van het paradijs.
Daarom is er pas na het lichamelijke, aardse leven een Nirwana, Paradijs, Shambhala, land van Melk en Honing mogelijk voor de mens van goede wil, die zoveel mogelijk geprobeerd heeft te leven naar de wil van de zuiver liefde die God is. We kunnen dus stoppen met zoeken naar een paradijs op aarde, maar het vinden in onze eigen hart en het weten van datzelfde in het hart van de ander.
Nicolas Roerich zijn vrouw zocht naar het paradijs. Zij vertelden evenals J. Blavatsky, grondlegster van Theosofie, dat het paradijs een vredesrijk is voor de mensen met een zuivere geest. Blavatsky promootte de leefstijl waarbij onder meer contact leggen en onderhouden met de geestelijke wereld hoorde. Men meende dat contact hebben met het geestenrijk de mens in staat stelde te groeien in bewustwording. Zodoende kon de mens sneller groeien. Helaas nam dit geloof met zich mee dat mensen van de regen in de drup kwamen en nog komen, omdat immers via geen weg dan door onbaatzuchtige liefde en het zich houden aan de wetten der liefde, dat paradijs – staat van innerlijke vrede – bereikt kon worden. Mensen kwamen en komen via spiritisme, sjamanisme – oefenen in het contact hebben met geestelijke krachten, entiteiten, doden, enz, en het gebruiken van deze geestelijke (natuurkrachten) - met zaken in aanraking die de ziel niet verheffen, al wordt de meest opzienbarende kennis of soms ook kracht gezien hierdoor. Toch zegt God: wie via doden denkt te kunnen voorspellen, groeien, vrede op aarde te kunnen bereiken, komt bedrogen uit. Immers, dat geestenrijk zit vol met onrijpe zielen en geesten die een mens ten zeerste kunnen verleiden omdat zij niet zijn wat zij lijken. Volg alleen de weg van de onbaatzuchtige liefde, zonder eigengewin. Alleen hierdoor zal alles wat je nodig hebt tot je beschikking liggen. Mijn rijk is er voor iedereen en ook voor ieder die dat wil te vinden!
Ook menig onderzoeker zocht in een expeditie door het de bergen van Mongolië, zuidwest Siberië, het Altajgebergte achter de Himalaya, het Shambhala. Niemand vond het, of… toch wel? Als wetenschapper kon menigeen het verstand niet loslaten. Wel was er de grote verwondering, het genieten van de schoonheid aldaar in de prachtige natuur. Men  kon de plaatselijke rituelen, levensfilosofie, leefstijl waarderen, maar niet doorgronden. Onderzoekers voelden wel, en genoten met alle zintuigen, zouden hier en daar wel willen ‘zijn’ in willen opgaan, maar… konden e.e.a. niet in een groter verband zien dan dat wat daar gewoon was, ook weer geënt was in tradities, ook weer ontstaan uit een menselijke zoektocht naar het volmaakte, dat ieder mensenvolk beweegt van af het begin af aan, omdat … het nu eenmaal de drang van de liefde nu eenmaal is, die God in ons IS.
Misschien ligt het Paradijs, de Hemel, het Shambhala, het Nirwana wel veel dichterbij dan we denken. We denken hemel en aarde te moeten bewegen en laten alles van onszelf afhangen, door ons verstand, de wetenschap in de strijd te gooien of anders wel onze lichamelijkheid, het recht van de sterkste en dat van de meest brutale mens. We denken ook dat we niet kunnen ontkomen aan het oordeel van een verwijtend, oordelende godheid, maar laten liggen wat het meest voor de hand ligt en tegelijkertijd zoveel van ons vraagt: God als hoogste doel in onszelf, in ieder deeltje in de natuur, in de kosmos, maar ook in ieder medemens te weten, proberen te herkennen en er anders aan te werken, of juist los te laten, het er te laten zijn en te vertrouwen dat wat we zelf echt niet hebben of kunnen, er zal zijn. We geloven in wetten van tekort en niet in die van overvloed.
Paradijs is daar waar je met God bent. Je voelt je dan veilig te midden van onvolkomenheden, want dat wat je niet wilt of niet ziet als zinvol, zou je in dat geval tóch bezien als ‘dat wat er klaarblijkelijk moet zijn volgens die liefde die God is’. Je zou dan meer rust hebben en beter jezelf kunnen zijn in liefde, omdat veel dingen niet meer hoeven, niet meer gewild worden en je vanzelf daardoor een paradijs schept. Je zou dan de ander werkelijk zijn ruimte laten en zijn overtuiging om ondertussen te werken aan je eigen zaken. Je eigen tevredenheid zou meer tevredenheid tot gevolg hebben Vrede zou meer vrede geven. Aanvaarding meer aanvaarding. Waar een mens liefde gebruikt, groeit dit. Waar je liefdeloosheid steunt, wordt dit ook groot. Dat klopt, maar het is altijd tijdelijk en het brengt altijd narigheid, wat evenwel verdwijnt… waar liefde en waarheid verschijnen.
Paradijs is daar waar je het schept door je geloof erin en door je leefstijl die een stukje van dat paradijs, die liefde laten zien.
Sonne Hoover

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *