Waarom is het zo dat er een geestelijke wereld moet bestaan?

Mensen roepen soms zomaar vanuit een niets: 'er bestaat geen geestelijke wereld'. Het leven dat er is, ontstaat uit materie.
Anderen roepen met dezelfde vaart: 'natuurlijk bestaat er wel een geestelijke wereld!'
Hoe zit dat nu?
Om te bewijzen dat er een geestelijke wereld bestaat, zullen we wat wetenswaardigheden
uit de wetenschap van de natuurkunde moeten halen.

Ieder weet dat alles wat er ook maar waar dan ook bestaat, uit twee uitersten bestaat.
Eigenlijk is hier al voldoende mee gezegd. Immers: Als ik een materiële wereld zie en ervaar die te onderzoeken en te bewijzen is, dan moet er dus ook een niet-materiële wereld bestaan die ik ook moet kunnen zien of ervaren, al doe ik dat niet.
Dat is zo, omdat aan alles 2 uitersten, anders gezegd 2 tegenpolen zitten. Iets dat 'stof' (materie), is, is een keertje géén stof meer te noemen, als de deeltjes van die stof zo klein geworden zijn, dat ik ze niet meer kan zien, aantonen en onderzoeken.
Wetenschappelijk gezien bestaat de geestelijke wereld niet, omdat de wetenschap immers onvermogend is, om die geestelijke wereld met materiële, dus technische instrumenten of met verstandelijke kennis te onderzoeken. Zij kan dus niet aangetoond worden als waar. De wetenschap kan dan dus ook geen wetenschappelijk verantwoorden bewijzen vinden voor het bestaan van een geestelijke wereld of levensbron. Hiermee is een groot dilemma ontstaan. Immers, onze hele mensheid maakt gebruik van wetenschap en allerlei gang van zaken, regelgeving, beleid, ontwikkelingen zijn hierop gebaseerd. Het rare is, dat het zeer onwetenschappelijk is, het hele wel en wee waar de mensheid mee te maken heeft, te baseren op maar de helft van de waarheid.
Toch gebeurt dit!

Waar de mogelijkheid om iets te onderzoeken en aan te tonen, ophoudt, moet er evenwel een niet- stof zijn. Dat is zo, omdat dezelfde wetenschap wel stelt en ook heeft bewezen, dat alle dingen die er zijn, zijn uitersten heeft. Een uiterste is een uiterste als het het 'eind' van iets is..
Het uiterste in de materie is wel te onderzoeken. Het bestaan van een molecuul water is met precisie instrumenten wel aan te tonen. Het grofste deeltje geest, wat 'vlak naast de materie ligt, waar materie eindigt', is echter meteen al niet te onderzoeken en te bewijzen.
Toch bestaat dat deeltje wat geen stof meer is, wel, doodgewoon om het feit dat het zich 'aan het 'eind van de materie' bevindt, waar het kleinste deeltje materie niet meer te meten is. In hoeverre dat te meten is, is afhankelijk van ontwikkeling van instrumenten en kennis. Er zal altijd verfijning zijn in mogelijkheden. Waar men vroeger iemand ophing omdat hij beweerde dat de aarde rond was, weet men nu allang dat de aarde rond is. Waar men vroeger stierf aan een infectie, kan men nu een infectie doorgaans goed genezen met een antibioticum.

Dat niet- stof, waar géén materieel deeltje meer te vinden is, noemen we de wereld van het geestelijke, het onstoffelijke.
Als ik 'hier' sta, kan ik niet verder kijken dan tot 'daar'. Wat 'daarachter' zit, bestaat voor mij niet, tenzij ik 'daar' al eens eerder was. Ik heb mijn lichaam als beperking, want door mijn lichaam kan ik niet tegelijkertijd hier en daar zijn. Ik kan altijd maar een deel van alles zien en ervaren. Als ik bakker ben, dan kan ik nooit weten hoe het is om boer te zijn. Als ik veel geld heb, kan ik nooit weten, ervaren hoe het is om zonder geld te zitten. Ik kan wel een voorstelling daarvan maken, maar de waarheid hierover is heel lastig te vinden, zeker als ik zelf heel beperkt ben in voorstelling maken, inleven, uitproberen, enz. . Ik kan in de géést (innerlijk) wél een voorstelling maken van wat 'daarachter' is, maar dat kan ik pas redelijk goed doen, als ik 'dat daarachter' al eens heb gezien, of men heeft mij er goed en duidelijk over verteld, of ik heb een film gezien. Dan nog is die voorstelling die ik mij maak, afhankelijk van hóe die film gemaakt is, wíe hem heeft gemaakt, hoe heeft iemand mij e.e.a. uitgelegd en ook, hoe heb ik zelf 'dat daarachter' eerder meegekregen? Ondertussen kunnen de omstandigheden, sfeer, voorwerpen, beplanting, enz. volledig veranderd zijn.

Je zou kunnen zeggen dat die 'wereld daarachter' niet bestaat. Dat mag ik dus niet zeggen, want mijn waarneming is gewoon zeer beperkt en afhankelijk van wat ik ben, waar ik ben, wat ik heb ervaren, wat ik weet en wat ik hoop te weten. Als ik dus zeg: 'dit of dat bestaat niet', is er zeer grote kans dat ik ongelijk heb! Ik mag dus nooit omdat ik het niet geloof, zeggen dat iets niet bestaat.
Ja, ik kan dat dan wel mogen zeggen (ieder mens mag vinden wat hij vindt), maar als je vraagt of dat wáár is wat je zegt, komt er iets anders bij kijken.

We gaan eens kijken of stof uit zichzelf kan bestaan.
Dat is niet mogelijk. Eerst moet er altijd iets niet-stoffelijks zijn, waar iets van stof uit voortkomt.
Kijk maar eens naar een bloem. Ik zie die bloem wal, maar nog niet de oorsprong, het begin van die bloem. Ik kan op een bepaald moment die bloem zien. Mogelijk als de bloem half open is, helemaal in volle bloei staat, of bijna verwelkt. Als ik alles per moment neem, en ik heb nog nooit de bloem half open of verlept gezien, dan zou ik kunnen zeggen, dat die stadia niet bestaan. Ik geloof dan alleen dat de volop bloeiende bloem de enige vorm is!
Als je slim bent, dan zeg je, dat de bloem voortkwam uit iets. Je hebt geleerd, of het zelf gezien, dat de bloem uit een knop komt. Je zou je dan kunnen afvragen waar die knóp vandaan kwam? Deze heeft zich gevormd aan de steel. Waar kwam die steel vandaan? Uit de plant. Waar kwam de plant vandaan? Uit een zaadje. Waar kwam het zaad vandaan? Uit een vrucht. Waar kwam de vrucht vandaan? Uit de bloem die is uitgebloeid. En... we zijn weer terug in de cirkel.
Deze cyclus houdt dus in, dat er iets moet zijn in de plant, waardoor dat zaad gevormd kon worden.
Er moest iets zijn, dat die cyclus op gang bracht en het proces gaande hield.
Toch zag ik in de bloem niets van het zaad! Toch zag ik in het zaad niets van de bloem!
Dat iets wat er al was, is niet zichtbaar en niet te meten. Het moet dus iets geestelijks zijn..

Er was een zaadje. Daarvan moest eerst de buitenkant kapot, vergaan. Uit die voedingsresten kwam een kleine kiem tevoorschijn. Met behulp van water, licht en warmte begon er een plantje te groeien. Uiteindelijk kwam alles uit dat kleine minuscule plantje voort. Dat houdt dus in, dat in het zaad alles aanwezig was en licht, warmte en water het plantje deden groeien.
Waarom het zo is dat al wat leeft licht, warmte en water nodig hebben, zullen we later in een ander artikel lezen.

Waarom heeft alles een uiterste?
Omdat nu eenmaal aan niets een eind is. Dat is het wezen van alle vrije intelligentie die zuiver is.
Die intelligentie die helemaal zuiver is, is dus totaal onbegrensd en heeft geen uiterste.
Wel een eind in die zin van een begin en een eind, maar.... ook het begin houdt een keer op.
Het eind begint ook een keer, maar... wanneer eindigt het eind?
Als je hier over nadenkt, kom je tot de conclusie, dat een begin een begin lijkt, maar het niet is!
Een eind lijkt een eind, maar is niet een eind!
Alleen, je ziet het begin vóór het begin niet, en je ziet het eínd van het eind niet.
Dat kan ook niet, omdat je met je zintuigen (ogen, oren, handen, reuk, smaak) nu eenmaal niet alles kunt ervaren. Een keer proef je het zout niet meer. Voor ieder is dat moment weer anders. Mag je dan zeggen dat ergens geen zout in zit omdat jij het niet proeft?
Mag jij zeggen dat de zon er niet is, als hij achter de wolken verstopt is?
Mag je zeggen dat de zon niet bestaat omdat jij hem in de nacht nooit ziet, als je nog nooit dag hebt meegemaakt? Mag je zeggen dat Afrika niet bestaat, omdat je er zelf nooit bent geweest of niet weet dat het bestaat?
Als jij blind bent, mag je dan zeggen dat er geen licht bestaat alleen omdat jij dat licht niet kent?

Iets dat materieel is, is nooit oneindig, omdat waar die vorm ook uit bestaat, het altijd gaat om een bepaalde grotere of kleine, complexe of meest simpele verzameling van bewustzijn, maar nog steeds niet alles. Zolang in iets niet alles is, is het gebrekkig - al is die eenheid prima voor elkaar - en is het niet compleet, dus niet perfect en dus ook niet de levensbron zelf!
Iets komt dus altijd voort uit iets en staat nooit op zichzelf!!!
Alles is uiteindelijk verbonden door dat 'iets' dat alle vormen, intelligenties gezien of ongezien, geestelijk of materieel, dichtbij of ver weg in zich heeft, vormt en bij elkaar houdt.
Dat 'iets' doordrenkt, geeft leven, houdt het leven in stand, voedt en vormt het, geestelijk en materieel.

Een lijn heeft geen eind. Je kunt in principe de aarde rondom wandelen, maar dan heb je nog maar 1 route van de lijn afgelegd. Je kunt een millimeter naast je afgelegde route, lopen, maar dan loop je toch een andere route. Dat merk je amper, want we hebben het maar over een millimeter verschil.
Anders is het, als je 1 km. naast je gelopen pad de route helemaal volgt. Je zult dan andere dingen tegenkomen en dingen zien verdwijnen. Ook zie je dingen anders ( vanuit een ander gezichtspunt, vanuit een ander perspectief) en zijn ze anders dan eerder leek.
Je lijn is dus nooit te stoppen. Wanneer is het genoeg? Wanneer is jouw weg klaar? Wanneer heb je alles gezien, ervaren en geleerd?
Er kan een groot water, een brug, een berg in de weg zitten, maar daar kun je overheen of omheen.
Het is maar welke moeite je daarvoor wilt doen en... of je vindingrijk genoeg bent om die andere route te willen gaan.
Ook moet je wel wéten dat een andere route mogelijk is. Dan moet je ook nog zin en moed hebben om die andere route te doen. Je moet er ook vertrouwen in hebben dat die route echt wel weer een keer op je vertrouwde weg uitkomt.
Al met al, elke weg is een weg. Elke omweg is ook een weg!
Eerder zag je die weg niet, maar door bepaalde omstandigheden of ontwikkelingen kwam je die weg tegen, of nam jij zelf een andere weg. Soms doordat je kennis groot genoeg was, je moed, je vertrouwen, je zin, of een ander gaf jou een advies die weg te gaan.
Het leven zit boordevol allerlei mogelijkheden die allerlei combinaties geven, die dus allerlei andere ontwikkelingen in zich hebben. Er zijn dus eindeloos aantal mogelijkheden en dus keuzes die te maken zijn.
Nu is de vraag: kwam de verandering er omdat jij een andere weg nam of was die verandering er al, maar deed je er eerder niets mee, waardoor je die verandering niet zag of niet wilde, of hoefde?
Als je ergens met de auto rijdt en het begint te regenen, zeg jij hoogstwaarschijnlijk: 'kijk, het gaat regenen'. Is dat zo, of kwam jij 'toevallig' aan op de plek waar het al regende?
Je waarneming is dus heel beperkt. Jij denkt dat iets is begonnen, maar je hebt niet door, dat dat iets al lang begonnen is!

Waarom is het zo dat stof, materie nooit uit zichzelf bestaan kan?
Dat is doodeenvoudig zo, omdat materie altijd een einde heeft, omdat het nu eenmaal altijd tijdelijk is en plaatselijk. Materie, een vorm, een lichaam, is altijd maar beperkt. Het mag dan nog zo'n ingewikkeld, of simpel, groot of klein lichaam zijn, maar het is altijd een afgerond geheel, waarin allerlei 'dingen' samenwerken om dat geheel zo te laten groeien of zo te houden.
Als de tegenpool van materie dan geest is - wat zo is omdat materie dus zijn 'eind' heeft, dan moet die geest dus eindeloos, dus zonder eind, zonder grens zijn!
Als dat geestelijke dus zonder eind is, dan is het dus onbegrensd en dus... overal!
Als het dan dus overal is, dan zal het dus ook IN een vorm moeten zijn. Daarom is het dan zo, dat een materiële vorm dus altijd iets geestelijks in zich heeft!
Er bestaat dus niets, dat niet eerder ergens is 'gedacht'. Er is nergens een loze ruimte. Ja, die kan er wetenschappelijk gezien wel zijn, maar ook dat 'niets' is een ruimte waar dat 'iets' is.
Ook het 'niets' wordt dus gevoed, gestuurd of gedoogd.

Als iets geestelijks dan in een vorm is, moet dat het leven geven aan die vorm.
Het wezenlijk leven-gevende is dus iets geestelijks!!
Dat is duidelijk te merken, als een mens overlijdt. Het lichaam is dan star en levenloos(!).
'Het leven is eruit', zeg je dan... Of: 'hij heeft de geest gegeven'.
Toch presteren mensen het te zeggen dat bij de dood van het lichaam, de mens ophoudt te leven.
Dat is zeer onwetenschappelijk, want:
- wat zou dan het lichaam tijdens het leven hebben doen leven?
- waar zou dan dat wat leven gaf vandaan gekomen zijn waardoor dat lichaam ging leven en kon leven?
- wat gebeurde er dan als het lichaam stierf?

Omdat het geestelijke overal is, omdat het puur grenzeloos is, dan moet dat geestelijke dus ergens blijven. Omdat het geen grens heeft, kan het dus nooit meer niet bestaan!!!
Dat houdt dan in, dat dat geestelijke het lichaam heeft verlaten, maar nog steeds ergens moet zijn en dus verder leeft!

Waarom heeft dat geestelijke dan geen eind?
Omdat het niet wordt gehinderd door tijd en ruimte. Het heeft dus geen gewicht en dus geen zwaartekracht. Het is totaal vrij, omdat er geen enkele begrenzing is.
Daarom is die geest dan ook niet 'vast te houden', tenzij het wordt gebonden, wordt vastgehouden in een vorm, omdat die vorm bestaat!
Waar dus een vorm, lichaam bestaat, moet er dus bewustzijn, geest, intelligentie zijn, dat die vorm, dat lichaam het leven geeft en in stand houdt.
Al weet, zie , geloof je het niet, er is dus leven, intelligentie, geest, dat de vorm samenhoudt.
Het lichaam kan nooit zichzelf het leven geven, omdat die stoffelijke deeltjes waar het lichaam uit bestaan, eindig zijn. Ze zijn tijdelijk en plaatselijk, dus zijn zij altijd nog maar een deeltje, soms piepklein en zijn zij dus nooit alles!

Het geestelijke, dat geen grens is, is dus overal. Deze geest dat 'aan het eind van de lijn', dus als polariteit van de materie 'zit', is zo ijl, zo onstoffelijk, zo 'niets', maar tegelijkertijd alles, omdat het alles in zich heeft, waardoor alles wat er was, is en zal zijn, uit dat 'iets moet voortkomen.
Dat 'iets' is perfect, want het is de tegenpool van materie die helemaal niet perfect is, en telkens maar een deeltje van een groot, immens geheel.
Omdat dat 'iets' gééstelijk is, geen grens heeft en overal is, moet het wel zo zijn dat het leven uit dat
'iets' voortkomt.
Dat 'zuivere iets' moet dan alles in zich hebben, dus alle kracht, alle intelligentie, alle macht, alle vrijheid, alle geduld, alle..., kortom alle eigenschappen in zich hebben als potentie.
Dat iets is God te noemen.
Dat is de levensbron, de intelligentie die alles leven geeft, stuurt, drijft, bij elkaar houdt, vormt en bezielt.

Omdat materie niet uit zichzelf kan bestaan, maar in oneindig aantal soorten en maten, overal in het gehele universum voorkomt, is dus de overeenkomstige geest (bewustzijn, intelligentie) in die vorm.
Waar zou die vorm van materie dan het bewustzijn, intelligentie, de kracht, de geaardheid, het voorkomen, enz. vandaan moeten halen, als we telkens weer overal door het hele leven de cyclus van geboren worden - groeien - verouderen / slijten - sterven zien?
Waarom zou een vorm dan niet eindeloos verder bestaan?
Waarom is er altijd een einde aan iets dat materieel is?
Deze vraag beantwoorden we een volgende keer...

α ......................... Ω

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *