Laat de kinderen tot Mij komen en hindert ze niet.
Lucas 18: 16-18 … Maar Jezus riep ze (de discipelen) tot Zich en zei: ‘laat de kinderen tot Mij komen en verhindert ze niet; want voor wie is als een kind, is het Koninkrijk Gods. Ik zeg u: wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt als een kind, zal het voorzeker niet binnengaan’.
Mattheus 18:1-5 … Op dat moment kwamen de leerlingen naar Jezus toe en vroegen Hem: ‘Wie is de grootste (belangrijkste) in het Koninkrijk der hemelen’? En Hij riep een kind tot Zich, zette het in hun midden en zei: ‘voorwaar, Ik zeg u, wanneer je niet wordt als de kinderen, zul je het Koninkrijk der hemelen niet binnengaan. Wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste. Ieder die zo’n kind in Mijn naam ontvangt, ontvangt Mij. Ieder die een van deze kleinen die in Mij geloven tot zonde verleidt, het zou beter voor hem zijn dat een molensteen om zijn hals was gehangen en hij verzwolgen was in de diepte der zee. Wee de wereld om de verleidingen tot zonde. Er moeten verleidingen komen, maar wee die mens, door wie die verleiding komt’.
De meeste mensen denken dat deze teksten betekenen dat Jezus meer van kinderen houdt en dat je in alles kinderen voorrang moet geven en dat kinderen belangrijker of door Jezus meer geliefd zijn dan volwassenen. Dat kan ontaarden in het altijd de zin geven van het kind en de eigen ontwikkeling er maar bij te laten hangen. Het is van belang de diepe betekenis die in deze teksten ligt, te begrijpen om op een goede manier met kinderen om te gaan en.. in te zien dat ieder mens dient te zijn zoals een kind is.
Een kind is ongeveinsd zichzelf. Blanco, onbedorven in principe en te vormen. Het doel van ieder mens, dus van ieder kind is dat het zichzelf leert kennen, zoals de Vader hem heeft bedoeld. Het kind dient daartoe worden ‘gevormd’. Alles wat het kind nodig heeft, is in het kind aanwezig, maar het moet bewust worden en ten goede benut en ‘gekneed’. Daarmee bedoelen we niet dat het kind als de aardse, lichamelijke vader moet worden, maar dat God als Vader die dit kind samengevoegd heeft uit bewustzijn uit Hemzelf dat onvoorstelbaar lang op weg is om zichzelf te vinden, moet worden gekend. Een kind kan zichzelf pas vinden als hij leert wie, wat, waar de Vader uit wie het voortkomt, is en Deze leert lief te hebben en Zijn wil onvoorwaardelijk leert volgen, zoals een kind ook leert dat zijn aardse vader van hem houdt en het moet doen wat hij zegt, wil het veilig zijn. Hiervoor is het nodig dat het kind uiteraard God leert kennen, onderscheid leert te maken in wat goed en kwaad is, de eigen vrije wil hier en daar opoffert om de wil van God te doen. Het kind moet dan wel leren te vertrouwen op God. Het kind moet dus een zuiver, goed beeld hebben van God, want anders zal het zich nooit op God kunnen of willen richten uiteraard. Je streeft geen doel na, dat je niet kent! Het kind dient te leren dat hij een vrije keus heeft, maar dat de keus die hij maakt een positief of negatief gevolg heeft. Omdat een kind - geen mens - perfect en alwetend is, kan een kind niet de reikwijdte, de betekenis inzien van iets dat hij kiest. Daarom zal het kind moeten leren dulden (aanvaarden, geduldig zijn). Deze eerste basis moet ontwikkeld en is niet zielig als dit in liefde wordt geleerd en wordt voorgeleefd.
Soms lijkt iets prima, waar, nuttig of leuk terwijl dit niet zo is. Door onze kortzichtigheid en ook eigen geaardheid kunnen we het liefdeloze ‘normaal of goed’ vinden, en het liefdevolle als lastig, nutteloos, of gemeen. Door ondervinding en leren wat pijn, geluk, naar gevoel, vrede, onvrede, gezondheid, ziekte, verdriet, makkelijk of niet makkelijk enzovoort is, leert het kind gaandeweg dat alles betrekkelijk is en anders is dan het aanvankelijk leek. Dat doet afhouden van iets dat leuk, makkelijk lijkt, maar het niet is en doet je best doen voor dat wat moeilijk, niet makkelijk is, maar wel beter is.
Alles maar goedvinden omdat het anders ‘zielig, te moeilijk is, is een verkeerde weg omdat de eigen wil om het goede, betere te doen, niet of amper ontwikkeld wordt of de eigen wil zelfs verkeerd gericht wordt, dus het kind verkeerde dingen als goed of leuk gaat zien.
Om uit soms grote onduidelijkheden en lastige zaken de juiste weg te vinden, zullen we God goed moeten kennen en… vertrouwen. Geduld, dulden, moed, doorzetten, intuïtie zullen goed ontwikkeld moeten worden om de kracht te vinden dát te willen en te doen dat ons helpt om onszelf te zijn of te worden en anderen ermee van dienst te zijn. Al met al hebben we een opvoeding nodig waarbij een goed voorbeeld van hoe de ‘goede Herder, de grote Vader in de hemel’ is. De bedoeling is dat de opvoeder het kind opvoedt tot de grootse mens die hij bedoeld is te zijn: medeschepper naast God, waartoe hij na dit aardse leven bestemd is. Hij komt dan thuis in de meest diepe waarheid waaruit hij is voortgekomen (dat is het koninkrijk der hemelen vinden: de meest zuivere liefde hebben willen eigen maken zoals God is, hier offers voor gebracht hebben in die zin dat de eigen wil ondergeschikt gemaakt is aan wat de hoogste liefde wil. Dit is de betekenis van ‘niet doen wat jij wil, maar wat God wil’. Het is Gods wil dat ieder mens zijn eigen wil opgeeft om de meest zuivere - dus ware wil - te doen. Deze wil ten goede die helpt de mens te zijn zoals hij wezenlijk is en bedoeld is te zijn, moet dan dus wel ontwikkeld zijn! Deze wil is van enorm grote waarde en dus van onschatbaar belang. Daarom zegt God als dringend advies: ’Heb Mij meer lief dan je eigen wil’ en ‘word gelijk aan Mij’. Je bent van Mij, Mijn kind (je bent uit onvoorwaardelijke liefde samengesteld en dient er weer gelijk aan te worden).
De mens herkent dan de waarheid die hij is en gaat deze gebruiken tot nut van al wat leeft waar dan ook in de schepping. Heeft een mens die waarheid in zich door middel van het dienen van God in zichzelf en zijn medemens tijdens zijn leven niet gevonden, dan sterft deze mens onwetend, onvermogend, naarmate hij die Liefde die God is, niet in zich wist, niet herkende en niet gebruikte. Hij bereikt dan niet het Koninkrijk waar de ene Liefde heerst. Dat is ook logisch, want als een mens daar niet voor kiest, zou het heel liefdeloos zijn dat die mens er toch in terechtkomt… Een mens krijgt wat hij kiest. Dát is juist Liefde! Hij dient alleen dan wel het góede te kennen om een juiste keus te kunnen maken.
Een mens is dus voorbestemd om in het Koninkrijk der Hemelen te komen om zodoende vrij en bewust verder door te ontwikkelen zoals God dit in hem wilde, dus was en is, de eeuwigheid lang. Er is dan geen enkele begrenzing meer, dus ook geen liefdeloosheid of enig andere beperking, dan alleen de maat van onvoorwaardelijke liefde die is gerealiseerd of.. werd en nog wordt en zál worden gewild. Er is dus eeuwig groei voor ieder mensenkind die dit wil of gáát willen. Dat is het doel voor iedereen ongeacht leeftijd, omstandigheden, tijdperk, plaats, levensweg. Ieder mens heeft kansen te over om tot inzicht te komen wat zijn levensdoel is. Ieder mens kan iedere dag opnieuw beginnen en het oude waarvan men nu heeft ingezien dat het niet goed was (dus gebrekkig aan liefde) achter zich laten. De vrije keus dient er ten alle tijden te zijn en goed ontwikkeld. Dat betekent dat de ego-wil van het kind moet worden beteugeld (strenge uitdrukking, maar het woord drukt precies uit wat de bedoeling is (lijden, sturen, begrenzen, (op)voeden) opdat altijd zoveel mogelijk gekozen wordt om de wil van de Vader te doen! Dat houdt dus in dat ieder kind dient te leren wat de wil van wat de onvoorwaardelijke Liefde wil, is.
Een kind komt ter wereld om zich te
-ontdoen van ego, omdat ego in wezen onwetendheid van wat liefde is, inhoudt en dus beperkt;
-de betrekkelijkheid van het lichamelijk, het materiële in te zien;
-te kiezen voor het innerlijke, geestelijke dat als enige werkelijk voor altijd vrij maakt;
-Het kind dient te leren dat het materiële zeer beperkt is.
Materie leidt snel tot afhankelijkheid, is altijd veranderlijk in waarde en tijdelijk, al lijkt het nog zo leuk of bestendig. Het materiële, het liefdeloze beperkende is altijd een verleiding zolang de ziel van de mens nog niet gevormd is door een goed ontwikkelde sterke wil die rust op een goed ontwikkelde intuïtie.
Het kind is en ontvangt in het eerste begin alle tedere liefde en zorg. Dat roept een baby’tje immers op. Het baby’tje is, maar kan nog niets. Dat leert het pas gaandeweg door … liefde en nodige zorg te krijgen die nog makkelijk te geven omdat het baby’tje ongeveinsd liefheeft en IS. Als het kindje begint te groeien wordt dat wat lastiger, want het kind gaat laten zien dat het van alles wil. Nu begint het bijsturen, afremmen, wat ook eigenlijk al wel met voeden en slapen in de baby tijd, het geval was, maar dat was nog ‘makkelijk’. Het kind leert meer grenzen, leert meer te wachten en leert dat niet alles mag en kan en sommige dingen moeten. De buitenwereld dringt zich meer en meer op en tegen de tijd dat het kind de eigen wil heeft leren indammen, maar ook goed heeft leren te gebruiken opdat zoveel mogelijk het juiste gedaan, bereikt kan worden, gaat het naar school. Daar leert het de hardheid van de buitenwereld en moet het leren opkomen voor zichzelf en bestand worden tegen wat niet goed is. Als het goed is, heeft het kind geleerd trouw te zijn ‘aan hoe het thuis gaat, en wat geleerd is als goed en kan het onderscheiden wat daarbij past of wat niet. Zo leert het kind een evenwichtige persoon te worden die zichzelf en anderen respecteert en ontwikkeld naar aard met zoveel mogelijk liefde voor de waarheid, dus voor wat waar en goed is. Ieder zijn weg is anders, maar hoe het ook zit, dit lukt niet makkelijk als er geen basis van liefde en waarheid is of is geweest!
Het kind leert tijdens de ontwikkeling dat het alleen maar blij, gelukkig kan zijn en rust kan hebben in zichzelf en vrede met de buitenwereld, als het de innerlijke rijkdom heeft leren kennen, daar aan werkt en deze ook in medemensen herkent. Het kind leert bij een goede opvoeding dat het liefdevolle altijd voorrang moet krijgen boven het uiterlijke, tijdelijk, materiële. Het kind krijgt door deze geestelijke (op)voeding innerlijke veerkracht in de vorm van een sterk innerlijk weten dat altijd tot het kind zijn beschikking staat (dat is de betekenis van ‘Ik ben bij je voor nu en altijd’ (Mijn Liefde zit in jou en verlaat jou niet).
Dat innerlijk weten wordt gevormd door intuïtie die sterk ontwikkeld wordt door te vertrouwen op de waarheid die God is en die middels de intuïtie laat weten wat goed is, waarschuwt, richting geeft, troost, uitzicht, hoop biedt en doel schept.
Ieder mens dient middels Gods woord een leidraad te hebben om zich te ontwikkelen naar de enige waarheid die bestaat en die hij is en dient te gebruiken. Ieder mens is anders, heeft andere taken en wegen. Voor ieder mens is het ongeacht de omstandigheden die prettig, makkelijk of loodzwaar zijn, mogelijk zijn doel God te realiseren! Alleen God weet wat de ziel nodig heeft om haar doel één te worden met God (zijn in het Koninkrijk der hemelen) te bereiken. Immers, Gods intelligentie is in ieder mens, al is het weer anders vormgegeven. Hij weet dat er nog ontbreekt aan liefde. Hij weet wat er voor nodig is die liefde te doen ontwaken of sterk te worden zodat er een eind komt aan menen dat de materie, het zijn in vlees en bloed vrij maakt en eeuwig doet leven.
Vindt de ziel van een mensenkind geen richting en hoger doel, dan wordt zij doelloos
en speelbal van wat leuk, goed, mooi, eeuwig waardevol lijkt, maar het helaas vaak niet is. Zij is immers zonder begrenzing, kaders die laten zien en uitleggen wat wezenlijke liefde inhoudt.
Een dergelijk mens bemoeilijkt dikwijls het leven van zichzelf en… zijn medemens, wat logisch zal zijn. Immers, een sterk evenwichtig positief dienend mens zal nooit iemand tot last zijn maar het leven eerder verlichten om zich heen!
Helaas is het daarom dat zonder kaders, maar met allerlei menselijke ideeën, visie, gedachten, wensen dat zoveel mensen vastlopen terwijl de boodschap om hen heen is dat ‘alles kan, alles mag en vooral ‘alles liefde is’. Dat die echte wezenlijke liefde heel anders is dan tijdelijke, begrensde, voorwaardelijke liefde, weten en kennen zij niet.
Een mensenkind, begint altijd als kind. Maar ieder mens blijft een kind van God. Een kind van de onvoorwaardelijke liefde dus. Deze liefde dient verwezenlijkt te worden zoveel mogelijk dit kan en is bedoeld. Als deze liefde die God is niet of te weinig wordt gerealiseerd, is dit zonde, jammer en worden levens bemoeilijkt. Dat is niet Gods schuld, maar die van de mens die niet op zoek gaat, niets wil weten van wat wezenlijke liefde is. Daar heb je toch echt Gód voor nodig, want er bestaat maar één ‘soort’ zuivere perfecte liefde die God IS. Al wat daar ’naast zit’ aan liefde is onzuiver, dus beperkt en brengt daarom ook beperking, wat lijden is, al hoeft dat niet dramatisch te zijn.
Daarom zegt Jezus: ‘voorwaar, Ik zeg u, wanneer je niet wordt als de kinderen, zul je het Koninkrijk der hemelen niet binnengaan. Een mens die niet blijft, wordt als het kind, met de eigenschappen van zuiverheid in liefde en is zoals het is - al betekent dat niet dat deze mens perfect is en niets bij te schaven heeft – zal dus nooit die echte wezenlijke liefde willen en kunnen naleven. Dat is een grote zonde, jammer, grote nalatigheid die lijden veroorzaakt.
Zolang een mens dus God niet kent, niet wil, zijn bestaan in Hem loochent, zal hij dat koninkrijk van die onbaatzuchtige liefde niet kunnen ervaren na dit aardse leven. Hij voelde zich dus wijzer, beter dan God en heeft altijd gedaan wat hijzelf wilde en dacht dat goed was, maar zich nooit dienend willen opstellen ten opzichte van de grootse, hoogste liefde die God is. Dat was hem te min, leek hem vals, niet goed, niet wijs, niet leuk, niet zinvol, zelfs harteloos. Dat geeft dus aan dat deze mens zich teveel voelde om God als hoogste te erkennen in en naast zichzelf. Logisch dat deze mens dan een omweg zal gaan, al kan deze mens wanneer hij ooit weer of toch ‘dat kind van God wil zijn’, daarmee beginnen. De liefde die God is, maakt dan alles goed, wat die mens heeft verknoeid en zal die mens helpen het voortaan anders te doen. Dat is vergeving die die echte liefde in zich heeft en altijd weer biedt, wat een mens ook is, denkt, doet of was, dacht of heeft gedaan. Die vergeving, dat nieuw maken is voor geen enkel mens mogelijk. Voor de mens geldt dat gedane zaken geen keer hebben. Maar bij God is alles mogelijk. Wie dit weet, gelooft en er naar leeft, zal die liefde die God is en de bijbehorende onbegrensde wijsheid en vrijheid leren kennen. Dat is het zijn in het koninkrijk Gods. Dus… ieder kind, ieder mens is en blijft een kind van God, maar deze mens moet dit weten en willen en… doen.
Jezus is de Vader voor ieder mens die een leidraad wil hebben om zijn weg zo goed en kwaad dit gaat, te gaan. Jezus heeft gezegd dat ieder mens moet zijn als een kind. Dat betekent dat het hart van ieder mens moet zijn als een kinderhart: eerlijk, ongeveinsd, onbedorven, hulpvaardig, dienstbaar, gericht op het zoveel mogelijk goed doen in waarheid en echtheid en dit door dik en dun in volste vertrouwen. Dat is nogal wat. Toch geeft echte dienende liefde vleugels. Veel is door de juiste mogelijk, terwijl bij menselijke liefde die liefde toch snel stopt. Proberen op God te lijken is wat ons doel moet zijn. Wat niet lukt, maar we wel van harte willen, zal God bewerkstelligen wanneer dit die liefde dient en volgens Zijn wijsheid het beste is!
Een kind met een echt kinderhart is onschuldig, ongeveinsd, blij en optimistisch vol vertrouwen en open om te leren. Het zal zoveel mogelijk willen doen wat de ouders leren, zeggen en voordoen. Het kind volgt, vertrouwt van nature zijn ouders, zal blij met hen zijn, hen vertrouwen, liefhebben en hen willen helpen. Het is de vonk van liefde in dat kind dat van God is, dat er voor zorgt dat het kind van nature zijn weldoeners, maar ook zijn opvoeders al maken deze het leven zwaar, probeert trouw te zijn. Dat heeft alles bij elkaar de betekenis van ‘eren’ (waarde – eren, de waarde in iemand eren, volgen) van wie je liefheeft.
Een kind zal leren van de fouten die het maakt, zal leren sterk te zijn om zwakten te overwinnen, zal moedig worden omdat het ondervindt dat angst afremt en klein houdt, zal uitgedaagd willen worden het beter te doen, zal durven goede keuzes te maken, al wordt het leven er niet altijd eenvoudiger op en zal leren trots te zijn op wie het is en de tering naar de nering leren zetten en dat ook kunnen en tegenslag aanvaarden en… er sterker door worden. Deze dingen die bij het leven horen, zullen het kind voldoening, veerkracht, wijsheid, goedheid, inzicht, moed, doorzettingsvermogen en kunnen aanvaarden opleveren. Kortom als ouders in hun onderwijs, leefstijl en voorbeeld laten zien wie Jezus als goede Vader is, zal het kind vanzelf dit gaan nadoen en als doel gaan stellen. Immers, van nature was die liefde er al en nu is deze bevestigd in zijn leven. Logisch is het dat dit voorbeeld dan ook gebaseerd moet zijn op Gods woord van leven.
Een ánder woord (andere leer, visie) kan heel waardevol zijn, maar omdat geen menselijk woord (menselijke leer) wijzer en liefdevoller is dan dat van God, zullen ook die menselijke mooie woorden, regels of wetten beperkingen en dus liefdeloosheid inhouden. Daarbij bieden menselijke worden geen Goddelijke onvoorwaardelijke liefde. Immers, de liefde van mensen is altijd voorwaardelijk, dus begrensd en dus hier of daar liefdeloos al is het maar eerder of later of en met voorkeur dus ook weer voorwaardelijk.
Menselijke uitleg van Gods woord is vaak beperkt en zeker als de liefde en het inzicht van die mens nog niet gerijpt is en nog doorspekt van verstandelijk denken, wetenschappelijk denken (dat inhoudt dat de bijbel volgens wat bewezen is, of plausibel lijkt, wordt uitgelegd), ego of hoogmoed te denken het te weten, terwijl Gods bedoeling hiermee weggehouden wordt bij mensen, mensen verstrikken in dogma’s, rituelen en onwaarheid en afhaken, of gaan dwalen, waardoor mening mens zelf moet gaan uitvinden in het leven wie, wat, waar God is of God – het geloof in de kracht van liefde – zelfs kwijtraakt! Hij zoekt dan God in veel wegen en omstandigheden en dingen die slechts schijnwaarheden (schijnwaarden) zijn en hebben.
Een mens krijgt zijn voeding vanuit een opvoeding in zoveel mogelijk liefde. Het geven van menselijke liefde is ontzettend belangrijk, maar niet voldoende. Immers, een mensenkind zal zich 1000 vragen stellen en nooit leren wat alles aanvaardende, alles vermogende liefde inhoudt als hij vroeg of laat ontdekt dat zijn ouders geen hoger doel hadden dan hun eigen maat van liefde, hun eigen gebrekkige achtergrond, kennis en opvoeding waarin ze mogelijk zelf nooit geleerd hebben wat liefde is en nog erger, niet weten wie zij zélf zijn in Gods ogen en slecht of met wantrouwen of egoïsme in poging te overleven zijn gaan denken over zichzelf en de wereld en geen antwoorden hebben op moeilijke dilemma’s waar ieder mens vroeg of laat mee te maken krijgt.
Een leven met alleen liefde en fijne dingen, is niet mogelijk. Ieder mens gelooft, wil, doet immers iets anders omdat hij andere dingen meer of minder van waarde vindt. Ieder mens heeft een vrije keus, dus kiest weer iets anders. Het is hierdoor dat er goede en slechte dingen naast elkaar bestaan. Immers, ieder mens moet de kans hebben te leren van het goede en van het slechte! Als er alleen het goede bestond op aarde, zouden we niet op aarde hoeven te leven, want we leven juist in een aards lichaam op aarde om het onderscheid te leren tussen goed en kwaad en het goede te kiezen, wat inhoudt voor God te kiezen, wat heel worden inhoudt. Het is de kunst het leven makkelijker te leven, wat beter lukt als je je een hoger doel voor ogen houdt en vanuit je hart waar God richting geeft, lééft.
Het aardse leven is er juist immers om te ontdekken dat de mens maar een nietig wezen is en altijd nog afhankelijk is van God, het materiële niet zalig maakt, dan wel tijdelijk geluk, genot, welvaart geeft, maar altijd nog slechts een hulp is in de zoektocht naar heelheid en vrijheid, maar eens losgelaten moet worden, al is het maar bij de lichamelijke dood. En.. waar blijf je dan als mens die nooit heeft geïnvesteerd in hogere idealen dan materieel, lichamelijk of verstandelijke ontwikkeling en welvaart? Geen mens ontkomt eraan zich de grote, belangrijke levensvragen te stellen en… antwoorden te vinden.
De mens die van nature liefheeft als een kind, dus onvoorwaardelijk houdt van zijn ouders, hen volgt, wil plezieren, de eigen wil opzij zet voor een medemens zijn belang, zichzelf niet opoffert om er beter van te worden (dus zijn eigenbelang niet vooropzet) zal een sterk, plezierig mens worden en veel goeds kunnen doen, terwijl een mens die leert te kiezen voor tijdelijk egoïstisch, lichamelijk belang nooit het goede zal doen omdat wat hij ook doet, altijd een egoïstisch motief heeft.
Daarom zegt Jezus ook: ’laat de kinderen tot Mij komen, hindert ze niet’. Een kind wordt gehinderd om tot onbaatzuchtige liefde te komen, als het geen onderscheid tussen goed en kwaad leert en leert te mogen doen wat het wil. Een kind mag niet gehinderd worden zijn wil niet goed te ontwikkelen maar sterk te maken, dus geworteld in onbaatzuchtig dienen en waarheid. Want alleen dan leert een kind te kiezen voor het écht waardevolle en kan het minder waardevolle wijken voor het meer waardevollere. Een kind dat leert dat het geliefd is, leert ook te vechten voor wie het is en leert zijn roeping goed kennen. Het volgt immers het eigen hart en kan zelfs tegen de stroom in roeien als de wereld om hem heen er anders over denkt of iets anders voor hem wil of zegt dat goed is! Het kind dat leert dat God sterker is dan wat ook, zal zich veilig en beschermd voelen te midden van de grootste onrecht en misdaad en ook zelfs kleineren of vervolgen. Het leert dat er méér is dan het aardse tijdelijke en ziet uit naar een leven in vrede dat zal volgen. Het kind houdt vol, waar anderen afhaken en bij de pakken neerzitten. Immers, de intuïtie is goed ontwikkeld en steunt hem en doet hem betere beslissingen nemen zodat erger wordt voorkomen of het goede in hem wordt afgezwakt. Het kind ziet verbanden die anderen niet zien. En het is juist deze intuïtie die de stem van God is, die de mens leidt naar zijn doel. Het kind leert trouw te zijn aan wat de ouders willen en gelooft hen onvoorwaardelijk. Dat kán ook, omdat het kind ondervindt dat de ouders het altijd goed hebben, het beste voor hem willen, doen wat ze zeggen en laten zien hoe het leven is bedoeld ook al houdt dat niet in dat alle pech wordt weggehouden of niet zal komen.
Het kind leert dat de ouders niet veroordelen en zeggen of voorleven dat ‘die en die persoon niet goed is, er niet bij hoort, fout bezig is’ enzovoort. Het kind leert daarmee verdragen, maar leert ook niet te kiezen voor ‘dat andere’ als hij heeft geleerd dat dat niet de bedoeling is voor hem, als kind van God dat wil leven vanuit hoe God het heeft bedoeld.
Het kind leert dus het andere er te laten zijn, maar er niet aan mee te doen omdat het sterk geworden in wat Góds wil is. Het heeft leren kiezen om te leven vanuit een hogere wil en niet vanuit een beperkte tijdelijke lichamelijke, verstandelijke of ego-wil. Het speelt op safe, al betekent dat geen gemakkelijk leven! Toch heeft een mensenkind dat God volgt als liefde in hemzelf en de ander het makkelijker, omdat hij weet waarvoor hij het doet: het koninkrijk Gods in hemzelf weten, zien en bevestigen en anderen ermee helpen.
Geen mens mag een onschuldig, kinderlijk hart, hinderen. Het onschuldige dus open hart moet gevoed met waarheid. Dat betekent niet dat onwaarheid ver weg van het kind gehouden moet worden. Onwaarheid, leugen, misleiding, afleiding hinderen het onschuldige hart… Het is goed het kind te leren wennen aan lastige, verdrietige dingen, maar tegelijkertijd er onvoorwaardelijk te zijn, zo liefdevol mogelijk en grenzen aan te geven in ‘dit wel en dat niet’, niet omdat ‘wij dit zeggen’, maar om het kind te laten voelen dat iets gewoon niet klopt, niet waar is, dus liefdeloos is, niet volgens Gods liefde is en je er dus geen deel van moet willen zijn omdat God een andere, betere weg en doel voor ogen heeft met jou!
Als je maar de weg blijft gaan die je hart – dus God, je intuïtie – je zegt en laat weten, zul je je doel bereiken. God kan goedmaken, nieuw maken wat wij verknallen. Maar… we moeten dan wel God toelaten in ons leven. Dat moeten we willen. We moeten er dus voor kiezen…
Een kind dat zonder God te leren kennen, groot wordt, zal op zichzelf en de buitenwereld gaan vertrouwen en middels die buitenwereld (de materie) denken zich te kunnen handhaven, want de eigen innerlijke kracht en intuïtie is niet ontwikkeld, of… omgebogen tot schijnbare kracht of het kind is afhankelijk geworden van allerlei uiterlijke belangen.
Anderen, mensen, studie-, wetenschappelijke feiten of maatschappelijke ontwikkelingen worden dan als waar en goed gezien, terwijl deze zeer betrekkelijk zijn, zelfs vaak onwaar en altijd nog eens veranderlijk! Het kind leert in die dingen altijd nog beperkte waarheden, dus schijnwaarheden die het kind is gaan zien als goed, maar lang niet altijd passen bij dit kind en het doel dat dit kind heeft. Het kind gaat dan snel grote omwegen terwijl deze omwegen moeizaam te gaan zijn en makkelijk doen verdwalen, uitputten, moed verliezen enzovoort, zeker als het kind geen steun in zichzelf of om zich heen ervaart. Veel mensen verliezen bergen energie, missen de boot door hier en daar ‘maar wat te doen’, en anderen, de maatschappij en haar eisen te volgen, in plaats van de kracht (innerlijk weten, de Heilige Geest) in hen zelf aan te boren en te gebruiken. Veel mensen groeien op naar hoe de wereld hen wil zien, maar groeien niet op naar wie ze bedoeld zijn te zijn volgens Gód!
Het is juist deze innerlijke kracht die God in ieder mens is, die ontwikkeld dient te worden, wil deze mens toekomen aan zijn taak die het op aarde heeft en een vruchtbaar leven leiden, al wil dat niet zeggen dat een kind belangrijk moet worden in die zin van super goed betaalde baan en carrière en aandacht of waardering. Het innerlijk wezen in die mens dient ontwikkeld, wat mogelijk is door de waarheid te kennen, er voor te gaan en te vertrouwen op het feit dat die innerlijke leiding in het kind zelf ALTIJD te raadplegen valt ZOLANG dit kind God wil dienen.
Het kind zal dan van jongs af aan gesterkt worden in het raadplegen van en het vasthouden van het innerlijk weten, dat van God is, steunt en leiding geeft. Dat belooft niet altijd een prettig, makkelijk leven. Soms juist een zwaar leven, waarvan mensen doorgaans niet de reikwijdte en betekenis inzien en dus fout en verkeerd noemen. Het kan zijn dat een onmondig jong kind enorme impact heeft over grenzen heen. Het kan zijn dat een zwerver meer goeds doet dan menig in de wereld bekend mens dat miljoenen luisteraars heeft, honderdduizend boeken verkocht heeft of tig volgers heeft. Het kan zijn dat een ziek kind talloze mensen aan het denken zet en ervoor zorgt dóór zijn ziekte dat een enorm aantal mensen anders in het leven gaan staan en minder egoïstisch worden. Het kan zijn dat een wetenschapper die een goede bedoeling had met zijn uitvinding oorzaak is geworden van een wereld op zijn kop, waardoor echter pas de kentering komen kan. Het kan zijn dat een lastpak mensen geduldiger of liefdevoller maakt… Zo kunnen we eindeloos doorgaan. Ieder mens heeft zijn nut in het groot en in het klein, ongezien of verafgood, gezond of ziekelijk, oud geworden of al gestorven met een maand. Talloze omstandigheden zijn er – meestal ongezien – die er toe leiden dat alles zin heeft.
In de geestelijke wereld werken onvoorstelbare krachten uit God samen om wat krom was zo recht mogelijk te maken en wat recht leek aan de kaak te stellen. Waarheid zal altijd blijven bestaan. Het gaat erom dat een mens de waarheid in zichzelf en de ander leert kennen en… gebruikt. Dát is het waardoor het onware, onechte, liefdeloze verdwijnen kan.
Daarom zegt Jezus: ’laat de kinderen tot mij komen en hindert ze niet’, Voed je een kind niet op tot de Vader (de onvoorwaardelijke perfecte dienstbare liefde), dan is er tijd en moeite verloren.
We bemoeilijken een mens zijn weg door de weg buiten de Vader te gaan. Daarom zegt Jezus ‘dat het beter was dat deze mens dan maar een molensteen om zijn nek had’. Immers, de verantwoordelijkheid een kind op te voeden naar het licht (waarheid) toe is zó groot, omdat het immers bepaalt dat het leven van dat kind minder bemoeilijkt wordt en een kind minder makkelijk verdwaalt in het leven en zijn eindbestemming vindt. Een kind kun je maar één keer opvoeden.
Als je het kind liefde hebt onthouden, je zelf geen antwoorden had op het kind zijn vragen, het kind sloeg, misbruikte, waarheid onthield, niet steunde in ontwikkelen van eigen intuïtie, niet leerde te vertrouwen op God die altijd van dit kind houdt, maar wel leerde te vertrouwen op alleen de eigen gebrekkige wil, of op de vermeende geluk dat materie of pure lichamelijkheid brengen zou, zelfs afhankelijk werd van allerlei betrekkelijk en tijdelijk geluk en deed geloven in alleen nut van geld, aanzien, status, gestudeerdheid en leerde veroordelen, leerde twijfelen aan de perfecte orde die de schepping vanuit God is, niet leerde dat je geluk ligt in het er zijn voor de ander, waardoor je zelf geluk zou vinden en niet vertelde dat God je kent tot het bot, voor altijd van je houdt ongeacht je leefstijl, mogelijk zelfs je misdaden, al je pijn en zwakte kent, maar helpt waar je dit vraagt, je beschermt en leidt, beschadigde je het kind. Immers, je deed eraan mee het kind zichzelf te onderschatten, niet lief te hebben, anders te zijn dan het door God bedoeld was, niet het onderste uit de kan te halen, niet door te zetten om toch trouw te blijven aan een hoger doel de waarheid lief te hebben, het zelf te laten uitzoeken, alleen en onbegrepen te voelen, eenzaam zonder antwoorden en steun, terwijl het de enige bron van waarheid in zichzelf had moeten leren kennen, waarderen, liefhebben en gebruiken. Deze beschadigingen in allerlei vormen van gebrek aan eigenwaarde, denken dat je voor ongeluk geboren bent, geen hoop op verbetering hebben, denken dat je pech had, geen uitzicht, doorzetten leerde, niet leren doorzetten, knakken de ziel, waardoor het leven onnodig zwaarder zal zijn dan als het kind in de hoogste waarheid die God in het kind was, had leren kennen en… volgen.
De oproep om als kind bij Jezus te komen en ze niet te hinderen, slaat dus op ieder mens. Ieder mens moet de kans krijgen zijn hart te ontwikkelen en te behouden zoals dit is en waar dit niet de schoonheidsprijs verdient, het hart, de eigen wil te bewerken en vertrouwen op de Liefde die altijd alles nieuw kan maken en maken zál. Dat betekent: eenvoudig, eerlijk, recht voor zijn raap, mild, met liefde, dienend ontvankelijk voor leven en waarheid, vol vertrouwen zich te richten op de mogelijkheden van het leven, zonder de eigenheid op te offeren, maar deze juist te gebruiken, in plaats van op de onmogelijkheden die onecht, oneerlijk, wantrouwend, moedeloos en angstig doen zijn.
Natuurlijk kun je denken dat je ongeluk en pech te danken zijn aan anderen, aan toeval, of aan het ‘lot’. Toch gaat het er altijd weer om dat je hand in eigen boezem steekt en probeert te bedenken in liefde wat je ZELF kunt doen om je eigen leven en dat van anderen meer kwaliteit te leven en daar aan werken. Al ben je erfelijk belast, spelen er vervelende rode draden in de familie, bij jou kan alles stoppen, uitgewerkt of verlicht worden. Niets is toeval. Het is de kunst in alles zin, liefde en mogelijkheden tot groei te zien.
Het is zaak om het kind - ook de nieuwe generatie kinderen - weer een hoger doel voor ogen te houden omdat ze anders verdwalen in betrekkelijke aanlokkelijkheden die op zich wel weer een weg kunnen zijn om er een beter mens door te worden, maar helaas vaker een struikelblok worden op weg naar het ontwikkelen van het eigen ik zoals God dit bedoelt als het kind geen referentiekader dat God stelde, meekreeg. God kan bij Zijn grootse plan het beste mensen gebruiken die sterk en dienend aanwezig zijn en zich willen inzetten om de naaste te dienen vanuit de waarheid die in henzelf hen doet zijn zoals zij bedoeld zijn door God die hen liefheeft en wil thuishalen uit de verleidingen en beperking van materie die altijd nog hoe fijn, handig ook, gevangen houdt en afleidt van het vinden van innerlijke rust die eeuwig doet leven en alles goed maakt en het kwaad doet minderen.
Onze generatie is opgegroeid met enorm veel luxe en gemak, al is het er door al die uitvindingen en nieuwe moraal ook niet eenvoudiger op geworden en zijn we verstrikt in materialisme en egoïsme en proberen we wegen te vinden om te overleven. Eigenlijk veel liefdeloosheid waarbij we veel samenzijn, verenigingsleven, samenwerken, eerlijkheid, eenvoud, kracht, zachtheid, mededogen maar ook innerlijke rust en innerlijk weten zijn verloren. Hoe kunnen we de weg zoals die hoort bij een kind gaan, als we zelf hongeren naar waarheid, zingeving en op zoveel levensvragen geen antwoorden meer hebben omdat onze intuïtie niet ontwikkeld is omdat we voorkeur gaven aan lichamelijkheid en verstandelijke ontwikkeling? Met alle luxe en welvaart en rijkdom is zoveel leegte ontstaan die we weer proberen op te vullen met nepvoeding omdat we niet eens meer weten wat wérkelijk voedt… We zoeken overal, zijn rusteloos, maar nemen onze kinderen erin mee, want… ‘zo gaat dat tegenwoordig’, en ‘er is zoveel leuks’ verontschuldigen we ons zachtjes.
Toch kunnen we pas op de plaats maken door weer te gaan durven om eenvoudiger te leven, met minder stress, minder eisen, minder vermaak, minder aandacht voor het tijdelijk uiterlijke, maar er meer zijn voor onze kinderen met wie we God weer gaan vinden in onszelf, vanaf het moment dat we ons bewust zijn dat de materie en vooral het verstand geen antwoorden geeft op prangende vragen en allerlei ellende. Zijn als een kind is luisteren naar ons kind, en het kind stimuleren in liefhebben zoals het bedoeld is door de onvoorwaardelijke liefde die nog steeds in ons het leven is en niet door ons met ons beperkte inzicht en grote onwetendheid en steeds veranderende moraal, waarden en normen die afhangen van… talloze wisselende en van mode afhankelijke grote en kleine eigenbelangen die niet eens perse onze wens zijn, maar waarvan we slaaf geworden zijn of er maar voor alle gemak in meegaan of waarvan we niet eens door hebben dat ze niet goed zijn en verwarring brengen ook voor onze kinderen of juist voor onze kinderen als wij van onze eigen goede normen en waarden afwijken of niet eens weten wat deze zijn.
De liefde van de ouder gaat verder dan pleasen, rustig houden, alles geven wat het kind wil en laten geloven wat het recht van de sterkste is. God kan het ook niet ieder naar de zin maken. Geen enkele vader kan zijn kind zonder narigheid opvoeden en voorkomen dat het ongemak of erger leed meemaakt. Zo kan ook God niet zorgen voor ieder mens zijn luxueus, makkelijk, blij en gezond leven omdat het de mens is die kiest omdat hij totaal vrij is. God kan geen mens dwingen en alleen maar hopen zoals een goede vader hoopt, dat het kind Hem vertrouwt, navolgt en zijn weg in echtheid en liefde vanuit wat zijn hart vol liefde voor de waarheid hem zegt, gaat. Immers, de vader, laat staan God als Vader weet dat dit het kind zal helpen een optimaal goed leven te leiden. Echte liefde biedt een leerschool waarbij samenzijn, samenwerken, er zijn voor de ander, de minste willen zijn en daardoor de meerdere zijn, altijd lukt vanuit de eigen unieke liefdevolle dienende persoonlijkheid.
Het zijn mensen-kinderen die in vrede leven als ze vrede kénnen en wéten dat ze dóen wat mogelijk is. Meer hoeft niet.
Gera Hoogendoorn-Verhoef