Veel gebruikte Bijbelse begrippen uitgelegd – deel 10

Veel gebruikte bijbelse begrippen uitgelegd, deel 10

In dit deel: Tempel – De Ark – het Heilige der Heilige – de Voorhof.
Lees voor meer informatie het artikel dat op deze website geplaatst is 30-7-2020.

De eerste tempel voor God werd gebouwd in de woestijn toen het volk weggetrokken was uit Egypte, het land waar het leefde in slavernij. Er was behoefte aan een centrale plaats waar het volk terecht kon voor advies, hulp, samenkomst, rechtspraak en aanbidding. Het volk had jaren geleefd in barre omstandigheden en diende merendeels de heidense god van de Farao. Het had ondertussen wel door dat het God was vergeten en dat daardoor alle ellende over hen gekomen was. Het volk was onder de indruk van de wonderen die God had gedaan, toen Mozes probeerde de Farao te bewegen het volk te laten gaan. Dat was uiteindelijk na zware rampen gelukt, zij het niet van harte. Tijdens de reis door de woestijn werd het leven er niet veel makkelijker op, al waren de mensen geen slaaf meer en vrij, nu onder leiding van Mozes die vast vertrouwde op God. Gaandeweg begon het volk te mopperen en voor het gemak Gods 10 geboden die Hij aan het volk gegeven had, te vergeten. Deze leefregels als voorwaarde voor een gezond en welvarend volk, waren geschreven op kleitabletten en moesten natuurlijk bewaard. Ze waren immers van grootste belang voor de gehele mensheid. God had richtlijnen gegeven hoe de tempel en de ark die erin bewaard zou worden met de geschriften erin, gebouwd moesten worden. Het volk diende er samen te komen voor onderwijs en offerdiensten. Een centrale plek van waaruit God als het ware tot ieder sprak. Het was de bedoeling dat dit volk het woord van God inhoudende de richtlijnen voor een goed en vredig bestaan zou verspreiden opdat niemand buitengesloten zou worden van weten wat het levensdoel en de voorwaarden voor een goed, gezond leven waren.

De 10 geboden waren opgetekend door God zelf. Mozes had ze uit frustratie kapot gegooid toen hij zag dat het volk het gouden kalf aanbad. God zelf schreef later weer de 10 geboden op de nieuwe tabletten die Mozes had moeten maken.
De tempel staat voor de centrale plaats waar Gods woord te horen is. Het is een plek van stilte en rust. Immers, alleen in stilte en rust kun je verstaan wat er gezegd wordt, zeker als de stem niet zo duidelijk te horen is om allerlei factoren. Het volk van toen had - als geen ander - houvast, richtlijnen en voeding nodig, om het leven te leiden dat Gód had bedoeld voor zijn volk te midden van een onzeker, zwaar bestaan waar er niets was om op terug te vallen dan Gods leiding, advies en nabijheid. Het volk kwam uit slavernij de woestijn in. Het was op zichzelf stuurloos en zou de weg naar het beloofde land nooit kunnen vinden, maar met Gods regels veilig op weg, wél.
Mensen van toen konden nog makkelijker verbinding zoeken met God dan de mens van nu. De mens van nu is afgeleid, maar nog meer door eeuwen heen zo materieel geworden naar lichaam en ziel waardoor hij moeizaam contact kon maken met het verborgen weten, de enige waarheid in het hart zelf. Door een steeds meer onnatuurlijk leven en meer materiële eisen werden lichaam en ziel meer verdicht, waardoor het minder makkelijker werd open te staan en contact te hebben met geestelijke energieën en krachten. De ‘oude mens’ had deze verbinding veel makkelijker omdat de mens van toen nog veel natuurlijker leefde, niet gehinderd door techniek, kunstgrepen, gemak of zwakte en vooral niet afgeleid was van de waarheid die hij nog kon herkennen, al had hij er hulp en strenge richtlijnen bij nodig om te voorkomen dat de mens verder zou verzwakken en het contact met God zou kwijtraken.

Het beeld dat de mens van God in die tijd had, was nog heel beperkt. De liefde tot God was nog niet groot. Wél het ontzag en het volgen van Gods woord en leiding in het algemeen uit angst voor straf. Natuurlijk was en bleef er voor ieder mens persoonlijk dagelijks het gevecht om de eigen wil eerder te volgen dan die van God, waar dan ook de nodige problemen voortkwamen. Omdat God regels voor alles had gegeven, rustten er ook sancties op het niet volgen van Gods wil. Men zag nog de verbanden tussen het volgen van eigen inzicht en wil en de gevolgen daarvan. Men wist écht wel dat het volgen van Gods wil altijd het beste was. Maar… soms is de eigen wil van de mens sterker dan die wil van God. En dat volgen van de eigen wil, losgekoppeld van die van God, levert alle problemen op, ook vandaag de dag! Later toen men die verbanden niet meer zag, werd men eerder banger voor God doordat men de gevolgen van eigen verkeerde gedachten en acties als straf van God zag. Men volgde daarom de wet meer uit angst en eigenbelang dan uit liefde voor God.

Het is van levensbelang in het eigen hart op zoek te gaan naar wat dáár als enige waarheid geldt: Gods woord lief te hebben en dienend in het leven te staan en zijn wil - de wil van de liefde en waarheid - te volgen ondanks wat dan ook, dus… onvoorwaardelijk. Wie dit zou doen zou beschermd zijn en kunnen uitzien op een goed leven, al betekende dat niet dat alles maar makkelijk en leuk zou zijn. Nee, God bood (biedt) advies, richting, bescherming en hulp om het leven zo goed mogelijk te leven en beloofde dat de mens zou krijgen wat hij verdiende. Daarbij beloofde Hij voor ieder mens uitzicht op een leven in God maar dan zonder pijn en onwetendheid, als toekomst na de lichamelijke dood en in de historische gebeurtenis waarbij het Hebreeuwse volk uit Egypte werd bevrijd, het bereiken van het beloofde land. Dat beloofde land ligt nog steeds te wachten in de mens zelf en zal gerealiseerd worden, als het ego is afgelegd en de mens na vallen en opstaan God door dik en dun heeft leren volgen door dit te willen en… te dóén. Deze wet dat God boven alles staat, alles weet, alles tot stand kan brengen, geldt nog steeds!

Dit is de tempel: het lichaam gebouwd rond Gods woord, of te wel het lichaam dat sterk en gezond is en al is het zwak of ziekelijk toch in staat om dát ten uitvoer te brengen wat het hart dat zich richt naar wat de waarheid en wil die God is in die mens, wil en nodig heeft. De tempel in het groot is ook het ‘geestelijke gebouw’ waar alle mensen in Gods naam samenwerken door Hem als bron en leidraad te nemen. De tempel is een geestelijk en een lichamelijk ‘gebouw‘ van horen, leren en doen van Gods woord.
De gouden ark is het hart dat het lichaam áánstuurt en in beweging brengt. Zonder hart kan dat lichaam immers niet leven en niets uitvoeren. Het hart is het kernpunt, de motor, de bron van het lichaam. Ook een soort plek van samenvloeien van alles wat de mens nodig heeft om zijn lichaam aan te sturen, levend te houden. Het is de GEEST van God die het hart aanzet tot actie, kloppen in bepaald ritme. Gaat dat lichamelijk gezien goed, is de mens gezond. Negeert de mens de geest van God in het hart, vertaalt zich dat als onwel bevinden en wordt de mens uiteindelijk ziek. Eerst is er een niet (of verkeerd) gebruiken van Gods geest, wat al geestelijke problemen geeft. Later pas volgt dan een verzwakking van het lichaam, als de teneur zich voortzet en de mens halsstarrig zijn eigen wil blijft volgen en het geweten negeert, dus God negeert. In het hart is de stem van God, wat als geweten kan worden opgemerkt, maar ook adviezen, wensen, emoties, gedachten van het hart die leven in die mens en altijd aandacht vragen.
Als een mens niet naar zijn hart luistert en wel naar wat de buitenwereld wil of zegt en hij zijn lichaam volgen zou, dan kan de mens zich van alles bedenken om maar te kunnen uitvoeren wat hem waar, goed en leuk lijkt, zonder dat hij weet of dit wel het goede is. Het hart toetst de gedachten van het verstand, die de mens heeft en wat of het lichaam wil. Het hart leidt de mens en geeft aan in de vorm van het geweten, of anders gezegd God in de mens, of nog anders gezegd Gods stem die roept, wat een mens beter wel of niet kan doen. Deze stem gebiedt nooit, maar kan wel heel sterk aanbevelen, te denken geven, dus kennis aandragen, waarschuwen, afremmen of aansporen of zelfs pushen, maar laat altijd vrij.

In het hart is er dus de werkelijke voeding, waarheid, leiding die nodig is om het juiste wel of niet te doen. Daarom moet de mens naar de tempel, om bij de ark stil te zijn en daar te offeren, wil hij zijn geweten kunnen laten spreken en… zuiver interpreteren. Dat laatste lukt natuurlijk niet, als een mens liever zijn eigen beperkte inzichten, wil en krachten volgt.
Dat offeren bestaat uit even de buitenwereld buitensluiten, zoals de buitenwereld niet in de kerk stoort. De kerk is een ander wordt voor de tempel. De tempel, de kerk staat ook voor je eigen huis, je eigen (geestelijke) behuizing, de stilte die je binnengaat om er naar de ark te gaan om daar God te ontmoeten. Dat kan werkelijk een stil eigen plekje zijn, maar ook je bed waarin je als je slapen gaat of uitrust de rust hebt om in stilte te luisteren naar je hart dat dan pas gehoord kan worden als alle rumoer van alle dag weg is geëbd en je die wereldse praktische zorgen en dingen bewust buitensluit door je terug te trekken met de boodschap: ‘ik ben er even niet’. Het is een ‘ingaan in je binnenkamer’ waarbij je niemand nodig hebt dan jezelf. Dat echte zelf in jezelf is… God! Dat is ook de betekenis van de tekst waarin God zegt dat niemand hoeft te weten dát je bidt en wát je bidt en dat je het niet luidt en duidelijk hoeft te roepen of te laten zien dat je dat doet. Het is een samenzijn met het meest diepe in jezelf wat van jou is en niet van de ander, die er dus ook geen enkele boodschap aan heeft. Jouw weg die God jou laat zien is altijd anders dan die van de ander… Hij is uniek. Jij bent uniek.

Het ingaan in je binnenkamer is ook je ego opzij zetten. Niet kijken naar wat je uitkomt, waar je bang voor bent, wat in je hoofd rondspookt aan gedachten en indoctrinaties, of wat je lichaam aan behoeften heeft en hoe je deze kunt stillen. Nee, het is alles opzij zetten voor die ene waarheid die alles tot stand kan brengen, waarvan die waarheid weet dat het goed is voor jou, past bij jou en je omstandigheden. God heeft het alleen nodig dat je Hem Zijn gang laat gaan, je volledig aan Zijn leiding toevertrouwt en doet zoals Hij jou te doen geeft.
Ego opzij zetten betekent het heilige der heilige ingaan. Dat heilige is het diepste in jezelf waar geen ruis is, maar alles heel is. Ego opzij zetten betekent niet ‘ja maar’ zeggen, dat kan toch niet, dat ben ik niet waard, dat wil ik niet, dat lukt mij niet, die ander heeft het gedaan, is schuldig, niet ik’ enzovoort. Nee, God zegt: ‘heb onvoorwaardelijk lief, lijk op Mij, doe zoals Ik het wil. Jij doet maar wat, al vind je dat je het goed hebt overdacht, goede kennis hebt en goed bent opgeleid veel ervaring en het allemaal wel weet. Ja, dat kan allemaal van veel waarde zijn, maar ook een struikelblok of omweg. Sluit al je overtuigingen, meningen, wensen, dilemma’s uit, maar kom tot Mij, in de stilte waar alleen Ik ben. Dáár hoor, voel, weet je dan wat je moet doen. Volg dat… Dan maak Ik alles nieuw. Dat is het helen, heiligen. Dat doe je vanuit maar één plek en dat is het meest heilige plekje waar je kunt zijn: in je hart, de enige kerk, tempel, waartoe je moet doordringen om tot het meest diepste, heilige plekje te komen waar Ik woon. Ik ben er altijd. Ik ben er nooit niet. Ik wacht op jou. Ik geef je altijd hulp, stuur je onbeperkt boodschappen en gebeurtenissen die je niet eens opmerkt of aandacht geeft en wegwuift als lastig of onmogelijk, maar ik wacht rustig totdat je zó diep zit, dat je mij wél gaat horen.
Misschien is dat pas als je lichaam jou geen plezier meer brengt, als de buitenwereld je laat zitten, als het leven zo ondoorzichtig en zwaar geworden is dat je niets, niemand meer hebt. Misschien moet je inzien dat jij op jezelf niets bent, maar dat het altijd nog MIJN Ik is die jou doet leven en alles mogelijk maakt wat er jou gebeurt. Zelfs dat wat jij zelf hebt gedacht en als gevolg van dat wat jij hebt gewild en gedaan. Je beseft niet dat Ik het ben die geeft wat jij vroeg. Wees eens bewust van wat jij zelf wilde, dacht en deed en dat dat alles heeft veroorzaakt wat jou overkwam. Wees bewust dat de kwaliteit van je leven beter kan. Dat kan als je Mij in je hart aan het woord laat. Dan overkomt wat Ik voor jou wil, wat veel beter is, al vind je dat niet makkelijk of leuk. Heus het zal beter zijn, het zal je beter bevallen, als je weet dat Ik het beste met je voor heb omdat Ik nu eenmaal de enige waarheid ben die alles maar dan ook alles mogelijk maak. Alleen… de verandering, je heling, ligt in jezelf. Het ligt erin of je naar de kerk waar Ik je Voorganger, dominee, priester ben, gaat, ja of nee.’
Anders gezegd: ‘het ligt eraan of je naar de Ark waarin Ik in het Heilige der Heilige woon, komt. Het ligt eraan of je Mij wil zoeken, ja of nee….’
God kun je pas ontmoeten als je luistert naar je hart, waar God altijd is, nooit niet is, als jij Hem maar opzoekt en er dus tijd voor vrij maakt!
De ark werd bewaard in de tent. De tent werd tabernakel genoemd. De tent is een ruimte waar ieder kan samenkomen, zoals ook je cellen van je lichaam samenwerken en samen zijn om er je lichaam mee te vormen en gezond te houden. Dat lichaam is als het ware een tent voor je ziel. Een schuilplek, omhulsel, bescherming, maar ook noodzakelijk om er je ziel in te vervoeren. Je lichaam is een middel tot het heilige doel Gods wil zoveel mogelijk te willen doen. Net als dat je je cellen te vriend moet houden willen zij een gezond lichaam voor je vormen dat jou in staat stelt te leren en te doen, zul je ook moeten omgaan met die mensen die bij je passen en jou sterk kunnen maken of houden. Mensen die je helpen om uit te voeren waarvan je weet dat het goed is. Dat geldt ook voor omstandigheden, gebeurtenissen. Deze moet je aanvaarden en ondertussen bezien wat ze je zeggen en wat er dient te veranderen. De vraag is : wat heb je niet gezien, niet gedaan, of zag of deed je verkeerd, dus tegen Gods liefde in. Pas als je luistert naar je hart, kun je scheiding maken tussen wat goed is of niet. Je kunt er betere beslissingen door maken en mensen en gebeurtenissen aantrekken die je nodig hebt en bij je passen. Je zult leren verbanden te zien die er zijn tussen wat je innerlijk wilde, dacht of meende en wat er om je heen gebeurt in je leven. Alle oorzaken liggen in jezelf. Maar dat dit zo is, vind je onredelijk, gemeen of… je weet het niet eens en het lijkt jou dat alles maar toevallig, wetteloos of oneerlijk gebeurt. Dat komt omdat je die verbanden niet ziet, omdat je je hart niet genoeg kent en vaak wél denkt dat je handelt uit je hart, maar in wezen handelt uit je hoofd, opvoeding, wensen, ego, angst, wantrouwen, moedeloosheid, afkeer van jezelf of naar de wil of overtuiging van andere bepaalde mensen.
Omdat het leven in de buitenwereld, die al begint in je lichaam, aan je trekt en je afleidt van je meest binnenste binnenste dat je helen wilt, maar wat jij niet toelaat en niet gebruikt!

In de woestijn van je leven heb je juist een rustplaats nodig. Een plaats waar er anderen zijn. En een leider die het wél weet, die je kan adviseren. Die leider moet je dan wel met zorg kiezen en er naar luisteren in het volste vertrouwen dat dat beter is dan je eigen egotripperij. Afhankelijk van wat je kiest, leven we allemaal soms langer, soms korter, soms schijnbaar een heel leven in een woestijn. Een wildernis waar we honger hebben, niets is dat ons bevredigt, echt voedt dus. Een woestijn waar geen water is, of te wel het levende woord dat onze dorst wegneemt omdat het ons verzadigt. Een woord van God is het levende water wat we nodig hebben. Dat we tekort hebben en lijden merken we pas als alles ons ontvalt en er niets meer is dat ons hoop geeft. Het kan makkelijker. Namelijk, al leven we in welvaart of zelfs overvloed, kunnen we God met ons meenemen en regelmatig ‘naar de kerk gaan en de ark bezoeken’. We voorkomen dan immers veel honger en dorst, dus onnodige ballast, ellende. Het leven kan makkelijker, heeft God beloofd. We hoeven alleen maar bij Hem te rade te gaan.

Soms zijn we er achter gekomen dat we wat missen en zoeken we overal in de woestijn naar iets wat ons goed doet. Maar…. In een woestijn is niet veel. We nemen daarom genoegen met wat er wél is en kiezen er het beste uit. We hebben dan niet door dat we met misschien wel een giftige schorpioen, slang of plant - die graag en goed overleven in de woestijn - te doen hebben. We worden misleid en worden eerder zwak of ziek of… riskeren de dood. Die dood is materieel gezien de dood van ons lichaam als we ons voeden met voedsel dat geen voedsel (meer) is en ons volladen met gif, en ontdaan van alle essentiële levensstoffen wel allerlei giftige stoffen, of onnodige of zelfs belastende stoffen bevat die men er in heeft gestopt om het maar mooier, verkoopbaarder, aanlokkelijker te maken. Zo is het ook met geestelijke voeding die er volop is in de woestijn, maar die onze ziel verduistert, omdat het onwaarheden bevat die evenwel waar en goed lijken, maar het dus niet zijn omdat ze niet gebaseerd zijn op Gods woord van liefde. Heel sneeky kan een mening, een leer, een levensbeschouwing ons vergiftigen, waardoor we niet meer in staat zijn om met een heldere geest Gods woord te zoeken en te kunnen herkennen. We nemen dan genoegen met mogelijk naar de kerk gaan, maar blijven steken op de voorhof, het plein waar allerlei mensen, meningen en activiteiten zijn die ons vasthouden, waardoor we niet verder doorgaan naar het heilige der heilige, waar de ark wordt bewaard. We nemen genoegen met wat ons geboden wordt. Het stilt onze ergste honger en we kunnen weer een tijdje voort… Het is dus druk op het plein voordat je het heilige deel ingaat. De meeste mensen worden immers afgeleid door wat er allemaal te doen en te beleven valt op dat plein. Leuk, nuttig, beter dan niets. Ze weten niet eens dat het veel leuker, beter, duurzamer is om het heilige der heilige te bezoeken. Het lijkt saai bij vergeleken al dat vertier, klatergoud en plezier op het plein waar ieder, alles samenkomt die wat zoekt en te bieden heeft en liever plezier maakt dan de diepe zin van het bestaan te zoeken en deze uitgangspunt te laten zijn bij dat plezier. Het leidt ons af van verder gaan naar de ark die er toch altijd blijft en nooit op slot zit voor wie er in wil doordringen en wil stil zijn om de stem van God die er woont, te vernemen. Zo is ook een kerkgebouw NOOIT op slot en altijd toevlucht voor wie in nood is..  Zo hoort het althans te zijn...
Het heiligste der heilige is de plek waar God altijd is. Nooit niet! De kerk, de tempel zegt ons nog lang niet alles. We kunnen immers op de plek waar de meeste mensen samenkomen van alles horen, maar… het blijft algemeen en niet direct persóónlijk. Dat persoonlijke horen we pas als we durven en kunnen doordringen tot de ark als we het rumoer en de verwarring van de voorhof achter ons laten. In ieder genootschap, op iedere plek waait wel weer een andere wind, al is het uitgangspunt goed. Zo is het bij ieder mens. We interpreteren wat we horen allemal weer anders en we willen ook allemaal weer iets anders horen...  Dat is ook goed. Dat is ook Gods bedoeling, maar… dan wel vanuit één bron en dat is Gods woord. Je eigen hart zal zeggen hoe voor jou dit woord te bekleden is met vlees. Anders gezegd: voor jou past dit en voor de ander dat. Het is beide goed, als… het maar voortkomt uit je hart, waar maar één God het leven is, geeft en leidt. Jouw weg is anders dan die van de ander. God zal je leiden. De uniciteit is van wat jij als taak, talent, kunnen en kennen hebt, is broodnodig. Geef je eraan over.

Zelfs in de woestijn is er leven. Zelfs daar is de weg te vinden. Maar hoe doe je dat als je niet weet dat de hulp ligt te wachten in de ark?' Doe je schoenen uit. Bedek je hoofd', zegt God. Hiermee bedoelt hij: volg niet jouw weg, maar Mijn weg. Dat is je schoenen uitdoen. Je staat op heilige grond. Jouw schoenen zijn jouw idee over wat waar of niet waar is. Waar God is, is heling. Jouw weg dient die van God te zijn, dus ga op pad zoals je met God bent. Daarvoor heb je geen materiële schoenen nodig… Bedek je hoofd, betekent dat je je hoofd moet buigen, je trots, je eigen denken, je eigen wil moet laten varen, wil je klein geworden, Gods wil kunnen vernemen. Met schone mooie kleren (van zins goede wil te tonen en goede daden te doen) kun je het heilige der heilige binnen gaan. Daarom beschreef God hoe de kleding moest zijn van de priester die er mocht komen en 'dat je je zondagse kleren moet aantrekken naar de kerk'. Geen toeters en bellen en van buiten alles spik en span voor de show of voor de leuk, maar met een zuivere intentie, goed geweten en van zins om goede daden te doen. Die goede daden zijn je goede kleren die je ziel omhullen, fraaier maken... opdat je het waardig bent Gods stem te vernemen.. Als je ‘komt zoals je bent’, met bedekt hoofd, zonder schoenen, je beste kleren aan, het rumoer van de buitenwereld achter je gelaten hebt, kun je pas de wil van God voor jou gewaarworden en volgen. Wat er dan gebeurt zal het goede zijn. Het leidt je uit de woestijn naar het beloofde land.
Gera Hoogendoorn-Verhoef

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *