Gods wezen is een volmaakte, dus enige drie-eenheid. De gehele schepping is gebaseerd op deze drie-eenheid. De mens bestaat uit een drie-eenheid. Volmaakt in potentie, al is het onmogelijk deze volmaaktheid in ons lichaam te realiseren omdat we immers in en met materie die ons beperkt moeten leven en we een ziel hebben die komt om het egoïsme af te leren. Het materiële, het lichamelijke is immers beperkt zolang ze afgescheiden is van de enige echte zuivere volmaakte drie-eenheid - het leven dat God is.
Ook de drie-eenheid die we zélf zijn, beleven we amper, omdat we een eigen vrije wil hebben en dus allemaal weer wat anders zien als goed, wenselijk, slecht of onwenselijk waardoor we dus vaak het verkeerde zien als goed, of we er gewoon voor zwichten al weten we beter. De kracht die ons verbindt en waardoor we met elkaar zouden kunnen samenleven hoe we ook denken, wat we ook doen, is de zuivere liefde als enig leven scheppende kracht die alle problemen, zwakken, ziekten zou voorkomen. Daarom is er de oproep sinds de mensheid bestaat, deze zuivere liefde als doel te hebben. Dat betekent dat we God als wezen van perfecte liefde alle eer, energie die we bezitten zouden moeten geven, willen we welke ellende dan ook voorkomen of het hoofd te bieden. Dat het ideaal op aarde zou worden is utopie, zolang we die liefde niet zoeken en negeren en ons eigen idee van wat waar en goed is voorrang geven op wat God ervan vindt. Hij heeft niet voor niets zijn wezen aan ons uitgelegd opdat we deze drie stappen in ons eigen leven zouden kunnen herkennen, aanvaarden, en gebruiken tot wederzijds nut. Waar bestaat deze drie-eenheid eigenlijk uit?
Er zijn mensen die denken dat God bestaat uit drie aparte persoonlijkheden, of soms ook goden. Anderen weten niet zo goed wat ze ermee aan moeten. Het is voor velen niet duidelijk dat God bestaat uit: de Wijsheid – de Liefde – en de Macht/vaste Wil om wat die twee willen, ook te doen. Deze drie-eenheid is een heilige eenheid waarbij deze drie pijlers geen enkele zin zouden hebben als er maar één van zou ontbreken of onvolmaakt zou zijn. Deze drie-eenheid is helemaal heel, zonder gebrek, dus volmaakt. Daarom kan de wijsheid doen wat de liefde wil en de liefde doen wat wijs is. Zonder uitvoerende macht (de wil) zou er niets gebeuren en heeft liefde geen zin, maar wijsheid ook niet. Het DOEN - dus het in praktijk brengen van wat wijs en liefdevol is - is de kracht die het goede doet scheppen. Daarom zeg je ook dat bij God alle macht is, alle kracht tot in eeuwigheid. Immers, omdat God volmaakt is, heeft Hij geen begin en geen eind en geen enkele beperking. Bij hem is dus alles mogelijk, maar niet voor iemand die niet op Hem aangesloten wil zijn en in de illusie verkeert dat hij zélf het enige is, het het beste weet en totaal geen rekening hoeft te houden met het Leven dat in hem gebruikt wil worden zoals dat de bedoeling is volgens de wijsheid en Liefde die die persoon heeft samengevoegd en in leven heeft geroepen.
Het is dus de vaste wil die onveranderlijk altijd het goede wil en doet, want alles in God is in een perfect evenwicht. Alle ideeën in Hem zijn en worden uitgedrukt in de eeuwig durende liefde die het leven in Hem is.
Omdat God Volmaakt is, kan er niet nog een iets zijn dat volmaakt is. Wat er dan ‘buiten‘ God zou zijn, is dus verre van volmaakt en dus uit evenwicht, maar komt tóch voort uit God. Het kan ook nergens anders vandaan komen dan uit God, want buiten God bestaat niets. Hoe je ook denkt, wat je ook beweert, alles, maar dan ook alles wat is, was en zal zijn, is dus in God en uit God en leeft in al wat is, dóór. De drang van het leven is vervolmaking opdat alles eens ontdaan van de uiterlijke vorm weer inziet dat alles in wezen puur geest is, totaal vrij in God. Alle liefde is dan gerealiseerd en alle nep-liefde, onechtheid, liefdeloosheid, leugen, gebrek, zijn dan verleden tijd.
De mens is gemaakt naar evenbeeld van God. Dat houdt in dat ook de mens bestaat uit een drie-eenheid. Namelijk: ziel-geest-lichaam.
De ziel vormt het karakter van de mens. Het hoogst individuele, het karakter. De mens met al zijn plussen en minnen, zijn wensen, eigenaardigheden, maar ook eigenliefde te denken dat hij het allemaal we alleen kan en God niet nodig heeft of dat deze zelfs niet zou bestaan.
De geest is volmaakt bewustzijn uit God op wie de mensenziel zich dient te richten om het leven door te komen met zo min mogelijk blutsen, dommigheden, omwegen en lijden.
Het lichaam stelt als omhulling, voertuig van de ziel in staat om op aarde ervaringen op te doen met als doel te ontdekken dat lichamelijkheid alleen een middel is tot het bereiken van een gééstelijk doel of je dit nu leuk vindt of niet en in wezen niets iets anders toevoegt, maar alleen nodig is om op aarde te zijn en te ondervinden wat de kracht van liefde is en wat de onmacht van materie is.
Het verstandelijk denken hoort ook bij het lichaam. Denken met hersenen is iets anders dan denken met je hart. Als het goed is, is het hartsdenken de BASIS van het hersendenken. Is dit niet zo, dan ontwikkelt zich een kil verstandsdenken waarin dienende, onvoorwaardelijke liefde niet meedoet. Het verstandsdenken naast de menselijke lichamelijkheid kan dus erg doen verdwalen als de wil van dat pure verstandsdenken en van het lichaam wordt gevolgd in plaats van de wil van Gods geest in de mens, van deze vormt het hartsdenken. De mens is totaal vrij om te doen wat hij wil, maar hij roept ZELF dus alle ellende over zichzelf en zijn medemens af door zijn eigen wil te doen die hoogstwaarschijnlijk een mager afgietsel of zelfs leugenachtig is bij vergeleken wat God voor die mens had bedoeld. De bedoeling is dat de mens zich uit vrije wil richt op wat de géést van God in hem zegt. Deze geest laat via het hartsweten, de intuïtie, innerlijke stem, het geweten weten wat te doen of te laten.
Het lichaam is gemaakt van nog veel grover liefdeloos, egoïstisch, star meer bewustzijn dat niets anders wil dan dat diens wensen en neigingen worden vervuld. Kunst is het dat de mens de strijd aangaat met het lichaam en het denken en leert te luisteren naar de innerlijke leiding, Gods stem in hem. Mensen zijn elkaar gegeven om elkaar te helpen om het goede te doen en het lichamelijke op te dragen aan wat de liefde wil. Zo is er dus ook in de mens een uitvoerende macht die wil wat de liefde (het hartsweten) wil en wat de wijsheid (het hersenverstand doordrenkt met wat het hart eerder liet zien, liet weten, waarschuwde, onderwees, corrigeerde, bemoedigde) wil.
In het gezin is deze drie-eenheid ook aanwezig. De man staat voor de wijsheid, de leider, de geest die het zwakkere, de vrouw, de goedheid beschermt en leidt, met als gevolg een nieuw leven, symbolisch in het kind dat door hun samengaan (het samengaan van man en vrouw) of te wel wijsheid en goedheid) geboren wordt. Het kind staat dan voor een nieuw begin van meer wijsheid en meer liefde omdat waar echtelieden elkaar liefhebben, er de KRACHT, MACHT uit God voor aanwezig is om dat nieuwe leven ook gestalte te geven. Dat is zo en kan ook zo omdat immers waar de mens zijn geweten volgt, Gods geest in hem of via Gods woord dat hij geleerd heeft, gelezen en begrepen heeft in de bijbel, of hem is voorgeleefd in de opvoeding het goede over zichzelf heen roept, herkent, wil en ook doet!
Dat nieuwe (gezins) leven is gevolg van:
-samenwerking tussen mannelijke en vrouwelijke in ieder persoonlijk mens;
-samenwerking van man en vrouw in het gezin;
-het zich richten van de materiële schepping - die het vrouwelijke, het lichamelijke van God is - op zijn wezen, het mannelijke, het geestelijk leven;
-samenwerking vanuit liefde tussen alle mensen in Gods familie (gezin). Liefde verbindt immers altijd en drijft niet uit elkaar.
Deze samenwerking in het klein maar ook in het mega groot is ook te zien als een nieuwe start na de lichamelijke dood in een eeuwig geestelijk leven. ‘Het kind’ als vrucht, gevolg van de inzet van ieder persoonlijk mens die niet meer kiest voor de eigenliefde - dus eigenbelangen - maar voor het belang van de wezenlijke dienstbare liefde die iedereen dient.
De materie, het zijn in de stof is dan niet meer nodig omdat - als het goed is - alle liefde is gerealiseerd, door de EIGENLIEFDE af te leggen. Het nieuwe kind is dan dus een nieuw leven in volstrekte vrijheid in de geestelijke wereld na de lichamelijke dood. Dat kind is dus de vrucht van de samenwerking van het manlijke en het vrouwelijke in de mens.
Een goed verstaander zal hebben begrepen dat in ieder mens het mannelijke en het vrouwelijke aanwezig is en dient samen te gaan in het elkaar dienen (en niet heersen, overheersen of onderdrukken) zodat er een harmonieuze eenheid ontstaat waarbinnen de waarheid, veiligheid, bescherming is om niet te bezwijken aan de verleiding die de materie biedt. Zoals in het gezin er alles aanwezig is en het dus een waarborg is voor het veilig en krachtig ontwikkelen van het kind richting zichzelf zoals het door God is bedoeld, is er in al wat is deze onlosmakelijke drie-eenheid te zien. Al is het maar These-Antithese-Synthese: in alles is een begin, een gevolg en een nieuwe begin ontstaan uit die twee voorgaande fasen. Het kind ervaart in het gezin wie het is - wie het niet moet zijn - wie het moet, wil zijn volgens de liefde. Het moeten is hier een diep, vanzelfsprekend willen. De Bijbel spreekt eigenlijk nooit van ‘moeten’. Wel van ‘zou moeten’. Het gaat dus om een dringend, liefdevol advies iets dat je zou moeten willen…
In zeven fasen gaat de mens zijn weg en vindt hij in zijn kindheid uit wat goed is (het voorbeeld dat de ouders voorleven), in de buitenwereld wat ook mogelijk is, maar wat niet hoort bij liefde (puberteit) en in het gezin dat dit kind in zijn volwassenheid later vormt in wie het is (in de naam van God gebruikt deze mens dan zijn talenten ten dienste van zijn gezin en de samenleving).
De wijsheid in God is de orde waarop de gehele natuurlijke gang van zaken van al wat is, is gebaseerd. Alles, ieder is onderhavig aan die orde. Niemand kan er aan ontsnappen. Deze orde geeft richting en biedt alles wat nodig is om er door te groeien in liefde. De natuur is gegeven als voorbeeld, bron van leven, maar ook als waarschuwing, dat als je uit eigenliefde leeft, deze orde zich tegen je keert. Leef je niet uit liefde, maar uit eigenliefde dat is het eten en gegeten worden. Een bikkelharde orde waarin alles zijn tijd heeft en niets ontkomt aan de wet van geboorte-leven en dood. Ook weer een drie-eenheid.
De liefde is de Zoon in God die de wet – want dat is deze natuurlijke orde - overstijgt. Waar de wet begrenst - wat ook nodig is omdat die wet anders zó bikkelhard zou zijn dat er geen enkele omstandigheid zou zijn die een uitzondering vormt op die wet waardoor deze puur liefdeloos en onveranderlijk hetzelfde zou blijven. Dat kan natuurlijk niet, want alles is eeuwig hetzelfde, maar toch veranderlijk, constant in beweging met als doel ontwikkeling en groei. Het is de liefde die dit mogelijk maakt omdat alleen liefde zich wil verbinden met wat dan ook! In de orde van de natuur is de wijsheid die God is, te zien. Een bepaalde gang van zaken kan niet anders zo zijn dan ze is. Niets, niemand kan er uit ontsnappen, want keer je je tegen deze orde, dan keert deze zich tegen je. Dat zien we in de natuur waar de mens het onnatuurlijke erin brengt, er allerlei chaos, onevenwichtigheid en verval verschijnt. Zoals men nu doet geloven is het einde oefening met de aarde. Nee, zeker niet!
Omdat de mens de wet, het verstandelijke, het uiterlijke, de ego-belangen zoekt en doet, is er amper ruimte voor de liefde. Het is daarom dat de orde zich tegen de mens keert, wat al begon bij het niet gehoor geven aan wat Gód - de belangenloze liefde - in de mens IS en WIL.
De mens zal echter weer een beroep moeten doen op de LIEFDE, op God dus - wil hij ervoor zorgen dat de natuurlijke orde zich niet (verder) tegen hem keert. Nu is de orde al zo uitgebuit, verkracht, uitgeput, onder druk gezet, geminacht waardoor de mens is verstrikt in dit verzet van hem tegen deze orde die hij niet herkent en wil aanvaarden. Het enige wat het tij kan doen keren is …. liefhebben, zodat het niet meer de eigenliefde is die de natuurlijke orde naar haar hand zet, haar manipuleert.
Waar je in het gezin, de schepping, in de mens zelf, in de man, in de vrouw niet de geest van God herkent, deze dus niet gebruikt, toelaat, keert alles zich tegen je. Het is de liefde die alles goed kan maken, want liefde is sterker dan de wet. Waar de mens beroep doet op Jezus die de LIEFDE voorleefde en liet zien dat als je je eigenbelangen niet volgt maar wél de wil van de geest in je (doet wat de Vader in Jezus wil, dus doet wat de liefde weet dat goed is) doet, volgt het leven. Dat is dan weer het opstaan uit de dood. Anders gezegd: doe je wat de wil van de liefde is, dan dood je daarmee het verval en de dood en heeft deze geen macht meer. Anders gezegd: doe je niet mee aan het kwaad, dan heeft het kwaad geen zeggenschap en geen kracht, want het stopt bij jou. Daarom zul je leven de eeuwigheid lang, omdat je níét koos voor de eigenliefde en beperking al leken deze je vrucht te brengen, maar wél koos voor de wil van de liefde, al begreep je het niet.
God gaf de structuur van het gezin: de man verlaat zijn ouderlijk huis, zoekt een vrouw uit wezenlijke liefde die hem wil volgen en steunen. Hij herkent zijn wederhelft, heeft haar lief, belooft trouw en hulp en vice versa. De vrouw herkent het goede en wijze in de man en weet dat hij haar kan bieden wat zij nodig heeft, zij steunt hem is hem trouw, heeft hem lief. Zij zijn elkaar tot steun gegeven en zijn evenveel waard, elkaar niet ondergeschikt, maar tot steun. Ze bouwen een eigen thuis.
Een kind van die verbintenis groeit op middels de polariteit beleefd in de vader en moeder. Zij zijn immers geheel tegengestelde wezens, maar maken samen door hun wederzijdse dienende liefde beleid, zodat er de juiste voorwaarden aanwezig zijn om het kind te helpen groeien naar zichzelf en het leven toe. Dat geldt ook voor de partners zelf. Door de dienende wederzijdse liefde is er respect, openheid, structuur, rust en verdieping, dus groei, wat bij elkaar het juiste klimaat schept voor het ontwikkelen, gebruiken van de talenten en tegemoetkomen aan behoeften van het gezin en veilige haven bieden om te groeien, uit te rusten en te werken. Opa’s en oma’s hielpen mee evenals oudere kinderen, of ooms en tantes.
In vroeger tijden wist je waar je aan toe was, want er was geen denken aan een andere vorm waarbinnen je kon bestaan. Verzekeringen, luxe hoefde niet, want het was er eenvoudig niet. Noodzaak voor extra werk was er dus ook vanzelfsprekend niet. Dat extra werk was ook niet eens mogelijk, want alle tijd ging op aan werk dat nodig was om de kost te verdienen in het gezin of de familie. Men wist niet beter. Eenvoud en hard werken hield de mens recht. Je deed wat moest. Het was een heilig moeten. Dat moeten was goed, want het gaf je léven. Dat moeten was een automatisch volgen van de stem van je geweten waar je niet omheen kon maar ook niet omheen wilde. Je wist dat het de enige (soms harde) weg was om te (over)leven. Je was tevreden, kende elkaar en hielp elkaar. Je moest elkaar wel aanvaarden. Je had elkaar nodig. Andere voorzieningen waren er niet. Je was voor en door elkaar. Je plaats kennen - de een heeft meer, de ander minder - werd aanvaard in dankbaarheid en deemoed. Je was afhankelijk van wat de natuur je bood en deed je taak als onderdeel van een hoger systeem. Je aanvaarde je leven als een gevolg van het menszijn op aarde. Je wist bovendien dat dit systeem goed werkt als je in liefde en respect maar ook in vanzelfsprekendheid samenleefde, ook al was dat soms heel moeilijk. Tevredenheid, aanvaarding, werklust, saamhorigheid en dienen waren nog begrippen waar je trots op kon zijn. Je kon ook niet zonder, want buiten deze goede eigenschappen – die horen bij liefde in het gezin – gaat er snel iets mis.
Het is mis gegaan, toen de mens God en Zijn adviezen ging vergeten omdat er zoveel anders, beter, leuker, makkelijker leek. Machines en uitvindingen namen werk over. Meer en meer maakte de mens zijn eigen bedenkingen en trok zijn eigen koers. Langzamerhand slopen allerlei nieuwe ideeën, visie en vermaak de samenleving binnen. Menig mens bezweek voor het ogenschijnlijke gemak van die nieuwe ontwikkelingen. Ze ontwrichten de gezinnen, want mooie, soms ook noodzakelijke ontwikkelingen werden door ieder naar willekeur begeerd en toegepast. Het maakte naast dat het leven wat makkelijker werd, uiteindelijk meer gemakzuchtig, ontevreden, ongeduldig. Veel dat eerder werd aanvaard, werd nu gezien als de schuld van de vooruitgang, samenleving, pech, of God die men steeds minder begreep omdat men ondertussen ook het woord van God ging wantrouwen, anders ging uitleggen wat de deur openzette voor allerlei zaken die eerder werden geweerd, niet werden gewild, niet werden gesteund, gewoon omdat het niet paste bij Gods woord.
Het gezin - huisje-boompje-beestje - vinden mensen van nu te saai en te bekrompen, maar toch biedt deze drie-eenheid alles wat een kind nodig heeft. Dat is ook duidelijk bewezen uit talloze onderzoeksrapporten. Het gezin biedt de stabiele factor in de maatschappij. In het gezin ontwikkel je je, ervaar je veiligheid, vertrouwen, steun, warmte, verzorging en vanzelfsprekendheid dat je er mag zijn en wordt geliefd. Je leert als het goed is door de veilige stabiliteit jezelf te kennen, leert omgaan met goed en kwaad en wordt sterk door je hart te volgen waar Gods stem je altijd te kennen geeft wat te doen of te laten. Je leert je wil onderschikt te maken aan wat God in je wil zodat je een sterk evenwichtig karakter vormt dat de medemens wil dienen met de eigenheid en talenten.
Vanuit het gezin verken je het leven, lerend van je vader en moeder hoe het moet en hoe het niet moet. Je leert goede keuzes te maken en bestand te zijn tegen het wereldse - dat wat niet past bij eerlijk, echt, liefdevol - waarmee je te maken krijgt. Dat kan ook, want je bent ondertussen gewapend met een stevig karakter, waait niet met alle winden mee, herkent wat goed is en doet dat, al kost dat je soms moeite. Je hebt geleerd dat jezelf wegcijferen soms nodig is om iets te winnen, maar hebt ook geleerd dat je nooit over je heen mag laten lopen.. Je leert de buitenwereld te gebruiken voor je goede doel, maar bent er geen bezit, slaaf van en bent in staat de verleidingen het hoofd te bieden en anders erken je manmoedig schuld en neem je je voor de fouten niet te herhalen. Je stelt mogelijk je doelen bij, schaaft aan je karakter en probeert een vriendelijk mens te zijn omdat je hebt geleerd dat je je eigen oorzaak bent. Je draagt verantwoordelijkheid voor wie je bent en wat je met jezelf in de maatschappij wilt bereiken. Je ontwikkelt je en bent dankbaar voor wat je hebt ontvangen en kunt tegen een stootje. Je helpt anderen en bent steun voor velen, al ben je maar heel gewoon en bescheiden, wat juist je sierraden zijn. Je laat je niet afleiden van wie je bent, leert nieuwe vaardigheden en kiest uiteindelijk wat jij met je talenten en zo-zijn kunt toevoegen aan de maatschappij, wat jezelf dient, maar ook de samenleving, je familie. Je hebt geleerd dat wat jij als kind wilt vaak een omweg is en niet zo belangrijk als je dacht en dat het gaat om hogere, maar waardevollere blijvende waarden. Ooit als je deze aarde verlaat, zul je het moeten hebben van innerlijke waarden die je hebt ontwikkeld. Je zult dan ontdekken dat al die nietszeggende, tijdelijke, zogenaamde waarden en materiële belangen niets hebben toegevoegd, maar vaker een belemmering zijn in je geestelijk leven dat er dan zal zijn.
Je hebt je familie, leert om te gaan met leuke, interessante en minder fijne of zelfs moeilijke mensen. Al met al heb je het te doen met je familie wat je leert aan te passen, te relativeren en vooral te dulden en te respecteren, al hoef je er niet continue mee om te gaan of hun idee of leefstijl over te nemen. Kortom, het gezin is een mini samenleving als basis van en oefening voor het omgaan met de grotere buitenwereld, eerst op school, dan op straat, dan in de ruimere buitenwereld met nog ongekende dingen waaruit je kunt kiezen. Je kunt er makkelijk mee op de hol gaan, maar als je geweten goed gevormd is en je karakter is uitgehard, zul je makkelijker het goede kunnen kiezen. In het gezin leer je het belang van het volgen van de Vader, letterlijk en figuurlijk. Je eigen wil ondergeschikt maken aan die van je ouders en algeheel belang is namelijk een voorwaarde voor wezenlijke vrijheid en welzijn. In het gezin wordt de basis voor het vertrouwen op, en het volgen van Gods wil bóven die van je persoonlijke gelegd. Je leert dan - al is dat niet altijd even leuk en makkelijk - dus te vertrouwen op je diepe ZELF (de Vader) in plaats van op wat mensen, de buitenwereld van je vinden en willen. Als alles dan zo moeilijk wordt en ongrijpbaar, heb je altijd nog … je ZELF.
Je bent dan niet VAN de wereld maar IN de wereld.
In de nieuwe vormen waarbij het gezin niet meer uitgangspunt of doel is, is het veel lastiger om mensen te leren dulden. Je kunt immers weer weg als het te lastig wordt. Alles, ieder verdwijnt, verschijnt snel. Niets, niemand is meer ‘vast’, houvast in je leven. Lukt het niet, zint het niet, dan verdwijn je of anders is er wel een ander die weggaat uit je leven of opduikt. In de wereld waar genieten en ‘je leeft maar eens, het gaat om jou, jij mag ook wel eens…’, draait het steeds vaker om wat JIJ wilt en niet om wat goed is voor jouw echte ik, de ander of de samenleving. Egoïsme, verharding, liefdeloosheid, het hoofd boven water moeten zien te houden, steeds meer ‘ieder voor zich’, hollen de maatschappij uit.
In deze tijd is het gezin als driehoek in de samenleving als stevige basis niet meer vanzelfsprekend. Sterker nog, het lijkt zo te zijn dat het gezin wordt ontmoedigd. Gebonden zijn aan één persoon, verplichtingen hebben, niet kunnen experimenteren, relatie voor altijd, zijn minder aantrekkelijk. Het idee van een huwelijk voor het leven beklemt velen. Men vindt het al lang normaal dat je ook niet perse een huwelijk hoeft aan te gaan. Andere verbintenissen en vormen van liefde tussen mensen zijn ook oké. Waarom huwelijk als je toch van elkaar houdt? De kost kan evengoed verdiend en er zijn alom instanties, verzekeringen, kinderopvang om van alles te waarborgen of te regelen. Waarom perse kinderen in een huwelijk en niet erbuiten? Kinderen afkomstig van wisselende partners zijn welkom, want we vinden dat deze er ook bij horen. Natuurlijk, maar niet bepaald eenvoudig. Soms grote verwarring en strijd buiten het gewone wennen aan andere kinderen met andere roots en verwikkelingen, erbij.
Kinderen krijgen is minder vanzelfsprekend. Je neemt ze eerder, want je kunt altijd zorgen dat ze (nog) niet komen. Ook hier kun je beslissen naar wat je wilt, al gaat het wel eens anders. En… überhaupt waarom eigenlijk kinderen in deze overvolle wereld vol dreiging? Daarbij is het leven al duur genoeg en veel is door het hebben van kinderen ook niet meer mogelijk. Er is zoveel wat noodzakelijk, leuk en waardevol is... Wat heb je het kind eigenlijk te bieden als al zoveel geld, tijd en energie op gaat aan andere dingen… Waar vroeger twintig kinderen geen uitzondering is, is het nu volgens veel mensen haast asociaal om meer dan drie kinderen te hebben. Waar vroeger de kinderen er waren om verzekerd te zijn van hulp, zorg en meehelpen met het vele werk dat er was, zijn deze redenen weggevallen. Wat overblijft is een elementaire drang een kindje te hebben, wat dan dus wel moet passen volgens de visie van de ouders in spe.
Heel mooi en waardevol te ervaren dat zoveel meer kan en ‘mag’ bij vergeleken vroeger. Dogma’s, opgelegde normen en ‘zo hoort het’ brachten veel leed. Maar ook heel verdrietig te zien dat er nu door de zoveel lossere moraal er nergens meer grenzen lijken te bestaan wat weer een ándere onvrijheid tot gevolg heeft. We dachten vrijer te zijn zonder God, maar moeten gaan inzien dat we onszelf hebben weggegeven aan onze eigen zinnen en meningen en niet met alles echt opgeschoten zijn. We zijn geneigd om onze zinnen te bevredigen en willen graag van alles ‘goedkeuren’, maar beseffen tegelijkertijd toch ook dat veel zaken niet goed zijn. We zien dat vaker en ondanks zoveel vooruitgang en kennis kinderen en zwakkere mensen vaak toch de dupe zijn. Al is het maar dat het systeem van nu is gebaseerd op werkende ouders, wat haast al niet meer anders kan vanwege de hoge lasten, hoge hypotheek of huur met daarbij dan nog eens wat we allemaal willen, eisen of denken dat nodig is. We vinden het ook vanzelfsprekend dat beide ouders werken. We vinden ontwikkeling en carrière voor beiden even belangrijk.
We hebben het minder over de plichten die we als ouders in het gezin hebben, maar steeds meer over de rechten die we hebben en wat we allemaal moeten missen. We hebben van alles, maar worden steeds meer ontevreden want er is nog zoveel meer wat binnen bereik ligt of het ons nu past of niet. En wat nog erger is, is dat we niet meer weten waar we aan toe zijn. De wereld denkt door het creëren van nog meer hokjes voor al die uitzonderingen dat dit duidelijkheid geeft, maar het geeft verwarring en ontneemt mensen juist kansen en gelijkheid. Want hoe meer groepen mensen met bepaalde wensen er zijn, des te meer discriminatie om de hoek ligt. Dat komt omdat mensen steeds méér willen en eisen in plaats van nemen zoals het valt, aanpassen en aanvaarden.
Maar hoe gaat een doorsnee mens om situaties waarvan je niet meer kunt zeggen waarom ze er eigenlijk zijn en met welk doel? Op internet moeten we lezen wat waar is of niet. Maar niemand kan het controleren of het klopt. Kinderen maken hun huiswerk met AI. Er is amper te controleren wat ze zelf weten of wat is opgezocht. Ze halen diploma’s met steeds minder inhoud. Influencers bepalen voor veel jongeren hun visie en leeflijn, verdienen aan hun slaafsheid terwijl de volger zichzelf kwijtraakt wat hij nog niet eens doorheeft. Jongeren kijken niet meer om zich heen, ontwikkelen angsten en communicatievaardigheden door te veel games en PC/mobiel gebruik. Sociale vaardigheden worden amper meer geoefend. Ieder is binnen op bed, in de eigen kamer of weg en waarheen eigenlijk? Kinderen spelen amper meer buiten want alles lijkt gevaarlijk te zijn, is vies en je kunt er je goede kleren mee bederven en ziek worden, wat ook weer de nodige problemen met zich meebrengt, al is het maar oppas vinden. Er is groeiende onwetendheid rond de natuurlijke gang van zaken en de natuur, want men is bang voor van alles en vindt veel dingen eng en onbekend. Aan werken voor weinig geld beginnen veel pubers al net meer. Eisen te over, maar onderaf beginnen met handen uit de mouwen steken is niet meer erg geliefd en wordt ook vaak onmogelijk gemaakt door telkens veranderende regels.
Natuurlijk is dit beeld heel zwart wit, maar de teneur is wel dat kinderen aan één kant te weinig ruimte krijgen en aan de andere kant juist teveel! Ze krijgen van alles mee maar van heel vele essentieels, tekort. Ze worden geacht van alles over de wereld te weten, maar weten niets meer over de diepe waarheid in henzelf omdat deze amper aandacht krijgt of niet eens vermoed wordt. Maar voor wie hoop wil hebben is het ook te zien dat er zich ook heel mooie dingen ontwikkelen. Er zijn ook kinderen die juist heel bewust in het leven staan en kiezen voor meer soberheid, eenvoud, eerlijkheid en goede wil. Maar dan nog moeten zij mee met het heersende systeem en op zien te boxen tegen harde mentaliteit waarin recht van de sterkste lijkt te winnen. Kiezen voor andere wegen is heel lastig, zeker als je je ouders niet mee hebt, of deze ook genoeg op hun bordje hebben.
Hoe gaat een doorsnee mens om met al die mensen die ánders zijn of willen zijn dan man of vrouw. Wie herkent eigenlijk hoe iemand in het leven staat, hoe iemand wenst aangesproken te worden. Vroeger was alles duidelijk. Nu zijn er volgens kenners wel zestig of zelfs meer gendersoorten… Hoe herkennen opgroeiende kinderen de voor hen passende mensen in een woud van onduidelijkheden, waar volop risico is dat er genoegdoening wordt geëist omdat men zich gediscrimineerd voelt. Er is een klimaat ontstaan waarin men snel boos wordt als men niet erkend wordt of niet met het juiste woord wordt aangesproken. Er is inderdaad veel discriminatie, ook door onwetendheid maar ook uit innerlijk weten en áánvoelen, dat gevoelens van verzet, zelfs afkeer oproept. Wat echter nogal een vergeten worden is dat ook de ‘gewone’ mens, of het gezin óók wordt gediscrimineerd of nog wel méér. We moeten immers allemaal mee met de nieuwe moraal die geen moraal is als deze mensen uitsluit en of verplicht ‘mee te doen’ aan zaken, gebruiken, gedragingen, die juist leiden tot grotere onzekerheid, grote psychische en psychologische nood, of het gevoel geven er niet meer bij te horen juist omdat je je wilt houden aan de natuurlijke orde die God is en je afzijdig wilt houden om juist jezelf te kunnen blijven of worden. Zoveel eenzaamheid bij zoveel mensen om het goed moeten vinden van wat niet altijd waar en goed is, of ook onbegrepen is, of veroordeeld wordt.
Ook zoveel druk, verwarring en angst de boot te missen bij kinderen van wie nu steeds op jongere leeftijd al grote beslissingen rond gender, hormoontherapie, transitie en zelfs rond leven en dood wordt verwacht. Meneer is niet meer meneer, want het kan ook mevrouw zijn en andersom. De man mag geen man meer zijn en de vrouw geen vrouw. We vinden overal wat van… Het lijkt een hype te zijn je af te vragen of je jongen wel echt een jongetje is en het meisje een echt meisje. Soms zijn ouders zo onzeker dat ze toch maar ‘onzijdige’ kleding laten dragen en het kind aanmoedigen zelf te kiezen. We bepalen soms al het geslacht van de baby en weten al vroeg of we het willen houden. Hoe zal de baby al die afwegingen en eisen ervaren als het dan toch geboren zou worden? Zou dit vroege eisen stellen al grond kunnen zijn van grote verwarring die een kind al vroeg in zichzelf kan ervaren omdat het in feite dus niet mag zijn wie het is, of zelfs niet gewenst was, of niet voldoet aan de eisen? En als een kind dan zo onzeker geworden is door allerlei zaken waar het kind aan moet voldoen, maar niet de ruimte heeft om zich ZELF in hem te vinden en te volgen en het zijn ongelukkig zijn uit in onaangepast gedrag, is er altijd wel een hokje te vinden dat een stempel geeft waarmee dit kind het verdere leven moet slijten met benodigde therapieën en medicatie. Hoeveel eenvoudiger zou het leven niet kunnen zijn als we ons in dienende liefde zouden willen voegen naar Gods adviezen? Zou er dan niet veel ogenschijnlijk geluk wegvallen of voorkomen worden? We willen ieder steunen. De bedoeling is goed. Want… als we maar lief zijn. Maar… weten we nog wel wat bij ECHTE LIEFDE hoort?
Hogere lasten vanwege het onderhouden van kinderen uit andere relaties, aflossingen van hypotheken, je huis moeten verkopen, blijven zitten met hoge lasten, je baan verliezen, partijdigheid, strijd over de hoofden van de kinderen of opa’s of oma’s heen; allemaal gevolgen van het feit dat mensen hun eigen wensen voor laten gaan op die van wezenlijke dienende liefde die je in staat zou stellen om betere keuzes te maken omdat het je niet gaat om je eigenbelangen maar die van je kind, je medemens, kortom de ánder. Juist dat stelt je in staat bergen te verzetten en schept ruimte voor iedereen. Het oordelen - dat is hokjes scheppen waar dan toch weer iemand nét weer niet in past - is juist wat verdeeldheid brengt en dus beperking! Men denkt vrijer te zijn door erkenning, rechten, zelfs aanpassing van de wet ten nadele van algemene vrijheid van meningsuiting op grond van tegengaan van discriminatie, maar er wordt nog nooit zo gediscrimineerd als nu.
De weldenkende mens heeft de géést gegeven. In die zin dat hij niet meer zijn geestkracht gebruikt volgens hoe deze gebruikt zou moeten worden. Hij gebruikt meer zijn lichamelijkheid en egoïsme en is onwetend van het hogere doel dat het leven heeft. Er is zoveel scheefgroei waarbij het kind de dupe is. De zogenaamde vrije opvoeding, de regie aan het kind laten, maar ook het niet meer voorleven van hoe God het gezin als pijler van de maatschappij heeft bedoeld, het niet meer hoeven meehelpen in het huishouden, onder druk staan van de grote beïnvloeding die de social media op het kind hebben, steeds onzekerder worden omdat niet het innerlijk wordt gevormd, maar eerder vervormd door het grote belangstelling die er is voor verstandelijke en lichamelijke ontwikkeling en zo snel mogelijk slim, smart, hard worden en vooral meegaan in de koers die school, overheid hebben uitgezet.
Het wordt ondanks zogenaamde vrijheid van geest waar men de mond van vol heeft, steeds lastiger om je eigen koers te varen. Het is altijd nog eens zo dat ieder mens recht van leven heeft op die wijze die hem goed lijkt. Maar daar hoort ook bij dat je maatschappij kritisch bent, niet alles automatisch aanneemt en volgt, want niet alle ontwikkelingen zijn positief, al lijken ze leuk, waardevol en oplossing brengend of is de werkzaamheid van iets ‘bewezen’. Ieder mens heeft altijd nog een plicht er voor elkaar te zijn, te respecteren en ruimte te geven, tenzij gedrag oproept tot onvrijheid, controle en andere meningen worden geweerd en mensen worden beschadigd. Gelukkig is er de wet die de mens (nog) beschermt hiertegen.
Dat betekent dus ook dat de pijler van de maatschappij - het gezin - zou moeten worden aanvaard als een hoeksteen waarop de maatschappij ordelijk verloopt, want het heeft altijd goed gewerkt, tót de seksuele vrijheid het won, veel mensen hun partners niet meer zo makkelijk kunnen herkennen, veel relaties stuk lopen en er enorme druk is op de mens in deze hectische tijd waarin alles draait om zoveel mogelijk genieten, materiële belangen, oneerlijke verdeling van macht, status, geld, beloning of straf en egoïsme. Het gezinsleven wordt meer en meer uitgehold en ook belastingtechnisch en financieel gezien is het voor een gezin steeds moeilijker om het hoofd boven water te houden vanwege nadelige regels ten opzichte van die van andere samenlevingsvormen. Ook moreel gezien staat het gezin onder druk. Het lijkt alsof de belangen van volwassenen belangrijker zijn dan die van menig kind dat onder druk staat en de dupe is van steeds minder houvast, structuur, wisselende families, denkwijzen, leefstijl, gewoonten en meningen te verstouwen krijgt terwijl het kind daar helemaal nog niet mee geconfronteerd hoort te worden. Aan de andere kant wordt het kind wijsheid toegedicht die het nog helemaal niet kan hebben, zeker als het kind niet eerst heeft ontdekt dat het de dienende liefde is die ten grondslag ligt - hoort te liggen - aan je ontwikkeling en de keuzes die het maakt. Het kind is niet weerbaar gemaakt maar eerder speelbal van de luimen van de heersende moraal en vrijheden die echter zorgen voor veel verwarring en juist gebrek aan eigenwaarde. Verantwoordelijkheid om een goed mens te zijn, wordt bij het kind meer en meer weggehaald. Het gaat meer om genieten en zo min mogelijk werken. En… het kind wordt stilaan vertrouwd gemaakt met steeds meer sluitende controle omdat het kind zichzelf minder in de hand heeft als gevolg van al die verwarring en ook indoctrinatie. Het zelfvertrouwen (vertrouwen in God, het enig ware ZELF in de mens) is bijna verdwenen door het uiterlijke ‘zelfvertrouwen’ dat wordt ontleend aan tijdelijke belangen, visie, meningen enzovoort.
Vroeger werd het kind in het gezin gevormd. Dát gaf de rijpheid, de skills om láter om te gaan met de buitenwereld waar ándere dingen norm waren en onderzocht konden worden. Je zocht en ontmoette in de familie, op clubs, verenigingen, kerkgenootschappen gelijkgestemden waar je steun en bevestiging kreeg. Nu zijn al die plaatsen van ontmoetingen en support niet meer zo makkelijk te vinden. Men vindt ook dat je niet jong genoeg kennis moet maken met al die andere dingen, waarden en normen. Men denkt dat dat eenzijdigheid, vooroordelen, partijdigheid voorkomt, maar men beseft niet voldoende dat je juist - wanneer je karaktervastheid niet voldoende ontwikkeld is - je eerder speelbal wordt van die buitenwereld, waardoor je eerder onzeker wordt en jezelf verliest in die veelheid en veranderlijkheid met alle sociale en psychologische problematiek tot gevolg.
We vinden het gewoon en ook beter om zo vroeg mogelijk naar school te gaan of eerder al naar de kinderopvang, wat helaas ook al veelvuldig moet omdat ouders immers werken. Maar al leer je nog zo spelenderwijs, het brein is pas toe aan materiële feitenkennis als het ouder is. We bedenken ons niet dat ons brein in feite gevormd wordt door de éérdere vanzelfsprekend aanwezige karaktervorming in de veiligheid, structuur, normen en waarden van het gezin.
We denken dat kinderen ermee gebaat zijn eerder dan eerder te beginnen met leren en bedenken methoden waarbij echter niet veel meer winst wordt behaald. We maken er fouten mee. Overal maken we onderscheid om de individu te benadrukken, maar er ontstaan zoveel subgroepen -hoe waardevol ook - dat het ook veel slachtoffers oplevert. We mogen fouten maken, we mogen anders zijn, maar toch ook weer niet. Voor allerlei kinderen zijn er mogelijkheden, maar het doet des te meer pijn als er voor een bepaald kind toch weer géén hokje is omdat het nét weer even anders is dan de kinderen in die bewuste groep. Door de grote aanbod ontstaat er een ondoorzichtig woud, waardoor veel kinderen (en ouders en onderwijzers) juist buiten de boot vallen. Door al die benadrukking van van alles en nog wat omdat we ieder, alles goede aandacht willen geven, is er juist meer onzekerheid en onduidelijkheid gegroeid, wat veel meer problemen en onkosten met zich meebrengt.
Het karakter moet juist meer aandacht krijgen binnen éérst de vertrouwdheid van het veilige gezin, zodat het kind op zevenjarige leeftijd eraan toe is materiële hersenstof te verstouwen en de buitenwereld aan te kunnen. Het kind is dan ook al dusdanig ontwikkeld dat het tegen een stootje kan, niet meer met alle winden meewaait en ondertussen weet dat het leven en laten leven is. Het weet dan dat het niet op de wenken bediend kan en dat ‘een ander het anders kan doen, maar jij niet, want jij doet zo niet’. Er niet bij horen, allerlei grote en kleine angsten, pesten of gepest worden, maar ook onvoldoende concentratie of aandacht vragend gedrag enzovoort zijn dan ook minder aanwezig omdat het kind immers meer toe is aan een grotere uitdaging en meer kan accepteren vanuit een goed ontwikkelde gezonde eigenwaarde. Het jonge kind heeft dan al geleerd dat het ZELF in het kind Gód is die hem waarde geeft, adviseert, steunt, remt, waarschuwt, doet groeien. Het levert ook respect naar de anders denkende mens op omdat het kind weet dat God ook in die mens werkt en gezien wil worden.
Waar je vijftig jaar terug nog examenstof zes jaar lang moest meenemen voor een week allesbepalend examen, kun je nu veel stof achter je laten. Daarbij zijn er zoveel herkansingen en oplossingen zodat je bijna niet meer niet kunt slagen. Als je de weg maar weet op internet. Het gedachtegoed wat in de boeken is vermeld moet je volgen. Feiten zijn niet meer belangrijk. Hoofdrekenen, taal, is ondergeschoven kind. Het gaat om de essentie zegt men. Maar het besef dat we steeds meer ons denken laten afhangen van systemen die door anderen bepaald zijn, zien we onvoldoende in. We (ver)vormen echter de studenten ernaar. Ze vertolken wat men wenst dat ze doen. In deze tijd zeggen dat je ánders denkt dan men wil, is eigenlijk al vragen om moeilijkheden. We doen alsof we tolerant zijn, maar we zijn het helemaal niet. Zelf denken, zelf verbanden gaan zien, ándere informatiebronnen raadplegen, zelf verantwoording nemen lijken heel goed aandacht te krijgen, maar nog nooit is de student zo zwak geweest als nu en klaargestoomd voor een bepaald denken. Geestkracht, karaktervorming krijgt niet meer de nodige aandacht. Hersenverstand waardeert men als belangrijker. De hele maatschappij is erop ingericht. We hebben het erover dat de individu alle ruimte dient te krijgen, maar deze krijgt alleen alle aandacht en pluimen als deze meegaat in het beleid en visie van nu. Weerbaarheid is minder groot. Voor ieder ‘ander’ gedrag is wel een excuus en een hokje waarbinnen hulpverlening is. Niets is meer gewoon of vanzelfsprekend. Op scholen hebben campagnes tegen pestgedrag niet veel uitgehaald en wat vroeger onschuldig plagen was, is nu pesten geworden. Leren we nog te incasseren of moet er juist veel meer van het ongewenste geïncasseerd worden? En… kúnnen we nog wel aangeven wat ongewenst is en wat zijn de kaders ervoor? Nee, ondanks alle kaders die er zijn is nog zo heel veel meer onduidelijk geworden. Ouders zijn bang voor andere ouders die denken dat ongewenst gedrag moet kunnen. Mensen zijn bang door het systeem aangeklaagd te worden, verdacht te worden van discriminatie of te maken krijgen met bemoeienis van school die min of meer uiteindelijk veel meer bepaalt dan ouders lief is. Het systeem is erop ingericht het kind zeggenschap toe te kennen, waarin ouders amper meer plek hebben, maar andere opvoeders, behandelaars wél de ruimte hebben het kind te beïnvloeden naar hoe men dit wil. Aanraken mag niet meer, want het zou uitgelegd kunnen worden als mishandeling, intimidatie of ongewenste intimiteit. Waar we horen dat alles mag, mag er in wezen veel niet meer! Experimenteren vinden we een must, maar vertrouwen op je eigen goede intuïtie die je remt of corrigeert, vinden we saai en nadelig omdat ‘het kind immers ervaring moet opdoen’. Meer behoudende mensen worden bestempeld als conservatief, dogmatisch, orthodox, waarmee ze in een hokje worden gezet als intolerant en veroordelend terwijl zij om welke reden dan ook gewoon niet mee willen met wat de moderne mens wil en vindt. Hoe kan het dat de een vindt meer recht op mening of vrijheid te hebben dan de ander? Men heeft het over leven en laten leven, maar iedereen vindt overal wat van. Niets is meer vanzelfsprekend, gewoon of beproefd. In het teken van vooruitgang wil men alles vernieuwen en is wat eerder goed en gewoon was, niet meer goed genoeg.
Meer en meer kinderen hebben hulp nodig. Ouders krijgen minder zeggenschap en als ouders ánders denken dan het beleid, de protocollen - die bepaald worden door uiteindelijk maar een mager deel van de maatschappij - vindt, komt het kind vanwege een vermeend probleem in een malle molen waar het niet meer uitkomt zonder goede reden die eigenlijk nergens meer gevonden kan worden omdat kaders van een oneindige hoeveelheid protocollen vastliggen en er uiteindelijk toch geen zorg is voor de hoogst unieke individu die nooit in een hokje past! Geen mens hoort in een hokje. Er bestaat geen gemiddelde mens. Het is juist de individu die de kwaliteit van de groep vormt. Het is juist het hokje met een speciale aanpak waarin dan wel ook uiteraard prima dingen kunnen gebeuren en broodnodige hulp kan worden geboden, maar waar je niet altijd kunt oefenen om jezelf weerbaar te maken en verantwoordelijk gesteld wordt voor wie je diep van binnen - dus geestelijke gezien - bent, want er is altijd wel een reden, uitzondering te vinden om dat niet te hoeven of niet te kunnen. En … als je vastloopt, bedenkt een student of wetenschapper wel weer een ander systeem. We moeten immers steeds weer blijven vernieuwen, worden eraan gehouden en ook een student moet een onderwerp voor een onderzoek of een scriptie zien te vinden. Maar hoe meer kaders, regels, hoe meer verwarring en onduidelijkheid. Men noemt het liefde dat er altijd wel een uitzondering of reden voor bepaald gedrag te vinden is. Maar er ligt uiteindelijk aan welke onevenwichtigheid ook maar één reden ten grondslag: het niet meer goed weten wie we diep van binnen bedoeld zijn te zijn omdat we hiertoe niet werden geoefend, het juiste voorbeeld en de kennis ervoor niet meekregen of… loslieten uit allerlei eigenbelangen. We kennen de wézenlijke liefde - God - zonder wie we niet kunnen leven niet meer. Onze eigen wetten en onze eigen wil vonden we belangrijker. We zijn er ons echte menszijn door verloren.
Vaker dan ooit kijkt jeugdzorg eerder dan je dacht om de hoek op grond van ‘bijzondere ideeën van de ouders’ of gezinsomstandigheden die men ziet als nadelig voor het kind, terwijl deze misschien wel helemaal niet zo slecht zijn, maar hoogstens niet worden gewaardeerd volgens het systeem. Het kind kan voor je het weet ondergebracht worden bij een totaal vreemd gezin, waar ook weer soms verre van ideale omstandigheden zijn waardoor het kind nog weer niet - of juist helemaal niet meer - de warmte en steun krijgt die het nodig heeft. En dat juist door al die kaders en hokjes waar liefde uit weggehaald is maar wetten aan het woord zijn.Omdat ieder wat anders denkt en klaargestoomd is te denken volgens MENSELIJKE ideeën en kaders, is er zoveel onduidelijkheid waardoor fouten sneller gemaakt worden die echter moeilijk kunnen worden hersteld vanwege de kille wetgeving en protocollen, onbereikbaarheid, onpersoonlijke gang van zaken, waar we elkaar letterlijk en figuurlijk niet meer makkelijk kunnen bereiken, benaderen en zeker niet kunnen kénnen. Wantrouwen, achterdocht nemen toe en roep om structuur, orde, controle, krijgen groter aandeel als reactie op gevoel van onveiligheid en het zich niet gezien, gehoord voelen. Het is echter een roepen om uiterlijke zaken terwijl de werkelijke innerlijke mens nog steeds in de kou staat door al die aandacht voor die uiterlijke mens.Toen de mens God in en om zich heen nog herkende en meenam in zijn leven, was het de innerlijke sterke mens die vanuit geestkracht bepaalde wat er om hem heen gebeurde. De verbondenheid vanuit leven dóór en vóór God en elkaar, zorgde voor de wezenlijke waardevolle aandacht en stabiliteit, saamhorigheid, samenwerking en het er voor elkaar zijn in de samenleving. Alles was toen nog ’gewoon’ en ongecompliceerd.
Ouders zijn ook steeds minder uitgerust met gééstelijke vaardigheden omdat er minder aandacht is voor wezenlijke geestelijke dingen en God ook helemaal niet meer wordt meegenomen in de opvoeding en mensen hun eigen regels bedenken, wat het kind niet steunt omdat in principe elk pril kind - als baby zelfs al - God in de liefde die de ouders het kind bieden, zou moeten herkennen. Ouders staan zelf ook in de kou met het loslaten van geestelijke basis en doelen en gaan soms op zoek, maar belanden door gebrek kennis waaraan je kunt toetsen of iets waar is of niet, in zweverige gebieden en bezigheden die ook weer niet de nodige steun bieden. Mensen komen soms van de regen in de drup, maar blijven soms toch hangen in twijfelachtige zaken die geluk horen te brengen, maar dat toch niet bevredigend doen, al kost het soms heel veel geld en energie en wordt er van alles beloofd. Is het niet veel eenvoudiger om God in jezelf te vinden dan ‘iets dat er moet zijn’ na te jagen, wat je in de eeuwigheid niet kunt bereiken omdat het niet bestaat?
Het jonge kind zou automatisch - omdat het kind dan nog zuiver liefde en dus ongekunsteld is - het goede voorbeeld dat het ervaart, vanzelfsprekend vólgen omdat het in het doen en laten van de vader, de moeder, het gezin of de familie, Gód in zichzelf herkenat. Het zou zich automatisch gesteund voelen zich te houden aan die tien leefregels die het gezin de veiligheid, het kader waarbinnen het kind leert wat goed en kwaad is en leert de eigen wil ten dienste van de waarheid te ontwikkelen, biedt. Maar als ouders zelf belast zijn met onwetendheid, onverschilligheid, vooroordelen of om de oren geslagen zijn met hel, verdoemenis, moeten, uiterlijke schijn, schijnheiligheid; kortom vaak oneerlijkheid in de naam van God, zullen zij niets willen weten van God en het kind de onvoorwaardelijkheid in de opvoeding niet meegeven, niet leren, maar ook mogelijk niet voorleven vanwege de eigen veroordeling, pijn of zelfs beschadiging of gewoon onwil. Hoe kun je ook je kind leren wat onvoorwaardelijkheid is als je die onvoorwaardelijkheid zelf niet kunt voorleven, je de 10 leefregels niet leeft, je je partner verlaat, wisselende partners bij je kind introduceert of het kind onderbrengt bij wisselende mensen die allemaal weer wat anders denken of willen hoe veel ze ook om het kind geven en hun best doen en het kind leert goed te vinden wat verwart en verhard? Hoe leert het kind dat het eindeloos geliefd is, als die liefde niet vanzelfsprekend is, vaak niet mogelijk is omdat de (nieuwe) partner of familie nu eenmaal ook zo hun eigenheid, visie, gewoonten hebben die mogelijk niet zo erg passen bij het kind? Hoe leert het kind God, de trouwe Vader die altijd van iedereen houdt en die oproept door te zetten, te vertrouwen, te aanvaarden, niet te oordelen, serieus te nemen en als steunpunt mee te nemen in het leven als ouders iets heel anders voorleven?
We leven in een einde van de tijd waarin het onware, nutteloze, leugenachtige aan het licht komt. Een pijnlijke tijd van inzien dat we veel verloren hebben en zullen verliezen. Ook een tijd dus tegelijkertijd van wél aan het licht komen van wat waar en goed is. Dit voor ogen houden maakt dat we weer moedig vooruit kunnen kijken naar een betere tijd waarin het goede weer krachtiger worden kan omdat we hebben ingezien dat alleen verstand, moeten, controleren, bepalen grenzen oprekken, strijd en egotripperij onvrij maakt, maar dat geestelijk leven, bewustzijn, vrij laten, grenzen houden en respecteren - wat allemaal hoort bij werkelijk liefhebben - pas écht vrij zal maken.
De drie-eenheid in geest-ziel-lichaam -- begin-reactie-nieuw begin -- geloof-hoop-liefde --man-vrouw-kind -- liefde-wijsheid-wil -- gezin-maatschappij-sámen heel, is niet voor niets overal in terug te zien
We zullen ons ménselijke idee over wat liefde is moeten willen overstijgen tot zoveel mogelijk goddelijke liefde.
Dat moet kunnen, want we zijn tenslotte UIT, VAN God, dus goddelijk! Er is potentie….
Gera Hoogendoorn-Verhoef