Onze Nederlandse Vlag

Ineens is er veel te doen over vlaggen. Vroeger was je trots op de Nederlandse vlag. Je groeide er mee op dat je bij officiële gelegenheden, in gebouwen en bepaalde situatie of festiviteiten die vlag liet zien. De vlag stond symbool voor wat je staatsburgerschap inhield. Vlagde je niet, dan sympathiseerde je niet zo met je vaderland. Er was een tijd dat dit als ongunstig werd gezien. Het was kwalijk als je niet streed voor algemeen belang van je land of je er niet minstens in je leven aan meehielp de waarden, normen, gedachtengoed van je land hoog te houden. De vlag maakte duidelijk: Je bent Nederlander of niet. Het werd je met de paplepel ingegeven. Je streed ervoor…. Je kent je roots, de normen, waarden, de algemene factor die je verbond: Saamhorigheid, eensgezindheid in de wetenschap: wij zijn, wij vormen Nederland.

Met de verandering die door luxe en welvaart maar vooral door de techniek en wetenschap is ontstaan, groeide ‘het ieder voor zich’. Gemeenschapszin verdween op de achtergrond. Geen tijd, gedoe, oubollig, kneuterig. Te gewoon.
Vermaak, vertier, samenzijn, ontspanning zoeken buiten je gezin, familie, gemeente, provincie, land, werd steeds meer normaal. Het kón immers ook. Geld genoeg, overal voorzieningen, techniek nam veel handwerk weg, dus leren, door studeren geblazen. Dat betekende weer hogere lonen, betere omstandigheden, meer luxe... In het teken van vooruitgang bleek dat hoe meer gestudeerd, des te belangrijker de status van geleerdheid werd. Elite binnen de gewone bevolking ontstond, waar eerder alleen via blauwbloed en overerving privileges mogelijk werden.

Normen en waarden vervaagden, want bij al die nieuwe spannende ontwikkelingen leek het niet óp te kunnen en paste bepaalde gemeenschapszin en vertier niet meer zo. Je wilt dan om optimaal mee te kunnen doen niet tegengehouden worden door je geweten, door controle, regelgeving, gewoonten, zeden of normen of ook burgerlijkheid genoemd. Sociale controle verslapte en verdween ook, nu men elkaar niet meer zo hoefde te helpen en ieder zijn eigen straatje moest zien schoon te vegen. Moraal veranderde nog verder. Als dit kon, dan moest dat andere toch ook mogelijk zijn en waarom ook niet? Tolerantie groeide, maar ook stuurloosheid. Ieder voor zich en verzekeringen, pensioenen, fondsen, gaven zekerheden die er eerder niet waren. Was je ziek, wilde je apart wonen, had je hogere eisen, alles kon wel gerealiseerd in de tijd van vooruitgang, wederopbouw en overal potjes die kosten konden dekken en schade gingen vergoeden. Waardevol en ruimte gevend, maar ook groei van gemakzucht en ontevredenheid, drang naar expansie en meer dan meer. De tijd leerde dat alles kon en mocht al moest je wennen en zoeken naar een nieuw patroon van leven. Het ritme van de gewone dag was weg. Er viel zoveel te moeten en te genieten. Dingen of bezigheden waarvan je niet wilde dat deze gezien of geweten werden, konden op andere wijzen gezocht en ervaren. Overal was wel iets voor te vinden. Overal was ruimte voor van alles. Het gekste bleek mogelijk en overal waren verdienmodellen uitgevonden. Ook dat zorgde voor het binnen bereik komen van allerlei bezigheden, vertier, beroepen en ontwikkelingen die eerder voor onmogelijk gehouden werden.

Verruiming van je blikveld, en al die oneindige mogelijkheden leidden ook tot andere wensen, andere gedachten, waardoor steeds meer het idee, de overtuiging ging gelden dat al die nieuwe dingen ook voor jou mogelijk moeten zijn. Onvrede, ontevredenheid, maar ook willekeur, mee moeten doen, steeds meer bijzondere wensen en pogingen om het anders, beter, leuker, makkelijker te hebben, ontstonden en … moesten worden vervuld. We zijn nu ondertussen zonder dat we dit ons overigens bewust zijn, slaaf geworden van wat er allemaal mogelijk geworden is, of je het nu leuk vindt of niet. Om al die wensen die we hebben ontwikkeld ook vorm te geven is het leven peperduur geworden en complex. Door de techniek zijn we vereenzaamd, we weten vaak al niet meer waar we moeten zijn met ons probleem. We voelen ons dikwijls niet meer gehoord. We zijn onze ménselijke aanspreekpunten kwijt. Internet schijnt het te weten, een robot stuurt ons door en zal ons helpen, wordt beloofd. Kunstmatige intelligentie moet ons antwoorden geven. We komen er achter dat de robot zich heel handig verschuilt achter algemeenheden en mogelijkheden en ‘men zegt’, zodat we er niets mee opschieten. We doen kennis op via databanken waarin echter alleen die kennis is verzameld die een bepaalde groep wil. Het andere komt er niet in voor. Een zekere willekeur en eenzijdige informatiebron dus.

Leegte alom, zeker als we ons bedenken dat studenten hun info hiervandaan halen en niet meer goed kunnen toetsen of iets echt waar is of waar lijkt… Al die mogelijkheden en schijn- of gedeeltelijke waarheden verwarren mensen en belasten enorm, want in wezen is niemand meer vrij om een eerlijke goede op waarheid berustende mening te vormen en bij zijn normen en waarden te blijven en tevreden te zijn. Dat is moeilijk te midden gedeeltelijke waarheden die echter wél algemeen aanvaard worden als goed en waar en notabene uitgangspunt zijn bij beleidsvorming en regelgeving. Je hebt het er maar mee te doen…

Veel mensen zijn moe geworden in dat woud van informatie, zijn de leidraad voor het leven kwijt en hunkeren stiekem naar het ‘oude, ongecompliceerde’ samenzijn dichtbij, heel eenvoudig en vanzelfsprekend er voor elkaar zijn en het ‘met elkaar doen’, in een natuurlijke setting en leefstijl die we ergens nog kennen van geschiedenisboekjes, waarin het gezin nog de hoeksteen van de samenleving was, de kerk zorgde voor steun, voeding, netwerken en het verenigingsleven volop actief. Men wist waar men aan toe was, of terecht kon, al moeten we ook niet vergeten hoe sociale controle, bemoeienis van de overheid, regels en wetten, maar vooral ongeschreven dogma’s ons leven ernstig konden beperken. Er is in iedere tijd wel iets…
Maar nu vinden we overal wel wat van en schijnen we dit ook te moeten. Met als gevolg dat we verdeeldheid zaaien terwijl we dénken een individuele stem te hebben en we er toe doen. We willen bevestiging, willen gezien, gehoord worden, maar vinden geen werk of zoeken werkkrachten, maar vinden deze niet. Iedereen roept om iets, maar waar is dat te vinden… Er is zóóóóóveel, dat het schaap met vijf poten door het woud van eisen en mogelijkheden en vooral ook snelle vernieuwing niet meer te vinden of niet te betalen, of niet bij te benen is. Het is niet meer de groep waarin mensen elkaar steunen, maar de alleen staande individu die vecht voor zichzelf, terwijl die individu niet meer weet wie hij is en vooral niet meer kan vertrouwen op de betrouwbaarheid van zijn bron waaruit hij zijn meningen, wil, overtuigingen ontwikkelt en ook niet kan traceren waar de kennis vandaan komt en waarom deze hem opgedrongen worden, terwijl hij er helemaal niet op zit te wachten en hij er de gevolgen van niet meer kan overzien. Men heeft het over transparantie, maar… de meeste dingen zijn enorm onduidelijk geworden…

Door die groeiende behoefte om erkend, gezien te worden omdat we eigenlijk misschien wel een beetje de weg naar onszelf en onze unieke waarheid - dus ook God - zijn kwijtgeraakt, willen we ons terrein sterker afbakenen. Elektrische toegangshekken, camera’s, waakhonden, hoge schuttingen en hagen, grote ruzies om erfgrenzen, overlast, lawaai, tekort aan ruimte of teveel… anders zijn dan je bent…. niets is meer wat het is. We zetten vlaggen uit om ons gedachtengoed te markeren.

Het begon met de Nederlandse vlag ondersteboven te hangen, als protest op de coronamaatregelen en het feit dat de boeren niet meer de boeren mochten en konden zijn. Vrijheid werd geroepen, maar we ondervonden grotere onvrijheid en een nog grotere onvrijheid is dreiging… Nederland was Nederland niet meer…. Veel mensen gingen zich onvrij en onzeker en gecontroleerd voelen. Was je niet vóór de overheid, dan was je ineens tégen. Verzette je tegen zomaar in het leven geroepen drastische maatregelen die niet berustten op gedegen onderzoek maar op aannamen en eigenbelangen, was je oproerkraaier, onruststoker of ondeskundig. Je kan zomaar vervolgd om je mening, houding die anders is dan eerder norm was. Men eist gedegen onderzoek en bewijs, maar hanteert niet die gedegen onderzoeken of bewijzen die nodig zijn voor doorvoeren van nieuwe regels, wetten of medicatie, omdat het blijkbaar ongunstig uitkomt. We zien dat ook gebeuren bij de enorme berg schade en klachtmeldingen die er zijn vanwege de coronavaccinaties. Ineens zijn er data verdwenen of wíl of hóéft men deze niet eens vrij te geven. En wie kritisch geluid laat horen wordt beschuldigd dit te baseren op ondeskundige rapporten en onderzoek, terwijl we zien dat de rapporten die grond zouden zijn voor het ontwikkelen van de vaccins en hun betrouwbaar of hun werking nog minder wetenschappelijk verantwoord en volledig zijn. Ook binnen de rechtspraak komen we het meten met twee maten tegen. Zo kunnen we doorgaan… En nu, als je een bepaalde vlag niet wilt, niet voert, weghaalt of juist ophangt, betekent dat al snel dat je niet voor iets, maar tegen iets bent.

Vlaggen is iets natuurlijks. Je laat ermee zien: hier ben ik trots op, hier hoor ik bij, hier wíl ik bij horen.. Je zet je territorium af zoals een dier zijn territorium afzet met een geurspoor. Het laat zien: komt niet in de buurt, dit is mijn gebied. Hier leef ik. Laat mij met rust, want als ik niet mijzelf kan zijn en niet kan overleven omdat jij mij stoort of anders wil hebben, moet ik mij verdedigen, of zelfs vechten…. Respecteer mijn grens dus en pas je aan aan waar ik leef. Dan hebben we er beiden geen last van, maar weet, je zult mijn grenzen moeten aanvaarden en dus respecteren, want ik leef, hóór hier gewoon! We hebben er beiden niets aan als je die overgaat…’ De Nederlandse vlag was een trots, een houvast, een kenmerk.

Nederland hoort al een tijdje bij de EU.. We zien de vlaggen van de deelnemende landen. We weten dus: dit land doet mee en het andere niet. Dat mag. Maar anders wordt het als de eigenheid van de deelnemende landen wordt ondermijnd en de eisen vanuit de EU zo groot, zwaar, onnatuurlijk en uniform zijn, dat een land het eigene moet opgeven, wat nooit de bedoeling was geweest, zo zei men. Immers, we zouden sterk worden door juist de samenwerking en de uniciteit zou worden versterkt: Diversiteit door uniciteit. En nu dreigt de EU een nieuwe staat te worden, waarin het de leiders ervan zijn die gaan bepalen hoe een deelnemend land moet zijn! Het meest waarachtige wordt dan uitgehold en met voeten getreden en gecontroleerd vanuit... wie, wat? In ieder geval niet meer de regeringen van de deelnemende landen. Maar wie dan wel? Deze onzekerheid en grotere controle, betutteling en bagatelliseren van het unieke voelt niet goed en betekent onvrijheid en dwang.

Gemeente Uithoorn haalde onlangs de Nederlandse vlag die was opgehangen om ermee te zeggen: ‘behoud ons Nederland. Wees er zuinig mee. We hebben zorg om Nederland. Bewaar onze identiteit’, weg. De gemeente bepaalde dat de Nederlandse vlag niet meer in openbare ruimten gebruikt mocht worden. Naar zeggen omdat sommige mensen zich ‘geïntimideerd’ voelden door de Nederlandse vlag. Zij legden een verband met het AZC dat op de grens van Amstelveen en Uithoorn gerealiseerd zou worden en het protest dat men daartegen had. Of dit zo is, weet men nog steeds niet.

Feit blijft wel dat het bijzonder is dat overal wel de Oekraïense vlag, een regenboogvlag, een Palestijnse vlag of welke dan ook mag hangen. Als dat betekent dat je ‘voor’ bent, dan impliceert het ook dat je ‘tegen’ ándere vlaggen met het daar aanhangende gedachtengoed zou zijn. We zijn dus dan heel splitsend bezig en voelen ons dan niet meer veilig en erkend. Want… als je ánders zou denken, dan wordt dat niet gesteund. Maar is dat niet een inboeten van vrije meningsuiting en heel ondemocratisch? Zeker als je je bedenkt dat je dorp, je stad iedere inwoner een kans moet geven. Maar… dat kan tegelijkertijd niet, want dan moeten alle vlaggen van alle landen uithangen en nog veel meer symbolen worden gebezigd, want… we mogen immer niemand tekort doen? Natuurlijk kun je niet alles etaleren. Daarom hebben we ook maar één vlag en dat is ONZE Nederlandse vlag waar alles in zit. Het moet vanzelfsprekend zijn dat ieder met zijn mening onder de Nederlandse vlag valt, die altijd nog staat voor saamhorigheid, eensgezindheid trots te zijn op Nederland waarin je staatsburger bent.

We leven ondertussen al decennia in een multiculturele samenleving in Nederland. Dat zou toch moeten betekenen dat we er trots op zijn onderdeel uit te maken van Nederland waar we toch wonen en leven of zelfs geboren en getogen zijn. Hoe kan het dat je je geïntimideerd, gediscrimineerd voelt door de Nederlandse vlag die er als trotse banier gevoerd hoort te worden door, voor een volk, gemeente, overheid die trots hoort te zijn op Nederland met alles wat er bij hoort en dat met hand en tand hoort te verdedigen?

Wordt de vlag echter de speelbal van willekeur en vóórkeur en is dát niet juist discriminerend?
En is het juist weer niet die veranderlijkheid die afhankelijk is van hoe de (politieke) wind waait die onzeker en onveilig doet voelen en wantrouwen doet groeien tegen wie blijkbaar de Nederlandse vlag weghaalt en het gedachtegoed dus niet steunt maar kleurt met willekeur, angst of belangen en partijdigheid?
Kan iemand die geen vlag voert nog wel niet beschuldigd worden van niet te discrimineren, dus beschuldigt iemand al niet snel iemand als hij commentaar heeft op een vlag of deze niet voert, of beschuldigt iemand al niet snel iemand als hij een vlag juist wel ophangt om een festiviteit, activiteit te versieren zonder bijbedoeling of juist mét?

Is het niet zo dat het voeren van, ophangen van een bepaalde vlag juist discrimineert en dat mensen zich soms onveilig of ongewenst of onwelkom voelen in het klimaat dat die vlag oproept of vertegenwoordigt? Hoort het niet zo te zijn dat goede wijn geen krans behoeft omdat het goede zichzelf bewijst? Is het niet veel eenvoudiger om één Nederlandse vlag te voeren die staat voor ons ALLEMAAL wie je ook bent, hoe je ook denkt, wat je ook doet? Kunnen we niet meer ieder voor zich denken en handelen zonder dat hier een bewijs, teken voor afgegeven moet worden? Is het niet een getuigenis van groot ego om perse wel een vlag van iets, iemand, gedachtengoed op te hangen terwijl je staat voor algemeen belang en democratie? Waar ligt de grens om welke vlag wel of niet op te hangen? Is het niet logisch dat groepen of ook unieke mensen zich gekleineerd, ongekend, benadeeld, gediscrimineerd voelen door het moeten aanvaarden van een bepaalde vlag die niet overeenkomt met hun mening, leefstijl, visie?

Zien we straks overal bepaalde vlaggen hangen? Ja, we zien bedrijfsvlaggen. Ze geven het unieke van dat bedrijf aan. Er is niets aan verbonden, dan alleen dat je weet dat dat bedrijf daar te vinden is. Gaan we straks zeggen: ’ik ben niet eens met dat bedrijf, dus de vlag moet weg? We zien dorpsvlaggen. De vlagen laten zien: wij zijn trots op dit dorp. Hier wonen wij, en daar niet meer. Daar begint een ander dorp. Maar… alles bij elkaar vormen we dat ene Nederland met maar één vlag. Gemeenten, overheden kunnen zich niet verlagen bepaalde vlaggen wel of niet op te hangen. Het zaait verdeeldheid dus discriminatie. Een overheid hoort hierboven te staan met de ene verbindende driekleur, de Nederlandse vlag.

Dat je op je eigen terrein, in je eigen particuliere bedrijf of instantie laat zien waar je voor staat, moet kunnen, We leven in een democratisch land. Het blijft natuurlijk wel zo dat je je zult moeten confimeren met waar Nederland voor staat. Zo niet, dan zul je hier niet kunnen wonen, of bedrijf voeren, al was het maar omdat jij je blijkbaar NIET confimeert met wat Nederland is of zelfs dat unieke ondermijnt en je niet aanpast!

Je hoort je echter - als je hoort tot een openbaar bedrijf, instantie of instelling waarbij ieder geholpen moet kunnen worden - zéker te bedenken dat niemand zich onveilig, beledigd of onwelkom mag voelen door bepaalde vlaggen wel of niet. Je hoort de drempel onpartijdig, neutraal te houden zodat ieder zich veilig en gewaardeerd zal voelen en vertrouwen heeft op even goede zorg.... Dat wordt lastiger als de Nederlandse vlag er verdwijnt of er andere vlaggen er verschijnen... 

Is het nog mogelijk dat een vlag gewoon gevoerd wordt omdat je trots bent op de eigenheid van je land? Of mag dat al niet meer omdat we daarmee een bepaalde groep zouden uitsluiten? Maar is het niet juist zo dat als je prat gaat op een sociaal multiculturele samenleving het automatisch zo is - of hoort te zijn - dat je onder de Nederlandse vlag ALLE mensen schaart die in Nederland wonen, willen zijn, wat inhoudt dat zij zich dus horen te confirmeren met wat bij Nederland hoort, dus ook de taal, gebruiken, cultureel erfgoed, normen en waarden? Zou je dit niet willen, dan moet je hier toch ook niet zijn? Zou de overheid deze aanpassing niet eisen, dan zou diezelfde overheid toch niet het eigene unieke dat Nederland is, willen koesteren en verdedigen? Dat zou dan toch meteen betekenen dat Nederland niet meer de moeite waard is en dus verkwanseld kan worden door die overheid of instantie en er over ons heengelopen wordt?

En is dat niet wat mensen verontrust en dat er daarom zoveel lading kan liggen in het wel of niet gebruiken van vlaggen?
Is het niet bijzonder dat men iemand ultrarechts kan vinden omdat hij juist wél vlagt of niét vlagt?
Is het niet discriminerend de vlag te gebruiken naar willekeur omdat sommige mensen zich bedienen van bepaalde voorkeur of overtuiging en juist daarmee andere uitsluiten die doodgewoon trots zijn op Nederland en de Nederlandse cultuur, normen, waarden, veiligheid, graag willen behouden? Wordt dat zelfs niet meer vertrouwd, dat je gewoon goedbedoeld trots bent op je eigen land en dat land zo wilt houden? Mag je nog opkomen voor je eigenheid als Nederlander of wordt je meteen bestempeld als staatsgevaarlijk als je protesteert tegen het weghalen van de notabene Nederlandse vlag die er voor IEDERE Nederlander hoort te zijn als boegbeeld, trots, steun, symbool van vrijheid, ruimte kortom het unieke gedachtengoed zoals dat bij Nederland hoort?
Is het degraderen van de inhoud van de Nederlandse vlag en het bijhangen van andere vlaggen niet te zien als noodkreet dat we stuurloos zijn en geen vertrouwen meer hebben en we ons daarom onveilig zijn gaan voelen en soms weggezet als staatsgevaarlijk als we een mening met of zonder vlag verkondigen die anders is dan een bepaalde groep uitkomt en wil?
Is het niet zelfbehoud, willen overleven uit een natuurlijke drang dat we ons territorium willen veiligstellen en willen verdedigen? En wordt dit dan nu bestraft met niet willen horen, wat de angst is en deze angst ontzenuwen of bagatelliseren door beleid en daden die ons het gevoel geven dat we onveilig zijn?

In de Bijbel waarschuwt God er al voor dat als een land haar uniciteit, eigenheid verliest, deze natie ophoudt te bestaan.

Uniciteit wordt verloren waar er verdeeldheid groeit in de samenleving:
-omdat mensen zich niet meer gesteund voelen;
-zich onveilig gaan voelen omdat er met twee maten gemeten wordt;
-er vermenging is met andere culturen, zeden, normen, geloof, rituelen;
-er aanpassing is aan andere culturen, gebruiken, gedachtengoed door verkwanseling van het eigen unieke erfgoed zoals taal, zeden, normen, waarden, gebruiken, geloof.
Het is juist het unieke waarmee je dienstbaar kunt zijn aan de ander, die dat unieke niet heeft.
Diegene heeft op zijn beurt iets anders dat uniek is en kan dat inzetten, aanbieden. Dat andere unieke kan dus weer benut worden in dat land. Het is het wederzijds dienen door juist de uniciteit wat vooruitgang, welvaart dient en brengt. Groei, ontwikkeling is samenvoegen, waardoor nieuwe mogelijkheden ontstaan. Echter… er moet vrijheid, respect en goede wil zijn. Anders wordt het niets en groeit er juist onvrede.

Het uniform maken, overnemen, weghalen, aanpassen, zorgt ervoor dat het unieke vervaagt en verdwijnt, waardoor de ander er niets meer aan heeft omdat de één het niet meer heeft en de ander het ook al wél heeft… Hiermee begint verval.. en stagnatie.
Waarom zou je kaas exporteren als het andere land diezelfde kaas ook heeft? Waarom zou je jouw kennis delen als dat andere land diezelfde kennis heeft. Waarom zou je naar een ver land op vakantie gaan als het hetzelfde is als je eigen land? Alle samenwerking, leermomenten, groeimogelijkheden houden op te bestaan door uniformiteit. We willen alles hebben en kunnen doen. Uniformiteit is helaas het parool, al roept men dat het gaat om het unieke. Helaas zien we in de praktijk dat het unieke steeds meer vervaagt om aanpassing aan de ander, terwijl de Bijbel zegt dat de ander zich dient aan te passen aan het land waar het te gast is en zich moet voegen naar de gewoonten van dat land en zich dankbaar en nederig (dat is een goede eigenschap die pas op de plaats geeft, dus blijk geeft van wil tot aanpassen) moet opstellen.
Zo behoudt je immers de unieke krachtige samenleving die rust op pijlers van respect, waardering, steun, saamhorigheid, samenwerking, trots en gemeenschapszin. Deze pijlers worden echter uitgehold dus ondermijnd als het andere zich niet aanpast en zelf eisen gaat stellen om wél het hun eigene te kunnen behouden.

Daarom zegt de Bijbel ook heel wijs: ‘als je wilt helpen, help de mens dan in zijn eigen land zodat dat land kan ontwikkelen, waardoor dáár het eigene sterker wordt en welvaart het gevolg is omdat ieder daar gaat meehelpen om met elkaar dat unieke wat daar de kracht is, sterk te maken met als gevolg dat landen en volken elkaar dienen met het eigene dat je beiden hebt. Wil je dat niet, prima, maar laat het dan zoals het dan door dat volk, die cultuur zo wordt gewild. Wees tevreden met wat jij hebt, deel het met de ander en benut wat jij niet hebt, tot wederzijds nut. De ander gebruiken om gewin of gemakzucht, onderdrukken, bevechten of minachten is nooit goed, want dat berust telkens weer op eigenbelangen. Het kan zijn dat iets ons in een ras, cultuur, volk, land vreemd voorkomt. Het kan zijn dat we er niets van begrijpen, er niet mee eens zijn, het niet willen, maar God heeft niet voor niets ervoor gezorgd dat ieder volk, iedere bijpassende cultuur juist DAAR nodig is op DIE plaats in de wereld en kan gedijen door juist dat unieke, met als doel een taak te kunnen zijn zoals het als volk bedoeld is te zijn, waardoor het op een of andere wijze nut heeft voor andere volken.
We kunnen vinden dat een plant, dier lastig is of nutteloos en hem weghalen. We kunnen ook met wijsheid en respect kijken wat de taak is van dat wezen in het grote geheel. Als we groot durven te kijken zullen we het nut ontdekken en het lege gat als probleem gaan ervaren als we die plant of dat dier hadden geëlimineerd, of naar onze hand hadden gezet, dus hadden gemanipuleerd omdat wij in onze zelfgenoegzaamheid vonden dat die plant, dat dier overbodig, nutteloos, lastig of gemeen was. Gods wet van orde, wijsheid en liefde zegt dat waar eigenbelangen de oorzaak zijn van het aanpassen aan andere volken en rassen en gebruiken, en het ondermijnen van het eigene, het volk en de welvaart ervan verloren gaan… We weten wat we moeten doen. Maar.. durven we dat en zoeken we wijsheid en kracht in de liefde die saamhorigheid, respect en samenleven waarbij het unieke waardevolle - het eigene - bewaard blijft? De tijd zal het leren…

Gera Hoogendoorn-Verhoef

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *