uitleggen

Hoe overleef je een zondvloed (een ramp)

Bouw je een Ark van Noach?

Het verhaal dat Noach een ark bouwde en zodoende de zondvloed overleefde, is algemeen bekend. Toch even een opfrisser:

DE ZONDVLOED
Noach woont in Hanoch het land van de laagte. Het volk is daar onder leiding van koning Lamech helemaal van God en Zijn leefregels afgeweken en vervallen tot de grootst mogelijke misdaad, verval van zeden en moraal. Het volk kan niet meer voortleven, want het is ieder voor zich en niemand is er voor de ander. Daarom is er een enorme uitbuiting, misbruik, en machtsvertoon. Wie daar niet in mee wil, wordt gedood. God ziet dit aan en heeft al jarenlang via wijze mensen gewaarschuwd dat er iets moet veranderen. Mensen luisteren niet en lachen de boodschappers uit of vermoorden hen.
Op een bepaald moment geeft God aan Noach opdracht om een grote boot te bouwen. God kiest Noach, omdat Noach de enige mens is die nog leeft zoals God dat had gezegd en had aanbevolen. Noach woont in de woestijn. Het volk lacht Noach uit, want.. water is in geen velden en wegen te bekennen. Hoezo een boot bouwen? Noach stoort zich er niet aan. Hij bouwt de boot, ark genaamd. Noach zorgt ervoor dat van alle dieren die daar wonen mannetje en vrouwtje aan boord gaan en dat er voor alle dieren voldoende voer is, evenals er voldoende eten voor zijn gezin is. Hij sluit de luiken op gezag van God en het gaat regenen 40 dagen en nachten lang. Ook onderaardse wateren zorgen voor een enorme stijging van de waterspiegel. Pas lang nadat het regenen is gestopt, zakt het water en stuit de ark ergens op het gebergte Ararat. Noach wacht tot het droog is en krijgt opdracht de nieuwe wereld te bevolken. De dieren bevolken de aarde en Noach wordt stamvader van de wereldbevolking.
(Dit verhaal van Noach is te vinden in de Bijbel, Genesis 6-9. Hoe de aarde door de eerste mensheid is bevolkt is te lezen in De Huishouding van God – Jakob Lorber (stichting Nieuwe Openbaring)).

UITLEG
Noach: de mens van goede wil, die God kent en wil luisteren naar God en zo ook leeft.
Woestijn: het leven in een vruchteloze, droge omgeving waar de liefde is uitgedoofd. Niets groeit er. Anders vertaald: in de woestijn van het hart is er geen liefde meer en groeit er geen leven meer. Al het goede is dood. De woestijn, het hart vol liefde is of gaat dood. Het is niet levensvatbaar en gééft ook geen leven.
Dieren en voeding die aan boord moeten: alle eigenschappen van allerlei soort en mate, goed of niet goed horen bij de mensenziel. De mens moet het ermee doen. Hij moet ze de voeding geven die past. De ‘dieren’ kunnen losgelaten als de ark op droge grond rust. Ze kunnen dan de nieuwe aarde bevolken. Anders gezegd: waar de eigenschappen (in de ark) gevoed zijn door gepaste zorg (voeding in de ark met Gods woord, het dagelijks brood), zullen zij sterk zijn en uit uitersten (man en vrouw) nieuw leven scheppen, waardoor uit de goede dieren (alle dieren zijn goed in Gods ogen. Hij heeft ze zelf gemaakt) de nieuwe wereld vormen.
De vele regen: Gods water, liefde dat het hart omspoelt en reinigt. Het liefdeloze hart heeft Water (Gods leer) nodig..
De aarde: de zondvloed betrof niet de gehele letterlijke aarde. De aarde was letterlijk het lagere deel tot de Himalaya met de Kaspische zee als dieptepunt. Hier zijn – als men wil – de resten van de beschaving van het land Hanoch nog te vinden.
De hele wereld staat voor alle mensen die totaal goddeloos geworden waren. Ze waren niet zomaar ‘gestraft’, maar ze waren al jaren te voren herhaaldelijk gewaarschuwd om Gods regels weer in te voeren. Ze deden dat niet maar wedijverden om macht. Ze bliezen een doorgang tot het hooggebergte waar nakomelingen van Seth (zoon van Adam, Eva) woonde met zijn nakomelingen (het volk van de hoogte). Zij leefden nog trouw zoals God dat had bedoeld. Het volk van de hoogte (in de Himalaya) werd door het volk van de laagte (‘de hele wereld’) niet meer toegelaten vanwege hun zedenpreken. Daarom versperden zij de doorgang. Bij het opblazen zijn echter onderaardse zeeën opengebroken. Mede hierdoor kon in redelijk korte tijd het lage land geheel onder lopen (de kolken der waterdiepten en de sluizen des hemels werden toegesloten en de regen uit de hemel hield op (Genesis 8,vers 2)).
Waar er grote hoeveelheden water komen, vormt zich ook altijd hevige regen als gevolg, vanwege temperatuurverschillen, verdamping, condensvorming, enz.
Het is nogmaals niet de HELE aarde die is onder gespoeld en niet ALLE mensen zijn verdronken. Anders zouden er ook nooit echtgenoten voor de gezinsleden gevonden zijn.
Ark: Ark verwijst naar het hart, wat de mens levend houdt, zoals ook de ark Noach en zijn gezin doet overleven. Ark is ook de bijzondere kist waarin de 10 geboden die God aan de mens gegeven had, bewaard werden. De ark stond in het Heilige der Heilige van de tempel. Alleen de hogepriester mocht in dat deel van de tempel komen.
Het Heilige der Heilige staat voor het meest innerlijke ‘vertrek’ waar Gods stem, adviezen bewaard zijn, en dus altijd aanwezig zijn. Alleen de mens die deemoedig en vol van goede wil is, wil luisteren naar wat God in zijn hart (het heilige der heilige) te zeggen heeft. Ga je met die adviezen smalend of lichtvoetig om, dan keren deze geboden, adviezen, waarschuwingen zich tegen je, omdat je ze kende, maar niet luistert naar wat jou wordt gezegd. Je bent dan dus dubbel dom. Je WEET immers het goede, maar DOET het niet! De mens legt uit dat God een eigenwijs mens straft. Dat is niet zo! De mens straft zichzelf door niet te luisteren naar Gods stem in zijn eigen of een ander zijn hart!
Naar de tempel, kerkgang: Als je iets niet weet of kent, en je doet iets wel of niet, dan is je handelen niet verantwoordelijk. Wel dien je te onderzoeken wat je voortaan kan leren uit wat je deed om te zorgen dat het voortaan beter gaat. Je zult dus de verantwoording moeten nemen oplossingen te willen gaan zoeken. Dat doe je door te willen leren en je te laten onderwijzen. Wil je dat niet, dan heb je zelf schuld aan je eigen ongeluk. Je wist immers beter, maar… je wilde niet of wilde er geen offers voor brengen. Je had dus voor het betere, niets over! Nogmaals, een onwetend mens is niet perse slecht!! Hij heeft echter kennis en leiding nodig. Dat moet hij dan wel willen zoeken en toelaten! Om te weten wie de waarheid vertelt, zul je God moeten vertrouwen. Hij geeft je in je hart te weten hoe iets zit, of iemand betrouwbaar is, enz. Daarom zegt God ook dat niemand iets te vrezen heeft, als deze God in zijn leven aan het werk laat! De eerste kerk was een samenkomt van mensen die luisterden naar de wijze die sprak in de naam van God. Zodoende kon ieder weten wat nodig was. Er was een natuurlijke orde en waardering voor de positie die je had. Er was geen meer, beter, of minder, slechter. Nu schijnt ieder te kunnen zeggen dat hij de waarheid spreekt. Maar… waar vanuit en wie kan herkennen wat waar is of toch niet?
Bouwen aan de ark, het wezen van de liefde: Overleven in de ark is mogelijk, juist door het feit dat je de ark bouwde. Als Noach eigenwijs en bang geweest was, had hij die boot nooit gebouwd onder zulke moeilijke omstandigheden. Luisteren naar wat je hart je zegt is dienstbaar zijn, omdat je Gods wil wilt uitvoeren. Dienstbaar zijn is een grote opdracht van God die liefde is. Zonder dienstbaarheid, verandert er niets en leer je niets en stagneert alles. Zonder dienstbaarheid is het alleen egoïsme, je eigen zin, je eigen wil, je eigen belang wat telt. Van het een val je in het ander en glijdt je af naar een liefdeloze samenleving omdat het ieder voor zich is. Er zal altijd een hoger doel moeten zijn waarop de mens zich richt. Dat hoge doel is: liefhebben. Daarom heeft God in 2 hoofdregels aan de mensheid meegegeven: ‘Gij zult uw God, uw Vader liefhebben en eren boven alles en van daaruit u naaste zoals u zelf liefgehad wil worden’. Eerst moet je dus weten wie God de Vader is (Levensbron van zuiver liefde waar alle leven uitkomt die in alles doordringt, alles samenstelt en voedt en onderhoudt). Deze moet je alle aandacht, liefde, inzet geven. Men heeft ervan gemaakt dat God alle eerbetoon zou willen hebben. Zou je dat niet doen, zou het je kwalijk vergaan. Men begreep helaas niet meer, dat God bedoelt dat de zuivere liefde alle eer, aandacht dient te krijgen!! Als je God kent en Hem in je leven wilt toelaten als wegwijzer, dan weet je wat je moet doen en zul je jezelf kennen, wordt je geholpen en kun je je ontplooien zoals dat via jou bedoeld is. God heeft namelijk gezegd dat ieder mens die in de naam van God (de Zuivere Liefde) iets wil, zal hem gegeven worden. God adviseert d mens naar de Tempel te gaan. Het godshuis. Men begreep niet dat God niet een uiterlijk gebouw als tempel bedoelde, maar het menselijk hart. Dáár woont God. Zijn geest vloeit in ieders hart, waar een mens dat maar wil. Hij zal dan wel Gods stem pas vernemen als hij er naar WIL luisteren. Dat lukt pas als hij in rust is. Als zijn gemoed in rust is.. Daarom werd ook aanbevolen op de 7e dag rustdag te houden. Hij wordt dan niet gestoord door allerlei drukte van afleidingen, verleidingen en bezigheden. Hij is dan vrij van werk en zorgen. De ziel van de mens kon dan in overdenking tijdens niet veel te doen te hebben goed ‘horen’, ‘voelen’, ‘innerlijk weten’, wat God je te zeggen had. Zodoende kon je weer vooruit in een nieuwe week van werk en verplichtingen. Je had weer dingen geordend, plannen gemaakt en wist weer wat je moest doen of laten. Deze momenten van rust worden niet meer gezocht als je altijd maar doorgaat met werk of huizenhoge problemen je geen rust meer gunnen. God heeft nooit bedoeld dat je op zondag niets mag doen. Het gaat om de rust en even vrij zijn van moeten, kunnen genieten van elkaar, de natuur en stilte… God zal in jouw hart je de weg wijzen en laten weten wat je weten moet. Van daaruit kun je je medemens dienen met wie je bedoeld bent te zijn. Als ieder dat doet, is er een dienend samenwerken waar geen ruimte is voor ego, maar alleen voor God. Als de mens dus de wil van De Vader doet, ontbreekt hem niets. Dat is in kort de boodschap die God aan de mens meegaf om te kunnen overleven en een goede samenleving te waarborgen. De Bijbel vertelt alle belangrijke lessen aan de mens in verhalende vorm en metaforen. Zodoende zijn ze voor wie dit serieus neemt en wie het gegeven is, duidelijk. De mens die de verhalen letterlijk neemt, komt vaak in de knoei en wil maar liefst die soms wonderlijke verhalen, gebeurtenissen negeren, veranderen of anders uitleggen, omdat de wezenlijke gééstelijke inhoud en waarde hem niet bekend is! Dat heeft geleid tot ontzettende misverstanden en groot onrecht dat menig mens is aangedaan in de naam van God. Nog steeds is de ark de boot die werkelijk gebouwd is (hij ligt als wrak in Turkije). Maar nog steeds wordt met de ark de veilige weg bedoeld die je in je hart vindt en die je over stormen en vloed draagt naar het leven toe!
In het centrum van de ark: Of God in een luid te verstane stem heeft gesproken, of dat het een kei sterk innerlijk weten in Noachs hart was, zullen we niet echt weten. Doet er ook niet toe. We weten in ieder geval – en daar gaat het om – dat Noach de wil van God deed: hij volgde zijn hart dat op God gericht was gebleven. Daarom kon hij ook Gods stem vernemen. Mensen die God niet kennen, horen ook wel ‘iets‘ in hun hart, maar… ze weten vaak niet wat dat is en vertrouwen ZICHZELF (het ZELF dat God is in ieder mens, de levensvonk waardoor de mens leeft) niet.
Ze gaan dus aan zichzelf, HET ZELF ( unieke echte) in zich voorbij. Daarom gaat het vaak mis met van alles en nog wat. Andere mensen zeggen dat ze wel degelijk luisteren naar hun hart, en praten daarom alles maar goed wat ze denken, willen en doen. Maar… waar mensen Gód niet bovenaan hun leven zetten, zijn zij in voor ideeën, meningen van hun ego zelf, dat niet van God is, maar beperkt en dus in meer of mindere mate liefdeloos zijn! Daarom gaan ook veel dingen mis. Mensen doen dus heel vaak niet Gods wil - de wil van wat de zuivere liefde wil, of iets wat zoveel mogelijk lijkt op zuivere liefde - maar hun eigen wil die zonder God niet veel voorstelt en ALTIJD ellende en een omweg brengt. Menselijke ideeën en regels hebben altijd beperkingen, want ze zijn feilbaar en niet volmaakt. Ze zijn UIT God gekomen, maar nooit God ZELF. Daarom kan GEEN MENS volmaakt zijn. Al wat hij denkt, wil, doet, is dus beperkt als hij God niet kent of geen goed hart heeft! Hij zal dus God – de zuivere liefde willen doen – centraal in zijn leven op alle fronten moeten willen zetten.

Gods gebod aan het volk om de ark altijd met zich mee te dragen tijdens de tocht door de woestijn.
God weet dat de mens zich in de woestijn bevindt, zodra liefde verkilt. Daarom zei God ook tegen Mozes toen deze het volk uit slavernij uit Egypte (synoniem voor slaaf van goddeloosheid, eigen wil, begeerte, afgoderij), dat de ark altijd in hun midden moest worden meegenomen. De Tabernakel (tent) moest op bepaalde wijze gebouwd worden om te kunnen dienen als samenkomst om God te eren. De Ark was immers in de Tempel waar de Hogepriester aan God raad vroeg en het volk hielp aan advies, regelgeving ter overleven, ter voeding, ter genezing, sociale orde, enz. Het volk moest naar de tempel om daar God eer te brengen. Voor het niet zo goed ontwikkelde volk, dat nog een slaafse aard had en niet voldoende zelfstandig in liefde kon nadenken en handelen was het nodig dat het regels opgedragen kreeg om orde en gezondheid te behouden. Alleen de Hogepriester deelde de adviezen die God hem liet weten, mee. Hij kon in de stilte van het ‘Heilige der Heiligen’ (of te wel meest heilige (= helende plekje) van het hart (ark) van de tempel (tempel is menselijk lichaam dat gevoed, gestuurd wordt door het hart vol leven) Gods wil vernemen. Telkens als het volk weer verder trok moest de Tabernakel weer opgebouwd. Anders gezegd: als je verder trekt door de woestijn ( je leven leeft te midden van gevaar en liefdeloosheid) moet je de ark met je meezeulen. Anders gezegd: lastig zo’n zwaar pakket, maar wat je wel nodig hebt om te overleven. Je moet het zorg geven. Telkens weer opbouwen en in elkaar zetten. Anders voed je het niet en valt alles uit elkaar en… heb je een gebroken hart, dat Gods stem niet meer kan horen. Als niemand dan een vruchtbaar hart meer zou hebben, zou niemand meer een oplossing kunnen vinden, want .. Gods stem zou dan niet meer gezocht, gehoord en beluisterd kunnen worden.
Daarom is het ook zo belangrijk dat een mens God als hoogste wil erkennen en ernaar wil leven. Immers, dan is er pas een geweldloze, liefdevolle, respectvolle samenleving waarin geen grote problemen en onrecht, misdaad, armoe en grootste rijkdom heersen. Als je dus ziet dat er een wereld is die vastloopt in enorme problematiek op allerlei gebied en er grote geestelijke nood is onder de mensen, dan is er iets niet goed gegaan. De mensen moeten een ark gaan bouwen die hen over de vloed draagt. Deze vloed is er spreekwoordelijk nu…
We kunnen een ark bouwen, een stevig bolwerk maken van liefde en dienstbaarheid, waarin het grote geld en goed geen macht meer heeft en niet meer de gang van zaken en regelgeving bepaalt.
Mensen zullen je uitlachen. Mogelijk lach je wel om wat hier geschreven staat. Maar.. waarom niet het zekere voor het onzekere nemen en eens RUSTIG, KALM gaan zitten en de balans opmaken van wat er goed gaat en wat er niet goed gaat in het grote leven van de grote wereld of ook in dat van jouw eigen leven?
Als wereld gaat er veel mis en is radeloosheid, armoe en onderdrukking, dreiging van teloorgaan van de aarde orde van de dag. God is al lang niet meer de Ark in ons midden. We bevinden ons in de woestijn van verval, maar kunnen alleen maar uit die woestijn gered als we weer bouwen aan de ark
Waar we te rade kunnen gaan. De ark is er nog steeds, want God heeft beloofd door middel van het teken van de regenboog aan de hemel dat hij nooit via een dergelijke vloed mensen zou gebruiken om de mens tot beter te bewegen. Wel heeft God gezegd, dat we Hem niet moeten vergeten, omdat we anders vanzelf het liefdeloze gaan kiezen boven de Liefde.
Om halt te roepen aan machtswellust en oneerlijkheid en om mensen van goede wil ruimte te geven, geeft God ons een kans. Hij is het niet die vernietigt, maar wij zijn het zelf die alles kapot maken door onze liefdeloosheid in de vorm van denken dat alleen techniek, wetenschap, uitvindingen, vaccins, onderdrukking, autoritair gezag waardoor onvrijheid steeds groter wordt, ons zal moeten redden. Nee. Dwangmiddelen, of dingen die ongelijkheid brengen waarbij de individuele mens geen ruimte meer heeft, is altijd liefdeloos.
Waar we luisteren naar de eeuwenlange raad: ‘heb elkaar lief en geef Mij, de Enige God - de Hoogste Liefde die er voor IEDER MENS IS - alle eer. Doe daaruit wat je ingegeven wordt in je hart en.. een nieuwe samenleving van vrede zal feit zijn’. Wie bouwt er aan de ark?

Sonne Hoover

Een nietig virus legt de hele wereld plat

Wat is er aan de hand?

Bijzonder! Elke winter zijn er jaarlijks wel 200.000-600.000 overlijdens aan griep. Dat vinden we niet bijzonder meer. Nu zijn er wereldwijd al ruim 5000 mensen overleden aan het Corona COVID-19 virus…. Als we geen test gehad hadden, zouden we niet eens dit virus hebben kunnen aantonen en dan zouden we waarschijnlijk gewoon doorgegaan zijn met waarmee we bezig waren. We zijn in de greep van angst, maar zijn we dat voor het virus zelf of voor de gevolgen? Het tweede lijkt meer reëel te zijn. De hele economie, de hele samenleving, de hele wereld ontwricht door… angst voor een klein virus. Dat is wel een heel groot probleem..
Natuurlijk is het goed om hygiënisch te werken en te leven. Dat is altijd al zo geweest, want we voorkomen er allerlei besmettingen en dus ongemak en leed door. Ieder roept altijd al op om thuis te blijven of uit de buurt van een grieppatiënt als je weet dat je kwetsbaar bent en geen zin in griep hebt. Alom aanvaard. Nu doen we ineens alsof er iets heel engs aan de hand is..
We vliegen naar de maan, noemen levensbelangrijke gassen ineens broeigassen, lijken voor alles een oplossing te hebben - en anders forceren we deze - , vinden ondertussen euthanasie normaal, verbouwen mensen, transplanteren allerlei organen, maken ons druk over dierenleed en tolereren daarom maar veel mensenleed, willen van alles hebben en vinden dat we overal recht op hebben, onschuld is pas een feit als het tegendeel bewezen is, medici hebben nog nooit zoveel ziekten moeten behandelen als nu, terwijl het doel is van de medische wetenschap ziekten te voorkomen en te genezen, wat dus niet lukt. Er is een oproep om zo vrijdenkend te zijn, dogma’s los te laten, wat goed is, maar waarbij ook alle moraal, normen en waarden verdwijnen, en mensen nog nooit zo stuurloos en onvrij geweest zijn. We willen strengere straffen, maar ondertussen wordt de dader beschermd en zijn slachtoffers al snel schuldig. Zijn we slachtoffer van een wereld die geestloos is? Zijn we misleid door allerlei zaken, meningen, uitvindingen, beleid die de oplossingen moeten geven, maar dat niet doen en ook niet kunnen?

Ineens kampt deze tijd naast vluchtelingen problematiek, discriminatievragen rond zin en onzin hiervan, oorlog en dreigende oorlog, milieuproblematiek, grote geestelijke nood onder zoveel mensen, ook nog eens met zo’n uitbraak van het corona virus. Ook dat er nog bij. De grote vraag is waarom en vooral… waartoe!

Wel  heel bijzonder dat we eerder enorme aandacht hadden voor b.v. de 'varkensgriep'. Zodra landen aankoop hadden gedaan van miljoenen griepvaccins, hoorden we niets meer van het hele angstscenario. Was ineens dan niemand meer ziek?  Of was de slag geslagen voor het kartel dat belangen had bij verkoop van het vaccin? Is dat te slecht gedacht, of zijn we al zover dat we over de hele wereld smijten met geld uit angst en hebben enkele groepen zoveel macht over de mens die alleen maar bang is en hoort wat hij wil horen en ook niet kan horen wat niet gezegd wordt? Vaccins die niet waren gebruikt, werden doorverkocht aan andere landen. Achteraf bleek het virus niet zo angstwekkend te zijn.

Het goede van de pandemie  moet maar zijn dat we uit ervan kunnen leren. Voorlopig nog niet veel,, want er is veel angst en verzet. Allemaal eigenbelangen worden zichtbaar. Mensen gaan hamsteren, zichzelf ziek verklaren om gebruik te maken van de regeling dat je bij griepverschijnselen niet welkom bent op het werk. Ouders worden nog niet beboet als ze hun kinderen thuislaten. Dat geeft ruimte maar ook druk! En wat doe je met de kinderen. Toch maar weer voor de TV, gamen of spelletjes en elkaar weer eens echt ontmoeten? De een maakt er een kwelling van, de ander probeert van de gelegenheid een feestje te maken. Kinderen mogen niet naar opa of oma, dus oppas wordt gemist. Wat een patstelling! Hoe ga je met al deze dingen om? Ziekenhuisafspraken die niet noodzakelijk zijn worden geannuleerd. Kom je meteen bij de vraag terecht: is het zo nodig dat ik die afspraak heb, of was het een prettige gevoel controle. En.. is de kwaal waarvoor ik hier kom eigenlijk wel een kwaal? Ziekenhuizen, zorgpersoneel zijn in de overuren. Regering roept op om toch op het werk te komen. Groot tekort is er en dreigt. Zouden we nu dan leren dat er meer geïnvesteerd moet worden in zorg en zorg personeel?
Mensen gingen toch naar wintersport. Negatief advies was er niet in alle gevallen, maar als je wilde, zag je toch de bui hangen. Toch maar gekozen voor het leuke. Er is immers betaald en.. ik wil niets missen. En dan.. is het zover. Toch in quarantaine. Wie zitten hiermee? Werkgevers, mensen die op zorg zitten te wachten.. en zelf kom je erachter dat er meer meespeelde dan vertier..
Er zijn overal grote financiële verliezen. Spannend voor velen vanwege grote zorgen hierom, maar ook hebzucht groeit en een slag slaan nu het kan. Ook de vraag wat je werkelijk kunt lijden, wat niet. Wat heb je werkelijk nodig en wat niet? Wat valt er te delen, wat niet? We worden erg op onszelf teruggeworpen, zoals dat altijd het geval is bij crisis in grote nood. En.. het begint nog maar net. Of.. waait de bui over?

Misschien wordt de uitbraak van dit virus wel gebruikt door de producenten van vaccins. Juist in de tijd dat men bang is dat meer mensen door hebben dat inenten lang niet zo gezond en werkzaam is, als men wel doet denken. Bang geworden mensen gaan eerder overstag en de groep belanghebbenden bewegen gezaghebbenden makkelijker tot verplichten van inenten met ook het komende vaccin, omdat dit immers ontzettende impact hebbende gevolgen voorkomt. Is dit alles soms goed getimed en een pressie middel ook weer uit eigenbelangen en wordt emotie angst gebruikt?
Allerlei mogelijkheden zijn kansen, maar ook vaak obstakels. Zeker als we kansen gebruiken om angst te zaaien en eigenbelangen mogelijk te maken. Regeringen dienen ook niet altijd het algemeen belang. Men dient politiek, wat nooit vrij is van welke (groeps)eigenbelangen dan ook. Hoe kun je een oplossing vinden door middel van zuiver materiële zaken, beredenering, hersenwijsheden en maatregelen, die geen wijsheden zijn en allerlei eigenbelangen dienen als het hart dat wezenlijk dienstbaar wil zijn aan goed doen, niet ‘meedenkt’, dus niet de basis is van een mening of besluit?

Het goede van de pandemie is dat de lucht in China in ieder geval al in korte tijd zeer veel schoner geworden is. Er is nu al een enorme besparing door aanzienlijk minder vliegverkeer op stikstof en CO2. Boeren moeten gewoon door en gáán gewoon door. Zij zijn wel degelijk onmisbaar en maken ondertussen vanzelfsprekend duidelijk dat zij niet in zo grote mate als beweerd, zorgen voor de hoge concentraties van broeigassen. Misschien groeit er weer waardering voor de producenten van onze natuur en voeding.
Een ander voordeel is dat er minder files zijn. We mogen nu nét nog maar 100 km. per uur rijden en nu is er volop ruimte op de wegen. Mensen zoeken elkaar weer thuis op en niet zozeer op de evenementen, de restaurants, het café. Ook wel weer bijzonder om met elkaar bezig te zijn. Misschien hebben we al ontdekt dat we met veel minder óók kunnen toekomen en bemerken we dat thuis zitten ook zo zijn voordelen heeft, in plaats van rennen van hier naar daar om alles maar te kunnen meedoen. Allerlei evenementen, activiteiten, hoe waardevol ook, gaan niet door. We moeten onszelf  zien te entertainen en komen misschien nu toe aan andere waardevolle dingen en het onderzoeken wie we willen zijn.
Essentiële zaken worden weer duidelijk. Het gaat om samen, voeding en zorg. De rest is natuurlijk geweldig verrijkend en belangrijk, maar in principe zijn zoveel dingen overbodig. We hebben met elkaar door de tijd heen zoveel beroepen en mogelijkheden gemaakt, dat we daardoor van gekkigheid niet meer weten wat we willen, wat we moeten en wat we moeten kiezen. We moeten wel al met al met zijn allen zoveel ballen in de lucht  houden, dat de levensnoodzakelijke beroepen in diskrediet zijn geraakt en gewoon menselijk contact niet meer nodig gevonden lijkt te worden alhoewel we braaf roepen dat dit contact zo waardevol is. We werken aan robots in de zorg en noemen allemaal geweldige voordelen en beseffen niet hoe verarmd we ondertussen zijn door dit goed te vinden.

Door een pandemie wordt het weer voor ieder helder waar belangen zouden horen te liggen. Gaan we zo langzamerhand weer terug naar tevredenheid, eenvoud, samen sterk, elkaar helpen en dienen te midden van benutten van ieders unieke eigenschappen, talenten en gezondheid zonder stress maar met werkelijke bevlogenheid door te doen wat ons hart van ons vraagt en waarvoor we bedoeld zijn?
Misschien heeft God het virus wel toegelaten om deze dingen te leren. Het wordt tijd voor verandering, want zoals het nu gaat, kan de wereld niet verder en lopen we met zijn allen stuk op heel veel fronten. Misschien leren we weer naar elkaar om te zien en te vertrouwen op ongeziene kracht die virussen kan scheppen, maar ook kan vernietigen. Licht doodt virussen. Weet ieder dat?

Waarom zijn er dan zoveel ziekmakende toestanden? Omdat er licht tekort is. Het zuivere licht bereikt door vervuiling onze aarde niet meer voldoende en al is dit wel het geval, heft al onze industrie het goede weer op. Maar ook liefdeloosheid en negatieve gedachten is gebrek aan licht. Kennis van de kracht van het geestelijke, innerlijke positieve liefdevolle is ook licht. Van deze zaken is er helaas een schrijnend tekort. Het is donker in het gemoed van de meeste mensen. Mensen zoeken hun heil in uiterlijke dingen. Er wordt voorbij gegaan aan de kracht van liefde en het doen wat de zuivere waarheid is. Materie lijkt het enige doel en de enige oplossing te vormen. God gebruiken doen we al lang niet meer, want Hij heeft afgedaan. De liefde heeft afgedaan. We roepen dat het om het simpele, mooie, liefdevolle, echte gaat, maar we worden afgeleid door de materie die zoveel moois te bieden lijkt te hebben. De wetenschap lijkt de antwoorden te hebben en tegelijkertijd zien we dat veel ons ontglipt. De mens vindt zichzelf de beste met zijn verstandskennis en wensen en zoekt het in de materie en zijn verstand. Of zou de mens in nood weer leren bidden? Bidden is ook dienstbaar zijn. Niet stil zitten en niets doen, maar aan de slag gaan met goed doen! Dat is altijd nog eens omzien naar en zorgen voor elkaar. Niet een ieder voor zich vanuit allerlei eigenbelangen, wat liefdeloos is, zoals het nu is.

Oplossingen liggen niet in het collectief als eerste, maar begint in het klein bij ieder mens zelf die de verantwoordelijkheid kan nemen om goed te doen met de intentie  dienstbaar te zijn! Dat vormt een stevige basis voor een gezonde moraal en samenleving. Zou het rijk van vrede en welvaart dan toch komen? Ja, dat komt, maar niet zonder slag of stoot. De mens moet zelf een keus gaan maken tussen ego wensen en gedrag en wézenlijke belangen en dienstbaar zijn. Hij kan genieten van al wat is, maar dan wel met dankbaarheid en niet met ontevredenheid, met de intentie lief te hebben, ieder het zijne te gunnen, vrij te laten, de ander te helpen, waardoor hij zelf de helft minder aan problemen zou veroorzaken en... ervaren! Vrede en welvaart beginnen altijd nog bij jezelf.  Ook de oplossing van dit wereldwijde probleem. De wereld heeft licht nodig! Licht zorgt ervoor dat donkerte weggaat, zoals ook gezond en zuiver licht preventief werkt voor veel ziekten en geestelijke donkerte. Als ieder persoonlijk mens rustig blijft en begrijpt wat er aan de hand is en ondertussen zorgt voor licht, dan zal veel moeite voorkomen kunnen worden. Maar goed, voordat het licht wordt, heb je altijd eerst het donker... De zon is er altijd. Dat te realiseren doet goed, want na de nacht wordt het altijd weer licht!

Sonne Hoover

Shambhala, Paradijs, Nirwana: waar is dat rijk te vinden?

Shamhala, Paradijs, Nirwana: waar is dat rijk te vinden?

Is er een materieel land van melk en honing op aarde en waar dan wel?

Door tijden heen hebben mensen gezocht naar een gebied op aarde waar er een volk zou wonen dat zich nog in het paradijs bevindt. Andere mensen denken niet zo zeer dat het gaat om een volk, maar om een gebied waar het Paradijs zou zijn. Het moet zo mooi en goed zijn, dat ieder die daar zou wonen vanzelf gelukkig zal zijn of worden door die omgeving waar alles in balans is.
De bijbel vertelt ons van het Paradijs, waar de eerste mens, Adam en Eva woonden. Zij werden eruit verdreven doordat zij Gods gebod niet te eten van de boom van kennis van goed en kwaad die in het midden van het Paradijs stond, hadden overtreden. (lees Genesis, het eerste boek van de bijbel).
Shambhala is een mythisch koninkrijk wat te vinden zou zijn volgens het Boeddhisme in de Himalaya. Het is een rijk waar de mens volmaakt is. Er is daar de hoogste staat van zijn die een mens kan bereiken. Hij bereikt er zijn heiligheid. De leer van het Boeddhisme is bedoeld om de mens naar die staat toe te helpen. In alle Godsdiensten wordt de mens trouwens een doel, een Shambhala, Paradijs, Nirwana, voorgehouden. Dat doel is telkens weer: zo volmaakt mogelijk de wetten die de Godheid heeft bepaald, doen, waardoor de mens dóór dat doen van die goddelijke - dus volmaakte - wetten vanzelf in een staat van heelheid komt, waardoor opperste vrijheid en gelukzaligheid - al is dat niet direct in dit aardse leven - dan wel (ook) in de geestelijke wereld kan worden veroverd. Het bereiken van dat doel heeft lijden in zich, want zonder opoffering van het ego, van het kwaad, van het materiële zal natuurlijk die volmaakte heelheid nooit kunnen worden bereikt. De mens moet zich dus leren op te offeren om het goede dat de Godheid wil, te doen. Opofferen, ascese, verloochenen van het ‘foute’ zelf hoort dus bij het leven. Immers, in het leven gaat het steeds weer voor ieder persoonlijk, uniek mens: wat doe ik wel en wat doe ik niet en waarom denk, wens, wil en doe ik dat..
Godsdienst is er om de godheid te dienen. Dat wil zeggen: een mens moet zoveel mogelijk willen gaan lijken op de godheid. Dat je beeld van wie, wat die godheid is en vraagt dan wel heel zuiver moet zijn, wil je jezelf een juist doel kunnen stellen, zal duidelijk zijn. Al naar gelang je een juist of minder juist begrip van de godheid hebt, zul je je immers ten doel stellen wat jij vindt dat die godheid van je vraagt of zelfs eist, te doen, met inzet van je hele ziel en zaligheid en dus zelfs leven. Martelaarschap, je beste beentje voor zetten, jezelf als superieur of uitverkoren beschouwen of juist als paria omdat de godheid dit zo wil of heeft voorbestemd, wil je dus de godheid pleasen. Je lot is dan immers draaglijk en al is het leven hier dan niet te veranderen, zul je tenminste een vergoeding krijgen voor je lijden op aarde. Na je lichamelijke dood zul je dan zijn in de hemel, het paradijs, het nirwana. Door je lijden, martelaarschap, ultieme aanvaarding zul je immers zeker wordt gesteld. Immers, de gedachte, overtuiging, het geloof dat je denkt te moeten lijden, wil je gecompenseerd worden voor dat lijden is dikwijls ingehamerd door overigens goedbedoelde spiritueel leiders.
De gunst van de godheid zou dus te verdienen zijn door meer te lijden, of ook zelfs zoveel lijden te veroorzaken, wat blijkbaar mág volgens het doel van de godheid, om zijn wezen en wetten maar te steunen. Allerlei fanatisme kan dus gevolg zijn van het idee dat de godheid geholpen moet worden om zijn rijk te versterken. Daarom is in iedere godsdienst of levensbeschouwing ook een kern van waarheid gelegen, namelijk dat het doel is om dat wat die godsdienst beschrijft, ook als enige waarheid te zien. Tegelijkertijd is dit de reden waarom er zoveel oorlog en verdeeldheid is. Immers…. We zijn de hele waarheid, het complete verhaal kwijt. We leven in versnippering. Ieder volgt de waarheid die hem goed doet voelen, die hij geleerd heeft, of als voorbeeld heeft meegemaakt en hangt eraan vast, ook al brengt deze beschouwing, het geloof een grote verdeeldheid, geweld, strijd en oorlog.
We zoeken allemaal naar dat Paradijs, dat Nirwana, de Hemel, het Shambhala, maar weten niet meer dat het IN onszelf ligt, als we maar zouden weten dat de godheid LIEFDE met hoofdletters, dus volmaakte liefde en dus waarheid is! Deze God van volmaakte liefde - dus zonder eind en grenzen -laat ieder mens vrij, omdat deze gemaakt is naar Zijn beeld, wat betekent dat dus ieder mens een vonkje liefde in zich heeft, wat er alleen kan uitkomen en kan groeien, als die persoon de zuivere liefde als doel heeft, en er voor kiest en volhardt in het zich erin bekwamen door oefening. Het Christendom leert dat liefde gedaan moet worden uit vrije wil en dat als een mens daarvoor kiest, hij zich Jezus Christus – mens geworden God – als voorbeeld neemt. Immers, Hij deed de wil van de Vader en bereikte daarmee overwinning op het kwaad. Ego werd dus afgezworen, waardoor de geest van God vanzelf zich openbaarde. Daarom was het dat Jezus kon gebieden over leven en dood en de natuur kon gebieden. Waarom nu dan weer Jezus Christus perse, zul je kunnen zeggen. Hij was Degene die zonder enkel eigenbelang en kwaad in zin, alles bereikte en nog veel meer door alleen maar volhardend, door dik en dun de wil van de zuivere liefde en waarheid trouw te blijven doen. Dat daarbij ménselijke, materiële, verstandelijke en lichamelijke belangen niet het doel waren, wil de mens niet horen. De weg die Jezus ging volgt de mens liever niet, want hij moet er teveel voor opgeven… denkt hij.
We zien hier al iets van het lastige in het terugvinden van het paradijs, dat in ieder mens gelegen is, en te vinden is. Wat daarvoor nodig is: het zich houden aan de liefde wetten die God gaf, waardoor kwaad vanzelf uitdooft, omdat geen mens er meer voor kiest. De kracht hiervoor is te vinden in een juiste opvoeding, waarbij het kind zijn ziel vormt naar die wetten, door de juiste kennis, voorbeelden en leefstijl. De mens dient de vrije wil te ontwikkelen en te behouden, waardoor iedere mensenziel zelf kan kiezen in hoogste vrijheid voor of tegen het willen, het zoeken en het doen van de liefde, waardoor hij de heelheid vindt in zichzelf en… in de ander, voor zover dit mogelijk is op aarde. Immers, er zullen altijd mensen zijn die het anders zien en voor andere dingen kiezen. Zolang het rijk van vrede niet in ieder mens wordt ontwikkeld, zal er strijd, verdeeldheid en ziekte bij het leven horen. Waar de mens zoekt naar een paradijs, zal hij dat in zichzelf moeten willen weten vóórdat hij dit paradijs aandacht kan geven en er voor zal willen kiezen om dat paradijs dan maar te verwezenlijken door zijn leefstijl die getuigt van facetten die horen bij dat paradijs. Hoe kun je anders bouwen aan een paradijs als je er geen juiste voorstelling van hebt?
Daarom zegt God ook: ‘wie Mij gelooft, kan Mij vinden. Wie dit werkelijk wil, gaat het zoeken en…. zal vinden. Ieder mens zal daartoe zijn ego, de materie, zijn lichamelijkheid, dat wat liefdeloos is moeten willen verloochenen, omdat al wat materie - dus uiterlijk is - tijdelijk is en maar een déél van de hele waarheid. Volg de wetten van de liefde die Ik gegeven hebt, en ieder zal het paradijs, de hemel bereiken en ooit met Mij zijn, in Mijn woning..
In de bijbel (Exodus) is er de geschiedenis van het Hebreeuwse volk, de Israëlieten te vinden, die eerder in gevangenschap in Egypte leefden. God wilde dat Mozes de Farao zou bewegen het volk te laten gaan. Mozes wilde dit niet, want hij vond dat hij daartoe niet geschikt was. God vond van wel. Mozes volgde uiteindelijk Zijn wil, want zijn trouw aan God deed hem inzien dat hij er niet onderuit kon. Uiteindelijk liet de Farao na veel tekenen (van ellende en verderf) het volk gaan. Waarom al die ellende nodig was en waarom God dan toch niet een beetje hielp, is de vraag voor veel mensen. God was er wel en Hij adviseerde het volk trouw te blijven aan Zijn leer. Maar… Israëliet of Egyptenaar verlieten Gods leer of wilden er niets van weten of kende deze leer niet. Als Farao milder geweest zou zijn, zou de geschiedenis heel andere gegaan zijn. Als hij minder trots was geweest, minder uit was op eigenbelang, het Hebreeuwse volk meer liefde had gehad voor Gods adviezen, zou die ervaring van gevangenschap en gevangen houden niet geleerd hoeven zijn…Dat geldt trouwens voor alles wat gebeurt: Als één iemand anders beslist, kan veel ellende voorkomen worden. De gang van de geschiedenis hangt af van de mate van ego, liefdeloosheid en liefde die een mens wel of niet heeft. De kracht waarmee hij zijn zaak verdedigt, maar ook de kwaliteit van bewustzijn van iemand maakt dat mensen met hem meegaan of niet. Zo groeien er grootst mogelijk onrecht en misstanden omdat mensen vechten voor de verkeerde zaak of zich laten meeslepen.. zich niet verdiepen, druk bezig zijn met ‘interessantere zaken ‘, moe gestreden, beschadigd zijn, enz. Een zaak is verkeerd, waar er liefdeloosheid en onwetendheid aan ten grondslag ligt en eigenbelangen vanuit tekort aan liefde. Dat er dus al snel allerlei vormen van lijden zijn, zal duidelijk zijn. Gód wil geen lijden. Lijden is er zodra en zolang het paradijs verlaten wordt. God beloofde het volk verbetering en hield hen een Land van Melk en Honing voor in het Nieuwe Vaderland dat zou worden bereikt (Kanaän). Dat land moest wel bevochten worden. Het volk geloofde met de tijd dat er allerlei ontberingen kwamen tijdens die tocht door de woestijn niet meer zo in en begon zijn eigen beeld van wat het beloofde land dan wel moest zijn, te ontwikkelen. Al met al duurde het wel 40 jaar lang voor het Beloofde Land werd bereikt. Zelfs Mozes liet een paar steken vallen, waardoor ook hij niet in het Beloofde land kon aankomen. Toen dan het Beloofde Land werd bereikt, konden ze er niet in, want er moest eerst gevochten worden. God gaf allerlei regels waardoor het volk kon winnen. Vandaag de dag verzucht de mens dat God toch wel een zeer partijdig, onredelijk en wrede God is, omdat hij kiest voor het ene volk en tegen het andere is. Nee, verkeerd begrepen! God noemde volkeren die God en Zijn liefdesadviezen niet kende, heidenen. Zij moesten bevochten worden. Ieder mens die de liefde niet kent en dus ook de sociale, medische, bouwkundige, technische wetten daar uit voortkomend niet kende, moest ‘bekeerd’ worden. Ze moesten van onwetend, wétend worden. De Heidenen moesten God leren kennen. Ze waren niet minder, niet minderwaardig, maar onwetend! Het oude moest worden veroverd, moest verdwijnen, vernietigd. Daarom zijn er in Leviticus (bijbel boek) allerlei wijze en dus liefdevolle regels ter oorlogvoering, enz. gegeven, teneinde halt te roepen aan misdadige, goddeloze, liefdeloze zaken, en het voortwoeden van epidemieën waardoor het volk zou worden uitgeroeid. Ook om te voorkomen dat ook het volk van God niet ermee geïnfecteerd zou worden! Liefde is niet altijd zoetsappig, maar waarheid die niet altijd leuk overkomt. Het is nodig om orde te behouden of om orde op zaken stellen. Waar geen liefde en kennis was, moest kennis en liefde gebracht, om het liefdeloze, dood brengende te stoppen! God vroeg dat ook van missionarissen, van discipelen, die ‘God moesten brengen bij de Heidenen’. Geen volk is uitverkoren. Ieder mens is onderdeel van Gods uitverkoren volk, als hij maar wil. De mens vindt het Paradijs, waar hij bij God, bij, met de liefde wil zijn. Ieder die dat wil, maakt al deel uit van Gods uitverkoren volk. Ieder mens die voor Gods bedoelde kiest, is een Is-ra-ëliet: de mens - met God - leeft.
Het Beloofde Land, staat voor het land (staat van zijn) waar ieder mens kan aankomen, als hij via de woestijn (afwezigheid van liefde en waarheid) via de grootste ontberingen (lijden, het menselijk leven) heeft geleerd dat de eigen wil (ego) nooit leidt tot het goede, maar altijd strijd tot gevolg heeft, als die eigen wil niet gevoed is door het willen doen van Gods wil. Kortom, waar God, de liefde niet wordt meegenomen in je leven, keert het leven zich tegen je, waardoor je van de regen in de drup komt. Bevrijding uit Egypte betekent dat de ziel (ieder mens, het volk van God) zich niet meer door de afwezigheid van God laat gevangennemen in ellende, onder een Farao die God niet kent, de liefdeloosheid dient (het kwaad in de mens, het ego, dat wat denkt dat de materie geluk brengt), maar zich onder de vlag van de leiding van God stelt, waardoor er einde komt aan de gevangenschap (van dat ego, liefdeloosheid) en vrijheid wordt ervaren, met als doel de hoogste vrijheid te bereiken, het Nirwana, Paradijs, Beloofde Land van Melk en Honing, het Shambhala.
De hoogste staat van vrede, heiligheid ligt nooit in het ego, in verdeeldheid, in deelwaarheden, maar in DE waarheid. Deze is niet te vinden op aarde. Dat is ook niet mogelijk, want op aarde is er alleen maar een déél van de waarheid te zien. Je ziet altijd maar een deel hoe veel je ook ziet, weet, hebt gestudeerd. Het zijn op aarde en het zien van maar een deel brengt verdeeldheid, omdat al wat aards is zelf liefdeloos is, al is dat in gradaties. Een mens ziet alleen maar wat hij kan en wil zien.
Een krokodil is veel meer liefdeloos dan een duif, enz. Zuurstof is noodzakelijk dus liefdevol, maar in alleen stikstof is de dood. Een schimmel kan je doden, maar ook genezen (antibiotica). Water is onmisbaar, maar je kunt er ook in verdrinken. Alles, ieder ding, ieder deeltje, ieder wezen op aarde is noodzakelijk om er het juiste gebruik ervan te leren. Alleen door het juist omgaan met wat dan ook, kan geleerd worden wat het hoogst mogelijk goede ervan is. Soms moet je juist iets laten voor wat het is, soms juist niet. Soms moet je iets bevechten, soms vermijden. Ondertussen zou echter de mens die zijn vrije wil met God als leiding alles kunnen benutten zodat er een wereld van vrede en gelijkheid mogelijk door zou zijn. Dat is nog steeds de wil van God, Die de mens op aarde heeft gesteld om te leren kiezen juist middels ook de liefdeloosheid van dingen, planten, dieren, het weer, de mens zelf. Die liefdeloosheid is er nu eenmaal omdat er nog steeds enorme clusters intelligenties (zielen van overledenen, geesten, ongeboren geesten) leven die niet erkennen dat het om de zuivere liefde gaat. Ook zij zijn zoekend naar het Paradijs. Voor ieder, maar ook voor menig geest, is het doel nog steeds een paradijs te vinden. Een aards paradijs is echter voor zover mogelijk, dat het leefbaar is, maar zeker niet volmaakt, dus altijd toch maar weer een deel. Het summum ligt pas daar waar God volmaakt wordt gerealiseerd op aarde. Dat is ver te zoeken, zeker zolang de mens denkt het zelf allemaal wel te kunnen, God vergeet, zijn eigen idee van wat goed en eerlijk is, hanteert en daarbij gaat over lijken. Wil een mens Paradijs op aarde beleven, zal hij zich moeten houden aan de liefdeswetten die God ooit gaf aan de mensheid en waarvan de waarde nog steeds geldt.
Wie dat niet wil, kan niet mee in dat paradijs, omdat hij dat wat daarbij niet hoort, niet wil. Zo simpel is dat… Het is dan ook liefde dat ieder krijgt wat hij zoekt!
Voor de één kan er dus een paradijs op aarde zijn, voor de ander is er tegelijkertijd de hel in dat zelfde. Mensen kunnen op eenzelfde plek of in eenzelfde hoedanigheid tus tegelijkertijd Hemel en Hel ervaren. Hemel en Hel zijn staten van bewustzijn waarin er een wel of niet ervaren van liefde is. Zolang de mens denkt in de materie de hemel te hebben (hemel op aarde ervaren) zal hij teleurgesteld zijn en worden. Wel kan een mens door de zuivere liefde en de wetten die daarbij horen in de praktijk te brengen, zijn eigen gevoel van in het paradijs zijn of ten minste mee te helpen aan dat groeien van een paradijs op aarde, dat paradijs zoveel mogelijk ervaren in de wetenschap dan zodra het leven hier is beëindigd, voor hem dat volmaakte paradijs kan worden ervaren omdat immers zijn streven en doel was en nog steeds is, via de liefde God te verwezenlijken. Voor hem is er dan ook logischerwijze een delen in dat paradijs, die heelheid, omdat hij het onechte (het ego, de liefdeloosheid, zucht naar materieel gewin, eigenbelangen, enz.) niet heeft gekozen als doel en heeft afgelegd. Na dat oplossen van dat aardse blijft de AARD, het wezen over van wie, wat dan ook. Daarom kan ook niemand voor iemand uitmaken waar hij terecht komt, want wat voor jou hemel lijkt, kan voor de ander hel betekenen en andersom. Je kunt nooit in iemands diepste hart kijken en hem daarom naar de hel of hemel sturen of verwensen.
Waar Adam niet Eva’s zin gedaan zou hebben, zou hij nog in het Paradijs geweest zijn. Adam staat voor dat deel van de ziel in ieder mens dat de waarheid kent en wil doen. Eva staat voor dat deel in de ziel van ieder mens dat de eigen waarheid wil en ervoor neigt te kiezen als ze haar leiding – Gods geest in haar die de waarheid is en kent ( Adam) negeert en … op den duur niet meer kent en dus niet meer kan bereiken. Adam en Eva staan in de unieke mens voor de tweestrijd in ieder mens: de liefde en waarheid en de niet liefde en onwaarheid. De mens kan in het paradijs zijn, als hij God – de zuivere liefde – wil en er voor kiest. Paradijs is er zolang de mens leeft in zuivere liefde. Hij voorkomt dan allerlei ellende, omdat in deze staat van liefde hij wéét waar gevaren liggen, wéét hoe, wanneer iets moet, waarom dat zo is, enz. Kortom, hij wordt dan geleid door God in hem die hem alles aan kracht, kennis, inzicht, ideeën geeft, waardoor hij het leven kan leven. Waar de mens zijn eigen verstand en lichamelijkheid verkiest, boven wat de liefde in zijn hart hem vertelt, verliest hij God uit het oog, waardoor zijn verstand en lichamelijkheid dan de wegwijzer worden, waardoor hij in de problemen komt. De mens verdrijft zichzelf dus uit het paradijs.
Paradijs betekent niets anders dan lusthof, tuin van Eden. Als je dit materieel ziet, dan krijg je dus zaken als gokparadijs, zwemparadijs, vakantieparadijs, winkelparadijs, belastingparadijs, kinderparadijs, enz. Dat geeft al aan, dat er een ‘paradijs’ is voor wie dat aantrekt. Waar je liefde voor hebt, doe je en zoek je. Dat sluit ook mensen uit. In zo’n paradijs is het erg beperkt. Alles van iets bepaalds is er klaarblijkelijk, maar al die andere dingen zijn er niet. Daarom raak je na een tijdje verveeld, onvoldaan en begin je weer te zoeken naar een ander paradijs.. Je zult je ook nooit kunnen ontwikkelen, want je zult altijd een paradijs beleven met alleen maar gelijkgestemden. De anderen zijn daar immers niet, want die sluit je buiten of… willen daar niet zijn. Alleen hierom al is een paradijs op aarde nooit te vinden, want dan zou het geen echt paradijs zijn. Een paradijs is dat ervaren wat liefde is, want dat sluit niets uit, dan alleen liefdeloosheid.
Een lustoord is er niet meer. We hangen er verkeerde eisen aan op. Wat het een lustoord is, hangt af voor veel mensen gezien af, van waar ze worden bevredigd in hun lichamelijke en verstandelijke wensen en niet waar ze dingen moeten ontberen of dingen minder dan ideaal zijn. Lust heeft te maken met lichamelijke bevrediging en gemak, maar niet meer afzien, offers brengen of je inzetten voor iets.
Paradijs is afgeleid van Para Thys. Zijn, naast God, met God! Dus… waar het paradijs te vinden is, laat zich raden. Ieder mens kan dus zoveel mogelijk in het paradijs zijn als hij de stem van God in zijn eigen hart volgt. Ieder mens heeft dat vermogen in zich, omdat in ieder mens Gods vonk, dus de onbaatzuchtige liefde – aanwezig is. Alleen… elk mens kan die kiem pas alleen ontwikkelen, sterk maken, door ALLES wat hij wil vanuit die liefde te willen doen en.. te blijven zoeken naar de juiste intentie waarom, waarvoor, waardoor hij wil doen wat hij wil. Geen mens kan het juiste kiezen, als hij niet God in zich daarbij de leiding geeft. In dienstbaarheid kan pas een mens luisteren naar wat van belang is voor een ander mens, al staan diens wensen en belangen haaks op die van die eerste mens. Verdraagzaamheid tot het gaatje is waardoor strijd en oorlog ophouden of niet ontstaan. Het is altijd weer de begrensdheid van de menselijke maat van liefde waardoor er een keer – al duurt dat soms lang - oneerlijkheid, onrecht ontstaan, onenigheid en verdeeldheid groeien en dus strijd volgt, waardoor er altijd wel een keer iemand is in de loop der tijd die beslist tot oorlog. God vraagt van geen mens het volmaakte, dus zal paradijs op aarde niet mogelijk zijn. Wel is het daar waar de mens de hoogst mogelijke liefde eigen maakt en deze dus perse dus in alles wil en ook doet. Wanneer het lichamelijke afgelegd is, zal de mens in zijn geestelijke staat van zijn ontdekken wat zijn kwaliteit van liefde was en is. Dat hangt af van de mate van het liefdeloze dat hij wel of niet wilde en koos en wel of niet deed. De mate van liefde die een mens wilde, koos en deed, bepalen de mate van het paradijs.
Daarom is er pas na het lichamelijke, aardse leven een Nirwana, Paradijs, Shambhala, land van Melk en Honing mogelijk voor de mens van goede wil, die zoveel mogelijk geprobeerd heeft te leven naar de wil van de zuiver liefde die God is. We kunnen dus stoppen met zoeken naar een paradijs op aarde, maar het vinden in onze eigen hart en het weten van datzelfde in het hart van de ander.
Nicolas Roerich zijn vrouw zocht naar het paradijs. Zij vertelden evenals J. Blavatsky, grondlegster van Theosofie, dat het paradijs een vredesrijk is voor de mensen met een zuivere geest. Blavatsky promootte de leefstijl waarbij onder meer contact leggen en onderhouden met de geestelijke wereld hoorde. Men meende dat contact hebben met het geestenrijk de mens in staat stelde te groeien in bewustwording. Zodoende kon de mens sneller groeien. Helaas nam dit geloof met zich mee dat mensen van de regen in de drup kwamen en nog komen, omdat immers via geen weg dan door onbaatzuchtige liefde en het zich houden aan de wetten der liefde, dat paradijs – staat van innerlijke vrede – bereikt kon worden. Mensen kwamen en komen via spiritisme, sjamanisme – oefenen in het contact hebben met geestelijke krachten, entiteiten, doden, enz, en het gebruiken van deze geestelijke (natuurkrachten) - met zaken in aanraking die de ziel niet verheffen, al wordt de meest opzienbarende kennis of soms ook kracht gezien hierdoor. Toch zegt God: wie via doden denkt te kunnen voorspellen, groeien, vrede op aarde te kunnen bereiken, komt bedrogen uit. Immers, dat geestenrijk zit vol met onrijpe zielen en geesten die een mens ten zeerste kunnen verleiden omdat zij niet zijn wat zij lijken. Volg alleen de weg van de onbaatzuchtige liefde, zonder eigengewin. Alleen hierdoor zal alles wat je nodig hebt tot je beschikking liggen. Mijn rijk is er voor iedereen en ook voor ieder die dat wil te vinden!
Ook menig onderzoeker zocht in een expeditie door het de bergen van Mongolië, zuidwest Siberië, het Altajgebergte achter de Himalaya, het Shambhala. Niemand vond het, of… toch wel? Als wetenschapper kon menigeen het verstand niet loslaten. Wel was er de grote verwondering, het genieten van de schoonheid aldaar in de prachtige natuur. Men  kon de plaatselijke rituelen, levensfilosofie, leefstijl waarderen, maar niet doorgronden. Onderzoekers voelden wel, en genoten met alle zintuigen, zouden hier en daar wel willen ‘zijn’ in willen opgaan, maar… konden e.e.a. niet in een groter verband zien dan dat wat daar gewoon was, ook weer geënt was in tradities, ook weer ontstaan uit een menselijke zoektocht naar het volmaakte, dat ieder mensenvolk beweegt van af het begin af aan, omdat … het nu eenmaal de drang van de liefde nu eenmaal is, die God in ons IS.
Misschien ligt het Paradijs, de Hemel, het Shambhala, het Nirwana wel veel dichterbij dan we denken. We denken hemel en aarde te moeten bewegen en laten alles van onszelf afhangen, door ons verstand, de wetenschap in de strijd te gooien of anders wel onze lichamelijkheid, het recht van de sterkste en dat van de meest brutale mens. We denken ook dat we niet kunnen ontkomen aan het oordeel van een verwijtend, oordelende godheid, maar laten liggen wat het meest voor de hand ligt en tegelijkertijd zoveel van ons vraagt: God als hoogste doel in onszelf, in ieder deeltje in de natuur, in de kosmos, maar ook in ieder medemens te weten, proberen te herkennen en er anders aan te werken, of juist los te laten, het er te laten zijn en te vertrouwen dat wat we zelf echt niet hebben of kunnen, er zal zijn. We geloven in wetten van tekort en niet in die van overvloed.
Paradijs is daar waar je met God bent. Je voelt je dan veilig te midden van onvolkomenheden, want dat wat je niet wilt of niet ziet als zinvol, zou je in dat geval tóch bezien als ‘dat wat er klaarblijkelijk moet zijn volgens die liefde die God is’. Je zou dan meer rust hebben en beter jezelf kunnen zijn in liefde, omdat veel dingen niet meer hoeven, niet meer gewild worden en je vanzelf daardoor een paradijs schept. Je zou dan de ander werkelijk zijn ruimte laten en zijn overtuiging om ondertussen te werken aan je eigen zaken. Je eigen tevredenheid zou meer tevredenheid tot gevolg hebben Vrede zou meer vrede geven. Aanvaarding meer aanvaarding. Waar een mens liefde gebruikt, groeit dit. Waar je liefdeloosheid steunt, wordt dit ook groot. Dat klopt, maar het is altijd tijdelijk en het brengt altijd narigheid, wat evenwel verdwijnt… waar liefde en waarheid verschijnen.
Paradijs is daar waar je het schept door je geloof erin en door je leefstijl die een stukje van dat paradijs, die liefde laten zien.
Sonne Hoover

Klimaatveranderingen struikelblok of kans..

Een beter milieu begint in onszelf

Weer een jaar voorbij.. Een jaar met allerlei nieuwe regelgeving. We zouden minder regeldruk krijgen, maar het lijkt wel alsof we te maken hebben met méér regels, waardoor er meer druk is ontstaan en zal ontstaan.

Het lijkt erop als of er steeds weer nieuwe zaken worden onderzocht, waardoor ook weer antwoorden en oplossingen gevonden moeten worden op de uitkomsten van die onderzoeken. Zo toont men aan dat diesel vervuilt en moeten de oudere auto's een sticker plakken (waarvoor uiteraard betaald moet worden) om gerust in een bepaalde stad te mogen rijden.  De Tesla's - auto's die rijden op stroom - zijn niet aan te slepen. De overheid vindt dat het wagenpark in korte tijd niet meer mag rijden op fossiele brandstof. Binnen afzienbare tijd zal iedere burger dus een andere, nieuwe auto moeten aanschaffen. Immers, een tweedehandse auto gaat al niet meer. Ze zijn immers te vervuild geworden.. Zou de Tesla dan ondertussen voor ieder te behappen zijn of vallen veel mensen buiten de boot omdat ze zich geen dure - of te wel 'energiebesparende' auto kunnen permitteren? We gooien ontzettend veel auto's weg die nog goed zijn, maar niet meer worden toegestaan omdat ze te vervuilend zijn. Maar is het wel bekend dat er een enorm vervuilende markt nodig is om de accu's voor E-auto's te voorzien van de nodige grondstoffen? E-auto's gebruiken enorme hoeveelheden kobalt. Dat levert een groot probleem op, want er is al uitgerekend (Volkswagen) dat er rond 130.000 ton kobalt nodig is, terwijl de wereldproductie op dit moment rond 123.000 tot bedraagt (Bron: Klimaat, nov. 2019)..

Ook Lithium winning levert enorme milieuschade op. Fabrieken die het erts verwerken lozen hun afvalwater op plaatselijke waterstromen wat gebruikt wordt voor drinkwater. Lithium is zeer giftig en is meer dan schrikbarend  milieu vervuilend. Dat betreft de winning, maar ook het transport, de verwerking tot batterij en ze leven ook nog eens niet langer dan 3-4 jaar. Daarna is het zwaar chemisch afval. E-auto's zijn dus niet duurzaam maar ook niet milieuvriendelijk.

Hoe komt het toch dat we meegaan in de hetze maar over te gaan op de E-auto's? Vast wel omdat de geavanceerde apparatuur in deze auto's wel heel aanlokkelijk speelgoed is voor menig bestuurder. Daarbij... gemak dient de mens. Zelfsturende, -navigerende auto's zijn gewild. Dat ze onze intuïtie en waakzaamheid verzwakken, wordt niet bedacht of onderschat. We rekenen alleen met wat we kunnen bewijzen en onderzoeken. Intuïtie vinden we niet de moeite waard om op te gokken.We stompen daarmee ondertussen onze eigen gevoeligheid die we ontwikkelen naarmate we die voelhoorns gebruiken, af. We weten op gegeven moment niet meer in te parkeren als de sensoren het niet doen, we weten niet meer welke afspraken we hebben, als we geen alarm hebben gezet, we weten niet meer hoe laat het is, als we niet op de klok kijken, we weten niet meer wat het weer morgen zal zijn, want we kijken op buienradar. We vertrouwen niet meer op onszelf en ons gevoel dat zwakker dan zwakker wordt en moeten dan ook wel de apparatuur vertrouwen ... of wat anderen vinden en ons vertellen.

Wist je dat er enorme verdeeldheid in de wetenschap is rond het CO2 opwarmingsverhaal? Men doet alsof de bewijzen er liggen. Althans, zo lijkt dat voor de burger, die bang wordt en volgt wat men roept. De burger roept vervolgens ook maar wat, maar vergeet zelf e.e.a. kritisch te onderzoeken en is bang dat hij met argusogen wordt bekeken omdat hij niet mee wil doen aan preventie van vervuiling. Dat is niet altijd makkelijk, maar het is wel te doen. Je nek uitsteken is lastig en... doorgaans heb je ook weinig tijd om je te verdiepen in een lastige materie.

Slechts 16% van het autoverkeer is verantwoordelijk voor de CO2 uitstoot.  Maar wordt er wel genoemd dat voor een batterij van 1 Tesla 8 jaar lang met een verbrandingsmotor gereden kan worden om dezelfde klimaatbelasting te bereiken?? Vermoedelijk zal de overheid trouwens de stroom vast wel zwaar gaan belasten, zoals dat nu op diesel en benzine gebeurt. We zien nu al dat zonnecollectoren ook niet zo geweldig veel opleveren als men verwachtte. Na dikwijls grote investeringen blijkt nu al dat je gestraft wordt als je teveel stroom hebt. Terugleveren is niet slim... Het kost je geld. De oude meters worden naarstig vervangen, wat betekent dat de ontvanger van de nieuwe meter ook weer minder gebaat is met zijn stroombesparing.

We mogen straks geen houtkachel meer stoken. Zolang er de mensheid is, wordt vuur gestookt om voedsel te bereiden, werktuigen te maken, warmte te scheppen, kortom het leven te leiden. We zijn door onze luxe eisen andere energiebronnen gaan aanboren en nu krijgen de houtkachels ervan langs, terwijl hout verbranding - mits dit op de juiste wijze gebeurt de minste vervuiler is! Een volledige verbranding levert geen residu op.

We worden opgeroepen om onze huizen te isoleren. Daar ga je dan vervolgens maar meteen mee beginnen, want anders is je huis straks niets meer waard. Je denkt subsidie te krijgen, maar dat valt wederom tegen!  Je moet immers 2 aparte 'dingen' isoleren in hetzelfde gebouw. Al heb je geïsoleerd voor wel 80.000 euro, je moet om subsidie te krijgen, nog een tweede klus beginnen ... en verantwoorden. Dat dat heel vaak niet tegelijkertijd te doen is vanwege de hoge kosten, of andere afwegingen, laat zich raden...

Nu is er weer de Stikstofbelasting. Boeren krijgen ervan langs. Zij moeten gaan inkrimpen, want zij en b.v. de bouw zouden de grootste vervuilers zijn. Goed, boeren zullen er goed aan doen om de veestapel in te krimpen. Maar, waar zij eerder gedwongen werden om deze te vergroten, al waren veel boeren ertegen omdat zij de grotere ingewikkelde regelgeving, maar ook uitbraak van ziekten, belasting voor het milieu als meekomende risico's zagen - zien zij nu hun toekomst verdwijnen. En of Nederland sowieso gebaat is bij het uit het buitenland moeten gaan halen van voeding is maar de vraag. Daar zijn vaak vervuilende zelfs giftige stoffen toegestaan bij medicatie en bestrijdingsmiddelen. Om nog maar niet te spreken van andere belastende factoren.

Stikstof is een stof die zeker niet gezond is voor wie dan ook. Toch is ook deze stof nodig in het hele ingewikkelde proces van positief en negatief, van goed en niet goed die balans hoort te houden, waardoor het leven op aarde mogelijk is en blijft. Waar zuurstof een stof is die leven geeft, maar ook als deze zuiver en ongebonden aanwezig is voor enorme explosies kan zorgen, is ook stikstof een noodzakelijke stof, maar verstikt deze stof het leven als de balans doorslaat naar teveel. Zo is dat met alles...

Gééstelijk bezien is zuurstof een stof die de materialisatie is van bewustzijn dat positief is, omdat het leven geeft. Zonder zuurstof is er geen leven mogelijk.  Koolzuur is de materialisatie van bewustzijn dat negatief is, omdat het leven het leven ontneemt. Stikstof is materialisatie van bewustzijn dat probeert het leven in te nemen. Waar er veel milieuvervuiling is, is er een toename van koolzuur en stikstof. Men heeft er terecht angst voor, omdat het leven neemt en gebruikt voor eigen gewin. Maar, het zou beter zijn als ook de wetenschapper zou begrijpen waarom deze koolzuur en stikstof ( om deze twee stoffen maar te noemen)  in deze tijd van leven zo rijkelijk vertegenwoordigd zijn.

Ook dode lichamen wasemen veel meer van deze stoffen uit dan men denkt. Door zeer onnatuurlijke leefstijl worden er veel chemische stoffen (medicatie, morfine, drugs, synthetische voedingsmiddelen, enz) stoffen opgenomen.

Bij het sterven van een lichaam komen deze stoffen als puur bewustzijn weer vrij. Deze negatieve deeltjes moeten ergens blijven en belanden om ons heen en verbinden zich met stoffen die uit een even zo zeer vervuilde omgeving afkomstig zijn.  Ook het weer wordt beïnvloed door deze gang van zaken. Zo is bijvoorbeeld mist meer mogelijk door niet alleen bepaalde concentratie van vocht in de lucht, laaghangende wolken, enz, maar ook door het binden van water uit de lucht aan die negatieve bewustzijnsdeeltjes die afkomstig zijn uit vervuiling die verbrand, vergaan is, maar ook - let wel - afkomstig is van negatieve = belastende gedachten, daden en geesten die voortijdig vrij komen door onjuist gebruik van bepaalde stoffen waarin die negatieve geesten gevangen werden gehouden.

Waar in de nacht heel veel leven afsterft, komt bewustzijn uit de cel vrij. In het geval van sterven van mensen die meer aards en materieel leefden en dus een meer materiële ziel hebben, blijft het bewustzijn van deze zielen ook als lage flarden mist hangen voor een tijdje. Regelmatige of meer voorkomende mist is ook mogelijk door de veelvuldige rijkelijk aanwezige vocht. Er moet dan blijkbaar meer onrijp bewustzijn gebonden worden, om te voorkomen dat dat anders nog vrije bewustzijn negatieve omstandigheden of beïnvloeding zou teweegbrengen. Ook mensen die gevoelig zijn voor geestelijke sfeer, kunnen last hebben van 'het weer' of een 'bepaalde sfeer'. Omdat we niet meer opgevoed worden met wat een en ander in wézen betekent, denken we er niet over na en laten we het voor wat het is en behandelen we deze onbestemde gevoelens met medicatie, denken we dat het bij ons hoort en leren we er mee te leven, terwijl we er anders mee om horen of zouden kunnen gaan!

Smeltend oerijs, permafrost, enz, hielden ook bewustzijn dat onrijp, zeer negatief (= liefdeloos) vast. Bij het smelten van het 'lichaam' - het ijskristal - komt het bewustzijn vrij. Het zoekt ongebreideld zijn weg en.. verbindt zich met het gelijke, zodra het maar kan. Dat verbinden gebeurt zodra het gelijke passende zich maar in de buurt bevindt. Deze natuurwet is de basis van het leven. Deze wet is de wet van aantrekking. Plus en min streven naar een evenwicht, het gelijke trekt elkaar aan tot er een evenwicht is bereikt. Het zwakke wil sterker worden en het sterke wil nog sterker worden...en het sterke overwint uiteindelijk altijd.  Als de basis goed is, is het vervolg ook goed.  Als de intentie juist is, is het leven dat eruit volgt ook goed.  Als intentie zuiver en goed is en dus liefdevol, zijn de verbindingen die eruit volgen evenzo. Als de intentie niet juist is, dus niet vol waarheid (= liefde) , dus niet levensvatbaar of niet vol leven genoeg, dan ebt het leven eruit weg. Er is dan verstrooiing en geen bundeling van krachten. Er kan niet worden gebouwd op en dergelijke onzekere basis. Zodra er geen voldoende positieve stoffen ( is bewustzijn) genoeg voor handen is, zal er een kunstmatig, klaarblijkelijk 'evenwicht' gevormd worden, wat niet echt levensvatbaar is, maar een surrogaat. Dat is tijdelijk, totdat er weer voldoende positief bewustzijn voorradig is. Dat wordt gevormd uit de INTENTIE van de goedwillende mens. Daarom kan het tij keren. Angst hoeft niet en is alleen daar waar het positieve ontbreekt. Als we dat weten, geeft dat de burger moed en... vertrouwen en zien we dat we in de materie het verkeerde nog steeds kunnen oplossen als we onze eigen intentie maar opschonen.

In deze tijd hebben we het wel over de liefde die sterker moeten worden, maar we weten nieet zo goed meer wat liefdevol is. We noemen iets dat positief is niet altijd meer positief en zien veel negatieve dingen als positief. Daarom worden we nogal misleid en nemen we het verkeerde als uitgangspunt. We hebben dan een zwakke basis waarop niet gebouwd kan worden.. Dat is in deze tijd nogal snel het geval, omdat er immers zoveel negatief - liefdeloos bewustzijn circuleert, afkomstig van zoveel vormen van liefdeloosheid in de vorm van eigen gewin, egoïsme, vervuiling, misstanden, chemie, vrijmaken van gassen en vloeistoffen uit de diepe aarde,  winning en gebruik van zware, giftige metalen en andere stoffen, doen ontploffen van kruit (wapens), vuurwerk, ziekte en behandelingen daarvan, negatieve gedachten en daden uit onwetendheid, maar ook hoogmoed en egoïsme.

We kiezen meer voor duurzaam en gerecycled hout of energievriendelijke kunststoffen, maar toch worden er nog enorme oppervlakten aan bos gekapt. Ook door toenemende ontbossing moeten de zielen van bomen een onderkomen vinden. Bewustzijn van allerlei soort en mate vinden noodgedwongen hun weg in de vorm van winden die hevige orkanen, stormen teweeg kunnen brengen. Aardbevingen, tsunami's zijn ook gevolg van gaswinningen en mijnbouw.

De hele industrie -  om welke het ook gaat - is op de keper beschouwd geboren uit egoïsme en hebzucht. Oké, dit klinkt wel heel negatief, maar toch, als je er bij stil staat zie je dat zoveel niet 'had gehoeven'. Hele gebieden op aarde met hun bewoners ( mensen, planten, dieren en andere organismen) komen letterlijk en figuurlijk (materieel en geestelijk gezien) onder druk te staan en andere megagebieden verliezen steun  en verlagen of krimpen in. Hele biotopen verdwijnen en ziekmakende werelden verschijnen..  Logisch dat ook hierdoor verschuivingen in stabiliteit ontstaan.

Opwarming van de aarde is ook weer niets anders dan verhit bewustzijn in de vorm van liefdeloosheid, waardoor watertemperatuur wordt verhoogd, waardoor ziektekiemen gedijen en meer besmettingen en ziekten mogelijk worden. Ook het smelten van ijs is gevolg. Ook het meer waaien van winden en het ontregeld zijn van de seizoenen en het klimaat is het gevolg.

Organismen sterven uit omdat we ze bestrijden. Andere organismen gedijen omdat ze geen natuurlijke vijanden meer hebben. We putten ons eigen immuunsysteem uit en worden bevattelijk voor van alles en nog wat. Dieren sterven uit waar het nog eigenlijk niet hoefde en ziektekiemen worden resistent. We bestrijden wat we niet willen en geven onbedoeld kansen aan vernietigend bewustzijn door b.v. gen manipulatie. We kijken alleen naar de vorm, naar de te bewijzen kant van 'de zaak' en begrijpen niet meer dat we de grip op het innerlijke van 'de zaak 'allang verloren zijn.

We kunnen alles wel berekenen en materieel bekijken, maar we zouden er goed aan doen eens met een gééstelijk oog te kijken naar wat er zich allemaal afspeelt in de wereld. Mensen zijn hier over het algemeen niet meer in thuis. Waar men vroeger heel goed wist dat al je eigen gedachten en daden ergens iets in de natuur uitwerkte, lacht menigeen hier nu om. Wijze natuurvolken wisten dat alles samenhing. Ze wisten dat ieder mens zijn eigen persoonlijke gedrag een gevolg had dat direct of indirect op jezelf terugkwam. Ze wisten dat God een geestelijke bron van leven was die alles bestuurde, het leven gaf en het leven nam. Ze wisten dat deze kracht in ere gehouden moest worden, door ZELF een godvruchtig leven te leiden. Anders gezegd: men riep de burger op om te leven zoals de Godheid dat vroeg. Immers, als je Zijn advies zou opvolgen zou de oogst vruchtbaar zijn, zou je een lang en gelukkig leven hebben. Later volgden allerlei misstanden omdat men geloof ontwikkelde - onder invloed van menselijke gedachten - dat de Godheid wie niet de adviezen zou opvolgen, zou straffen. Men begreep niet meer dat het de mens zelf is die zelf zijn 'straf ' (negatieve gevolg) over zich afroept, door het verkeerde te willen en te doen. Men ging de Godheid aanwijzen als schuldige naarmate de mens zo hoogmoedig werd dat hij niet zelf meer als zondebok wilde worden bestempeld. Hij ging schuld bij de ander zoeken en neerleggen, zodat hijzelf vrijuit kon gaan. Dat gebeurt nog steeds.

Ook nu wijst iedere vervuiler naar de ander of we verzinnen vervuiling zodat we meer winnen bij de nieuwe regels die er te bedenken of in te voeren vallen, zodat we daarmee winnen. We verzwaren de last van anderen, zodat we er zelf bij welvaren. Dat is niet bepaald een liefdevolle intentie. Daarom hebben we veel onregelmatigheden en misstanden te vrezen. We hoeven geen doemdenkers te zijn of te worden, maar we moeten wel kritisch blijven en ons niet bang laten maken, waardoor we domme, duur betaalde offers moeten brengen. Oplossingen zullen er zeker in het materiële vlak genomen moeten worden. We moeten weer een beetje terug naar een wat simpelere leefstijl waarbij tevredenheid en eenvoud ruimte geven voor dienstbaar zijn. We moeten niet stilstaan. Willen we echter echt preventief bezig zijn, zullen we er goed aan doen om bij het begin te beginnen. Dat is bij iedere persoonlijk burger zelf, die om zich heen kan kijken en kan ontdekken - als hij maar wil - wat hij zelf kan bijdragen aan een gezonde leefstijl, mede behulpzaamheid, energiebesparing en een beter milieu.

Waar zijn leefstijl vanuit een positievere overtuiging en wil  gevolg zijn, zal het milieu eraan winnen.

Waar ons eigen inwendige milieu weer liefdevol wordt, zal onze eigen omgeving ervan opknappen.

Laat dat de insteek en winst zijn voor dit nieuwe jaar!

Sonne Hoover

 

 

 

 

 

 

Waar halen we onze energie vandaan?

Wat is eigenlijk energie? Wat is de beste energieleverancier?

Vroeger stookten we vuur. De mens gebruikte stenen die hij tegen elkaar wreef. Houtje of wat droog gras erbij en het vuurtje was er. Het was een prachtige vinding. Broodnodig voor warmte, het maken van allerlei voorwerpen, maar ook om voeding te bereiden. Gedroogde mest brandde ook goed. Zo stookte de mens alles op wat zijn nut verloren had, en maakte hij alleen vuur voor nuttige noodzaak. Het vuur moest echter steeds beter, sneller en groter.  De mens heeft nu om talloze zaken veel vuur nodig.

Vuur is echter niet alleen vuur dat bestaat uit vlammetjes, maar ook uit vonkjes. Stroom, elektrische energie is nog belangrijker geworden dan open vuur. We kunnen ontzettende grote krachten en hoge temperaturen ontwikkelen. Ieder mens kan bijna eindeloos energie gebruiken voor van alles en nog wat. We hebben ondertussen met veel soorten energie afkomstig uit verschillende bronnen geëxperimenteerd. Een bron kan vervuilen, duur zijn,  veel  ruimte innemen, veel aanpassingen vragen, veel schadelijke gevolgen voor de mens of het milieu hebben, veel risico's voor gezondheid hebben, stinken, schaars zijn, of ook minder. Zonlicht- en windenergie lijken ons op heden een van de schone vormen van energielevering, maar ook hier zien we veel haken en ogen.

Op dit moment zijn we er achter - of denken we te weten - dat energie uit (schaars geworden) fossiele brandstoffen kwalijke gassen produceren die belastend zijn voor het milieu. We beseffen niet dat hoe we alles ook bekijken, keren of draaien we aan alles wel iets fouts kunnen ontdekken. We worden gestimuleerd om allemaal - wel of niet gesubsidieerd - zonnecollectoren op het dak te leggen, maar komen  er nu al achter, dat we blijven zitten met teveel overschot aan energie wat we niet kwijt kunnen. Straks worden we gestraft door teveel energieproductie. We kunnen afwachten. Waar winst gehaald kan worden wordt er wel een weg gevonden... We gebruiken wereldwijde web en sturen allerlei data, die met onvoorstelbare snelheid de ether doorvliegen, overal naar toe, bewaard worden, verder gezonden worden, door ieder opgepikt kunnen worden, enz. We beseffen niet dat we hier te doen hebben met allerlei super kleine deeltjes energie die we denken te kennen, door ze te ontleden. We begrijpen echter een heel belangrijk ding niet, dat er IETS is dat die deeltjes die deeltjes doet zijn. We weten nog helemaal niet wat het gevolg zal zijn als er nog veel meer grote clusters data op bepaalde plekken zullen komen... We moeten alsmaar groter, maar komen er achter dat dat groter niet altijd iets oplost. Boerenbedrijven moesten groter, om winst te kunnen maken. Nu moeten boeren maar verdwijnen denkt men, om het gehalte aan stikstof te verlagen. We moeten minder vlees eten, omdat voor de productie van vlees enorm veel energie moet worden geleverd. Is er al eens berekend hoeveel graan we nodig hebben voor de behoefte van onze grote hoeveelheden pizza's, crackers, toastjes, soorten brood, dippers, taarten, koekjes? Je zou haast denken dat dat de landbouw de volgende grote zondebok wordt. ...  Of zullen we de moed hebben om eens te kijken naar de energieverslindende auto industrie, de synthetische kleding industrie, de online bedrijven,  de goedkope 'AliBabaexpress' leveringen, de farmaceutische industrie, enz.

We kappen bomen bij de vleet en ondanks waarschuwingen gaat  de bosbouw in de grote bossen maar door. We zien niet in hoeveel leed we brengen onder de (plaatselijke) bevolking. We hebben ondanks kunststof materialen grote hoeveelheden hout nodig hebben voor onze grotere, meer ingewikkelde huizen die we steeds mooier willen verbouwen. Helaas wordt nog steeds veel te weinig hout gerecycled. We bouwen liever nieuw in plaats van oude gebouwen creatief aan te passen. Opknappen kost immers vaak meer dan nieuw hout gebruiken. We ontdekken dat ook windmolens zo hun schade brengen aan het milieu, door vogelsterfte, slagschaduw, maar ook continue geluidsoverlast en horizonvervuiling. Op dit moment hebben we bedacht dat hout- en pelletkachels niet meer mogen en gaan we langzaam over tot weren van houtkachels. Ook moeten we van het gas af, maar hebben  vast niet voldoende onderzocht en afgevraagd waar we toch al die energie die nodig is om huizen aan te passen op een nieuwe energiebron vandaan gehaald moet worden. Wat kost meer?

Buiten al die vragen rond welke energie we nu het beste kunnen gebruiken, kunnen we ons ook een heel andere vraag stellen: Wat is energie eigenlijk op de keper beschouwt? Energie is niets anders dan een elkaar afstoten en aantrekken van super kleine deeltjes die plus of min geladen zijn, geen gewicht hebben en die elkaar aantrekkende, zorgen voor een eindeloze stroom aan reactie, die warmte en licht opwekt.  Er is dus IETS - een drang - in de kleine deeltjes om zich te verbinden met een deeltje van een andere polariteit. We weten allemaal dat deeltjes die hetzelfde zijn elkaar afstoten, maar dat deeltjes van tegengestelde polariteit of lading elkaar aantrekken. Zo is dat overal in het hele universum. Zonder dit gegeven van polariteit zou er geen enkele vorm van leven mogelijk zijn. Wat is nu eigenlijk die drang in die deeltjes die doen verbinden? Ja, let op, nu komt het: de energie in die deeltjes die zorgen voor het willen verbinden is de elektromagnetische kracht, of te wel liefde. Dat is het IETS dat iets doet worden. Zonder dat IETS bestaat er niets.

Deze drang die kracht is, is in alles aanwezig. Deze drang om te verbinden is overal en altijd: om iets te laten groeien, iets te doen ontbinden, iets samen te voegen, sterk te maken, weker te maken, vloeibaar of juist stevig en hard. Alle eigenschappen van al wat is, zijn voortgekomen uit de drang tot samengaan van intelligentie die het andere zoekt, ter aanvulling, waardoor het meer kansen, dus groei zal hebben. Dat is nu de aard van liefde: willen dienen tot wederzijds nut. In ieder deeltje hoe klein en nietig ook, is er de intelligentie van liefde die wil dienen, wil samengaan, wil aanvullen wat te kort was, wil heel worden. Daarom is er in alles en ieder de neiging om hetzelfde te doen, al is dat via een andere (unieke) weg. Ieder mineraal, plant, dier, mens, wil heel worden, rijker worden, tekorten opheffen, geven van wat het zelf genoeg of teveel heeft, of aanvullen wat het zelf tekort of amper heeft. Hoe hoger ontwikkeld een levensvorm is, des te  meer complex, veelsoortig, uniek die weg en samenvoegingen zijn. De mens heeft als sluitstuk van de schepping de meest unieke vorm om daarbinnen volgens volstrekt unieke, dus persoonlijke wijze, zijn leven vorm te geven. Hij zoekt dus via eindeloze combinaties van bewustzijn uit talloze gedachten, voorvallen, spullen, voeding, bewegingen, enz. zijn geluk. Zijn geluk bestaat hieruit dat hij sterker, wijzer, blijer, rijker, gelukkiger en échter wordt - meer méns zoals hij bedoeld is te zijn - juist door de kwaliteit van keuzen die hij leert te maken. Hij leert dit zoveel mogelijk goed te doen, door al wat hij zich ten doel stelt vanuit en met liefde te doen. Dat geldt voor ieder mens! Juist om dit vermogen is er groei en ontwikkeling. Zodra het bewustzijn uit een lichaam vertrokken is, kan er niet meer samengevoegd, gegroeid, gelééfd worden. Zo'n lichaam noem je dan dood. De intelligentie - dat wat samenhield en samenbracht - is verdwenen.

Wat heeft dit te maken met energie? Het diepste wezen van energie is en blijft het streven naar samengaan, waardoor verbindingen tot stand komen. Hierdoor is groei, ontwikkeling mogelijk. Dat dit vermogen intelligent is, moet duidelijk zijn, omdat er voor iedere soort levensvorm groot of ontzettend klein, een bepaalde orde is, zodat er binnen die soort steeds weer eenzelfde vorm ontstaat, generaties na generaties en dat er bepaalde voorwaarden nodig zijn, telkens weer hetzelfde om te kunnen voortplanten (samenvoegen) groeien, ontwikkelen, ouder worden, aftakelen en sterven. Alleen liefde heeft alle intelligentie om deze drang van samengaan te hebben en mogelijk te maken. Liefde is dus levensintelligentie. Als deze er niet is, is er geen verbinden, dus een uit elkaar vallen, dus ontbinden. Zonder liefde is er dus geen leven!!! Leven kan dus nooit uit zichzelf uit niets bestaan, maar kan alleen maar Liefde als oorzaak ( = OER ZAAK) hebben.

Waar veel liefde is, zijn er goede, gezonde verbindingen die vrucht dragen. Waar weinig liefde is, is minder kwaliteit van verbindingen, waardoor meer gebrekkige verbindingen en dus groei en dus een goed en gezond vrucht dragen (lees ook gunstig gevolg) niet of minder mogelijk zijn.

Hoog boven de aantrekkende kracht van de aarde is er een druk heen en weer bewegen van allerlei deeltjes intelligentie met meer (zin om te verbinden) of minder liefde (zin om niet te verbinden). Zo ontstaat er een willen en een niet willen verbinden, waardoor gelijk gerichte deeltjes elkaar vinden. Deze worden aangetrokken door wat hen past, waardoor ze groter geworden zichtbaar en meetbaar worden. We hebben het dan  ondertussen over verschillende golflengten van het licht. Als dat licht zich verzwaart en verdicht, ontstaat er lucht. Als lucht zich verdicht, ontstaat er water(damp) als dat zich verdicht, wordt het te zwaar om te 'hangen', waardoor het naar de aarde 'zakt'.  De aarde trekt de zware polair geworden deeltjes aan. Waar eerder de deeltjes nog vrij waren, waren ze gewichtloos en zijn ze logischer wijze niet door de aarde aan te trekken. Deze vrije deeltjes zijn puur geestelijk. Ze kunnen pas op aarde zijn, als ze omhuld worden door een lichaam dat bestaat uit deeltjes die wel door de aarde aangetrokken kunnen worden, dus polair zijn. Deze deeltjes die polair zijn, hebben al tekort aan liefde, want anders zouden ze niet door de aarde aangetrokken kunnen worden. Ze zouden dan immers puur geest zijn omdat ze gewichtloos zijn!

Het bliksemen in de lucht (in de hoogste regio bliksemt het continue) voorziet de atmosfeer van de juiste uitwisseling van deeltjes die elkaar verbinden. Als deze deeltjes intelligentie  op gegeven moment hun gewichtloosheid verliezen en dus zwaar worden, naderen ze de aarde, waar ze in de atmosfeer dicht om de aarde heen in de vorm van waterdamp, ijs, sneeuw, nevel een 'lichaam, vorm' krijgen. Ze komen door temperatuursverschillen (waardoor wind ontstaat) dichter naar de aarde, bundelen zich door de aantrekkende kracht en vallen uiteindelijk in een druppel of hoosbui op aarde, al naar gelang er de wind meer of minder was of het licht sterker of zwakker, dus er meer of minder kou of hitte was. Daar worden de deeltjes energie (liefde) opgezogen door dieren, planten of worden ze opgenomen ook door de mens via water of voeding waarin dat water een motor geworden was om dat voedsel te vormen. Immers, water met ontelbare soorten inhoudsstoffen worden als voeding door allerlei lichamen, vormen opgenomen, die ook weer worden opgenomen en worden opgelost, verteerd, waardoor het noodzakelijke in de vorm (het lichaam) achterblijft als voeding, en het overtollige het lichaam verlaat als zweet, urine, vocht, ontlasting. Deze residuen dienen weer andere vormen van leven door erdoor te worden opgenomen. Zo ontstaat er op aarde een eindeloze cyclus van opnemen en afstaan van bewustzijn in de vorm van licht, water en andere voedingsstoffen.

De meest harde, materieel geworden bewustzijns (intelligentie = energie - licht-) deeltjes, worden opgenomen door de lichamen van allerlei soorten en mate en hoedanigheid. De meest ijle bewustzijnsdeeltjes worden opgenomen door het meest geestelijke in dat lichaam, de ziel van de bezitter of vormer van dat lichaam. Een lichaam is dus een voertuig voor de ziel (een meer of minder unieke verzameling deeltjes geest).

Als we fossiele brandstoffen verbranden is er ook een opnemen van energiedeeltjes (zuurstof) uit de omringende lucht en uit de haard (de brandbare stof, het hout, de olie, steenkool, enz.), maar ook een afstaan van deeltjes. De meest geestelijke deeltjes komen vrij door het vuur. Het vuur maakt de hulzen van de materiële deeltjes (cellen) kapot, waardoor de gééstelijke 'deeltjes' (puur bewustzijn) vrijkomen. Zij stijgen op en worden in de atmosfeer geslingerd, waar zij hun weg vinden in recycling door zich te verbinden met huns gelijke al naar hun aard is. Zij vormen dan weer een volgende wolk, bliksemschicht, hoosbui of ... stijgen hoger op en zorgen juist voor een klare, heldere wolkeloze hemel. Zij ontstijgen de aantrekkende kracht van de aarde als zij de polariteit (= egoïsme, afzondering van de heelheid, perfectie in God) hebben overstegen door liefde aan te vullen tijdens het leven op aarde.  De zwaardere, meer egoïstische deeltjes vallen als as, roet terug op aarde ergens en worden weer opgenomen door levende wezens, of ook gras, grond, enz. Ze vinden hun weg weer via opname door algjes, planten, dieren, enz. Zo maakt  bewustzijn een keten door van leven, lichaam krijgen, ervaring opdoen, groeien, verrijken, afsterven, loslaten en weer vrij worden.

Hoe we energie aanwenden, het blijft een uitwisseling van een bepaalde kwaliteit bewustzijn. Hoe meer liefdevol de deeltjes die we gebruiken zijn, des te beter het gevolg van de uitwisseling van deeltjes zullen zijn. Als we de deeltjes met een juiste intentie gebruiken, hebben we minder negatief gevolg. Waar we deeltjes laten samengaan of juist laten oplossen, vanuit een egoïstische bedoeling, zal het gevolg negatief zijn.

Ik ben van mening dat we de oorzaak voor het milieu probleem niet moeten zoeken bij het (veranderend) weer, het klimaat, teveel stikstof of koolstof, maar dat we moeten kijken naar waarom er zoveel stikstof is geproduceerd en waarom er zoveel koolstof in onze tijd vrijkomt. Zuurstof is soms schaars. Zou het komen doordat liefde schaars wordt? Zouden stikstof en koolstof meer in de atmosfeer komen omdat wij zelf veel meer hebzuchtig zijn? Zouden we de moed nog eens hebben om op een meer geestelijke wijze te kijken naar het klimaat en het milieu? Zouden we de moed hebben om onszelf bij de kladden te grijpen en vanuit betere intentie wat om ons heen is aan natuurlijke - en scheikundige stoffen te gebruiken tot wederzijds nut?

Als we betere, heilzame verbindingen zouden maken, zou er een samengaan moeten zijn en een groei die ieder zou dienen. Dat dat zo is, is een grondregel van hoe de schepping in elkaar zit: Zonder dienstbaarheid en juiste intentie zaken te benutten tot wederzijds nut en welzijn.

We zien steeds meer onregelmatigheden in de natuur. Levensvormen sterven uit, meer en meer lichamen verzwakken, worden ziek, temperaturen schommelen bizar, water teveel en water te kort, enorme droogte, grote orkanen, windhozen, bevingen, enz..

Zouden deze verschijnselen gevolg zijn van ons harteloze egoïstisch handelen? Zoveel hebzucht, zoveel eigenbelangen, die we vertalen in 'economische belangen', zijn debet aan de vele problemen die we zien ontstaan. We geven dan wel de schuld van vervuiling aan houtkachels of boeren, en veranderend klimaat, maar vergeten ons te bedenken voor het gemak dat alle gevolgen een oorzaak hadden. Deze oorzaak is op de keper beschouwt altijd een gééstelijke, omdat aan alles van wat er in materie afspeelt - hoe dit ook is - er éérst een idee of te wel een gééstelijk iets, een gedachte van een bepaalde kwaliteit aan vooraf ging. Waar eigenbelangen spelen, hebben we te kampen met gebrekkige liefde, al bedoelen we het doorgaans goed. De kwaliteit van menig idee is dus niet zo goed als we denken. We weten niet eens meer wat dienstbaarheid - samengaan tot wederzijds nut - inhoudt. Daarom veroorzaken we zelf door onze liefdeloze gedachten en onwetendheid zoveel problemen.

Het weer, het klimaat is een weerslag van wat de mens heeft gedacht en heeft gedaan. Stikstof, koolstof zijn nu dan de boosdoeners. Deze stoffen zijn er nu teveel. Klopt. Het zijn de belichamingen van 'vervuilde gedachten' die voortkwamen uit eigenbelangen, dus liefdeloosheid. Ze verdringen de broodnodige zuurstof. Zuurstof is de belichaming van dat wat leven geeft: de geest van de liefde, die er letterlijk en figuurlijk voor zorgt dat een lichaam, algje, plantje, diertje, dier, mens kan leven! Zuurstof is de drager van het levengevende intelligentie die een mens moet inademen (opnemen) om er dienstbaar door te kunnen zijn. Zuurstof kan zich verbinden met stikstof en koolstof of welke stof dan ook, waardoor er iets goeds ontstaat of gemaakt kan worden. Er moet dan wel voldoende zuurstof om ons heen zijn! We maken die zuurstof zélf goed en zuiver als we zuiver naar de Liefde leven. We kunnen ons pas goed verbinden met zuurstof als we daden willen stellen die we willen doen uit liefde, goede intentie dus. We nemen dan voldoende zuurstof op en kunnen die altijd vinden, ook waar het tekort aanwezig is, door rijkelijke meerderheid van 'foute' stoffen, dus  liefdeloos bewustzijn. We verbinden ons dan met de juiste dingen, mensen, omstandigheden, enz., waardoor we sterk zijn en onze talenten het beste kunnen gebruiken. We zijn veel te bang dat er een te kort aan zuurstof zal zijn, door vervuiling van de aarde. Nee, zo'n vaart zal dat niet lopen. De mens zal - als hij zich met het juiste wil verbinden (dat is dienstbaarheid als uitgangspunt nemen), het goede doen en te midden van de grootste problematiek of dreiging op de juiste bron (licht, zuurstof, liefde) aangesloten blijven. Er is altijd genoeg, want de bron van zuurstof en zuiver liefdevol licht zal nooit ophouden te stralen. Doodeenvoudig omdat zuiver dus liefdevol licht altijd stroomt, omdat het nooit een eind heeft. Gods intelligentie - licht - stroomt eindeloos de ether in. Ieder kan gratis tanken uit deeltjes van dit licht door dit in zich op te willen nemen. Het zal er altijd zijn, voor wie dit wil.

Dus.. niet houtkachels wegdoen of boeren wegsturen uit onze maatschappij, maar liefdeloze vervuilers van de grote machten die egoïsme, hoogmoed als oorzaak hebben aan pakken door ze niet meer te willen. Waar deze vervuilers niet meer gewild worden, verdwijnen ze vanzelf en ontstaat er weer een harmonieuze wereld waarin plek en ruimte en licht, gezonde lucht en temperatuur is voor iedereen! We kunnen bij onszelf beginnen: Wat hebben we werkelijk nodig en waarom denken, doen en willen we wat we denken, doen en willen...

Sonne Hoover.





Moeten we geloven dat de mens binnen 100 jaar uitsterft?

Wordt de mens met uitsterven bedreigd?

Wetenschapper Frank Fenner is niet bepaald optimistisch over de toekomst die de mens heeft. De mens, maar ook veel diersoorten zullen uitsterven zegt hij. Omdat Fenner belangrijk werk heeft verricht is men geneigd hem te geloven.

Of dat nu zo verstandig is, is maar de vraag. Als je alleen kijkt naar hoe het op dit moment gaat met de aarde, de natuur in het algemeen, alle grote milieuproblemen waarmee we te kampen hebben, zou je er mogelijk geloof aan kunnen hechten. We staan er als mensheid niet rooskleurig voor. We hebben te maken met torenhoge onoverzichtelijke problemen die ons boven het hoofd zijn gegroeid. Maar of daarmee reden is dat de mens zal uitsterven is maar de vraag.

Ooit was er een eerdere aarde (Malona). Ooit roeide de mens zichzelf op deze aarde uit om niets anders dan een ruzie om macht en eigenbelangen. Het zal eens niet zo zijn! Ook nu is er zoveel eigenbelang bij een grote groep mensen die het voor het zeggen hebben als het gaat om het uitstippelen van een bepaalde lijn die ervoor moet zorgen dat mensen hun vertrouwen en de moed verliezen. Zo lijkt het althans.. Er wordt veel angst gezaaid. Men lanceert allerlei onderzoeksrapporten die ons moeten doen geloven dat het treurig gesteld is met allerlei zaken aangaande in dit geval het milieu, de natuur, het klimaat. De gewone man denkt ondertussen -overladen met alle doemdenkerij - dat er geen eer meer aan te behalen valt en is van mening dat we de controle die we meenden te hebben aan het verliezen zijn. Met drastische, zeer beperkende maatregelen denkt men nog iets te kunnen redden. We vragen er ook om uit angst...We zadelen daarmee grote bevolkingsgroepen maar ook individuen op met zware regeldruk en onvrijheden die leiden tot een nog meer onnatuurlijk bestaan.

Men vergeet voor de gauwigheid evenwel dat waar de mens denkt zelf alles in de hand te hebben, dat je je er verstandiger aan zou doen je af te vragen of dat wel zo is. Zij we niet wat vergeten? Ik denk dat angst een slechte raadgever is. Zeker ook hoogmoed en egoïsme, waar de wereld bol van staat. Door steeds maar meer, beter, sneller, goedkoper willen, zijn we over natuurlijke grenzen gegaan en denken we nu dat we via buigen en barsten dan maar oplossingen vinden zullen. Dat zal nooit het geval zijn, omdat via zaken die liefdeloos en vernietigend werken, nooit iets zullen kunnen herstellen. Oplossingen die het natuurlijke leven tegenwerken, zijn geen goede oplossingen. Vaak zijn gestage, langzame, rustige, kleine oplossingen in het klein te vinden. Ze groeien uit besef vanuit de basis. Van 'onder af aan' komen vanzelf vaak de oplossingen die goed werken. Alleen... hebben we er amper meer tijd voor om die oplossingen die op den duur het goede uitwerken te beginnen en voor te zetten.  We denken - zolang we niet zelf bereid zijn om offers te brengen - dat anderen het  wel zullen of wel móeten doen. We dragen onvoldoende eigen verantwoordelijkheid om in ons eigen leventje een en ander aan te passen. We zouden kunnen beginnen  met minder te willen, met meer tevreden te zijn met wat we allemaal hebben, met omzien naar elkaar, met niet bang zijn voor je eigen gemak, met kijken naar wat je echt nodig hebt en delen met de ander van wat je zelf allemaal aan voordelen en mogelijkheden hebt.

Om te veranderen uit vrije wil is wel lastig. Een verandering komt pas vermoedelijk als het water ons tot de lippen staat en we echt geen kant meer op kunnen. Zo'n gedwongen verandering komt er eerder - hopen mensen die veel te verliezen hebben aan gewin en macht - als ze maar paniek zaaien. Dat lukt nogal eens goed, omdat er duur geld betaald wordt om een bepaalde uitkomst te creëren en deze maar veelvuldig aandacht te geven. Helaas komt het steeds vaker voor in onze geciviliseerde maatschappij dat onderzoeksrapporten echter niet altijd zo goed kloppen. Cijfers worden weggelaten, berekeningen en metingen kloppen niet altijd, er zijn vaak gelden betaald om bepaalde uitkomst in het leven te roepen, bepaalde namen die vertrouwen moeten wekken, worden genoemd,  dikke onderzoeksprotocollen zijn er prima dichtgetimmerd om fouten maar buiten te kunnen sluiten, maar toch wordt hier en daar grote onzorgvuldigheden gesignaleerd en wordt het ook niet altijd zo nauw genomen met verplichtingen en regelgeving, is er tijd tekort om een onderzoeksprotocol en -traject volledig te hanteren waardoor alles bij elkaar  een vertekend beeld gegeven kan worden. Alleen voor de geoefende lezer die goed op de hoogte is, kan een fout of misstand duidelijk worden. Voor de gewone man is het niet te doen om waarheid en feit van leugen of misleiding te scheiden.

We zijn bang geworden. Misschien wel juist omdat we ervaren dat leiders en machthebbers geen boodschap meer hebben aan geestelijke zaken die altijd nog - of je dit wilt geloven of niet - de basis zijn van hoe het waar dan ook toe gaat in  de wereld. Materie is in wezen geest. Daar kunnen we ondertussen niet meer aan voorbij. Gelukkig heeft men ontdekt dat het kleinste deeltje dat we hebben kunnen aantonen meer geestelijk is dan materieel. We zijn aan het ontdekken dat aan de basis van al wat is een groot perfect geestelijk Idee schuilt. Het kan zijn dat men dit al lang weet, maar het angstvallig stilhoudt. Want... er staan grote eigenbelangen op spel! Hoe verkopen we het feit dat geest de basis is van al wat is in een maatschappij die op het bevredigen van eigenbelangen en materialistische leefstijl gegrond is? Wie wil nog het roer omgooien en eens op verkenning gaan naar hoe we onze kinderen weer kunnen vertellen van eenvoud, rust. Wie heeft er nog geloof in dat God de basis is van al wat is. Wie weet nog dat deze Intelligentie in alles doorklinkt? Wie weet eigenlijk nog wat, wie God is? Wie weet nog dat zelfs het weer en alle weersverschijnselen niets anders zijn dat uitingen, 'vormen' van een bepaalde kwaliteit bewustzijn? Wie weet nog dat geen enkel plantje of dier ergens zomaar groeit of leeft, maar dat het precies hier of daar moet zijn? Weten we nog wel dat de kwaliteit van onze gedachten en daden de natuur om ons heen bepaalt?

Waar de mens in volstrekte harmonie zou leven, zou het klimaat perfect in orde zijn en zouden er alleen maar daar natuurrampen zijn die perse nodig zijn om iets uit te zuiveren om iets nieuws dat beter is, te kunnen laten groeien. Alles streeft naar meer vrijheid, warmte, liefde, eerlijkheid, licht en waarheid. Dat is zelfs in het kleinste, eenvoudigste deeltje,  plantje of dier of mens te zien. Geen wezen streeft er niet naar om zoveel mogelijk te baden in licht, precies zoveel voeding, vocht, droogte, wind, omstandigheden te genieten als dat het nodig heeft. Dat is een levensdrang! Het is liefde dat al wat leeft, dit wil, met als toppunt de mens die een vrije wil heeft om het leven vorm te geven zoals dit hem past. Voor al wat leeft is dat weer anders, al is dat voor een organisme van een bepaalde soort ongeveer hetzelfde. Voor de mens als sluitstuk van alle ontwikkeling is dat helemaal uniek, al blijven grondbelangen hetzelfde. We hebben allemaal licht, water, voeding nodig en... liefde. Zonder dat lukt het moeizaam of ook helemaal niet. We ontwikkelen ons goed als we ervaren wat we nodig hebben. Missen we iets, dan lijden we gebrek en ontwikkelen we ons dus gebrekkig. Zo is het met al wat op aarde is.

Als we ons buiten de lichtbron bewegen, worden we kouder en minder beweeglijk. Als we het licht in ons weten en het gebruiken voelen we ons goed en delen we het uit. We stralen vanzelf uit waar we genoeg van hebben. Waar we tekort van hebben, proberen we bij een ander te halen. Als we ons 'buiten' de bron van leven denken te kunnen begeven en we proberen dingen met liefdeloosheid en onwaarheid op te vullen, dan gaan we nog meer lijden. Op bepaald moment weten we niet beter en nemen we genoegen met de kou en het gebrek. Zo geven we generatie op generatie halve waarheden door en beseffen we niet hoe ver we van het echte leven  - een geestelijk rijk leven - af zitten. We gaan onze energie daarom niet meer stoppen in het ontwikkelen van juiste warmte en liefde en dus geestkracht, maar zijn tevreden met surrogaten, die heel materieel zijn ten opzichte van de gratis beschikbare warmte die we  lichamelijk en geestelijk zouden kunnen hebben, gebruiken en delen, waardoor niemand tekort zou komen. We zouden ieder ermee kunnen dienen, want waar we leven uit warmte, dus dienstbaar willen zijn, zouden we vanzelf het goede willen en dus ook doen! Alleen hierdoor zou de wereld kunnen veranderen en zou het tij kunnen keren.

In onze snelle consumptiemaatschappij zijn we echter van mening dat groter, meer, duurder en bewezen zijn, béter zijn en hebben we ondertussen afgeleerd om 'onzekere' factoren als intuïtie, geloof, hoop bij ons te dragen en te ontwikkelen. We worden dan hopeloos en trouweloos, ongelovig en ... liefdeloos! We eren dan de liefde niet meer, maar waarderen alleen maar wat ons uitkomt. We zien onszelf als een bergje materie dat toch een keer ophoudt te bestaan. Dus ach, waarom zo serieus. Na mij de zondvloed, of te wel: we leven maar eens, dus vier feest, als dat nog kan tenminste. Hedonisme is het woord van onze tijd: geniet (nu het nog kan). Geniet zoveel mogelijk en doe alsof je daarmee de ander van dienst bent of maak jezelf dat wijs. Zeg dat je alleen maar door deze leefstijl ervaring opdoet, groeit en meehelpt aan de ontwikkeling van al wat is en leeft.

Zaai dan als de mensen zien dat ze grip gaan verliezen op hun omgeving, er steeds meer bizarre zaken normaal worden gevonden, men niet meer bevredigd wordt door het 'gewone' en men geen vertrouwen meer heeft in de toekomst nog even wat meer paniek en beweer gewoon dat de mens gaat uitsterven en wel op zeer korte termijn. Degene die dat zegt weet niet waar hij het over heeft. Hij negeert het geestelijke dat het altijd nog beter weet dan mening gestudeerd goed ontwikkeld mens die in de wereld van hersendenken bekend staat als gezaghebbend. Het is het hart vol liefde dat alle antwoorden heeft op de huizenhoge problemen waar de mensheid mee kampt. God - het eindeloze veld van zuivere intelligentie, het leven zelf dat liefde is - is altijd nog de basis van al wat is en vloeit - omdat het immers eindeloos is - in ieder mens  zijn hart waar die intelligentie opgemerkt, gebruikt en ontwikkeld kan worden. Het enige is dat de mens dit weet en ervoor kiest om middels de stem van zijn hart de juiste keuzes te maken. Wat de mens hiervoor nodig heeft is willen liefhebben en God kennen als de grote kennisbron in hemzelf en in de medemens, hoe deze ook is en kiest te leven.

God is een energiebron die er voor ieder is. Deze bron is toegankelijk zonder entreeprijs of entreebewijs. Ieder kan dus tanken uit deze bron. Je moet het alleen wel zélf willen en niet van mening zijn dat jij geen advies van God die je ooit heeft samen gevormd nodig zou hebben. Middels je intuïtie, je geweten spreekt deze Intelligentie in je hart, waardoor je de weg vindt uit al je problemen en beperkingen. Dat gaat niet altijd meteen. Een mens hoeft alleen maar te willen beginnen, want dan vloeit de innerlijke intelligentie makkelijker in de ziel, zodat je bewust kunt worden van wat je het beste kunt doen of laten. Ieder mens geeft vanuit de kwaliteit van willen en denken uit zijn hárt orders aan de hersenen die het lichaam zullen doen uitvoeren wat de ziel opdroeg. We hoeven niemand de schuld te geven van welke pech dan ook. Wijzelf zijn de daders. Vaak zijn we ons dat niet bewust. We wijzen liever met de beschuldigende vinger naar God en onze medemens of naar ons lot of die wisselvallige natuur. We zijn echter zoekende in liefde en waarheid maar blijven dikwijls uit onwetendheid, maar ook uit luiheid, gemak, egoïsme en hoogmoed steken in oude, foute patronen van liefdeloze gedachten en daden. We zijn vaak zelf verstoken geweest van liefde en echtheid, waardoor we armoe lijden en zelf beschadigd door van alles en nog wat niet goed weten wie we zijn, waarvandaan we kwamen en wat ons doel is.

We denken het te moeten hebben van de materie en wat we hebben geleerd en overstijgen niet onze beperkingen en nare ervaringen. We leggen ons erbij neer en zoeken houvast in wat we leerden, kennen en vooral in wat ons verteld werd. We gaan geloven in al die gebrekkige kennis en streven zo de waarheid die in ons hart aan het woord probeert te komen, voorbij! We vergeten God dus te raadplegen.  De mens moet weer terug naar God en klein durven zijn om juist dáárdoor groot te worden

Aan ieder verschijning, aan iedere vorm, aan ieder materieel leven is ooit eerder een idee, een gedachte aan vooraf gegaan. Dit is voor veel mensen niet meer te bevatten. Toch is het zo, dat materie nooit uit zichzelf op een bepaalde manier kan ontstaan. De bron van leven is en moet altijd nog een gééstelijk iets zijn. Geen materieel ding of materiële verschijning kan op zichzelf, zomaar, toevallig bestaan. Daarom  is ook het klimaat en het weer een gevólg van een bepaalde kwaliteit van denken en handelen. De mens veroorzaakt zelf het weer en op den lange duur het klimaat. Ook de gestorvenen doen daar aan mee. Daarom is het van groot belang dat mensen dit weer eens leren en begrepen. Wat de mens ooit als vanzelfsprekend in zijn hart gewaar werd, is nu ondergesneeuwd door het belang van het hersenverstand wat altijd maar optimaal ontwikkeld schijnt te moeten worden en vaak veel meer aandacht krijgt dan het verdient. Wel is het zo, dat hersenverstand ontzettend waardevol is. Natuurlijk! Alleen moet het HART vol liefde dus met de bereidheid te luisteren naar wat de Geest der Waarheid influistert en doet weten, de basis zijn van dat verstandsdenken. Alleen hersen-, verstandsdenken is kil en liefdeloos. het is puur materieel. Alleen het hartsdenken gevoed door het denken in het hart, is liefdevol als dat hart zoveel mogelijk liefde zoekt en wil doen. Een mens heeft de verantwoording om lief te hebben. Dat weet iedereen en is al zolang de mens bestaat het doel.

Zolang mensen nog niet begrijpen dat het alleen maar de liefde is die oplossing geeft voor welke problemen dan ook, zal hij gebrek lijden, al zal de mens op aarde nooit volstrekt perfect gelukkig zijn. Er zijn immers altijd andersdenkenden en anderswillende mensen. De mens heeft als hoogste goed een vrije wil die niet te loochenen valt en wat ook nooit mag gebeuren. Als dat zou plaatsvinden, dan zou dit mensenras kunnen uitsterven, eerder weggevaagd worden van de aardbodem. Als immers zijn hoogste goed - de vrije wil - ontnomen is, dan heeft het leven  op aarde als leerschool immers geen enkele zin. Welk nut heeft het als een mens als robot zou kiezen om lief te hebben? Welk nut zou het hebben als een mens als robot zou kiezen om niet lief te hebben? dit zou Satans rijk op aarde zijn. hij zou lachen in zijn vuist. God heeft gezegd dat er een 1000-jarig rijk van vrede komt, waarin Jezus Christus koning is. Dat moet zo worden begrepen: er komt en zeer lange afgebakende tijd (1000), op aarde ( in het hart waar het vermogen tot liefhebben ligt) waar in het de liefde zal zijn die in de praktijk gebracht wordt door de mensen van goede wil. Jezus zal komen met de Zijnen op de wolken des hemels. Hiermee wordt bedoeld dat die liefde groeit (Jezus' komst) op de nieuwe inzichten (wolken) uit de ware leer van God (hemel). Zo komt dus de nieuwe leefstijl zoals Jezus Christus deze voor leefde afgedaald naar de aarde. Nog weer anders gezegd: in de harten wordt weer de stem van de Vader (God) gehoord. De Zoon ( Jezus Christus) wordt gevolgd. Of te wel, wat het hart aangeeft, wordt gewoon uit liefde gedaan (ter ere van God), dus in de naam van de zuivere liefde die ieder mens van goed wil, wil en dus ook doet! Dat doet hij als hij niet zijn eigenbelang voor laat gaan op het belang van zijn medemens. Dienstbaarheid wordt het toverwoord. De mens die hierin niet mee wil, dus die nieuwe aarde niet zit zitten, omdat hij ánders wil en ánders denkt, kan natuurlijk niet mee in deze nieuwe wereld. Voor hem is er dan toch ook logischerwijze geen plaats?

Het is deze mens die dan niet meer kan bestaan op deze aarde. De mens die liefdeloos WIL zijn, zal uitsterven. Wat dat betreft heeft de wetenschapper wel gelijk. De liefde gáát groeien op de puinhopen van dom hersendenken, hoogmoed en egoïsme waar geen ruimte werd gelaten aan Gods kracht die bij ieder mens invloeit en eindeloos benut kan worden om er de goede plannen uit te scheppen die er een mooie wereld van kunnen maken, waar ruimte is voor ieder die gelooft in liefde en dienstbaar wil zijn en zichzelf niet meer acht dan de ander. Ieder zal gelijk zijn, maar niet zonder slag of stoot. Eerst puin ruimen. Dat puin is hoogmoed en egoïsme. Eerst dat weg. Dan blijft er vanzelf ruimte over voor liefde, die ieder mens zoekt, waar, hoe hij ook leeft en denkt! God is er voor iedereen, maar ieder persoonlijk mens moet wel een keus maken vóór of tégen liefhebben. Van twee walletjes eten, haalt niets uit. Het is of God of niet God. Of liefde of geen liefde. Een beetje liefde is altijd nog veel ego. God wil alles.

De mens zal binnen geen 100 jaar uitsterven. Nog niet eens binnen 5000 jaar. De aarde zal een lange tijd van vrede gaan kennen, al gaat de weg ernaartoe niet zomaar! We merken het maar al te goed. Een derde van de mensheid zwoegt, lijdt, ziet het niet zitten en bezwijkt aan hang naar materie of angst en ongeloof. De mens die hoopt, gelooft, liefde zoekt en doet, zal overleven of in kracht van liefde gewoon als het zijn tijd is, sterven. Hij zal kracht hebben en vindingrijk zijn en geloven in oplossingen in plaats van in mislukking en aanvaarden als zijn leven hier op is. Hij zal doorzetten in plaats van opgeven. Hij zal te rade gaan bij de stem van God, de stem van de liefde in zijn hart en zijn kinderen hierin opvoeden. Hij zal weten dat voor alles een juiste tijd is en rustig verder kunnen gaan met leven, terwijl anderen radeloos zullen zijn. Hij zal een lichtend voorbeeld zijn en niet rusten tot God weer merkbaar (terug) is in de maatschappij.

De mens die klaar op aarde is met zijn proces van ontwikkeling in liefde, zal op natuurlijke wijze deze aarde verlaten. Op welke wijze dit gebeurt is doorgaans niet te begrijpen. Je hoeft er ook niet je best voor te doen. Wel kun je je afvragen wat je kunt doen om een zo rijk liefdevol leven te leven. Hoe het ook zij, welk probleem je ook hebt, welke ziekte je ook hebt of zal hebben, God is liefde en heeft alles in de hand! Na dit leven wacht een verdere ontwikkeling in die geestelijke sfeer die je naar mate je liefde had of liefde wilde doen - al lukte dit niet zo goed- past. Voor ieder is er een hemel in zichzelf die hij de eeuwigheid gewaarwordt en uitbouwt, als hij God maar erkent, toelaat en gebruikt. Voor hem is er geen hopeloosheid maar een vast vertrouwen. Daarbij weet hij dat als hij hier klaar is op aarde, verder leeft en zichzelf en alles - ook wat hij op aarde niet kon genieten en ervaren - ten volle gewaarwordt. Geen angst dus, maar goede moed en zelfonderzoek en starten met goed doen, volgens hoe jouw unieke hart jou dat vol liefde laat weten. Doe het en dan zal het klimaat zich ten goede ontwikkelen. God heeft gezegd dat dat vredestijdperk komt. Het zal dus komen! De schommelingen in regen, warmte, droogte, kou of wat ook, zijn er volgens statistieken altijd. We overzien echter niet de grote lijn - die voor de goede ziener echter wel te over zien is - Perioden van natheid, droogte, hitte en kou wisselen zich om wijze (geestelijke) redenen altijd af. We zijn nu in een periode aanbeland dat er veel water nodig is om te reinigen. Dat evenwel  extreme droogte er ook is, laat zien dat er een onbalans is tussen liefde en liefdeloosheid en dus waarheid en onwaarheid. Evenwicht in de natuur is alleen mogelijk als we met gezond hartenverstand de problemen bezien en de balans naar meer echtheid en dus liefde doen doorslaan door  te vertrouwen op het goede dat God kan bewerkstelligen waar wij dat niet kunnen en ondertussen zelf doen wat aan het goede doen in ons eigen vermogen ligt.

Sonne Hoover

 

 

 

Hartdonatie. Is het zo simpel als men zegt?

Hartdonatie en -transplantatie. Weet je er voldoende van om een juiste keus te maken?

Weten we wel wat we moeten weten en kunnen we onszelf wel beschermen tegen grote nadelige gevolgen die er kunnen zijn van hartdonatie en - transplantatie die we niet zien of onderkennen?

Allereerst, de opmerking dat het niet zo eenvoudig is om in korte bewoordingen iets te zeggen over  een zo complex vraagstuk als orgaantransplantatie en -donatie. Zo simpel als het doorgaans wordt uitgelegd en besproken, is dit niet. Er is meer kennis over dit onderwerp, wat vaak niet ter sprake komt. Vaak uit angst om tekort aan donoren te houden, maar ook uit onwetendheid.

Delen van het lichaam transplanteren is al lang mogelijk. We vinden het ondertussen heel normaal dat huid, een haar, een stuk ader, bot, of een hoornvlies, of bijvoorbeeld een nier worden getransplanteerd. Maar hoe zit het met het afstaan van en het ontvangen van een meer ingewikkeld orgaan? Er is wel degelijk een groot verschil tussen de voor- en nadelen als het gaat om 'eenvoudig'weefsel of  een hoog ontwikkelde zeer complexe organen als hart, longen of lever.

Er is veel meer dan men stelt, heeft onderzocht en kan onderzoeken. Er wordt de mens een halve waarheid onderwezen. Op grond van deze onwaarheden, kun je nooit goede keuzen maken. Het doel van deze verhandeling is niet dat mensen niet meer zullen ontvangen of niet meer zullen doneren. Het gaat erom dat ieder mens recht heeft op volledige informatie, teneinde een juiste keus te maken, hoe deze ook voor die unieke persoon zal uitvallen.

in deze uitleg zal ik het met name hebben over de donatie en het ontvangen van een menselijk HART.

De ziel vormt zich een lichaam van vlees en bloed,  precies zoals dit lichaam het beste de ziel in haar groei tot meer kennis van waarheid en liefde kan dienen. In organen die een complexe functie hebben, en die onmisbaar zijn in het menselijk lichaam zetelt daarmee een even zo complex bewustzijn. Hoe belangrijker een orgaan voor het lichaam is, des te meer bewustzijn er in dat orgaan is. Ieder orgaan drukt weer een anders stukje van de allesomvattende liefde uit. Het meest belangrijke onmisbare orgaan is het hart. Hier zetelt het hoogste bewustzijn, wat voor de mens mogelijk is: Het besef van en het willen uitdrukken van de werkelijke onbaatzuchtige liefde. Omdat deze zuivere liefde de kern is van het leven, het leven zèlf is, is het bewustzijn uit het hart onmisbaar voor de ziel. Buiten deze hoogste liefde, die alleen dus in het hart ontwikkeld kan worden, is eigenlijk niets van betekenis en heeft op zich niets levenskracht. Alle andere eigenschappen en hoedanigheden komen immers voort uit de liefde. Daarom begint het leven inhet hart, met het kloppen van het hart. Door het hart verdeelt zich het bewustzijn, maar ook de materiële stoffen ( zuurstof, bloed) door het lichaam. Zonder die klop van het hart is er dus geen circulatie en is het lichaam niet levensvatbaar of sterft dat lichaam. Alle andere organen worden gevoed vanuit het hart. Ook de hersenen, het verstand enz. worden dus vanuit het hart gevoed. Het hart is dus begin en eindpunt van leven.

Ook de longen (het vermogen tot in ons opnemen van levenskracht, dat ons het vermogen geeft continue bewustzijn te verzamelen (via zuurstof) en het ruimte innemen daartoe, en de lever, die de mens leert te onderscheiden wat goed en kwaad voor deze mens is, zijn van groot belang om te kunnen leven en kunnen ook eigenlijk niet zonder veel pijn, moeite, kunst en vliegwerk worden getransplanteerd.

In het hart ligt  dus alle bewustzijn van wat de hoogste vorm van onvoorwaardelijk liefhebben werkelijk betekent. Het  gaat erom  in het leven zoveel mogelijk bewust te zijn van wat  de bedoeling van het leven is. Dat alles om de liefde gaat. De ziel  doet hoe dan ook tijdens het leven, ervaring op omtrent wat liefde nu is of zou moeten zijn.

Wanneer de ziel heeft geleerd, wat haar doel was, heeft het lichaam geen nut meer, zal het hart ophouden te kloppen, sterft de mens en is gedaan, wat mogelijk was en vervolgt de ziel haar ontwikkeling in nog meer eigen maken en delen van zuivere liefde, in het geestelijk leven. Alles wat de ziel aan innerlijke, geestelijke  kennis (liefde) heeft opgedaan, gaat met haar mee, omdat immers alle dingen die geestelijk zijn, blijven bestaan. Dit kan niet gebeuren, wanneer het hart in een ander voortleeft.

De donor moet het dus doen, zonder de kennis, ervaringen die op  het gebied van de onvoorwaardelijke liefde is geleerd en beleefd. Dit heeft voor de donor grote, niet door mensen te overziene gevolgen. Immers, de mens komt op aarde om juist de hoogste vorm van liefde eigen te maken om zo weer (zoveel mogelijk) één te worden met haar Bron, die onvoorwaardelijke, volmaakte liefde is (God) en waaruit zij voortgekomen is. De ziel mist dan dus het kardinale punt. In de geestelijke wereld heeft een mensenziel geen herinnering als hij zijn oorspronkelijke hart niet meer heeft. Dat bewustzijn is dan bij die ander. De overleden mens is zich dus niet meer bewust van wie hij was en waartoe hij was en wat het hoogste in zijn leven was en is.

Deze overleden mens mankeert dan dus het meest eigene, het leven, de liefde zelf!

Deze liefde is de enige stuwende kracht die het leven geeft en het leven is en ook het doel van alle leven. De liefde is de enige scheppende kracht. Deze zet het hart aan tot kloppen. De energie die het hart doet kloppen, is het leven zelf, de liefde, of te wel God. Daarom zegt men ook niet voor niets dat God het leven is en geeft.

Voor de donor betekent het in geplaatst krijgen van een ander zijn hart,  een ‘niet bewust zijn van de dingen die in liefde zijn ervaren en geleerd. De ziel mist dus haar wezen, wat eigenlijk niet kan, maar waardoor de ziel dus ‘dood’ (onwetendheid) ervaart.

De liefde is dat, waardoor de mens leeft. Deze levensimpuls doet de mens leven. Daarom is ook het hart de enige plaats in het lichaam waar het leven beginnen kan. (het hart is de woonplaats van God.  In het hart is het vermogen van liefhebben. In het hart is de enige ware kerk, waarin de eredienst wordt gehouden, of te wel, in het hart is er het vermogen tot liefhebben. De liefde doén en begrijpen en willen is ‘het loflied dat men zingt ter ere van de Scheppe’r van het leven. Liefde doet leven.  Zonder liefde is er niets. Zonder liefde is er geen leven. Zonder liefde is er onwetendheid, omdat alleen uit werkelijke liefde zoals die bedoeld is, alle kennis van het enige ware is gelegen.

Zonder liefde (licht)  is er niets. Zonder liefde is er geen leven, dus dood. Zonder God is er geen schepping. Alleen de liefde kan iets tot stand brengen. Zonder liefde is er immers niets. Buiten God is er niets. Zonder liefde, verbinding met God, is er geen schepping, dus is er doodsheid, dus onwetendheid, dus donkerte, dus geen bewustzijn. Geen bewust zijn.

In het hart ligt de impuls tot samentrekken van het hart (sinusknoop), waardoor het lichaam gevoed wordt met levenskracht (bloed is drager van de ziel). Niet in de hersenen of waar ook begint het leven. De hersenen kunnen alleen hun taak verrichten, doordat het bloed  vanuit het hart hen voedt. De liefde voedt de materie. Geest is de basis van alles wat is. Het lichaam voert uit wat die geest wil.

Het is dus zaak om die geest te kennen, te willen gebruiken, te leren herkennen, zodat het lichaam de meest juiste opdrachten krijgt. Het hart geeft de opdrachten aan de hersenen. Het verstand dat ontwikkeld is op grond van karakter, aanleren, voorbeelden en ervaring geeft dus met een bepaalde intentie vanuit het hart de opdrachten aan de hersenen. De hersenen geven de opdrachten door aan het lichaam en diens lichaamsdelen, zodat het lichaam uit kan voeren wat de ziel wil.  Een mens moet het onderscheid tussen wat uit het hart komt (en wat waar en goed is) en wat uit het verstand en de materie komt (en wat niet altijd goed en waar is), goed leren kennen, al zo vroeg mogelijk in de jeugd. Een intelligent verstand is een verstand dat verlicht, gevoed, verruimd is door harstsintelligentie. De mate van liefde die een mens zoekt en kiest, bepaalt de kwaliteit van hersenintelligentie.

Het hart van een mens bevat het unieke, het meest wezenlijke van die unieke mens. Dat wat het hart wil en inhoudt en heeft geleerd, past onvoorwaardelijk bij die mens, voor de hele eeuwigheid, omdat een mens immers onsterfelijk is naar geest en ziel. Mist een mens zijn hart, dan zal hij dus niet bewust zijn in zijn geestelijk leven na de dood. Hij leeft dan wel, maar kan er niets mee en lijdt zoals hij ook op aarde al leed.

De impuls van het leven is de impuls die de liefde (het hart) geeft aan de materie (het lichaam), zodat deze ook liefde opdoet en daarmee levensvatbaar wordt. Zo ontwikkelt alle materie zich steeds tot een hogere vorm van bewust-zijn, waar steeds meer het vermogen tot liefhebben aanwezig is. De mens is sluitstuk van deze ontwikkeling.  De mens dient te leren lief te hebben in een zo zuiver, onbaatzuchtig mogelijke wijze, en dit wel uit vrije wil, wat hem daarmee onderscheidt van het dier. Op wie de mens zijn liefde  richt, ervaart diegene de liefde, waardoor deze ook liefde kan leren kennen, het kan opnemen en het kan uitzenden. Liefde voedt het leven. Is het leven zelf.

De mens komt op aarde met het doel zoveel mogelijk liefde eigen te maken, waardoor zij des te meer heelheid zal ervaren. Zij komt hiermee eens weer, volmaakt terug in het bewustzijn van dat alles liefde is. Het doel van de mens is ervaren van eenheid en heelheid in een en dezelfde Bron, de liefde, of te wel God.

Uit de bouwstenen van de ervaren en eigengemaakte kennis over wat liefde was en dit gegeven hebben, wordt het etherische lichaam en de wereld waar de ziel zich in zal bevinden na dit lichamelijk leven, gevormd. Heeft de mens geen liefde (al zou dit mogelijk zijn), zou er geen geestelijke wereld gevormd kunnen worden uit het geven en ontvangen van deze liefde. Zonder de liefde is immers niets. (zo’n leven zonder liefde noem je ‘hel’. Dit is dus een staat van bewustzijn waar niet de liefde is (onwetendheid)).

Liefdeloosheid - zijn zonder liefde - heeft tot gevolg dat de ziel gebrek lijdt en wel in ernstige vorm. Zij mist immers het hoogst wezenlijke dat deel uitmaakt van wie zij was, is en zal zijn.

In geval van hart donatie, is er het geestelijke dat zich bindt aan het lichamelijke zolang dit lichamelijke nog (ergens) (in de donor )) leeft. Zolang bewustzijn niet is teruggewonnen uit het materiële hart, blijft dit dus bij het hart wat nu dan behoort aan de ontvanger. Deze ontvanger is bij de operatie dan wel met bloedvaten enz. aangesloten op het nieuwe hart, maar niet met zijn ziele - lichaam. Daarbij ‘hangt’ het bewustzijn van de donor nog aan dit hart. Afstoting, wat altijd van nature plaatsvindt is een poging van de ziel om het haar vreemde bewustzijn te weren. Dit vreemde bewustzijn wordt daarmee van nature behouden voor de donor, die het leven daarmee voort kan zetten met het bewustzijn dus, wat misschien wel met veel pijn en moeite tijdens het aardse leven is geleerd, verzameld en gegeven. Daarbij horen ook alle ervaringen (bewustzijn) uit andere, eerder levensomstandigheden, levensvormen die hoe dan ook, waar of wanneer dan ook zijn opgenomen. Ook bewustzijn dat verzameld is door ondenkbaar lange tijden van ontwikkeling voordat de mens, mens op aarde werd.

Door anti afstotingsmedicatie, wordt het lichaam dermate materieel (deze medicatie is immers zelf super materieel (chemische, synthetisch)), dat de  herkenning van wat past en niet past, niet meer kan plaatsvinden. Het lichaam wordt gedwongen het vreemde bewustzijn te aanvaarden, omdat het lichaam, maar ook de eigen ziel, die vast nog lang niet in staat is om geestelijke dingen en hun gevolg te overzien, niet meer herkent dat de vreemde lichaamscellen niet passen. Bewustzijn wordt nu dan opgedrongen. Dit is sowieso fout, omdat waar dwang is, geen liefde is. En juist hier gaat het juist weer om……..

De ontvanger kan in grote geestelijke nood komen, wanneer bewustzijn, (ervaringen, kennis)  ‘eigen’ moeten zijn, maar gevoeld wordt dat dit eigenlijk niet zo is, omdat vele dingen vreemd zijn, onherkenbaar en zelfs ongewenst kunnen zijn. De persoonlijkheid kan wel degelijk in zeer grote mate veranderen. Dit kan leiden tot grote identiteitscrises voor betrokkenen maar ook voor familieleden en vrienden! De wens om toch maar niet getransplanteerd te zijn, de wens om maar dood geweest te zijn, of de wens alsnog alsjeblieft dood te gaan, ziet men veelvuldig voorkomen, juist, bij harttransplantaties.

Vooral wanneer bewustzijn van de donor in liefde ‘minder’(beter gezegd, anders) was, kunnen er grote  negatieve gevolgen  worden ervaren door de ontvanger. Wel zou het kunnen zijn, dat wanneer de donor méér liefde en inzicht had daaruit (immers alle inzicht in het ware goede, kan pas voortkomen uit een leven in zo veel mogelijk zuivere liefde), de ontvanger daar iets goeds mee zou kunnen doen. Immers er kan nu worden geput uit kennis van liefde die voorheen voor de ontvanger er niet was. Wanneer het bewustzijn van ontvanger en donor te veel zal verschillen zal ook de anti afstotingsmedicatie niet kunnen voorkomen dat het hart alsnog wordt afgestoten.

Het blijft dan nog wel zo, dat de donor moet leven zonder de kern van zijn zo zijn (de liefde en kennis daaromtrent) en moet wachten tot het hart weer ‘ vrij’ komt. daarover.  Afstoting is dus dubbelerg, want én ontvanger én donor hebben geen baad bij de transplantatie. Er is voor de donor een zijn zonder liefdesbewustzijn zolang de ontvanger leeft, omdat dit vermogen nog is bij de ontvanger.

De donor heeft een groot offer gebracht.

Het ‘goede’(maar doorgaans niet beoogde overlijden) van de ontvanger is dat deze bij afstoting overlijdt, waardoor deze mens vrij komt en verder kan gaan met zijn geestelijk leven en daar de weg vindt naar de liefde, waar deze er nog niet voldoende was. Het lijden, het doormaken van alles wat met ziekzijn, getransplanteerd worden en getransplanteerd zijn, revalideren en ook weer in zekere zin herstellen en weer ziek worden, zijn toch ook weer leerprocessen, waardoor de mens alsnog mogelijk het leven anders – met meer geduld, inzicht, liefde, goede wil, enz. – heeft kunnen invullen en uiteindelijk het leven op aarde heeft durven loslaten. Het hele proces is dus een omweg, maar ook een weg tot nog weer even iets leren, al werd dit uit de weg gegaan. Een mens denkt soms iets te winnen, maar wint niet dat wat hij verwachtte, maar wint iets wat hij eerder niet wilde, zocht of kende.

Het kan zijn dat toch ook deze dingen allemaal zo moeten zijn. Er is als het goed is (!) gekozen voor donatie en ontvangen, uit vrije wil. Ieder mens heeft recht op deze vrije keus en deze dient altijd gerespecteerd te worden. De vrije wil is het hoogste goed van welk mens dan ook.

(zie hier het gevaar en schadelijkheid van de eventuele wet op vanzelfsprekende ter beschikking stellen van organen, waarbij alleen een schriftelijke nee-verklaring er voor zorgt (!?) dat organen niet worden gebruikt).

Veel onnodig leed kan worden voorkomen, wanneer de mens zich ontwikkelt in wat werkelijk goed doen is. Wanneer een mens uit angst het leven wil behouden, zal ook de keus wel of niet te ontvangen of te doneren, gebaseerd zijn op deze angst. Het gevolg van de keus uit angst is nooit goed, omdat wanneer de basis niet goed of zuiver is, ook het gevolg niet anders kan zijn. Onnodig lijden is dan het gevolg.

Zolang de mens niet weet dat hij in wezen liefde is en hij niet weet dat hij gekomen is om de weg van liefde te gaan, zoveel mogelijk als dit in zijn unieke vermogen ligt, zal de mens niet het begrip van wat zuiver onvoorwaardelijke liefde is, kunnen ontwikkelen. De mens is gekomen om zijn ziel te ontwikkelen in geestelijke dingen, met behulp van materiële. Deze materiële dingen zijn echter voor de meeste mensen tot doel geworden. Deze mens stelt zich dus een materieel doel in plaats van een gééstelijk doel. Deze mens zal daarmee de veronderstelling hebben, dat een materieel leven ‘je van het’ is en alle aandacht verdient.

Deze mens zal het lichamelijk leven niet durven loslaten, omdat hij niet weet dat de totale liefde in vrijheid hem wacht na dit lichamelijke leven. Hij houdt het leven vast en weet daarmee niet dat het innerlijk leven - dat liefde is - hem voor díe tijd ontglipt. Hij zal dan moeten leven met de beperkingen die zijn onwetendheid hem brengen en zal snel verstrikken in de schijnwaarden die de materie hem biedt. Wanneer hij dit van harte zo kiest omdat zijn hart hem dit zo doet willen, zal zijn mate van liefde in dit hart hem doen ervaren hoe groot zijn liefde was.

De mens oordeelt zichzelf tot lijden al naar gelang de maat van liefde hem brengt.

Ieder mag willen wat hij wil, maar verzwaart zijn leven, wanneer de kennis van wat werkelijk de bedoeling is van zijn zo zijn, hem ontbreekt. Lijden is gevolg van onwetendheid. Gevolg van onvolmaaktheid. Lijden hoort bij het mens zijn, dus bij het van het zich afgescheiden voelen van de heelheid.

We zoeken de heelheid in ons lichaam, niet beseffend dat de heelheid in onszelf ligt, omdat de heelheid van de geest niet meer wordt ervaren omdat we ons focussen op de materie. We verdelen, we oordelen en zien onszelf al  déél van ‘iets’. We ervaren onze heelheid (God) dus niet meer. We zijn verdeeld en zaaien daarom verdeeldheid. We weten niet eens meer dat onze geest, ziel en lichaam een eenheid zijn en geven alle aandacht aan alleen maar ons lichaam. We zoeken God buiten ons, niet beseffend dat deze Kracht in ons is en wacht op uitdrukking ervan, volgens ons eigen unieke zijn.

We zijn hier op aarde, juist om te leren dat niet de eigenliefde ons gelukkig maakt, of de liefde voor de materie, maar dat alleen de liefde voor de ander vanuit de liefde voor ons diepste wezen, dat onze Bron is, ons gelukkig zal maken en ons doet ophouden slaaf van ons lichaam, of de materie in het algemeen te zijn.

We leren allemaal met vallen en opstaan en ieder heeft het recht om zijn leven te leven zoals hij dit kiest. Zolang een mens denkt echter niet te kunnen kiezen en denkt dat hij slachtoffer is zal hij verantwoordelijkheid bij een ander, bij de wereld, bij de asbest, de zon, de tumor, erfelijkheid, bij God neerleggen en zal hij pijn hebben in het groeien naar liefde, omdat hij veel in zijn leven niet als liefde herkent. Zolang de mens denkt dat hij alleen maar een lichaam is, zal er de angst zijn om dit te verliezen.

We zouden moeten durven doodgaan. We zouden er beter aan kunnen doen, ons beter op de hoogste te stellen van innerlijke dingen. Van geestelijke dingen dus, in plaats van alle zorg voor het lichaam.

Doodgaan van ons lichaam, maakt de ziel los ervan en stelt de ziel in vrijheid, in het ervaren van de liefde die we hebben gezaaid. We zullen oogsten wat we zaaiden. Hoe we dit deden is niet van belang. Alleen dat we het deden in zoveel mogelijk liefde (en dus echtheid) is van belang.

We worden allemaal gedreven door onze persoonlijke  mate van liefde en inzichten daaruit die weer worden bepaald door onze ervaringen en aard en karakter, opvoeding enz.. We hebben allemaal de wil om het goede te doen, al zien we allemaal het goede weer anders. We hoeven alleen maar nog meer liefde toe te voegen, om beter begrip te krijgen van wat werkelijk bedoeld is met onvoorwaardelijke liefde, om volmaaktheid des te meer te gaan ervaren.

Doodgaan is een afsluiting van een leerperiode. Wanneer we ons best hebben gedaan om zoveel mogelijk naar het hart (naar de kern van de zaak, naar de Bron,) te leven - zover dit in onze aard en vermogen ligt - is alles goed. Wanneer mensen zich menen te kunnen bewegen op grenzen van leven en dood, moet zijn liefde volmaakt zijn. Hij zou dan heerser zijn over dood. Toch blijkt dit niet zo te zijn, en zal dit ook nooit zo kunnen zijn, want wanneer de mens zijn liefde volmaakt zou zijn, zou er geen lijden, ziekte en pijn zijn en… zou hij geen mens op aarde zijn!

Daarom moet het zo zijn, dat de Liefde nooit bedoeld heeft dat aards, lichamelijk leven steeds maar verlengd wordt. Het is voor de ziel immers een bevrijding, wanneer natuurlijke dood plaatsvindt. De ziel komt dan thuis in haar wereld, waar geest is, waar dus geen verdeeldheid is, geen pijn en lijden. Let wel: het gaat om een natuurlijke dood, want wanneer iemand zelf beslist om een eind aan zijn leven te maken terwijl er nog allerlei kansen zijn is hij niet rijp om totaal bevrijd het geestelijk leven in te gaan. Zijn leven daar zal hetzelfde zijn zoals dat op aarde was. Immers… er zijn geen nieuwe inzichten, geen andere leefstijl gekozen en verkend. Een gevelde boom blijft liggen zoals hij is gevallen. Hij loopt niet ineens zomaar weer uit…

We blijven steeds langer in de wereld van verdeeldheid en scheiding, naarmate we bang zijn voor de liefde en de geestelijke wereld waar we liefde kunnen ervaren, wanneer we daar vanuit hebben gekozen te leven. We willen het niet horen, maar het geestelijke leven is het doel. Niet een zo onbezorgd, lang, gelukkig mogelijk materieel, lichamelijk leven. We kunnen er beter voor zorgen, om te leren, zo veel mogelijk naar de geest van de liefde te leven. Dit is het enige waardoor ons lichaam zo gezond mogelijk, zo oud mogelijk onze ziel in staat kan stellen de lessen te leren die er voor ieder persoonlijk weer anders, te leren vallen. We kunnen ze niet uit de weg gaan, al denken we in onze hoogmoed van wel.

We hoeven het leven dan niet meer kost wat kost vast te houden en nemen we ook donoren niet mee in onze zucht naar langer willen leven. Lijden zal beperkt worden als we ons meer gééstelijke doelen stellen en van hieruit ons leven leven.  We zullen dan beter weten ( inzien en willen) wat echt nodig is voor groei van de ziel. We laten onszelf en anderen vaker onnodig lijden, vanuit onwetendheid, al is onze bedoeling heus wel goed. We willen allemaal wel het goede, maar weten niet wat het goede uiteindelijk is. We denken dat het verstand de oplossing weet, maar zijn vergeten, dat alle oplossingen in geestelijke dingen, in de onbaatzuchtige, onbeperkte liefde liggen, die begint in het hart.

Wanneer iemand uit liefde beslist langer te leven, om iets dat zojuist geleerd is nog in de praktijk te kunnen brengen, alsnog iets goed te maken, recht te zetten, uit te werken, of wat ook, met behulp van een donororgaan, is dit de eigen verantwoordelijkheid en goed recht. Al is deze weg ook een omweg, die lijden zal zijn en zal brengen is deze weg ook goed, wanneer dit de groei van de ziel van deze mens dient en ook de groei dient van daarbij betrokkenen. Daarom dient niemand te oordelen. Ook deze transplantatie kan van nut zijn. Misschien wel dankzij het offer dat de donor heeft gebracht.  Misschien was dit offer, de ervaring van wat het is te moeten leven in donkerte, zonder liefde en kennis en ervaring van wat het wezen is van Het Zelf, wel de impuls voor de nu overleden donor, om te zoeken naar de Bron. Ook dan heeft deze keus zijn nut gehad.

Wat ook belangrijk is, om zich af te vragen is of het zin heeft te bepalen wie wel of niet te jong  is om te sterven. We oordelen met uiterlijk verstand, maar niet met de allesomvattende, overziende, alwetende liefde, die wel weet waarom en waartoe de dingen zijn en moeten zijn.

Maar niet te spreken over het ondoenlijke, te beslissen over wie recht heeft op welk hart.

Wie heeft meer recht op een hart: de oude mens (wat is oud), de jonge vrouw met kinderen, of de veelbelovende, veel geld kostende en geld opleverende prof-voetballer?

Wordt de evolutie in wat werkelijk liefde is niet gestagneerd, doordat mensen hun levenskansen ‘weggooien’ door verkeerd leven (leven, anders dan je bedoeld bent te zijn volgens de liefde), het lichamelijk leven vasthouden en ook de ziel in het geestelijk leven hierna blootstellen aan een donker leven waar geen begrip meer is van wat liefde is? Dit heeft ook mogelijk tot gevolg dat de totale schepping niet optimaal geholpen kan worden in de weg vooruit (naar de liefde dus, naar de heelheid, het weer terugkeren in de Bron), doordat vele zielen langer dolen in onwetendheid, niet-liefde, dan nodig was geweest.

Is het wel zo dat de mens leert van de transplantatie en wat er allemaal bij komt kijken? Wordt de ziel milder, verandert de mens wel zijn levensgewoonten, die mede geleid hebben tot het ziek worden? Wat als iemand maar ongezonde dingen blijft nemen en doen? Dan straks weer een ander orgaan? Is de transplantatie wel een echte nieuwe kans of  een (weer)  niet-hoeven- voelen , niet-hoeven-veranderen, een niet-hoeven-weten en een niet-hoeven-doen? Wordt een mens wel bepaald bij de karakter- en leefstijlfouten?

Vervalt de patiënt niet snel weer in de oude gewoonten na de transplantatie omdat immers  makkelijk gezegd ’de buit toch binnen is’?

Kan de donor eigenlijk wel doodgaan? We kunnen niet eens het juiste moment van overlijden vaststellen, zolang het hart kloppende wordt gehouden. We verlengen het lijden van de donor.

Wat te denken van de nabestaanden, die niet bij het échte stervensmoment van de donor kunnen zijn, nog niet te spreken van het vervelende gevoel afscheid te moeten nemen van een ‘dode’ die nog niet dood is?

Wat te denken van de hersendode die niet meer via het lichaam kan laten weten wat hij wil en voelt? Hij kan immers - nu de hersenen 'dood' verklaart zijn - niet meer zijn lichaam opdracht geven. Ja, hij zou het kunnen, hij wil het wel, maar kan via de hersenen niet meer de ledematen bewegen, niet meer praten, of welk sein dan ook geven! Hij is alles nog gewaar. Ook dus de pijn! Ook de angst om wat men aan het regelen is.  Deze mens weet op dit moment pas, dat hij nog gewaarwording heeft, terwijl hij doodverklaard is. Eerder leek hem dat geen probleem en wilde hij graag zijn organen goedbedoeld geven. Nu beseft hij pas dat hij nog LÉÉFT, zij het minimaal, omdat zijn lichaam op dit moment wel heel ziek is, of zelfs stervende is. Hij wil artsen of familie waarschuwen, maar hij kan het niet! hoe machteloos moet hij zich voelen en hoe angstig moet hij zijn om de voortijdige dood, het klinische proces, waarin hij toeschouwer is, maar geen deelnemer. Hoe erg moet hij angstig zijn voor de pijn die hij zal voelen, omdat hij immers nog leeft. Er zijn voor wie dit wil voldoende verhalen te lezen van mensen die er wél in geslaagd zijn om een minimaal teken te geven, waardoor de aanwezige persoon geattendeerd werd op het feit dat de hersendode nog leeft! Lees de verhalen van mensen die hersendood verklaard waren, van hun familie en wat er gebeurde.. Leer ervan, dat het niet klopt wat wetenschappers zeggen. Ze stellen dat iemand die hersendood is, geen gewaarwording heeft, en ook niet kan hebben omdat hij dood is. Maar... hoe kun je organen nemen van een dode? Immers, het bloed is meteen gestold, waardoor het orgaan niet meer te gebruiken is. Waarom krijgt de hersendode narcose? Hij voelt toch niets meer?

Wat dus te denken over het pijngevoel dat de ziel van de donor die hersendood verklaard was kan hebben? Immers, zolang het hart nog klopt of kloppende gehouden wordt, kan de ziel niet uit het lichaam vertrekken. Alle pijngewaarwording zit in wezen in de ziel. Wat met het lichaam wordt gedaan, of wat zich afspeelt ronde hersendood verklaarde mens, ervaart de ziel, zolang zij met haar lichaam verbonden is.

De mens is pas dood, wanneer het hart niet meer klopt. Dan is het echter niet meer mogelijk organen te benutten ter transplantatie, omdat wanneer het hart ophoudt te kloppen, het bloed meteen stolt en de cellen al gaan degenereren (ontbinden). Daarom moet de mens ‘eerder’ doodverklaard worden. De wetenschap maakte er dan maar van dat de hersenen het begin en eindstation van het leven zijn. De wetenschap die het verstand, de materie opwaardeert, degradeert de geest - zo zij hier al in gelooft - niet meer als de motor, bezieling van alle leven.

De wetenschap zou echter moeten weten, dat aan alle dingen twee polen zijn, die elkaar voeden en in stand houden en uit elkaar voortkomen.  Wetenschap weet dat er altijd, in alle gevallen twee kanten van iedere zaak moeten zijn. Namelijk een zichtbare, tastbare, eindige, uiterlijke (materiële) die we kennen en dus dan ook een niet zichtbare, niet beperkte, niet tastbare, innerlijke (geestelijke) kant, die we dan wel misschien niet (willen) kennen, maar er dus hoe dan ook moet zijn.

De wetenschap zou moeten willen erkennen, dat de geest de basis moet zijn van de materie en dat de materie nóóit de basis zou kunnen zijn van al wat is. Dit om de doodeenvoudige reden, dat iets dat beperkt, eindig (materie) is, nooit iets volmaakts, oneindigs (geest) teweeg kan brengen. Zo moet het dan ook zijn, dat het leven nooit in de hersenen, maar alleen in het hart kan beginnen, en dat dood dus pas dood is, wanneer het hart niet meer klopt.

Zolang dus organen worden uitgenomen uit de hersendood verklaarde mens, moeten we ons wel beseffen, dat deze mens nog gewaarwordingen heeft en niet dood is!  Een vraag is of wij ook aan deze vorm van (groot) lijden willen meewerken, door zelf een orgaan te willen ontvangen……..

We kunnen denken de medemens van dienst te zijn, door organen beschikbaar te stellen. Maar wat is werkelijke hulp? Is echte hulp hulp dat er toe lijdt nog meer te lijden, als ontvanger maar ook dus als donor? Is levensverlenging ook een voorwaarde tot innerlijke groei? Is lichamelijk welzijn het opperst geluk, of is dit een tijdelijk beperkt geluk, tegenover een oneindig geestelijk innerlijk geluk van de ziel, die pas inziet waartoe iets was, het leven was, wanneer zij het lichaam heeft losgelaten, dat tot dan de ziel in staat stelde ervaring op te doen, maar nu overbodig geworden is? Worden mensen niet tegengehouden, om vrij te worden van pijn en moeite? Komt dit weer niet voort uit eigen beperkt idee over wat nu leven en dood precies is?

Het is niet voor niets zo dat al sinds de mens bestaat dwingende adviezen gegeven zijn, via innerlijk weten, contact met engelen, Gods stem in een profeet (ook nu nog), via geïnspireerde schrift, enz., in allerlei religies, hoe de mens eigenlijk een leven kan leiden met zo min mogelijk pijn en moeite.

Deze basisregels zijn, om God (De Liefde, de Waarheid, De Wijsheid) zoveel mogelijk lief te hebben, boven je ego, en daar vanuit de medemens zover dit mogelijk is. Het komt neer op een uiten van een uniek stukje God, in ieder mens weer anders vorm te geven. Niemand oordele over hoe dit het beste kan of moet. Niets moet. Alles mag, wanneer dit vanuit de hoogst zuivere liefde wordt gewild. Wanneer deze hoogste liefde er niet is, waar mensen niet meer leven naar de hoogst mogelijke vorm van liefhebben, begint het lijden.  Het is zaak, dat een ieder zo bewust mogelijk is van het geestelijke wezen dat hij is en van zijn Bron, waaruit hij afkomstig is en ook naar onderweg is en weet dat deze Bron, God, de Liefde, in hem is, maar ook in de medemens. Deze Bron ligt in ieder als kiem aanwezig en dient ontwikkeld te worden, waaruit alle kennis openbaar zal worden om het leven zo goed mogelijk te leven. Alleen de liefde is de weg daartoe, hoe deze weg ook zal zijn. Orgaandonatie kan een weg van liefde zijn, maar ook niet. Het kan in bepaalde gevallen lijden verlichten, geestelijk en materieel, maar ook dus juist helemaal niet!

Het gaat er niet om voor iemand te bepalen wat het beste is. Het gaat erom dat ieder mens de hoogste vrijheid heeft en houdt om zijn eigen keus te maken. Dat moet dus zo blijven. Het is zeer liefdeloos het gevoel te krijgen verplicht te zijn om een orgaan te doneren. Het is zeer liefdeloos om mensen niet goed voor te lichten.

Sonne Hoover

‘In den beginne was het Woord, en het Woord was God’

Wat wordt bedoeld met deze veel gebruikte maar vaak niet goed begrepen zin uit de Bijbel?

In het Bijbelboek Johannes (1 vers 1) staat een belangrijk stukje tekst dat door velen niet goed of nooit begrepen is: ‘In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God’. Toch wel eens goed om een poging te doen om de betekenis van deze tekst op te helderen. Immers, als je iets begrijpt, kun je er iets mee en hoef je wat er staat niet af te doen als onzin.

Er is veel onbegrip gegroeid door zeer gebrekkige en ook onjuiste vertalingen, maar ook door weglatingen of zelfs toevoegingen in de Bijbel. Om allerlei redenen goed bedoeld, maar ook uit grote eigenbelangen, werden teksten verkeerd weergegeven, uit verband gerukt, uitgelegd, onderwezen aan mening goedgelovig of verward mens. Zelfs hele Bijbelboeken verdwenen, omdat ze na herhaaldelijk overgeschreven te zijn  of onleesbaar geworden, onbetrouwbaar werden geacht. In enkele gevallen was de onbetrouwbaarheid zo groot dat boeken apocrief verklaard werden, wat goed was, al verdween daarmee ook kostbare kennis. Men wist met ondertussen meer aandacht voor hersenintelligentie dan voor hártsintelligentie, waarheid niet meer van leugen te onderscheiden. De waarheid in die apocrief verklaarde boeken verdween, terwijl de kennis in die boeken een basis hadden moeten vormen voor juist begrip van wat verder in de Bijbel werd genoemd en bedoéld. Helaas wilden bepaalde groepen de waarheid ook niet meer begrijpen omdat deze hen niet altijd van pas kwam.

Mensen hebben door alle tijden heen wel geprobeerd e.e.a. naar eigen goeddunken goed te praten. Ieder mens heeft wel een mening. Daarom had God ook gezegd dat er geen jota aan de tekst veranderd mocht worden. God wist wel dat mensen uit te hoge eigendunk Zijn woord zouden veranderen, of zouden gebruiken voor minder goede doelen. Sommige teksten werden gebruikt om het volk gewillig of bang te maken en nóg is er in de naam van God ontzettend veel gedreigd, gemanipuleerd en werd en wordt er veel leed, onrecht en onwaarheid veroorzaakt

Menigeen zegt dan: ’Als God oppermachtig en wijs is, waarom heeft Hij er dan niet voor gezorgd dat iedereen kan begrijpen wat er in die bijbel staat?’ Een logische vraag eigenlijk. Alleen moet ook begrepen worden, dat als mensen allemaal op hun eigen golflengte (bevattingsvermogen) dingen voor waar en niet waar verslijten, en niet meer onvoorwaardelijk geloven en daardoor de gééstelijke waarde in de tekst kunnen herkennen, het makkelijk en snel gebeurd is, dat de essentie van wat er bedoeld is met de tekst verdwijnt, uitgehold wordt, verdraaid wordt en dus niet wordt meegenomen in belangrijke overwegingen, begrip of onderwijs.

Om de diepe waarheid in de Bijbel te beschermen (de waarheid uit God is heilig = heel = volmaakt = eeuwig) mocht er geen jota (letterteken) aan verdraaid of gewijzigd worden.  Mensen zijn immers niet perfect, begrijpen niet alles, willen allemaal wat anders, weten ook allemaal weer iets anders, kennen eigenbelang, kunnen sjoemelen, ruziën over de juistheid van een woord.

Het gééstelijk waardevolle uit Gods woord zal echter ALTIJD te vinden zijn voor de mens die dit van harte zoekt en wil. De waarheid is te herkennen voor wie dit wil. Dat is Gods belofte. De mens die niet zoveel interesse heeft, God niet ziet zitten, een verkeerd beeld heeft van God en Zijn Woord, of met materiële, stoffelijke (dus verstandelijke dus hersen-) intelligentie probeert de waarheid te achterhalen, en een hoge eigendunk heeft, dus denkt dat hij het beter kan weten dan de Liefde uit God die hem het wezenlijke zou openbaren en duidelijk zou maken, zal deze ooit vinden!

Gods Woord is onfeilbaar, voor wie dit kan begrijpen. Wat voor de één een weet is, is voor de ander maar de vraag… Het gaat om de (heilige = helende = heelmakende) essentie die van God afkomstig is en van oorsprong zo was, zo is bedoeld is en bedoeld blijft. Gods Woord is Zijn wezen. Zijn identiteit. Zoals je niets van iemand kunt weglaten, waardoor die persoon die persoon is, kun je van God helemaal niets weghalen. Wie zou dan weten en begrijpen wat weggehaald zou kunnen worden? God is alles, dus valt er niets aan iets anders ‘weg te geven’. Wie, wat God is, is perfect zoals we al in een eerder artikel konden lezen.

De essentie van Gods Woord moet beschermd door eeuwen van telkens weer veranderend taalgebruik en begrijp heen.  Ook bij veranderd, wisselend taalgebruik zal de essentie blijven! Het blijft echter zaak, dat niet ieder die essentie weet te pakken, waardoor er niet alleen leraren kunnen zijn. In taalgebruik is er heel veel veranderd. Het is heel duidelijk merkbaar dat er tussen de ingewikkelde zinnen van rond de 17e eeuw en nu veel veranderd is. Veel jongeren hebben geen idee van wat er toen bedoeld werd met al die bombastische taal. Nu weten mensen die 30 jaar ouder zijn al niet wat jongeren bedoelen met b.v. ’ff’.  (eventjes). Nederland vermengt zich met allerlei afkortingen, Engelstalige woorden, nieuwe woorden voor snel gegroeide nieuwe dingen en ontwikkelingen. De taal verandert drastisch en snel. De ‘oude’ taal deed er langer over om ingrijpend te veranderen. Er waren weinig grootse ontwikkelingen. Er was weinig techniek, maar toch, als je kijkt in een oud boek, dan heb je soms moeite om de taal alleen al te lezen. Weet je wat deze woorden betekenen: b.v. palaveren, jammermoedig, strapatsen, sakkerloot, ginniken, flik, achterkout, of slapbakken. En wat zou een volwassene in 1950 zich moeten voorstellen bij: yogasnuiver, tomboy, klimaatpolder, troffeevrouw, killerapp, laptop, pinapparaat, loverboy, PC. crimi, creepy, softi… .  Zouden we elkaar nog begrijpen?

We gaan steeds sneller, korten zinnen en woorden af tot het meest hoognodige en krijgen om de oren gesmeten dat lange zinnen in sms of apps niet kunnen! We moeten de essentie van iets dat bedoeld wordt maar zien te halen uit enkele letters, waarin breedsprakigheid verdwenen is en als lastig en vooral onnodig en tijdrovend wordt bezien. We krijgen daardoor grote verwarring, want is de essentie van wat je wilt zeggen met een smiltje met mond omhoog, wel duidelijk? Zeggen we met ‘een duim omhoog’, eigenlijk wel wat we werkelijk bedoelen en zouden zeggen als we tegenover iemand staan? Zeggen we nu niet vaak met een klein symbool wat we jaren geleden met veel omhaal probeerden te zeggen? Verruwen we de taal, halen we de géést niet veel te makkelijk in de woorden weg (uit gemak of tijdswinst), laten we verkilling toe en kunnen we nog wel de diepere dingen in ons zelf vertalen en verhalen? Wie kent nog woorden als 'hoogmoed, lankmoedig, goedentierenheid, vreeze van de Here, toornig, enz.'?  Hoe kunnen we deze woorden nog begrijpelijk maken in één ander woord of een korte zin? We laten liever deze woorden weg of zetten er - goed bedoeld - in nieuwe vertalingen andere woorden voor in de plaats, omdat het 'de betekenis het beste benadert'. Toch kan er een wereld van verschil liggen in twee woorden van een schijnbaar zelfde betekenis.

Zelfs ziekten noemen we amper bij de naam. We lijden aan afkortingen. We moeten maar raden waar we het over hebben. We durven in wezen misschien de ziekte niet meer bij de naam te noemen. Waarom? Omdat we de geestelijke betekenissen van woorden, maar ook van ziekten niet meer kunnen herkennen en niet meer willen benoemen uit schaamte, angst of ongenoegen?

Zo kunnen we doorgaan. We worden vaak op het verkeerde been gezet door al die afkortingen en het gemis aan moeite doen om taal op een juiste wijze te schrijven, maar erger nog, woorden die 50 jaar geleden nog ‘normaal’ waren, zijn nu niet meer te begrijpen. Woorden hebben een gééstelijke lading in de letters die we gebruiken. Iedere letter vertegenwoordigt een ‘sfeer’, een soort intelligentie die het woord dat die letters vormen een bepaalde betekenis, bepaald gevoel geven. De essentie ligt in hoe het woord is geschreven, hoe het woord in de zin is gebruikt, hoe de zin in de tekst gebruikt is, wie het leest en waaruit deze dat leest, met welke kennis en welk gevoel, met welke ervaringen diegene dat leest en met welk doel en vanuit welk wezen dat woord werd geschreven! Al met al ligt het aan veel factoren hoe een woord wordt geïnterpreteerd. Door maar één factor weg te laten, kun je een heel andere uitleg krijgen. Wil je een woord goed begrijpen, zul je dus alle factoren moeten laten meetellen. Zo bestaat evenals een tekst uit vele lettertekens is opgebouwd, een enkele steen uit ontzettend veel bijzondere stoffen en verhoudingen. Je loopt vaak voorbij aan de geweldige complexiteit die alleen al deze steen maak tot wat zij is. Je ziet de steen en verder, ach, je beschouwt hem als lastig als je je teen tegen de steen stoot en je bent blij met de steen als hij een onderdeel van je mooie kunstwerk wordt. Zo krijgt alles zijn betekenis door hoe jij ernaar kijkt! De betekenis wordt nog meer bijzonder, als je begrijpt wat een steen nog meer is of als je ontdekt waaruit de steen is ontstaan, hoe deze is gevormd, waartoe deze steen nog allemaal meer kan zijn. Dan moet je je ook nog bedenken dat jij die steen dan wel waardeert of niet, maar dat het voor een ander heel anders kan zijn. Zo is het met een woord precies zo.

Dat alles maakt een woord heel groot, of heel klein. Ook om deze redenen vertaalde men met een bepaald woord of schreef men een woord net even anders, liet men een letter, letterteken weg of gaf men een andere soort naam ervoor in de plaats bij gebrek aan beter (begrip, kennis). Ook bij vertalingen naar een andere taal ontstaan fouten, hoe zorgvuldig je dit ook probeert te doen. In een simpele niet mis te verstane tekst is dat zo raar en erg nog niet, maar een rechtszaak kan heel anders verlopen op grond van onjuistheden in de tekst, niet kennen van de context waarin een woord wordt gebruikt, bevattingsvermogen, intelligentie, slimheid (sluwheid?), haarkloverij, persoonlijke karakters en doelen! Daar een mens zeer gebrekkig is wat betreft onvoorwaardelijke liefde is een foutje snel gemaakt. Als er bij een boekhandel staat: ‘vandaag haaievinnensoep á la crème’, zul je je kunnen bedenken dat er iets fout gegaan zal zijn, omdat je doorgaans in een boekhandel deze soep niet krijgen kunt. Je gaat dan vast navraag doen, omdat je gevoel zegt dat er iets niet klopt. Ook ben je gewoon waarschijnlijk nieuwsgierig of wil je de ander wijzen op een fout en ga je er achteraan.

Als je geen zin hebt om moeite te doen, of je zult ervan uitgaan dat een ander het wel oplost, moet je niet raar opkijken als er niets verandert. Een ander kan ook zo denken… De wereld verandert juist door eigen inzet. Door het beginnen bij jezelf en moeite willen doen. Waar je liefde naar uitgaat, zal er ook je bereidheid tot offers brengen, aanwezig zijn.  Het is maar wat je belangrijk vindt! Als je zelf geen moeite wilt doen om op onderzoek uit te gaan, moet je niet mopperen, maar het aan anderen overlaten die je kunt vertrouwen.

In een tekst waarbij er drie lagen van betekenis zijn, wordt het nog belangrijker om goed te begrijpen wat er staat. Als daar staat: ‘Op de wolken des hemels zal Hij wederkomen’, en je vertaalt dit in: ‘Hij (Jezus Christus) zal zichtbaar op een wolk nog een keer naar de aarde komen’, dan zou je gelijk kunnen hebben, ware het niet dat de gééstelijke betekenis iets anders inhoudt.  ‘De wolk’ betekent: een nieuw geestelijk inzicht.

‘Op de wolk’ betekent zoiets als: ’op het moment dat groei van inzicht in wat de hemelse leer betekent, ontstaat. Jezus’ wederkomst op de wolken betekent: een terugkomen van Zijn hemelse leer, wat pas mogelijk is, als mensen weer de gééstelijke betekenissen (wolken) zullen gaan begrijpen van het Woord van God (het hemelse woord, het evangelie). De wederkomst van Christus’ leer (het goed doen naar voorbeeld van Jezus Christus) zal er vanzelf zijn, als mensen van goede wil door hun goede daden vanzelf inzien wat de kracht is van Zijn woord! Zij horen en weten dan in hun eigen hart wat Christus in hen wil. Dat is de wederkomst van Christus die ieder mens van goede wil zal ‘zien’ (inzien, begrijpen).

Nu kunnen we allemaal gaan strijden om wie gelijk heeft, maar het gaat altijd weer om de geestelijke betekenis in de bijbel. De natúúrlijke betekenis is een uiterlijke betekenis, die in beelden van metaforen en voorbeelden uit de natuur ons laten begrijpen wat bedoeld wordt. Deze taal is de taal van de Bijbel: een taal waarin betekenissen via gelijkenissen, symbolen de inhoud begrepen dient te worden.  De letterlijke betekenissen vertegnwoordigen de dwingend, vaak pijnlijke wetten die lijden brengen als je die wetten forceert, of niet wil doen.

De geestelijke betekenissen vertegenwoordigen de rechtvaardigheid die uit het doen van ontbaatzuchtige liefde (Gods evangelie), volgt. Een goed verstaander heeft een half woord nodig. Waar je met liefde en vaste wil iets gelooft, wil je dat doen. De wet heeft dan geen invloed op je, omdat je van harte vanzelfsprekend het goede wilt doen, zonder dat je gedwongen wordt door de wet. Wie de innerlijke betekenis van Gods woord begrijpt, heeft geen last van de letterlijke wet, valt er niet onder omdat hij immers zich houdt aan de wet, hoeft er niet bang voor te zijn en heeft geen moeite om zich te houden aan de wet omdat hij dat gewoon zo wil.  Zuiver liefde, Gód is zijn wet..

De uiterlijke betekenis van een woord is te leren. Je gaat ervoor naar school of pakt een studieboek, of iemand legt het je uit. Je kunt de uiterlijke betekenis van een woord met je hersenverstand (leren) begrijpen. De gééstelijke betekenis kan niet iedereen begrijpen. Immers, de geest in een mens moet eerst gewekt zijn om de gééstelijke betekenis, dus inhoud van een woord of verhaal te begrijpen.

Als er staat: de mens dient vlijtig als een mier te zijn’, bedoelt de bijbel dat we moeten kijken naar hoe mieren met elkaar samenwerken, hun werk nauwgezet, onophoudend, vanzelfsprekend en doelbewust en plichtsgetrouw doen, waardoor ze in staat zijn om een prachtige samenleving te creëren. Ze doen dat zo, omdat ze de waarheid in zichzelf dóen. Ze kunnen niet anders. God adviseert ons ook Zijn Woord te onderzoeken, te begrijpen, te behouden en te doen.. Als mensen die waarheid die God in zichzelf is, zouden kennen en ook doen, zouden we een prachtige samenleving creëren.  Dat is Gods wil voor en met ons. Als je bepaalde wetten of gang van zaken in de Bijbel afdoet met onzinnig omdat JIJ dat niet begrijpt en je maakt vervolgens je eigen wetten, dan kun je ervan uitgaan dat jij lijden veroorzaakt, maar niet God! Immers, geen mens is perfect en kan de reikwijdte van wat hij denkt, wil, meent en doet, niet overzien!

Woorden worden soms – en zeker in de bijbel – zo ‘verpakt’ dat alleen wie het ernst is en eraan toe is, de gééstelijke inhoud kan begrijpen.  We willen dat niet horen, maar voor alles is een juiste tijd en zijn er de juiste mensen op de juiste plek. De één leert, de ander onderwijst. De ene doet, de ander legt uit. De een heeft behoefte te begrijpen, de ander is tevreden met aannemen van wat waar en goed lijkt. Anderen doorvorsen weer teksten tot ze dood gekauwd zijn, waardoor ze inderdaad de essentie verliezen voor diegene, maar daarmee nog niet voor die ander! Ook zijn er mensen die alles voor waar aannemen gewoon omdat ze zelf niet in staat zijn, of ook (heel vaak) geen zin hebben om moeite te doen om zelf op onderzoek te gaan. Daarom zijn er ook mensen die onderwijzen en mensen die onderwezen moeten worden. Zij vertellen het de andere, zoekende mens.

We gaan weer verder:

‘In den beginne’ betekent:  in de diepste grond, de grondoorzaak van alle zijn.

‘Was het Woord, en het Woord was bij God en het woord was God’ betekent: zoals een woord een klank is van een gedachte, is Gods Woord het licht dat Hij is en uit Hem stroomt. God zegt in Zijn Woord dat Hij het Licht der Wereld is, dus de oorsprong en alle intelligentie.

Zo is dus het Woord al wat is, uit God, dus ook bij God. Buiten God is niets, dus is alles wat God is en ‘denkt’, in, om, uit, van en bij God. Het is er overal. Omdat een gedachte vorm krijgt, moet dat iets dat een vorm heeft, natuurlijk te benoemen zijn. Omdat elke vorm van energie een bepaalde intelligentie is die een bepaald wezen vertegenwoordigt, wil je dit benoemen. Hoe kun je anders iets bepaalds aan iemand duidelijk maken? Juist! Dat moet via een woord gebeuren. Daarom is er de taal als vertolking voor allerlei essenties, krachten, dingen, ideeën, processen, enz.  Daarom zegt God van Zichzelf: in den beginne, was het Woord.

Hij was er altijd al, want God, is oneindig, zonder begin en zonder eind. Dat woord was er dus ook altijd al, maar kreeg steeds meer vorm, omdat Gods gedachten zich ontwikkelden, zoals uit een mens die 1 kleine gedachte heeft, ook een woord volgt om die gedachte weer te geven. Een woord is meestal niet genoeg, dus vormen veel woorden een verhaal. Dat roept ook weer gedachten op en men bouwt iets aan dat verhaal, waardoor dat een geschiedenis, een proces van wording wordt. Zo schept God dag in dag uit Zijn Wezen, allerlei gedachten, ideeën vanuit Zijn Wijsheid en Liefde. Die gedachten stromen dus uit en zorgen voor ‘brandpunten’, waarin die gedachten steeds meer vaste vorm aannemen, totdat zij zich uiteindelijk manifesteren in hoedanigheden, gesteldheden, krachten, processen, gebeurtenissen, enz. Deze kernpunten waren er al vanaf het begin, maar blijven uit de bron komen, alleen bundelen die gedachten en krachten zich daar waar de liefde naar uitgaat. Daarom worden kernpunten steeds groter en complexer. Zij kunnen op den duur ook weer scheppen. Zij doen dat dan allemaal vanuit de kracht uit God, omdat zij zonder God geen enkel idee of kracht zouden kunnen hebben.  Dat wat er allemaal was, is en zal zijn (de waarheid uit God), is het Woord dat uit God was. Daarom kun je zeggen dat wat uitvloeit uit God, God zelf is, zoals licht vanuit een kernpunt (vlam) automatisch doorstraalt naar de ruimte. Het licht zou er niet zijn zonder de vlam. Zo is het woord van God er niet zonder God. Zo is God er niet zonder het woord. Zo is materie er niet zonder God. Alles is nog steeds in en van en bij God. Daarom kun je ook zeggen dat God alomtegenwoordig is en in alles aanwezig is. Vrij vertaalt zegt je dan: ’God ziet alles vanuit de hemel’.

Dat betekent dus: Gods licht en waarheid stroomt eindeloos overal in en vanuit. Zijn licht (woord, waarin ook Gods liefde en wijsheid, want dat IS God) stroomt dus eindeloos in al wat is, door. In de gehele (onzichtbare) geestelijke wereld is dus God, maar ook in de stoffelijke, materiële wereld. Daarom is het wezen van God nog steeds in de mens aanwezig, omdat in ieder méns, al Gods gedachten samenkomen, zoals God is. We weten dat echter niet en of geloven dat niet, waardoor we God buiten ons zoeken, ver weg en onbekend. Eigenlijk weten we best wel dat ‘God alles ziet’. We zeggen dat al met woorden, dat God overal is en alles weet en kent, omdat Hij zelf in datgene leeft. Zou dat niet zo zijn, dan zou er iets niet kunnen bestaan! Ook een steen leeft, omdat een gedachte van God in die steen is. Sterker nog, de steen IS een gedachte van God. Hij houdt bepaald bewustzijn vast omdat dat bewustzijn anders nooit vrij zou kunnen worden. Het is Gods liefde, dat er een legio (levens) vormen waren, zijn en zullen zijn. Allemaal gedachten uit God, die wij verder ontwikkelen. We denken uit te vinden, te ontdekken, maar we voeren alleen maar Gods plan uit. Dat we daarbij Gods liefde en waarheid nodig hebben, om een plan prima te doen slagen, zal ieder mens stiekem wel begrijpen of weten. Zonder liefde vervalt immers alles, wat het ook is tot niets, oplossen, niet gedijen en doodgaan.

Het Woord uit God zal altijd blijven komen, in welke vorm dan ook, want God is eeuwig. Het is aan de mens om dat Woord goed te begrijpen en te weten dat dat Woord altijd alleen maar een Woord van zuivere Liefde en Wijsheid is. Als een mens zou inzien dat dit waar is en dat het niet anders kan dan dat dit zo is, dan zou hij wel heel bizar bezig zijn, eraan mee te helpen deze prachtige wereld te verprutsen. Toch doet de mens dat, omdat hij twijfelt aan de zuiverheid van dat Woord en de eigen betekenis die hij geeft aan heilige (hele, dus perfecte) woorden en zinnen, verkiest boven de uitleg van Gods Woord.

Sonne Hoover

Waardoor, waarvoor ziekten en ander ongemak ?

Hoe kunnen we ziekte en allerlei problematiek voorkomen of mogelijk zelfs genezen?

Mensen zijn ondertussen heel bedreven in het behandelen van allerlei ziekten en kwaaltjes. Techniek staat voor niets. Je zou kunnen zeggen dat het moeilijkste niet meer zo bijzonder is. We lijken wat verwend te worden, want al kunnen we niet alles oplossen, er is toch al zoveel meer mogelijk.

Waar je vroeger de schrik om het hart sloeg bij de diagnose kanker en genezing niet mogelijk leek, zijn er nu veel behandelingen die goed gevolg hebben, al zijn de behandelingen zwaar, uitputtend en kun je er soms ernstige complicaties door oplopen, waardoor de levenskwaliteit er niet altijd beter op wordt, al is de ziekte verdwenen!  Allerlei aanpassingen zijn mogelijk waardoor levens

Omdat we zo ondertussen zoveel remedies van allerlei soort hebben, bestaat er ook een kans dat we niet meer zo stil staan bij waarom, waardóór er in principe eigenlijk een ziekte is ontstaan en welk nut hierin zou liggen. Willen we in deze tijd van materiële belangen, zienswijzen en leefstijl eigenlijk nog wel horen dat ziekte zin kan hebben en altijd (op de keper beschouwd) door iets gééstelijks is ontstaan? Zelfs ongevallen, oorzaken van buitenaf, belasting vanuit het verleden, een ‘toevallige ’situatie, hebben gééstelijke wortels. Alles wat er is, kwam ooit éérst eens ergens ‘van binnenuit’. Gedachten, overtuigingen, ideeën, bepaalde kennis, opvoeding bepalen hoe we ons gedragen, wat we doen, wat we willen, hoe we leven en wat er uiteindelijk gebeurt.

Helaas zijn we echter de verbanden die er tussen innerlijke en uiterlijke dingen nu eenmaal bestaan, helemaal uit het oog verloren. We zijn onwetend geworden van die samenhangen, oorzaken en gevolgen. We denken het uiterlijke te ‘weten’, te kennen, maar weten niets meer over de  gedragingen van de geest, die uiteindelijk manifesteert in gezondheid, geluk, welvaart of ongezondheid, ongeluk, en ‘pech’. We kunnen materiële dingen met ons materiële hersenverstand onderzoeken en bewijzen, maar kunnen dat niet, nooit en te nimmer doen met gééstelijke dingen.

Geestelijke ‘dingen’ zijn immers niet materieel en dus niet te onderzoeken, laat staan te bewijzen! Daarom is het dat er in onze materiele (denk) wereld amper plaats is voor gééstelijke aspecten van alle hoe, waarom en waartoe in de wereld, dichtbij, ver weg, toen, nu of in de toekomst. We hebben niet door, dat ons denken onze toekomst bepaalt. We hebben niet door dat wat we willen, waar we bang voor zijn, wat we geloven, gebeuren zal, wanneer en in welke vorm of hoedanigheid dat ook zal zijn!

We bekijken geestelijke dingen door het oog van de psychologie, religie, filosofie, maar kennen niet meer de zuivere adviezen en intenties in de ene gééstelijke leer van de allesomvattende liefde, waarop alle gezondheid en welvaart is gebaseerd.

We noemen mensen ‘geestesziek’ als hun ‘hoofd’ niet op orde is, en bekijken niet meer met de kennis van het hárt (gééstelijke kennis dus), maar middels verstandelijke kennis in de vorm van psychiatrie, farmacie hoe we deze mensen kunnen helpen. De kracht van de geest is ons niet zo goed bekend. We zoeken die kracht niet meer in onszelf of… die kracht in onszelf heeft zo’n deuk opgelopen, dat we daar een verkeerd beeld over hebben of niet meer geloven in de waarde van en kracht in onszelf. De kracht van de liefde en de kennis over wat waar of goed is, durven we niet meer los te laten op de wirwar van bijzonderheden, leed, pech, narigheid, misstanden die we tegenkomen.

We geloven niet eens meer dat er een gezond leven mogelijk zou zijn en  lappen - oneerbiedig gezegd - het zwakke en zieke zo goed en kwaad als het gaat op zodat het nog wat lijkt of leefbaar is,  kijken maar niet meer naar de wórtel van de misstanden, omdat we er geen gat meer in zien en geen fut meer overhebben om ook deze dingen op de schouders te nemen en  we er al lang niet meer in geloven.

We maken geen onderscheid meer tussen psychiatrische ziekten en zielsziekten. De ziekten die horen bij de eerste groep zijn wel bekend, al is het maar in de DSM en studieboeken Pathologie, Psychiatrie uitgebreid beschreven. Wat het onderscheid tussen zielsziekten, geestesziekten, of (lichamelijke) ziekten nu eigenlijk is, is ons niet zo goed bekend. Ook gebrek of teveel aan  ’stofjes’, dat een probleem of ziekte veroorzaakt, heeft uiteindelijk gezien een gééstelijke oorzaak!

Wanneer is iemand nu ziek? Is een mens ziek door verkeerd begrip van dingen, verkeerde opvoeding, verkeerde wil, erfelijke belasting, liefdeloosheid, trauma’s in het verleden, pathologie, ongeval, uiterlijke factoren, zielsziekten, gééstelijke aangelegenheden en  beïnvloeding van geestelijke krachten, entiteiten (wat ook mogelijk is)? We scheren alles over één kam, terwijl er wel degelijks iets te zeggen valt over het goede of het niet goede van eigenschappen, geestelijke dingen, karaktertrekken, neigingen, invloeden, enz., en dat gééstelijke dingen ons wel degelijk heel veel problemen kunnen bezorgen en dat je ziek kunt worden door al deze factoren.  Jaloezie, afgunst, zucht naar macht, trots, regelzucht, egoïsme, hebzucht, wellust, hoogmoed, haarkloverij, zijn zielsziekten, maar wanneer zijn zij dat en in welke mate en in welke omstandigheid zijn eigenschappen goed of niet goed en voor wie geldt dat?  In hoeverre kunnen deze factoren ons leven voordelig of nadelig beïnvloeden. Dát zij ons leven nadelig beïnvloeden is lang niet altijd fijn om te horen. En wat te denken van eigenschappen als bescheidenheid, faalangst, geduld, onderschatting, overschatting, enthousiasme, luiheid, introvert zijn, extrovert zijn, enz.  Wanneer houdt een eigenschap ons op de been en wanneer maakt deze ons ziek? Wanneer mogen we trots zijn op een eigenschap en wanneer moeten we ervoor oppassen.

Ooit hebben we een leidraad (referentiekader) gekregen om te weten hoe we een ‘te’ kunnen voorkomen.  Waar we dit kader niet meer gebruiken, moeten we het zelf zien te redden met onze eigen ideeën hierover en… hoe ons lichaam is. Wat we hiervan vinden is weer afhankelijk van opvoeding, begrip, kennis, omgeving, maar ook van onze wil. Wat deze wil wil, is weer heel persoonlijk en vrij wat dus zorgt voor ontelbare, steeds weer diverse omstandigheden, redenen van waarom dingen gaan zoals ze gaan en hoe je ermee omgaat. Ook voor het ontwikkelen van een juiste wil is ons dat referentiekader gegeven. Als we dit kader niet gebruiken, vervormen of onder dwang hanteren, zal onze wil niet goed gevormd worden.

Allemaal voorwaarden om minder gelukkig te zijn, problemen te hebben of te maken, te verzwakken, belast te zijn, het niet meer zien zitten en ziek te worden.

Grofweg kun je de oorzaak van het ontstaan van ziekten onderverdelen in lichamelijke, geestelijke en externe factoren.

Lichamelijke factoren: aanleg voor een bepaalde ziekte (overerving), aan- of afwezigheid van bepaalde stoffen waardoor een orgaan of weefsel of cel niet meer normaal kan functioneren, verkeerde voeding, gebrek aan nutriënten, voeding, uitputting, vergiftiging, stress van binnenuit door opeenhoping van in het lichaam zijnde gifstoffen, enz.

Geestelijke factoren: karaktertrekken, overtuigingen, neigingen, verslavingen, piekeren/ zorgen maken, angsten, aanleg voor een bepaalde geestelijke ziekte (overerving), maar ook beïnvloeding vanuit een geestelijke wereld of hoedanigheden ( overtuigingen, verwachtingen, eisen, ideeën) van mensen om je heen.

Externe factoren: een ongeval, straling, elektriciteit, vervuiling, gebrek of te veel aan licht, kou, warmte, water, te grote belasting, misbruik van het lichaam, gifstoffen die middels voeding worden aangeboden, inademen van vervuilde lucht of lucht die gebrek heeft aan noodzakelijke voedingstoffen, gebrek aan bescherming, enz.

De indeling is zeer grof. Immers, je kunt je in veel gevallen afvragen of de oorzaak van een ziekte of kwaal een externe factor betreft, een lichamelijke of een geestelijke factor. Voel je je niet prettig door je eigen (negatieve) gedachten, door die van een ander, door onzuivere lucht, je verkeerde voedingspatroon, gebrek aan beweging, te lang leven onder zware omstandigheden, of opstapeling van ellende, enz. enz.

Zolang we niet durven te zoeken naar gééstelijke oorsprong van ziekten en kwalen en altijd de schuld geven aan ons lichaam, aan anderen, de maatschappij, of andere externe factoren, is het lastig om de moed te hebben om zelfonderzoek te doen. Ook het goed kijken naar leefstijl, familiegedragingen en  -patronen, overtuigingen, gewoonten, cultuur, status en samenhangen daarvan met beroepen, gezondheid, doelen, idealen, karaktertrekken, enz., zou kunnen helpen om een rode draad te ontdekken tussen gezondheid en ziekten, hoe je omgaat met gezondheid en ziekte en wat je desondanks die ziekten bereikt … of ook niet!

Er is meer dan je denkt..

Zolang we ons als mensheid echter focussen op uiterlijke zaken, zullen we de innerlijke voorbijlopen en de wezenlijke factor van veel dingen, missen!

Dat ziekten in wezen eigenlijk altijd (ja, je leest het goed) een geestelijke oorzaak hebben, was heel vroeger niet zo onbekend en zelfs gewoon. Nu is dit idee voor velen niet eens de moeite waard om er een gedachte aan te gunnen.

Toch bestaan alle dingen in het leven uit polariteiten. Dat betekent dat er dus eens iets was, waar géén ziekte of ongerechtigheid was.  Door de lange, lange tijden heen zijn mensen zwakker geworden naar geest en sterker geworden naar lichaam.

Eerst was dit anders. De geest in de mens was niet perfect, maar wel veel wetender. De mens die aan het begin stond van de mensheid had zijn hogere zintuigen nog op orde. Hij kon nog innerlijk zien en weten, verstond de taal van dieren, van de natuur en kon zelfs de natuur, het plantenrijk en  het dierenrijk bewust beïnvloeden. Dat kon hij toen nog, omdat hij nog op een goede wijze omging met zijn omgevingswereld. Waar hij zich beschermd wist en vroeg om geestelijke hulp van God, van wie hij toen nog wist dat dat de Bron was van alle kracht, macht en leven, had hij weinig te vrezen en te lijden. Waar de mens door de tijd heen het geloof in en de herkenning van Gods wezen in hem zelf en in alles om hem heen verloor, verloor hij ook de belangrijke kennis en geestelijke kracht, waardoor hij het moest gaan hebben van zijn slimheid, verstandelijke vermogens, zijn lichamelijke kracht. Deze materiële factoren kwamen als surrogaat voor leidraad en houvast in plaats van de bevrijdende factor.

Dit surrogaat ging de mens ontwikkelen. We zijn nu aanbeland bij ontzettend veel kennis op het gebied van beheersing van materie, van het lichamelijke. Maar als offer hebben we moeten brengen dat we nog maar een heel klein percentage van onze gééstelijke vermogens gebruiken.

Daarom zien we niet meer goed waar onze zwakten zitten, willen deze ook misschien liever niet zien, omdat we er anders wat aan zouden moeten doen en ‘niet meer kunnen genieten’.  Ons geweten zegt ons hier vaak genoeg iets over. Maar ons verstand praat heel graag goed, wat we zelf niet zo leuk vinden.

Ook ons lichaam doet eraan mee. Wat we niet kunnen, hoeven we dan niet te doen, vinden we. Wat we niet willen, daar hoeven we niet rouwig om te zijn als we dat niet doen. We noemen dat ‘liefde’ voor onszelf en het leven om mild te zijn. Maar… maken zachte heelmeesters geen stinkende wonden? Is het idee van wat liefde is dat wij doorsnee hebben wel de echte liefde inclusief de ware kennis van het leven? Hebben we van zuivere liefde en ware kennis niet een zeer imperfect, faalbaar beperkt begrip van tijdelijkheid en voorwaardelijkheid gemaakt?

In wezenlijke liefde van het hart is er alleen oneindigheid, en onvoorwaardelijkheid. Dat geldt dus voor alles wat die liefde betreft: Die zuivere liefde is altijd tot je beschikking, als je dat wilt. Er is nooit een tekort, nooit een teveel, nooit een einde, nooit enige beperking, maar alleen acceptatie, geen veroordeling en volop ruimte om te roeien met de riemen die er zijn.

Nu worden riemen en roeien overal vandaan getoverd met veel kunst en vliegwerk, maar waardoor het roeien niet altijd meer een plezier is, of bijna onmogelijk wordt gemaakt, terwijl je denkt dat het je roeien verlicht! Eigenlijk neem je genoegen met veel minder, omdat je de overvloed die er had kunnen zijn, niet kent! Wat je ziet neem je voor waar aan. Wat je niet ziet, bestaat in jouw beleving niet! Dat is een zielsziekte….Een ernstige beperking.

Wat we niet herkennen als waar, hoeven we ook niet aan te nemen. Wat we zelf willen is voldoende. We leven in een tijdperk van: ‘mijn wil zal geschieden’ in plaats van: ‘niet mijn wil maar Uw wil geschiede’.  Anders gezegd: ’wat mijn beperkte inzicht en lichaam mij zegt, wil ik en niets anders. Wat de hoogste liefde die ik niet zie en amper herken, heeft het niet voor het zeggen en moet niet gebeuren, omdat ik denk dat het eenvoudiger, anders kan’. De mens stelt zijn eigen beperking dus boven een bron van onbeperkte wijsheid en levenskracht die ziekte kan voorkomen, sturen en genezen.

We denken de waarheid in pacht te hebben, en denken het onszelf makkelijk te maken, maar we beseffen bijna niet meer, dat we het onszelf erg moeilijk maken, wanneer we denken dat we zelf heer en meester kunnen zijn over van alles en nog wat. Een mens heeft als hoogste goed een unieke vrije wil, waarmee hij zijn unieke geaardheid, wezen, persoonlijkheid kan vormen, gebruiken en delen. Als een mens echter niet goed weet wat waar en goed voor hem is, is het vaak de buitenwereld, de maatschappij, het lichaam of zijn verstand wat hem moet aanraden hoe en wat hij wel of niet doet. Een mens kan behoorlijk de weg kwijtraken in de wirwar van wat het leven te bieden heeft. Veel pogingen leiden tot niets of grote, moeilijke omwegen. Wil je dan herstellen, is er ondertussen wel weer iets anders aan de hand, wat ook weer aandacht vraagt omdat het moet volgens iemand, de maatschappij of jezelf, of lijkt het je toch ook wel de moeite waard. ER zijn legio afleidingen die verleidend werken. Ze leiden je af van je doel, van volmaaktheid en veroorzaken oogkleppen. Soms lijkt iets het beste, maar blijkt het achteraf niet zo goed als het leek. Dat is bijzonder. Waarom moet een mens zoveel meemaken en gaat het leven met zoveel ups en downs gepaard? We weten dat bij het aardse leven, lijden hoort. Maar dat lijden – is gezegd – hoeft er amper te zijn als ieder naar de stem van zijn hart waar de Opperste liefde spreekt, zou luisteren.

Hoe je die stem van die waarheid en opperste liefde zou herkennen, weten velen niet meer. Ook op het gebied van religie, levensbeschouwingen is het zo dat men liever zelf bepaalt wat hij geloven wil.

Dat is ook prima, want de mens heeft een vrije wil, die het hoogste goed is. Maar… om die vrije wil zo goed mogelijk te gebruiken - waardoor je er jezelf en de ander optimaal mee van dienst kunt zijn - is het wel nodig dat je een referentiekader hebt. Dat hebben velen niet meer. Zodra men de wetenschap en menselijke visies als waar en volledig denkt te kunnen aannemen, streeft hij het mooiste, veiligste voorbij. Dat meest zuivere is altijd een gééstelijke waarheid, omdat immers alle verstandelijke ’waarheden‘ discutabel zijn, doodgewoon omdat iets dat uit een menselijk verstand komt, nóóit om die reden 100% waar kan zijn. Een mens is immers – hoe slim ook – altijd beperkt!

Als een mens 100% zou leven uit zijn gééstelijke hart en deze kennis en waarheid die daaruit op zouden borrelen, zou gebruiken, zou hij nooit anders dan zuivere liefde willen doen. Hij zou amper ellende meemaken en veroorzaken..

Zo niet, dan is zijn hartskennis niets waard en vals, omdat alleen zuivere hartskennis altijd alleen maar zuiver liefhebben is. Een mens die ‘het hart werkelijk op de goede plaats heeft‘, bouwt wat hij wil heen om wat zijn hart wil. Hij blijft aan dat innerlijke goede trouw, ondanks tegenstand en tegenslag. Hij draait het niet om! Een mens die geen hoogst referentiekader heeft, en denkt zijn eigen gang te kunnen gaan omdat hij geen hoogste macht in en om hem heen erkent, zal het dus moeten hebben van een beperkte waarheid en beperkte maat van liefde. Omdat geen enkel mens volmaakt is, zal dus ieder mens fouten maken. Hij is immers gebrekkig omdat hij in een gebrekkig lichaam leeft in een gebrekkige materiële omgeving, al is dit lichaam, is die omgeving nog zo prachtig en compleet naar het lijkt.

Gods liefde kan pas in iemand werkzaam zijn, als die persoon dat 100% wil, zoekt en… er ook 100% voor gaat. Bij elkaar is dat nogal wat! Al het lijden wat er ook maar ergens ter wereld of in het universum bestaat, is er alleen omdat Gods geest daar niet 100% werkzaam is. Dat zou wel het geval zijn, als de mens dit 100% zelf zou willen dat het zo is en daar ook naar handelt! Zolang een mens in een materieel lichaam leeft, is hij niet 100% volmaakt. Waar immers 100% zuivere geest zou zijn, kan niet tegelijkertijd een atoom materie bestaan! Dus… horen allerlei vormen van lijden bij het mens zijn. Daar kunnen we niet omheen. We zijn juist mens om de liefde in onszelf perfect te maken, precies zoals de Bron van ons leven is en dit dus wil en dit ons dus gunt.

Ziekte is er zolang een mens fouten maakt. Hij maakt die fouten dikwijls niet expres, sterker gezegd, vaker zelfs onbewust. Hij heeft kennis te kort en is zich niet bewust van wat hem zou kunnen helpen om gezond te blijven of te worden.

Een mens op aarde is op aarde om te groeien in zuivere liefde. Om dat te leren is ziekte nodig in veel gevallen.

Ziekte helpt om:

- het lichaam op te schonen, uit te zuiveren, waardoor het lichaam er weer een tijdje tegen kan en er voorkomen wordt dat het lichaam voortijdig verzwakt, opbrandt of sterft.

- om de ziel te sterken in het loslaten van foute (liefdeloze) overtuigingen, gedachten over het leven, over hemzelf, over de ander, over wat goed of fout is, wat niet moet of wel moet.

- om anderen te helpen meer geduld te beoefenen, meer behulpzaam te maken, kortom om gelegenheid tot goed doen of goed maken te geven.

- als voorbeeld van hoe je een ziekte kunt dragen, hoe je er mee om kunt gaan, er positief door kunt veranderen, je toch een weg weet te vinden dankzij of ondanks je ziekte..

- te voorkomen dat andere, nog meer zwaardere dingen, omstandigheden moeten volgen.

- te voorkomen dat dood op een bepaald (te vroeg) moment zou kunnen intreden.

- te voorkomen dat mensen verharden en doorgaan in een liefdeloze leefstijl waarin het alleen maar gaat om eigenbelang, materialisme, macht, rijkdom, ego.

- niet te oordelen. Immers door het (ver)oordelen zet je dingen buiten jou en de ander, waardoor je geen deel kunt hebben aan het complete leven. Wat voor jou niet in orde is, kan voor de ander nodig zijn.. Jouw weg is niet die van een ander. Wat voor jou niet mogelijk of waar is, is dat voor een ander wel.. Met behulp van het referentiekader kun je ontdekken wat dan voor jou wel of niet het beste is..

De zuivere liefde moet het referentiekader zijn. Zonder dat referentiekader gaat het snel fout en ligt lijden weer op de loer..

Door ziekte wordt men milder, gaat men vragen, gaat men veranderen, gaat men op zoek naar meer, andere, betere waarden, normen, invulling van tijd, enz.

Het doel van ziekte en kwalen is dus dat de ziel zich reinigt van liefdeloosheid en allerlei onwaarheid wat die mens zo belast dat hij  ‘niet uit de verf komt’, zijn leven verknoeit, de ziel vermaterialiseert, waardoor geen sprankje liefde meer gevoeld en gewild wordt en er alleen houvast in de materie ( waartoe ook het lichaam behoort) zoekt.

Er is alles aan gelegen dat ieder mens op welke wijze dan ook leert, dat het om zuiver liefhebben gaat. Waar dat heel lang in generaties daarvoor b.v. door familieveten, bijzondere overtuigingen, bepaalde opvoeding, leefstijl, hebbelijkheden en onhebbelijkheden, enz. er niet van gekomen is, kan het op een bepaald moment zo zijn, dat er te weinig zielsaspecten aanwezig zijn in een embryo, waardoor een volmaakt, gezond lichaam niet meer gevormd kan worden. Zo ontstaan dus verzwakkingen, belasting door ziekten, of zelf het ontbreken van essentiële organen, lichaamsdelen. Een lichaampje wordt immers gevormd uit de overvloedige geestelijke bewustzijnsdeeltjes van beide ouders (in zaadcel en eicel), maar ook van de in dat zaad aanwezige aspecten van voorouders, en uit de lichamelijke voedingsstoffen van het lichaam van de moeder of van de omgeving (middels b.v. voeding, beïnvloeding, omstandigheden, gedragingen, gedachten, enz.).

Uiteraard zijn er ook de uiterlijke omgevingsfactoren waardoor een lichaam belast of verzwakt kan zijn. Toch zou dit niet gebeurd zijn, als een mens geen reden had om middels die beperking te bestaan. Dat houdt dan dus in, dat iemand precies goed geboren wordt, zoals hij is, omdat er blijkbaar geen andere weg was om het anders te doen!  Blijkbaar was, is er iets in de ziel en het lichaam ontstaan dat uitgezuiverd mag worden. Dat is geen straf van God, geen oneerlijkheid, maar een kwestie van overerving van belangrijke zaken die er wel of niet waren en het doel dat ieder mens op unieke wijze, heeft. De mens zelf veroorzaakt zijn of een ander zijn leed en lijden. God, de zuivere liefde doet dat niet. Deze probeert juist te helen, wat ménsen kapot maken in hun onwetendheid, onwil, overtuiging, mening over wat goed of niet goed is.

Omdat ieder mens op aarde leeft met een reden en het verheven doel ooit in de eeuwigheid als zuiver liefdevol geestelijke mens verder te leven,  is het van allergrootst belang dat een mens al zijn beperkingen aanvaardt, leert begrijpen, het verkeerde (ziekmakende) aflegt door het leren, het willen en het doen van dat wat voor hem het hoogst haalbare is op het gebied van liefhebben, dienen van de ander, waardoor hijzelf optimaal gelukkig zal zijn of er – al zal hij niet zo gelukkig zijn –zijn taak mee kan volbrengen. Gelukkig zijn op aarde is niet het hoogste doel, al wordt dat in deze tijd van hedonisme wel geleerd! Het is bijkans niet mogelijk om optimaal gelukkig te zijn. Wel is het mogelijk om met wat je hebt – beperking of gezondheid - met wie jij als uniek wezen bent, de medemens te dienen en hem te helpen om ook zoveel mogelijk lief te hebben. Waar de mensheid dit zou doen en zijn eigenbelang zou opgeven en hij ten dienste van de zuivere onbaatzuchtige liefde zou willen leven en dat zoveel mogelijk zou doen, dan zou alle oorlog, onrecht, oneerlijkheid en ziekte in de wereld amper bestaan!

We kunnen het vele persoonlijke of grote anonieme leed niet meer wegdenken. Wel kunnen we proberen te ontdekken hoe wij persoonlijk dan wel kunnen zorgen voor minder leed en betere gezondheid. Dat betekent ook de verantwoording nemen om zoveel mogelijk zinvol goed te doen voor onszelf en de ander vanuit de vaste wil onbaatzuchtig en zonder veroordeling onze persoonlijkheid in de strijd te gooien en trots zijn op onszelf zoals God de zuivere liefde ons heeft gemaakt en heeft bedoeld. Als we dit streven opdragen aan de macht die groter, sterker is dan wij en die allesomvattend, alleswetend, alleskunnend en eindeloos wijs is, en wij op deze wijze de beperking waarmee wij te maken hebben, kunnen aanvaarden, en veel ellende kunnen voorkomen, is er een mooie wereld te verwachten waarin veel lijden niet meer hoeft.

Sonne Hoover

vaccineren verplichten?

Vaccineren: waar ben je bang voor?

Vaccineren wel of niet, is weer een hot item. Dat is vaak met dingen die je van twee kanten kunt bekijken. Is er maar één duidelijke mening, dan is ieder er wel over eens dat die ene mening goed is of de meest beste. Waar er echter twee of meer groeperingen zijn die vanuit andere zienswijzen, achtergronden, overtuiging, ervaring of kennisbron hun mening vormen, is het anders. Als het lastig is om stelling in te nemen zie je dat de groep met de meeste macht of bekendheid doorgaans terrein wint. Bij het vaccineer vraagstuk is dat niet meer zo vanzelfsprekend het geval. Dat houdt in dat de groep mensen die anders denkt over de noodzaak te moeten vaccineren groter wordt en goede argumenten heeft. Mensen worden wakker en nemen niet meer zo vanzelfsprekend als waar en goed werd verkondigd.

Dat is lastig, want wie tot nu overtuigd was van nut en noodzaak van inenten moet zich gaan verdedigen en op de proppen komen met goede argumenten. Helaas schieten zij hier en daar te kort.

Nader onderzoek en vooral ook ervaring hebben uitgewezen dat je niet meer kunt zeggen dat in alle gevallen vaccinatie het beste is en gedaan moet worden om uitbraak van ziekten of epidemieën te voorkomen. Er zijn voldoende gevallen bekend van grote gedragsveranderingen direct na een vaccinatie gegeven is.

Het is bekend dat autisme in verband gebracht wordt met inenten.

Ook het krijgen van systeemziekten op latere leeftijd wordt gerelateerd aan inentingen.

Ook artsen weten dat kerngezonde jonge baby's begonnen met kwakkelen na de inentingen.

Ook ziekenhuisopnamen vanwege ernstige complicaties kwamen en komen vaker en vaker voor.

Alleen... voordat het duidelijk werd dát er verbanden tussen kwakkelen, allergieën, gedragsveranderingen, autisme, uitbreken van ziekten op latere leeftijd, zwakkere immuunsystemen en de gegeven inentingen, zijn er veel complicaties en verschijnselen niet opgevallen, niet gerapporteerd en wuifde men overeenkomsten als toevalligheden of onwaarschijnlijkheden weg. Op zich is dat niet vreemd, als je ervan uit gaat dat inentingen nu eenmaal een must is.

Immers: waar je niet op bedacht bent, valt vaak niet op.  Wat je niet in je hoofd toelaat, zul je niet meenemen in observatie, rapporteren en maken van beleid.  Wat je niet uitkomt, wil je niet zien. Het is lastig als belangen mogelijk geschaad zullen gaan worden.  Als een of meer instanties of overheidslichamen altijd hebben geroepen dat iets persé het beste is en er al jarenlang een landelijke norm is die gehouden wordt, is het heel lastig om nieuwe zienswijzen duidelijk te maken en door te voeren.

Soms is het zo lastig te moeten erkennen dat je het bij het verkeerde eind gehad hebt, en haal je alles van stal om je eigen visie - soms tegen beter weten in - te bevestigen. We leren door de tijd heen dat ook gekrenkte trots er soms voor heeft gezorgd dat beleid geschoeid op valse of foutieve leest toch doorgang vond.  Zelfs al waren meer stemmen tegen en waren er duidelijke, niet mis te verstane onderzoeken die iets anders aantoonden.

Het meest bijzondere bij het vaccinatievraagstuk is dat men steeds met dezelfde argumenten aankomt.

Er zouden (weer) grote epidemieën gaan ontstaan als te veel kinderen niet tijdig genoeg worden ingeënt en andere kinderen zouden de dupe zijn van de mensen die hun kinderen niet wilden inenten.

Men wil om die reden inenten verplicht gaan stellen. Scholen, kinderopvang, crèches zouden kinderen die niet ingeënt zijn, moeten gaan weigeren, terwijl er een schoolplicht en nota bene een school recht (!) heerst. Waar blijft het met de vrijheid van meningsuiting als het gaat om de verplichting te enten, terwijl je daarbij riskeert dat je kind zwakker of ziek wordt? Hoe is het te rijmen dat mensen recht van onderwijs ontzegd wordt door de plicht te enten en waar hier niet aan voldaan wordt, toegang tot onderwijs te ontzeggen?

Waarom geeft men zo gemakkelijk de schuld aan mensen die vanuit geloofsovertuigingen hun kinderen niet willen inenten? Kan men soms niet goed accepteren dat mensen die bewust leven, kritisch en mondig zijn heel goed hun huiswerk doen en erachter zijn gekomen dat de redenen waarom men wil inenten niet betrouwbaar zijn?

En als het mensen betreft die om redenen van geloof hun kinderen niet willen inenten, zijn zij en hun kinderen dan niet zélf de dupe (als je dat zo wilt zien)? Immers, hún kinderen kunnen ziek worden, omdat ze niet ingeënt zijn. Vreemd dat mensen die vóór vaccinatie pleiten boos zijn op hen omdat zij 'risico zaaien'. Maar dit front hoeft zich niet zo druk te maken om die barbaarse mensen die tegen inenten zijn, want de kinderen die wél ingeënt zijn, zijn toch beschermd?

En... is het niet algemeen bekend dat je in een koppel dieren niet alle dieren moet enten, juist om resistentie te voorkomen en de kudde sterker en gezonder te houden? En... hoe zit het met resistentie bij kinderen die herhaaldelijk worden ingeënt?

Is het niet de angst voor verlies van winst, gezag en monopolie dat men het wil laten houden bij 'het oude'? Is het niet veel wijzer om mee te groeien met nieuwe inzichten en het ontdoen van laakbare 'vanzelfsprekendheden'?

Er zijn te veel bewijzen die aantonen dat de samenhang er tussen veel lichamelijke en geestelijke verzwakking en inentingen er wel degelijk zijn.

We hebben het nog niet eens over de eiwitten, zware metalen in de injectievloeistoffen die kwetsbare hersentjes beïnvloeden, belasten met gedragsveranderingen en ziekten als gevolg. We hebben het nog niet eens over het niet volgens de regels éérst uittesten van vaccins voordat deze gegeven worden.  Vaak zijn de vaccins niet volledig getest en goedgekeurd voor gebruik. Dat weet lang niet iedereen... Een hekel punt.

Daarbij: hoe kan een vaccin gemaakt van een muterend virus bij de enting voorkomen dat de ziekte door dát virus niet zal uitbreken? In die tijd is immers een nieuwe variant van die ziekte ontstaan omdat het virus in die tijd alweer veranderd is. De bekende griepinjectie wordt altijd gemaakt van een eerder, dus ouder virus, waardoor de griep van het volgend seizoen weer anders is, dus niet voorkomen kan worden door het vaccin gemaakt van het eerdere virus. Toch roept men doorgaans dat het beter is om met iets in te enten dan met niets. Zeker als het een patiënt betreft die vanwege zijn gezondheid extra risico loopt. Maar... hoe kan het dan toch dat een veel hoger percentage van ouderen wel degelijk ziek wordt en ook hun griep met complicaties doorstaan moet worden? Hoe kan het dat mensen die nooit griep hadden, ineens griep krijgen, juist als ze de griepprik hebben gekregen? Veel mensen gaan niet met hun klacht naar de huisarts. Deze gaf hen immers de prik en oproep? Complicaties en onnodige griepprik worden niet gerapporteerd, als ze al zijn gemeld. Lastige kwestie, maar ook door deze dingen een vertekend beeld van werkzaamheid of veiligheid.

Is het niet zo dat heel jonge kinderen per afspraak ingeënt worden aan de lopende band? Als je niet wilt dat je kind op een bepaald (veel te vroeg of ongunstig moment (ziek kind)) ingeënt wordt, dan moet je van goeden huize komen en je standpunt verdedigen. Er zijn genoeg gevallen bekend van mensen die omdat de huisarts niet eens was met het plan niet te vaccineren, van huisarts moesten wisselen. Hoe vrij is Nederland eigenlijk? Ook kost de inenting op later tijdstip veel meer geld. Op zich niet zo vreemd als je je bedenkt dat alles dat afwijkt van de norm een uitzondering is, dus meer geld kost. Maar toch... wat betreft volksgezondheid zou ieder mens die goed voor zichzelf zorgt, tegemoetgekomen mogen worden in gemaakte kosten om gezonder te blijven! Het spaart immers later veel kosten uit!

Vaak is een huisarts - ja, zelfs de huisarts - niet goed genoeg op de hoogte van de ondertussen stapelhoge rapporten waarin aangetoond wordt dat inentingen behoorlijke en zelfs niet toelaatbare schade kunnen aanbrengen. Vaak komen deze rapporten uit de 'alternatieve' hoek. Deze is lang zo alternatief niet, maar wordt zo genoemd, omdat deze groep mensen ánders denkt. Dat ‘anders’ moet dan eigenlijk begrepen worden als iets dat onbekend is of afwijkt. Het 'alternatieve' is echter nét zo wetenschappelijk onderbouwd. Hier kan het niet aan liggen. Ligt het dan toch aan onbekend, onbemind, of gelden er in die alternatieve hoek andere, hogere belangen of geen eigenbelangen?

Stel dat je je bedenkt dat 1 op de 3 mensen dusdanig verzwakt is en op latere leeftijd ziek wordt. Stel dat er een verband is tussen deze verzwakking en de inentingen die bij ieder mens sinds jaren worden gegeven. Zou het vermoéden tussen verbanden alleen al geen reden moeten zijn voor een zeer grootscheeps onderzoek en grote terughoudendheid bij het vanzelfsprekend inenten?

Waarom wordt er niet geïnvesteerd in objectieve grote onderzoeken in het voor en tegen betreffende vaccinaties in plaats van wijzen met beschuldigende vingers? Er is toch niets te verbergen, want het heersende front zegt toch dat ze het goed heeft en dat er bewijzen te over zijn dat vaccinatie onschadelijk is of een must? Er hoeft in Nederland maar niet ergens een bel te gaan rinkelen en men treft al voorzorgsmaatregelen. En hier wordt niets gedaan, dan alleen kritiek gegeven op de groep mensen die niet voor het stelselmatig vaccineren is. Zou het niet goed zijn om juist déze reden héél voorzichtig te zijn met vaccineren, laat staan het uitbreiden van het vaccinatieprogramma en nog erger, het verplichten ervan? Het lijkt haast alsof er te grote belangen op het spel staan, waardoor volksgezondheid en vrijheid met voeten worden getreden.

Alle epidemieën hebben een bepaalde verloop van ontstaan - verloop - hoogtepunt en wegebben van de ziekte. Als je dit patroon kent - dat voor iedere ziekte, voor iedere verwekker van die ziekte weer anders is, maar bekend - weet je hoe je met een epidemie moet omgaan. Er is voldoende kennis over deze materie. Je zou meer tijd kunnen steken in verbeteren van dit soort kennis en een ander soort preventie. De tijd heeft de mensheid geleerd, dat wanneer men (eindelijk) begon met een remedie, de ziekte eigenlijk altijd al op retour was.. Hoe je het ook keert of wendt, je kunt een (nieuwe) ziekte nooit voorkomen. Je dénkt vaak van wel, maar de praktijk leert dat een nieuwe ziekteverwekker altijd de plaats zal innemen van een ziekteverwekker die overwonnen was of uitgeroeid! Daarbij is de huidige mens door veel onnatuurlijke factoren (vervuiling, stress, onnatuurlijk leven, foute voeding, gifstoffen, tekorten in voeding, enz.) ernstig verzwakt en kan hij vaak niet meer tegen redelijk onschuldige ziekteverwekkers, of loopt deze niet op. Zouden we niet beter onze energie kunnen stoppen in het weer gezond gaan leven, waardoor we - als we een ziekte oplopen - deze beter kunnen ondergaan met minder complicaties?

Het is van groot belang maatregelen te nemen om het immuunsysteem sterker te maken.  In deze tak van sport zou veel winst te behalen zijn, als kinderen weer vies mogen worden, buiten spelen, ouders niet meer zo bang zijn voor elk schrammetje en builtje of een berg wasgoed. Ouders hebben het druk. Vaak te druk. Ze mogen en kunnen niet meer zomaar vrij nemen om hun zieke kind te verzorgen. Willen dat ook lang niet altijd meer, want het parool is genieten! Daar passen geen onhandige, vervelende kinderziekten die je vrije dagen opsouperen, bij....  Ook bazen, ziekteverzekeraars willen geen zieke kinderen. Het kost ze te veel…

Dan is er nog een punt: Mensen zijn bang geworden en willen geen narigheid meer. Er is ook zoveel narigheid van zoveel diversiteit, dat het leven opgeleukt moet worden om het leefbaar te maken. Men gaat gebukt onder torenhoge lasten en verplichtingen, grote bucketlists, hoge eisen aan comfort en welvaart, maar gaat veel verantwoording jegens de medemens uit de weg. 'De ander moet het doen, want ik kan niet anders en het gaat om mij, want ik moet het leuk hebben en moet zien te overleven'. We leven in een ik-cultuur, waarin het ego en gewilde welvaart en materialisme hoogtij vieren waardoor er geen ruimte meer is voor dienstbaarheid die de mens gezonder, vrolijker, sterker, minder angstig en... meer weerbaar zou maken.

Kinderziekten zijn er om doorgemaakt te worden. In bepaalde fasen van ieder mensenkind, zijn er noodzakelijke schoonmaakacties die erger voorkomen. Op 'strategische' momenten in een kind zijn leven, maakt het kinderziekten door, waarbij geestelijke en lichamelijke afvalstoffen worden opgeruimd door de koorts via de huid of lichaamsvloeistoffen. Afvalstoffen zouden anders onverbrand in het lichaam aanwezig blijven en zich op den duur opstapelen en zorgen voor manifest worden van latent aanwezige (b.v. erfelijke ) ziekten of zwakten. Door het voorkomen van deze schoonmaakacties maken we kinderen lichamelijk, maar ook gééstelijk minder weerbaar en .... meer belast. Dat beseffen we ons nog veel te weinig.

Het is juist een prachtige reinigingsactie van de natuur dat op gezette tijden kinderen weer sterk gemaakt worden om het leven beter door te komen. Tegenwoordig zien we haast geen gezond kind meer en maakt geen enkel kind meer (onschuldige) kinderziektes door en toch… heeft elk kind heeft wel iets...! We zouden er goed aan doen om eens eerlijk te kijken naar waarom het toch zo kan zijn, dat in deze moderne tijd waarin zoveel kennis is, zoveel welvaart is, kinderen steeds zwakker en zieker worden.. en minder áán kunnen, geestelijk en lichamelijk!

Vaccinaties zijn een zegen, als je je bedenkt dat er veel ellende veroorzaakt door ernstige ziekteverwekkers door voorkomen is. Vaccinaties voor doorgaans ongevaarlijke kinderziektes brengen echter ook veel nog ongekende narigheid. Zorg ervoor dat je kennis, visie en ervaring uit én het reguliere front én het alternatieve front verbindt en zorgt voor een eerlijke uitkomst. Laat het ieder mens vrij zijn te beslissen voor wat voor hem goed voelt en past. Waar een mens weer sterk zou worden en een natuurlijk leven kan leven waarbij ook een volste vertrouwen in de kracht van de liefde die welk virus dan ook kan doden, hoort, is de mensheid voor veel kwaad beschermd. Misschien bestaat niet ziek worden of iets ergs overleven wel uit meer dingen dan een vaccin!

Voor alles is iets te zeggen, maar bega nooit de fout vaccinaties te verplichten! Het zou een grote zonde zijn tegen het recht op vrijheid van de mens!

Sonne Hoover.

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat is de aard van het zuiver geestelijk ‘iets’ dat leven is.

Wat is de aard van het zuiver geestelijk 'iets' dat het leven is?

We hebben gezien in een eerder artikel (5 aug. 2018) dat er dus een geestelijke levensbron moet zijn. Uit die bron komt alles, maar dan ook alles voort.
Dat kan niet anders, omdat die geestelijke bron ALLES is, óveral is, ónbegrensd is en dus totaal vrij.
Deze geestelijke bron moet dan het leven zelf zijn.
Want... er kan natuurlijk niet nog iets dat perfect, alles is, onbegrensd is, náást iets dat perfect, alles is en overal is, bestaan!
Dat 'iets', die ene levensbron is dus het enig echte, het ware leven, waar alles uit voortgekomen is, komt en zal komen.
Buiten deze bron is er dus niets, dat óók leven zou kunnen geven.
Een vorm, een lichaam kan dus nooit het leven van zichzelf ontvangen of van iets anders 'naast' het iets dat de perfecte levensbron is.

Voor alle duidelijkheid zal ik deze perfecte eeuwige onbegrensde bron met een hoofdletter aanduiden, om goed te bedenken dat we het hebben over deze volmaakte bron en niet over een andere bron.

Als dan deze Bron de enige Levensbron is, dan moet deze Bron ook alle intelligentie zijn.
Deze Bron kan dus nooit niet denken, nooit niet weten, nooit een vergissing maken, omdat immers deze Bron alles, maar dan ook alles in zich heeft, en dus uit dat alles alleen maar het juiste kan scheppen op de juiste tijd, in de juiste mate, enz.
Deze Bron doordrenkt alles, dus de hele ongeziene geestelijke wereld, de ether, de zwarte gaten, iedere cel, ieder onderdeel van een cel, het kleinste onderdeeltje van een atoom heeft de waarheid in zich.
Deze levensbron wordt in alle tijden God genoemd. Of ook Bouwmeester van het heelal, de innerlijke gids, de Grote Meester, De Grote Geest, enz.
Ieder kan de naam noemen die hem het beste ligt. Als je je afvraagt hoe je die levensbron dan zou kunnen noemen, kun je je het volgende bedenken: als jij zegt dat je Hans heet, dan zul je ook Hans genoemd willen worden. Roept iemand 'Kees' tegen je, dan zul je niet antwoorden. Je bent Kees toch niet? Zo heeft ook God zichzelf een naam gegeven en wil zo genoemd worden: Jahweh, of in eerste tijden van de mensheid: Jabusimbil (Ik was, Ik ben en Ik zal zijn). God heeft ook gezegd dat Hij de 'Hemelse Vader' is. God zei: 'Ik ben het ware leven. Ik ben de eeuwige Vader die je leiden zal. Ik ken je sinds je oorsprong. Kom bij Mij en Ik zal je vrij maken..'. Als God dan zegt dat Hij het leven is en hij is de Vader, kan het niet anders zijn, dan dat het Leven de Vader is. Als de enige Bron het leven is, dan kan het niet anders zijn, dan dat het leven God is.

Het beeld dat God zegt dat Hij de Vader is, is op zijn plaats, omdat ieder mens weet

  1. dat hij een vader heeft
  2. geen mens ooit kan zeggen dat hij niet uit deze vader is voortgekomen en
  3. deze vader er altijd voor hem is, gezien of ongezien. Hij is niet meer weg te denken.

Wat de bedoeling is van de perfecte Vader, is dat Hij je door en door kent, je bloed bent van Zijn bloed, Hij alles, maar dan ook alles voor je over heeft om jou de werkelijke mens te helpen laten zijn die je bedoeld bent volgens hoe jij ten diepste bent. Hij is dus een echte 'Ik ben', als voorbeeld voor zijn kind om het te helpen de echte 'ik ben' te zijn. De opdracht van de vader is dus: het kind leren een  'ik ben zoals ik werkelijk bedoeld ben te zijn',  te helpen worden, door het goede voorbeeld, de goede, wijze raad, de liefdevolle zorg waar ook orde bij hoort, zodat het kind later op eigen benen zijn zo zijn kan uitdrukken in liefde zoals dat hem past.

Als je een fijne, wijze, liefdevolle vader hebt, die in alle opzichten goed voor je is, je alle kansen en steun geeft, dan zul je er mee eens zijn dat God Zichzelf schetst als de Goede Vader die van ieder mensenkind houdt en het juiste mogelijk maakt, door alles wat Hij heeft daarvoor in te zetten. Zonder God geen leven...
Dat is heel wat lastiger, als een mens géén goede vader heeft gehad en mogelijk alleen maar narigheid tijdens zijn jeugd heeft ervaren en nooit iets goeds van zijn vader te verwachten had. Zo kan het ook zijn dat een kind niet eens weet wie zijn vader is... Hoe kan een kind zich richten naar de wijze, liefdevolle lessen die het kind nodig heeft om er sterk en zichzelf door te worden, als het de vader niet kent, niet bij zich heeft, of deze vader hem een vreselijk leven bezorgt. Hoe kan een kind leren wat het goede is, als hij dit goede niet voorgeleefd krijgt?
Het wordt dan moeilijk om het beeld van de Goede Vader te schetsen en te doen voorstellen. Laat staan dat je vertrouwt op de wijsheid en waarheid van de kracht die van die Vader, die allesgevende Levensbron uitgaat!
Je zult dan eerder vertrouwen op jezelf of een mens die volgens jouw idee het beste met jou voor heeft. Dat is hachelijke zaak, want wie kun je vertrouwen? Wie is er perfect? Wie is volmaakt in liefde en wijsheid hebben en geven? Wie kun jij tot het diepste wezen pijlen, om te kunnen beoordelen of wat iemand doet of zegt klopt en kracht heeft?
Hoe weet je dat jij het goed hebt of die ander?

Dat kun je als mens ook nooit goed bekijken, omdat je je immers geen juist beeld kan vormen van wat goed voor jou is, omdat je zelf helemaal niet perfect bent en ook nog eens niet alle mogelijkheden, talenten, capaciteiten hebt, om alles tot stand te brengen. Een mens is een teken van groots leven, maar niet het leven zelf! Een mens kan ontzetetend veel talenten, kennis en gaven hebben, maar kan nooit alles tegelijk en dan nog al die dingen perfect! Een mens is een leven uit het perfecte leven. Een bron uit de Bron.
Daarbij kan een mens hopeloos beschadigd zijn door een fout voorbeeld, waardoor je niet eens meer kunt denken in het goede dat nog steeds ergens schijnt te moeten bestaan.
Dan nog heb je mogelijk wat foute karaktertrekjes die veel onmogelijk maken of zelfs dingen stuk maken. Mogelijk ben je heel egoïstisch, hoogmoedig, bang, ongelovig, ongeduldig, zwak, zit je vol haat, ben je supertrots op je mega verstand, heb je foute denkbeelden, gebrekkige voorstelling van zaken, heb je verkeerd idee over wat je wilt, wil je wel iets, maar geloof je er niet in, of wil je geen moeite doen om iets te ondernemen, te wagen, te leren... Je ziet het, een mens moet nogal wat hobbels overwinnen, voordat hij wezenlijk zijn weg zonder al te veel obstakels en omwegen zal kunnen gaan!
Iets kan onbereikbaar voor je lijken, terwijl het nog steeds op je ligt te wachten, dichtbij of ver weg, nu of later...
Daar zie je weer in, dat het geestelijke met al zijn mogelijkheden er overal, ergens, hoe dan ook, is, maar alleen (helaas) voor jou lang niet altijd merkbaar, zichtbaar, aan de orde, of geloofwaardig.
Eigenlijk zit je in je leven altijd ergens midden in de polariteit. Deze houdt je - als je niet uitkijkt - gevangen in een grote beperking, waardoor je niet verder kunt kijken dan je neus lang is.
Je blijft dan waar je bent met je zo-zijn, je idealen, je doelen die je je stelt, je overtuigingen, maar ook je verwijten, je ideeën over wat goed of fout is, liefdevol of liefdeloos. Waar trek je je grenzen als je zelf niet weet, hebt geleerd wat goed of fout is. Wat is jouw referentiekader om te checken wat het beste voor je is?
Het is juist door de dingen die je overkomen dat je leert verder te kijken dan je dacht dat mogelijk en waar was.

Maar... een referentiekader mag niet ontbreken. Hoe kun jij begrijpen wat het Leven is, of het Leven van jou vraagt of jou te bieden heeft, als je niet eens weet wat LEVEN is, kan zijn, of bedoeld is te zijn? Wat heb je daar over te zeggen als je niet eens je best doet om te onderzoeken wat het Leven dan wel niet is en wat dat voor jou te betekenen heeft? Waar baseer je jouw mening over? Op mensen die allemaal weer iets anders vinden, bedenken, menen te bewijzen, geloven of niet? Wees moedig en besef dat je een referentiekader nodig hebt om er zo volledig mens door te kunnen zijn, zodat je eens vrij kunt zijn wie je zo diepst van binnen zou willen zijn... en nog kunt gaan worden!

Omdat het leven voortkomt uit de ene Levensbron, kan die Levensbron geen dood brengen.
Dood kan dus alleen door iets anders komen!
Je kunt dus nooit de Levensbron de schuld geven van pech, verval, oplossen, destructief gedrag, dood en vergankelijkheid.
Immers, de perfecte Kracht heeft die dingen niet in zich, want de hierboven genoemde dingen zijn tekenen van beperking, dus van tijdelijkheid en plaatselijkheid.
Daarom is het zo, dat de Levensbron geen levenloosheid is en dus ook niet kan veroorzaken!!!
Wat je niet hebt, kun je ook niet geven!

Nu lijkt dit 'uitpluizen' van waarom iets is zoals het is mogelijk muggenzifterij, maar bedenk eens, wat verkeerde veronderstellingen allemaal tot gevolg hebben:
- We kennen onze diepste wezen niet en daarom dénken we dat we alleen onze buitenkant zijn.
- We geloven niet in een eeuwig geestelijk leven.
- We denken dat we uit onszelf, zomaar 'toevallig' zijn ontstaan
- Kennen dus ook geen stramien waarbinnen we het beste zouden kunnen leven om geluk, welvaart voor ieder zoveel mogelijk te creëren.
- We scheppen, ontwerpen, denken mega grote ingewikkelde dingen uit, die ons leven moeten vergemakkelijken, maar zien telkens weer dat we niet kunnen ontsnappen aan de polariteit waar we gewild of ongewild deel van zijn.
We hebben dus te maken met uitersten en weten er niet mee om te gaan.
Allemaal omdat we denken dat dit alles is wat er is en dat het geestelijk zuivere niet bestaat!

De vraag is hoe we deze uitersten herkennen, hoe we ze kunnen hanteren en gebruiken om er beter van te worden.
Dan komt natuurlijk weer de volgende vraag: 'wat is eigenlijk beter'?
Wie bepaalt dat?
Wat geeft eigenlijk waarde aan iets?
Is het niet juist doordat ieder mens weer een ander idee van wat waardevol is, daarom zoveel verdeeldheid en dus strijd, oneerlijkheid, ellende bestaat?
Waar is dan ook alweer  ons referentiekader, wat ons helpt te bepalen wat wel of niet door de beugel kan en waarom dan wel niet?

De levensbron moet liefde zijn. Zuiver Liefde. Waarom?
Omdat haat alles doet versplinteren en liefde alles doet groeien.
Dat is zo, omdat mensen die liefhebben, niet oordelen. Zij verdelen dingen niet in hokjes, maar laten er alles zijn omdat er vertrouwen is dat datgene er met reden is.
Mogelijk is datgene niet makkelijk of leuk.
Mogelijk had het er niet hoeven te zijn, maar het is er!
Er wordt in een liefdevolle gemeenschap (samenwerking) niet geoordeeld of iets dus wel of geen waarde heeft en daarom wordt iets aanvaard.
Door en met dat aanvaarden ontstaat er een samenwerking, waarin ieder het zijne kan toevoegen en ook doet.
Wat niet past, zal vanzelf blijken en veranderen, zodat het wel past.
Wat minder goed is in het geheel zal een ondergeschikte rol spelen en niet te hinderlijk worden, maar nog steeds aanvaardbaar. Ieder zal zijn plaats kennen en ieder de taak die hem past en die hij aankan. Zonder een liefde in zuivere vorm, loopt het stuk natuurlijk! Waar ergens liefde tekort is, is de kiem van ontevredenheid, eigen gewin, egotripperij, ik ben belangrijker dan jij, ik ben meer nodig dan jij, ik kan beter..., enz. enz. aanwezig.

Wezenlijke liefde is er pas als mensen dat willen en er hun best voor doen. Waar een sprankje eigenbelang is, is er geen bereidheid op te offeren, te laten voor wat er is, of wordt er juist eindeloos opgeofferd, omdat er te weinig eigenwaarde is, of angst om de ander niet te pleasen en tegen zich te krijgen. Ook luiheid is zoiets. Zonder voldoende liefde voor iets, wordt men lui en presteert men niet wat zou hebben gekund. Waar er werkelijke liefde voor iets, zijn bergen niet te hoog! Waar er onvoldoende vertrouwen, goede wil is, is er onvoldoende power en doorzettingsvermogen, geduld, barmhartigheid om een plan - hoe klein of groot ook - te laten slagen! God heeft gezegd:  wat een mens vast wil, zal gebeuren in Mijn naam. Dat betekent dus, dat als mensen in de naam van de ECHTE liefde iets willen, dit ook gebeuren zal. Wat er niet gebeurt, moet blijkbaar niet gebeuren, kan  nóg niet gebeuren, of we herkennen niet dat het aan het gebeuren is, of het is al gebeurd en we hebben het niet eens geteld, omdat het ons niet zinde, we het niet hebben herkend of we het niet genoeg van waarde vonden.  Dat komt dan weer allemaal omdat we... tekort aan liefde hebben.

Als mensen zichzelf en hun leefwijze, overtuiging, plannen beter vinden dan de anderen die andere ideeën hebben, dan zal er altijd verdeeldheid blijven of zal die verdeelheid een keer gaan groeien.
Daar heb je weer die polariteit. Altijd weer in het leven heb je te maken met polariteiten, waardoor je wel een keus moet maken vóór of tégen iets.
Alleen... hoe maak je die keus en vanuit welke intentie?
De kwaliteit en aard van de geest, het bewustzijn dat jij nastreeft en bezit, bepaalt hoe jouw keuzes zijn en wat je er uiteindelijk mee doet.
Alles is dus eigenlijk goed, als je maar.... lief hebt, want in liefhebben zitten alle goede dingen verpakt.

Zoals in een goede samenwerking - waar ieder zoveel mogelijk het goede zal kunnen ervaren - alles vanuit liefde plaatsvindt, vindt ook de schepping van al wat is plaats vanuit liefde.
We hebben het uiteraard niet over een menselijke liefde, want die is zeer beperkt.
Dat wisten we al.
We hebben het over een góddelijke liefde. Een perfecte liefde, waarin alles perfect in harmonie is.
Er is dus een bepaalde liefdevolle orde in het leven zelf - in God zo je wilt - die het juiste kan voortbrengen, in een eindeloos aantal variaties, de eeuwigheid lang.

Het 'iets', de Bron van het leven die perfect is, is zó onstoffelijk, zo púúr geest, dat het niets anders dan energie is. Dat is niet meer te meten. Energie die bijvoorbeeld in de ether aanwezig is, kun je nog wel meten. De energie die vrijkomt bij een bliksemschicht of heerst in een onweersbui is ook te meten. In alle weersverschijnselen is de mate van energie te meten, precies of minder precies of zelfs moeizaam of amper. Eigenlijk is er in ieder deeltje een bepaalde lading van energie te meten.
Dat is niet toevallig zo. Eigenlijk zie je hier al aan, dat in ieder hoe klein deeltje ook, er een energie is, die 'lading' geeft.
In ieder deeltje is er dus weer dat 'iets'.
Toch is een keer, op een bepaald moment dat 'iets' niet te meten, waar het geen deeltje materie meer bevat!
Tegelijkertijd is er dan een omslagpunt van materie naar geest.
Waar ogenschijnlijk niets lijkt voor onze zintuigen, is een mega, verschrikkelijk grote kracht werkzaam. We kennen die kracht echter niet, als we niet weten dat die kracht bestaat. God zegt van Zichzelf: 'Niemand kan Mij naderen, Ieder die dat zou pogen, zou verteerd worden',  'Niemand kan Mij zien en leven tegelijk' en 'Ik ben overal en in alles'.

Liefde is geen ding. Het is een kracht. Deze kracht is het wezen van al wat is en doordrenkt al wat is, al is het in een bepaalde mate. Deze liefde uit zich in allerlei hoedanigheden, vormen stoffelijk en onstoffelijk, maar het WEZEN van dat totaal van dat alles is nog steeds liefde. Deze liefde is niet altijd en zelf heel vaak niet aanwezig in al wat is!  Dus ook in een steen is liefde. Ook in een moordenaar is de grondslag nog steeds liefde.. Later meer hierover.

Hoe kunnen we de kracht van het leven, de liefde opmerken? Een voorbeeld: ik merk de stroming in het midden van de rivier pas op, als ik mijzelf niet meer vasthoudt aan een rots. Ik wordt dan weggesleurd door de kracht van het water, waar ik eerder dacht er tegenop te kunnen zwemmen. Of anders: zolang ik denk dat ik iets kan en moet bedenken om een oplossing te hebben voor iets, zal ik die oplossing niet of moeizaam vinden, als ik niet het 'iets' in mij de ruimte geef. Dit lijkt niet zo, maar toch is dit de waarheid als een koe.
Het 'iets' in mij is immers het levenbrengende en heeft alles in zich. Ikzelf ben als mens beperkt, kan beperkt denken en heb beperkte middelen tot mijn beschikking. Hoe in de wereld denkt een mens dan toch zelf het beter te weten en niet het 'iets' in hemzelf sterk te maken en ermee in contact te komen? Dat 'iets' is de liefde die God is in IEDER mens en die alleen maar wacht om herkend, gewild en gebruikt te worden.

We merken die kracht niet op, of wijzen de uitwerking van die kracht toe aan iets anders, als we die kracht van dat 'iets' niet kennen of aanvaarden. Deze geestelijke kracht is niet te meten met technische apparatuur of vernuftig ook.
Deze geestelijke kracht kan materie vervormen, veranderen, waardoor dingen zouden kunnen oplosser, waar dit reëel gezien niet mogelijk is!
Deze geestelijke kracht kan deeltjes bij elkaar brengen, die geen mens zou kunnen samenbrengen.
Deze geestelijke kracht kan benut worden, door alleen geestelijke hoedanigheden die de materie doordringen.
Als we de geest zouden benutten, zouden we oplossingen hebben voor alle problemen en ellende, welke dan ook.
Maar wat is dan de aard, de geestelijke hoedanigheid van dat 'iets' dat alles doordrenkt alles samenbrengt, samenhoudt, voedt en richting geeft?
Het is de liefde.
De zuivere liefde heeft alles in zich, waardoor alles wat past bij elkaar komt en alles wat iets anders wil, dat andere kan gaan zoeken en versterken.

Die liefde is overal, is er altijd, heeft geen grens. Daarom zegt God van Zichzelf:'Ik ben eeuwig, onveranderlijk dezelfde zuivere liefde die alles in stand houdt, doet groeien en vrij doet zijn'.
Liefde brengt samen wat elkaar wil dienen.
liefdeloosheid brengt scheiding aan, bij wat elkaar zou kunnen dienen.
Liefde brengt ontplooiing, door een samengaan van allerlei talenten, doelen, kunnen en wil.
Liefdeloosheid brengt alleen dat samen wat het eigene versterkt.
Daar zie je al weer de polariteit:
Liefde en liefdeloosheid, of te wel samengaan om elkaar te laten groeien en samengaan om het eigene te versterken.
Je ziet dus, dat ook hier weer uitersten worden gezocht.

Waar gaat het om?
Bij liefde gaat het om dienen. Samenbrengen, samenvoegen: groei.
Het andere -  dat wat anders is - wordt gediend, waardoor dat andere kan groeien. Pas als liefde wordt gegeven, kan deze worden opgenomen.
Waar géén liefde wordt gegeven, valt er ook niets op te nemen. Iets blijft dus wat het is en groeit niet.
Verval is een stil blijven staan, omdat er geen vernieuwing komt, doordat het 'andere' niet wordt opgenomen.
Groei is een eigenschap van liefde. Samengaan ook. Daarom neigt alles wat wil verbinden tot het andere, tot samengaan.
Omdat liefde in wezen niets anders is dan elektromagnetische kracht, houdt deze kracht alle dingen die liefde hebben, vast.
Wat geen liefde heeft, wordt echter ook vastgehouden! Anders zou die Liefde niet oneindig en overal zijn! Als de perfecte Liefde ooit zou ophouden die perfecte Liefde te zijn, zou zij niet zijn wat ze was en zou ze 'doodbloeden' en grenzen hebben, dus beperkt zijn! Dan zou er tegelijkertijd geen leven meer mogelijk zijn, omdat juist de diversiteit en het eindeloos voortgaan en ontstaan van mogelijkheden en levensvormen - gezien en ongezien, dichtbij of mega ver weg - niet mogelijk zijn!

Alleen, de liefde gebruikt de liefdeloosheid en maakt andere vormen van levensvormen, waardoor er eindeloos nieuwe kansen, combinaties ontstaan, waardoor het leven, de liefde in een vorm, er ooit een keer, hoe dan ook, uit vrij komt en volmaakt kan worden.  Dood, verval dienen dus het leven! Het gééstelijk leven komt juist door dood vrij om er juist door die dood in een eeuwig leven 'terecht 'te komen om er dáár verder te groeien, steeds dichter naar volmaaktheid toe!

Ook het liefdeloze wat er is, wordt dus verbonden en vastgehouden, alleen, de liefde laat het toe dat het de eigenliefde is in die delen die de vorm maken, dat zij elkaar zoeken en steunen.
Liefde zou geen zuiver liefde zijn, als het iets tegen zijn zin liet vasthouden.
Liefde brengt alleen iets samen en houdt alleen iets samen als er een hoger doel (vrij worden, volmaakt worden) mee bereikt kan worden.

Liefde kan niet dwingen en laat altijd vrij.
Een mens herkent dat vaak niet, dat iets liefde is, dat dingen gebeuren omdat juist met behulp van die gebeurtenissen een vorm oplost of verder komt, groeit en dichter bij zijn doel dat het heeft, komt. Ook oplossen, vervallen is liefde. Hierdoor komt het bewustzijn dat eerder 'gevangen' zat in een vorm die deed beperken, vrij! Zo te bezien is dus b.v. een aardbeving liefde, als rotsblokken vergruizen, zandbeddingen veranderen en vegetatie dus sterft of juist ontstaat.
Een slak die wordt opgegeten door een vogel, dient met zijn vlees de vogel als voedsel. De slak zijn bewustzijn komt vrij en wordt samengevoegd met ander passend bewustzijn, waardoor er een meer complexe ziel met al meer liefde dus, zal ontstaan. Het lichaam wordt verwerkt in de vogel als voeding en die lichaamsdeeltjes doen de vogel groeien. Wat niet nodig is, vervalt, ontbindt en wordt weer opgenomen door ander leven, zoals bacteriën, planten of andere dieren. Zo heeft alles nut, is er een eindeloze cyclus van eten en gegeten worden, opnemen en afgeven, loslaten en verwelkomen. Alles krijgt een kans om vrij te komen of geboren te worden. Ziekte kan een ziel doen inzien dat er dingen kunnen worden veranderd, dingen fout gegaan zijn, dingen die losgelaten of juist opgenomen dienen te worden om nog meer liefde op te kunnen nemen, te geven en te .... zijn!

Het is dus liefde dat er dingen gebeuren die zwaar zijn, als onrecht of oneerlijk gezien worden, of het ook soms zijn. Liefde laat in haar onmetelijke wijsheid toe dat dingen gebeuren juist om de liefde aan te wakkeren in een vorm een lichaam, een ziel, waardoor meer liefde gegeven en meer liefde opgenomen kunnen worden!!!

De aard van het geestelijk 'iets' dat het leven is, is zuiver liefde. Zonder Liefde zou niets er zijn en niets bestaan. Daarom is het van grootst belang een juist idee te hebben of te ontwikkelen in wat zuiver liefde is en wat we er zelf mee kunnen doen. Doen we immers 'meer' liefde, dan zullen we er zelf deel aan hebben en die bron in ons dus doen groeien. We zullen juist door het doen van de liefde heel veel onrecht, wantoestanden, onbegrip voorkomen, wat de oplossing is van alle, alle problematiek. Daarom is het heel belangrijk dat een mens leeft met het referentiekader 'zuiver Liefde' of te wel God en niet vertrouwt op zijn eigen beperkte inzichten die er zijn zolang een mens niet gelijk is aan die zuivere Liefde.

Waarom het zo is dat het overal in de schepping altijd weer gaat om liefde opnemen en geven, dus dienen, zullen we een andere keer uitleggen.

Sonne Hoover

Zijn we er ondersteboven van?

De wereld op zijn kop....

Er is veel gaande. Ieder die om zich heen kijkt, het nieuws volgt, TV programma's ziet, maar ook zeker voelt, bemerkt dat er heel veel aan het veranderen is. Wat eerder normaal was, is nu bijzonder. Wat bijzonder was, is nu normaal.
Een normale gang van zaken. Zo is het leven. Door tijden heen veranderen dingen, waarden, mensen, ideeën, doelen.
Dat heeft tot gevolg dat alles verandert. Dat kan ook niet anders, dan wat leeft, doet veranderen. Het leven zélf is immers juist de kracht van verandering. Daar staan we niet altijd bij stil. Verandering is goed. Verandering is de bedoeling.
Het anders (ver-ander-s) worden is een doel (be-doel-ing). De oproep is misschien wel niets anders dan:'verander-eens'.
Wat nu het punt is: wat valt er eigenlijk te veranderen. Iets dat goed is en ieder bevalt, hoeft niet veranderd. Toch gebeurt het genoeg - jammer genoeg veel te vaak - dat goede dingen veranderen omdat mensen vinden dat er verandering nodig is, omdat dat gevraagd wordt door een groep mensen. Ook omstandigheden veranderen. Al is het maar door het weer.
Als het een tijd lang droog is, dan krijgt je behoefte aan water. Logisch als je inspeelt op een lange droogteperiode zodat je problemen vanwege te erge of te lange droogte kunt opvangen. Dit soort veranderingen zijn normaal en goed.
Maar dan komt weer een andere vraag naar boven: waarom is het eigenlijk een langere tijd droger dan eerst. Waarom nemen b.v. de droogte perioden meer ernstigere vorm aan? Bij dit aspect van een zaak zul je verder moeten kijken dan je neus lang is. Zo kun je bij alle veranderingen kijken, wat er eigenlijk de diepe oorzaak van is. Ook zul je er naar moeten willen kijken of de doelen nog wel goed zijn. Zijn die doelen al behaald? Zijn ze voorbijgestreefd en is het doel uit het oog verloren en hebben we ons laten afleiden van dat oorspronkelijke doel, waardoor het naar de achtergrond is verdwenen en zijn er andere  halszaken naar voren geschoven of gegroeid?

We moeten ons als mensheid dus de juiste doelen stellen. Ik zelf ken eigenlijk maar één doel: Dat doel is - ja, je leest het goed - liefhebben. Als we meer liefde als uitgangspunt nemen, zullen we doelen stellen met behulp van liéfde. Wat de weg daartoe is, zal voor ieder weer anders zijn, als die liefde maar de weg is.
De doelen die de wereld zich nu stelt zijn economische of doelen die goed uitkomen voor bepaalde machtige groepen.
Doelen om er lichamelijk, financëel, tijdelijk, uiterlijk, verstandelijk gezien beter van te worden. We gaan vaak door roeien en ruiten en over lijken heen. Dat hebben we vaak - goed bedoeld of onwetend - niet in de gaten.

Hebben we nog wel een juist begrip van wat liefde is? Ik denk van niet. Immers, er zijn veel mensen van baby af aan al beschadigd omdat zij geen goed voorbeeld van wat liefde is, kregen. We worden al zo geïndoctrineerd met wat de belangrijke doelen in een mensenleven zouden moeten zijn, dat we zijn gaan twijfelen als we ánders zijn. We twijfelen over wat anderen van ons vinden. We zijn vaak veel zwakker dan we ons voor doen en houden de façade op teneinde kansen te hebben en putten ons uit om doelen door anderen, door de maatschappij gesteld, te halen. Er zijn mensen die die het échte, integere, de liefde als onbereikbaar zien of nutteloos, omdat het 'te soft' is en 'nergens toe zou leiden' omdat we immers 'die tijd gehad hebben' en  met grote problemen kampen, die andere aanpak vragen dan zacht, lief en prettig. We kennen allemaal wel de kreet:'zachte heelmeesters maken stinkende wonden'.  Als je dit doortrekt moeten we dus hard worden en liefde maar vergeten zo lijkt het.

Daar gaat het denk fout. We vragen ondertussen - ook weer goed bedoeld te midden van groeiend kwaad en veel onveiligheid - om meer regels, meer bescherming, meer wetten, meer toezicht, meer structuur. Bijzonder genoeg roept iedereen ook om meer vrij willen zijn, minder betutteling, makkelijker bestaan, minder regels, meer uniciteit, meer ruimte voor individuele ontwikkeling en kansen... Helaas lijkt er in deze tijd juist meer versnippering te komen, minder mensen aan het werk, minder kansen voor iedereen, meer dwang van 'boven af', méér discriminatie door regels die bedoeld zeggen te zijn om minder te discrimineren, wat alles leidt tot.. minder vrijheid en meer autoritair gedrag. Een ieder voor zich. Dat betekent dus misbruik, gebrek aan ruimte, gebrek aan respect voor ieders eigenheid, terwijl we er prat op gaan om in deze tijd zoveel aandacht en ruimte te hebben voor alles en iedereen dat en die anders is dan 'doorsnee'.

We gaan zelfs zover dat we natuurwetten die we als normaal en wetgevend zagen, nu betwijfelen.

We vragen ons af of waarden en normen nog wel op hun plaats zijn en tarten de hunkering in ieder mens toch alsjeblieft te mogen zijn die we zijn. We weten niet meer wie we horen te zijn. Moeten mag immers niet meer. Mogen moet kunnen. 
Lijden is dom en zinloos. Waarom zou je alles wat lastig is niet voorkomen, weghalen, uit de weg gaan? We twijfelen al met al aan wie we ten diepste zijn, zouden kunnen zijn en de doelen die we ons als individu of als overheid, als volk, als mensheid stellen. We moeten er alleen uit zien te komen en dreigen te verzanden in een mega versnippering waarin zoveel mensen de weg kwijt raken of zijn. We hebben geen referentiekader meer, waaraan we ons zouden kunnen vasthouden. We maken onze eigen kaders, die juist afbakenen. Hoe kan dat vrijheid brengen?

We roepen om meer politiemachten omdat we zelf de wet niet meer naleven.
We halen zelf niet meer de kastanjes uit het vuur, maar verwachten dat overheden, instanties, buren, ánderen dat doen.
We kijken niet meer naar wat we zélf kunnen veranderen, maar verwachten dat anderen zich aanpassen..

We mogen geen natuurlijk vlees meer eten en kweken dan maar kunstvlees in een lab.

We zijn niet meer tevreden met wie we zijn en laten alles aan ons lichaam aanpassen en hopen dan maar op meer welzijn.

We sturen boeren weg door de regelgeving, zien hen als verdelgers van de natuur, bezitters van veel te veel grond, maar kinderen weten niet meer hoe een aardappel in de grond komt en er uit gaat.

We vinden dat er veel te veel koeien zijn maar laten in de natuurgebieden kuddes koeien lopen die te weinig voeding hebben. We halen de bewijzen uit rapporten dat koeien beter af zijn in stallen, en zien een paar jaar later, dat die rapporten toch niet kloppen. De koeien moeten de wei in! Wat blijkt? Dat ze even later ook helemaal de wei niet in moeten. Er zijn er veel te veel! Dat land is veel beter te benutten. Er moeten zonnepanelen op! Zouden deze toch wel bijzondere ontwikkelingen het gevolg zijn van wisselende belangen en gevechten die bepaalde groepen hebben over de hoofden van vele boerengezinnen die failliet gaan, heen?

We mogen niet meer onze eigen roof- of plaagdieren in de hand houden, maar moeten dure bestrijdingsdiensten inhuren.

We eisen beterschap in alle gevallen af en gaan tot het gaatje, maar werken niet aan de geestelijker, achterliggende grond van waarom we eigenlijk ziek worden. We aanvaarden onze pech niet meer.

We tarten het weer en beschieten de wolken met zilverdeeltjes zodat het droog blijft of een bui verderop gaan vallen.

We roepen op tot goede zorg voor het milieu kost wat kost. Iedere burger heeft hiermee te maken, maar het lijkt erop dat de zwakke mens grote boetes kan krijgen als hij bepaalde (voor hem) ondoorzichtige regels niet naleeft, maar hij deze amper kan voldoen, terwijl grote - economisch gezien belangrijke geld in het laatje brengende  - bedrijven een naar verhouding kleine boete opgelegd krijgen, die zij makkelijk kunnen dragen.

Mensen op hoge posten kunnen fouten maken. Ze krijgen een geldbedrag mee. Hun toekomst is zeker gesteld, op enig gezichtsverlies hier en daar. Een eenvoudig mens die moet ploeteren omdat hij geen leger voor hem werkende personeelsleden heeft op wie hij de schuld kan afschuiven, zal zijn bedrijfje kunnen sluiten als hij een fout maakt.

We exporteren onze melk en importeren melk uit het buitenland in, omdat dat goedkoper is. We halen onze zo geliefde goedkope spullen uit het verre buitenland en misgunnen hierdoor mensen die moedig zijn een kans om iets dat soortgelijk is te produceren en te leveren. Het zou ons immers wat centen schelen... We investeren miljoenen in het buitenland, terwijl er in het binnenland ook grote nood is. Wat er dicht bij is, zie je echter minder goed. Waar je met je neus bovenop staat, vind je vaak gewoon. Wat ver weg is, ánders is, geeft ons reden voor snoepreisjes. We doen dan goed voor de ander, maar ook voor onszelf.

Als we dood willen, mag dat niet, maar als we willen leven ook niet meer... Men zegt dat we mogen zijn wie we zijn, maar ondertussen wordt er naarstig opgeroepen om toch maar te aborteren als we door onderzoek weten - waartoe we bijna verplicht zijn zogenaamd om menslievendheid -  dat de baby een aangeboren beperking of ziekte heeft, of zelfs maar ongewenste haarkleur of geslacht..

We zeggen dat ieder toch gezonder moet kunnen worden, maar tegelijkertijd roept ieder dat inenten noodzakelijk is, terwijl als deze groep mensen haar huiswerk goed zou doen,  zij zou kunnen weten uit wetenschappelijk onderzoek, dat veelal de talloze inentingen op jonge leeftijd en onder ongunstige omstandigheden (verkoudheidje, kwakkelen, verkeerde voeding, stress)  juist zorgen voor veel verzakking van het immuunsysteem en dus ziekte.. Dan gaan we nog met zijn allen in het kader van vooruitgang inenten verplichten. Hoezo vrijheid?

Wat te denken van irisscans, vingerafdrukken. Zo veilig... Maar hoeveel gevallen zijn er al bekend door foutieve DNA tests?

Hoe is het gesteld met de privacy? Is deze er eigenlijk nog wel? Alarmapps, steeds meer afscherming door speciale tools om je hard en software veilig te maken en allerlei versleuteling technieken, wat allemaal veel implementeren kost, veel kosten met zich meebrengt, maar hoe weten we eigenlijk of alles wel zo veilig is? Big Brother is Watching You.. en.. we blijven mensen. We maken allemaal fouten. Dus, hoe goed en waterdicht onze netwerken ook zijn, het is de mens die ze bedient..

Een World Wide Web dat ons omsluit. We kunnen er niet meer uit weg. We moeten er in mee, want anders kunnen we niet 'kopen of verkopen', zoals in de Bijbel al wordt gewaarschuwd..

We zijn slachtoffer van wantrouwen. De nieuwe AVG wet. Zou die de boel veiliger maken, of zijn er juist meer boetes uit te schrijven vanwege datalekken die nu ineens overal voor kunnen komen, waar eerder je een email 'gewoon' even fout adresseerde? Geweldig en goed, deze technische hoogstandjes. Maar... geloof je nu werkelijk dat alles werkelijk veilig is en waterdicht?

Wat als elektriciteit ineens wegvalt. We kunnen dan niets meer. Scholieren leren niet meer goed rekenen en kunnen alleen nog maar handelen vanuit de mobiel, waar alle gegevens, codes op staan. Wat beginnen we nog buiten onszelf? Veel vooral jongeren leven in een virtuele wereld. Pas vroeg een jongen van 17 die heel wat uurtjes met gamen doorbrengt en koos voor opleiding Dier&Welzijn, wat het verschil is tussen een haan en een kip... De werkelijke wereld is voor velen veraf geworden. De onwerkelijke wereld wordt als echt beschouwd...

Als een bank een fout maakt, wordt dat afgekocht. Een schandaal met grote gevolgen komt op de schouders van de belastingbetaler neer. Witwassen is mogelijk. Als je maar macht hebt en je het af kunt kopen..

Straks moeten onze kinderen en kleinkinderen zich afvragen hoe ze toch kunnen herkennen of ze het met een man of vrouw te doen hebben of met een X mens. Een vrouw wil niet als vrouw geregistreerd staan. Ze wil een kruisje bij haar geslacht. Toch zegt 'ze' dat ze zich 'ze' wil noemen. Met wie hebben we hier te maken? Erger nog,  hoe kunnen we onze kinderen helpen dat ze weten bij wie ze later horen? Hoe kunnen we mensen beschermen tegen mensen die nu ineens vinden dat er ook andere soorten mensen bestaan dan man of vrouw. Hoe kan een wezen die niet meer man of vrouw is kinderen maken of baren? Ook dat is al onzeker. We planten gewoon organen over zodat je kunt wat je wilt, koste wat het kost.

Kan iemand die MS heeft, geen benen heeft, doof is, een arm mist, een bochel heeft, weinig intelligentie heeft, enz., dat teniet doen? Moet hij er niet het beste van zien te maken en leren aanvaarden dat hij heeft wat hij heeft? Zou hij er misschien juist door tot op grote hoogte kunnen stijgen waardoor hij veel goeds kan doen voor de mensheid? Waarom zouden dan niet mensen die 'in een verkeerd lichaam geboren zijn' dat ook zo moeten kunnen?  Zouden we ons als mensheid niet beter kunnen afvragen hoe het eigenlijk komt dat zoveel mensen zich niet gelukkig voelen in en met hun lichaam? Zou het soms komen door al die giftige gassen, stoffen, voedingsadditieven, hormonen in drinkwater,  medicijnen, drugs, of ook leefstijlen dat onze lichamen al vóór de geboorte gedoemd zijn belangrijke stoffen te missen of belast te zijn met giffen waardoor karakters, lichamen en dus levens bij voorbaat al vervormen?

Gezin stichten van man en vrouw is al niet meer de voorwaarde om kinderen te krijgen en op te voeden. We kunnen overal goedkoop gezegd - want je zult maar geen kinderen kunnen krijgen en radeloos zijn -  shoppen. Zaaddonoren, een man ergens zien te regelen die voor even wel jou van dienst wil zijn, terwijl je verder niets te maken wil hebben met een vader, een kind adopteren als homostel, desnoods een familie van 2 vaders en 2 moeders, hoe de relaties ook maar zijn...We lijken het allemaal wel zo eerlijk te vinden dat ieder gelijke kansen krijgt.. Maar... hoe kan het kind de uitersten van het leven verkennen als hij niet die speciale eigenschappen die een man of een vrouw van nature hebben, van nature meekrijgt en ervaart?

We willen er niet van horen dat er dingen zijn die niet op te lossen zijn, maar dat acceptatie nodig is.

Zijn we grote ego's aan het kweken, bommen die een keer exploderen in geweld of liefdeloosheid, al is het maar in de vorm van een mensonterend beleid, waarin we alleen maar erop uit zijn onze egoïstische wil te kunnen en mogen doen in het kader van zogenaamde vrijheid? Zal deze zogenaamde vrijheid het winnen van de wezenlijk liefdevolle drang om vrij te zijn en die alle mogelijkheden in zich heeft, ongeacht grenzen?

Is deze zogenaamde vrijheid niet anders dan gevangenschap? En is echte vrijheid niet alleen te verkrijgen door liefde willen en doen? Is liefde eigenlijk nog wel liefde of beschouwen we zelfs eigenschappen die liefde liéfde doen zijn zoals vertrouwen, trouw, eerlijkheid, zachtheid, mededogen, dienstbaarheid, orde, inzicht, innerlijk weten, niet bang zijn, volhouden, geduldig zijn,  als ongewenst?

Denken we er te komen door hardheid, trouweloosheid, oneerlijkheid, hardheid, meedogenloosheid, wanorde, gebrek aan inzicht, niet meer innerlijk weten, bang zijn, stoppen zodra het moeilijk wordt, ongeduldig zijn?

We zijn allemaal ergens ondersteboven van al die veranderingen waarbij waarden en normen ineens niet meer waardevol lijken te zijn. We schermen met allerlei inzichten die belangrijke, gestudeerde mensen zeggen te hebben.

We vertrouwen niet meer op ons innerlijk, maar moeten ervoor naar artsen, hulpverleners, zieners. We hebben steeds meer houvast nodig aan uiterlijke zaken en zijn niet meer tevreden met wat bij je status hoort. Hoezo status? Vies woord. Iets moet altijd meer of beter. Status beperkt...  Waar is die tijd dat het duidelijk was, hoe de rangorde in de wereld liep. Was daar niet de een de ander trots en op gepaste wijze van dienst? De notabele die zijn huishoudster had. Het kamermeisje dat er trots op was de kamers in orde te brengen voor het hoge bezoek en geëerd werd om het feit dat zij dat prima en welwillend deed, dankbaar voor de baan die haar geboden werd. De vuilnisman die zijn kopje koffie kreeg bij de huisarts in de keuken en er blij mee was. De timmerman die werd gewaardeerd om de kunde van zijn ambacht. Nu moet ieder zich zo hoog mogelijk weten te positioneren. Het lage telt niet meer... We zetten robots in. We vervangen een lieve arm om ons heen, een luisterend oor, voor een computer in een robot die ons troosten moet.

We mogen niet meer dood. We moeten zonder problemen oud worden. Dat mag nog net, want al zijn we niet meer nodig, dan kosten we de overheid tenminste niet zoveel. En, als dat niet lukt, stellen we een grens in het opereren. We kiezen nu al voor een nieuw hart voor de miljoenen kostende voetballer en niet voor de jonge moeder.

We verwijzen nu al menige doelgroep naar overbodig zijn en verschaffen geen hulp vanwege ontbrekende gelden en tekort aan mensen in de zorg. Ziekenhuizen sluiten, bejaardenhuizen bestaan niet meer. Het zijn nu de verzorgingshuizen waar je in beland, als je écht niet meer thuis kunt wonen. We hollen veel zaken uit, terwijl we roepen om betere netwerken, die we in het kader van participatie verplicht zijn te hebben, waardoor betere signalering feit zal worden. Ja, gesignaleerd wordt er zeker beter. Maar nu nog hélpen!

We kunnen de rij nog wel langer maken. Het gaat er niet om een klaaglied neer te zetten. Het gaat er om dat we onszelf wakker laten worden en ons afvragen of we nog wel de juiste doelen voor ogen hebben.

We zouden de huidige wereld op zijn kop moeten zetten, door NIET ondersteboven te zijn van al die veranderingen, maar ondersteboven te zijn van al die veranderingen die NOOIT zullen komen als we onze wezenlijke be-doel-ing als mens niet zullen leren kennen. We moeten weer leren dulden. Pas als we de dingen dulden, kunnen we er naar kijken en in de rust die dan ontstaat, gaan inzien (daarvoor moeten we naar ons diepste diepste ik willen kijken) wat we kunnen doen met onze geaardheid, onze mogelijkheden, talenten, bezit, baan, voorkeur en.. hoe we daaruit een wereld van vrede en gelijkheid kunnen scheppen.

Laat het niemand zijn die vertelt of je wel of geen vlees mag of moet eten, wel of niet moet of mag roken, vet moet eten, een grote auto moet of mag hebben of een kleine, wel of geen kinderen moet of mag willen hebben. Laten we werkelijk de wereld die mooi lijkt, maar alles ondersteboven brengt, afzweren door IN die wereld van ontevreden en ongelukkig zijn de liefde zoals deze werkelijk in ons diepste ik wil zijn, léven. Dan komt alles op zijn pootjes terecht. Misschien wordt het wel tijd dat de huidige wereld over dekop gaat om het nieuwe, echte leven vanuit liefde te laten groeien.

Soms denk ik, dat er al mooie beginnetjes zijn. Soms denk ik: 'zal het ooit nog wel komen'.
Toch overwint in mij het gevoel dat ik mag mopperen, maar tegelijkertijd vasthoud aan de kracht die liefde is en geeft. Het zál beter worden. Er zal een nieuwe wereld komen. Die kan misschien wel pas op de puinhopen van liefdeloosheid, van het verleden groeien. Helaas, dat offer moet dan maar gebracht. Ook nu gaan zoveel mensen kapot van verdriet, zorg, gemis en liefdeloze ideeën die zij overigens voor liefdevolle aanzien. Er is zoveel onwetendheid te midden van verstandelijke ontwikkeling die zo wordt opgewaardeerd.

Wanneer worden nog méér mensen wakker en zullen zij de strijdbijl tegen de liefde begraven om met de mántel der liefde (daden doen) een nieuwe wereld te bouwen uit waarachtige dingen die al miljoenen jaren gelden en de basis vormen van de orde die in de gang van de natuur te herkennen is voor wie wil. Wanneer wordt er waar dat er 'een nieuwe wereld zal komen. Een nieuw Jeruzalem, stad van vrede' voor wie dit wil? We kunnen iedere dag een beginnetje te maken. Gewoon eens afvragen als je opstaat: 'is dit nodig, heb ik dit nodig, wil ik dit wel echt, is dit liefde, zou ik willen dat ik zo wordt behandeld zoals ik het nu die ander doe? Durf ik met minder toe? Durf ik te aanvaarden wat mij nu overkomt? Durf ik er door te groeien? Durf ik te vergeven? Durf ik de handen uit de mouwen te steken? Durf ik opnieuw te beginnen? Durf ik een gemis te hebben? Durf ik dingen vanuit een hoger doel te kunnen zien en beleven? Wie ben ik, dat ik mag heersen over de natuur, over de wateren, over de zeeën. Hoe kan ik dat doen vanuit mijn ego en wat mijn lichaam en verstand willen? Hoe kan ik het juiste willen als ik geen hoogste liefde in mij toelaat en ook gebruik? Is het vandaag soms de dag dat ik veranderen kan, stukje bij beetje, waardoor ook ik mee bouw aan een wereld waarin de waarheid ruimte heeft en lijden steeds meer op de achtergrond raakt? Wat is wat de zuivere liefde in mij, met behulp van mijn talenten en voorkeur wil?
Als we ons deze vragen stellen, zouden veel mensen opleven en er hoop groeien op die betere wereld waarvan gezegd is dat deze komt.

Dat zou de wereld op zijn kop zijn! Geloof jij erin?

Sonne Hoover.

Van NU naar verder….

Van NU naar verder....

Ieder mens wil vooruit. Zeker als het niet zo goed gaat. Dan wil je weg uit die bepaalde situatie. Dat lukt alleen niet zomaar. Hoe moet je je situatie veranderen? Weet je wel waarom je bent beland in deze situatie? Wie kan jou helpen om dingen te veranderen. Vallen deze dingen eigenlijk wel te veranderen. Geloof je daar wel in? Wat doe je met de mensen die eraan mee geholpen hebben om jou in deze situatie te doen belanden? En.. heb je wel genoeg overzicht om te bepalen of iemand überhaupt schuldig is aan jouw huidige leven. Zijn dat mensen uit je verleden, zijn die mensen niet meer in je leven  of  zijn ze juist (per ongeluk) gekomen in je leven? Zijn die mensen niet meer te bereiken voor jou omdat ze ver weg wonen of weet je niet waar ze wonen, zijn ze overleden..., of wil je ze nooit meer zien en wens je ze alle duistere duisternis toe?

Het is belangrijk om eerst eens te kijken naar deze vragen.  Wat wil je eigenlijk veranderen. Wil je dat wel en gelóóf je wel of verandering mogelijk is en.. zie je zelf mogelijkheden en wie heb je ervoor nodig. Kun je hulp vragen en kun je hulp aanvaarden? Alleen dit laatste punt is al zoveel omvattend. Hulp vragen is 1 ding, maar hulp aanváárden is een 2e. Immers, hulp vragen kan betekenen voor jou dat jij zwak bent, hebt gefaald, dom bent. Misschien ben je te trots en wil je je onmacht niet bekennen. Gevraagde hulp kan daarbij op een heel andere wijze komen dan jij denkt dat nodig of goed is. Hulp kan onprettig zijn, omdat je vertrouwde gewoonten en dingen moet loslaten. Je zult mogelijk dingen moeten opofferen of anders tegen iets of iemand, of een gebeurtenis moeten willen gaan aankijken. Je zult die hulp moeten willen aanvaarden met dankbaarheid die niet slaafs is, maar wel een dankbaarheid die ruimte geeft aan de goede bedoelingen, kennis of wijsheid en ervaring van die ander die jou wil helpen.

Wist je dat verandering heel goed mogelijk is, als liefde de basis is van die verandering? Immers, door de juiste liefde te hebben, te willen of te aanvaarden heb je hulpvrager en hulpaanbieder al op 1 lijn. Waar twee krachten van gelijke waarde met elkaar samenwerken, heb je een sterke uitwerking. Waar liefde is, is er ook kennis. Dat is zo, omdat juiste kennis van zaken spontaan kan opborrelen wanneer in liefde iets wordt gewild. Liefde zou geen liefde zijn, als zij niet waar en wijs is. Daarom moet je iets in liefde willen en... je mag erop vertrouwen dat het het goede is! Er is  dan - als jij dat wilt, dus er liefde voor hebt - verbinding met het hart. In het hart zitten alle waarheden, want in het hart vloeit de geest van waarheid en liefde naar binnen, wanneer iemand dat dus  van harte zo wil en ... vast gelooft! Waar iemand dus met zijn hart een verandering wil, komt deze!

Vaak  komt deze verandering op een onverwachte wijze, op onbepaalde tijd, heel geleidelijk zodat je de veranderingen amper kunt opmerken en via soms bijzondere wegen of juist in grootste eenvoud. Dat is zo, omdat je eigen verstand nooit gekomen zou zijn op die mogelijkheden, of zou je het heel anders hebben gewild. Omdat we zelf naar ziel en lichaam (dus ook verstandelijk gezien, omdat verstand immers iets materieels is, dus bij het lichaam hoort) begrensd zijn, kunnen we veel niet begrijpen, bedenken, beredeneren en overzien. Daarbij willen we lang niet altijd het goede. Zeker niet als we niet weten wat het goede is. Dat laatste is een heel belangrijk punt. We zullen moeten willen inzien dat we te klein zijn om iets te kunnen veranderen. Zeker als we er de kracht en de kennis niet voor hebben.

We mogen ervan uit gaan dat we nooit voldoende kennis, kracht of inzicht hebben om te weten wat er veranderen moet en hoe en wanneer dat dan zou moeten of kunnen. We zijn immers niet perfect en zeer feilbaar.

We hebben het nodig om te leren van ons verleden en van onze fouten. We moeten leren dat we klein zijn, waardoor we groot kunnen worden. Dat ' klein' zijn is deemoedig zijn en erkennen dat niet wij of anderen het weten, maar dat 'Het' het in ons weet. Als dat ' Het ' de ruimte krijgt en ons verstand en ons lichaam kan doordringen, zullen we  groot kunnen zijn, wat betekent dat we kracht, moed, liefde en kennis krijgen. Dat 'groot' zijn is zoveel als we dat 'Het' in ons aan het werk laten.

Dat betekent overigens niet niets doen of bij de pakken neerzitten of anderen het werk laten doen, maar  ondertussen doen wat we kunnen en afwachten hoe dingen zich ontwikkelen,  er vast op vertrouwend dat 'Het' voor ons aan het werk is.

We zullen vaak moeten ophouden zelf te willen, zelf te handelen, zolang we bang, boos, teleurgesteld, gehaast, ontevreden zijn. We willen immers dan vanuit gebrek aan liefde iets. Dat iets dat we willen is nooit het goede, zolang we bang, boos, teleurgesteld, jaloers, gehaast, ontevreden, wraakzuchtig, enz. zijn.

Alleen wanneer er liefde in ons is, zijn die eigenschappen minder ernstig aanwezig en krijgt 'Het' de ruimte. Wij worden dan als mens gevoed door kracht en kennis uit de Bron die Het is! We zijn dan niet zélf aan het woord, maar het is de eeuwig stromende, nooit opdrogende Bron die alles doordringt en voedt. Deze Bron is de zuivere intelligentie die geen grenzen heeft aan inzicht, kennis, kracht en mogelijkheden. Daarom kan ze alles wat het goede voor ons is, bewerkstelligen. We moeten er alleen niet tussen gaan zitten met ons zogenaamde geweldige verstand en grote ervaring of overtuiging.

We moeten dat liefdeloze afleggen en er vast op vertrouwen dat dat 'Het' dingen hoe gecompliceerd, hoe uitzichtloos ook, kan veranderen of zelfs teniet kan doen! We zullen dus ons ego - dat altijd een meer of mindere graad van liefdeloosheid is - afleggen. Wat overblijft is onze nietigheid, waarin we het 'Het' pas kunnen gewaarworden. Wat zijn we eigenlijk zonder dat 'Het'? Dat 'Het' is wat ons doet leven, wat ons leven geeft en wat ons de mogelijkheden biedt.

'Het' doorstroomt ons en geeft ieder deeltje in onze cel richting en voeding. Dat 'Het' kunnen we nooit namaken. Het is het leven zélf, wat wij in ons mogen weten. We staan er niet bij stil en gebruiken niet de kracht van deze potentie, omdat we denken  zelf wel het leven te kunnen klaren. Wij zien echter vaak niet dat we onszelf en onze medemensen tekort doen, door deze potentie in ons niet te gebruiken! We herkennen die uitingen van dat leven vaak niet niet, begrijpen ze niet, vinden ze dom en zinloos en denken dat het wel anders kan. Wij blijven steken in wat ons overkwam en menen te weten hoe het beter kan, of... beschuldigen anderen, het leven, God ervan ons te straffen, te benadelen. We zien in onze kortzichtigheid vaak niet, dat het onze eigen houding en of kijk op het leven, op óns leven is, die er de oorzaak van is dat dingen niet veranderen.

Ook acceptatie is een belangrijk iets. Als je verder wilt gaan met je leven inhoud te geven zul je moeten loslaten. Je komt niet verder dan het touw waaraan je vast zit, lang is. Probeer je dat wel, dan krijg je het benauwd of stik je zelfs. Anders gezegd: zolang je dwingt en buiten grenzen gaat, nekt het leven je en sterft het leven in je. Het is in deze tijd nogal eens te horen dat je 'het moet loslaten'. Is dat wel zo? Nee. Ik denk van niet. Loslaten kan niet. Iets wat is gebeurd, kun je niet loslaten. Het was er immers. Wat je wél  kunt doen, is accepteren dat dat iets er was. Je kunt daar niets aan veranderen. Acceptatie is nodig om verder te gaan. Aanvaard dat jouw leven een puinhoop is. Aanvaard dat het niet anders is. Kijk niet terug naar hoe het mogelijk anders gelopen zou zijn als je andere keuzes gemaakt zou hebben, als die ander jou niet had verleid, als ....

Aanvaard hoe je je voelt, wat je zou willen. Wat er is geweest. Kijk naar de feiten. Kijk naar de resultaten. Aanvaard dat alles. Uit deze aanvaarding ontstaat een zekere rust. Je hoeft geen schuld meer te geven, met vingers te wijzen naar anderen of naar jezelf als domoor, als schuldige. Je hoeft het niet meer te veranderen. Het is deel van je leven geweest en het heeft je gevormd tot wie je nu bent. Ben jij dat, of ben je méér?

Als je je pijn de baas laat zijn, of je angst, je boosheid, je wrok, je jaloersheid, je onmacht, je haatgevoelens, je spijt, ga je bergafwaarts.  Als je accepteert, voel je rust. In die rust kun je de verbinding zoeken met het 'Het' in jezelf dat jou richting geeft, adviseert, kracht geeft. In die rust zul je ontdekken welke stap je het beste kunt zetten. In die rust moet je zien te blijven, wat er ook gebeurt. In die rust zul je een soort 'zeker weten' bespeuren, waardoor je gaat doen wat jou goed doet voelen en.. je zult ontdekken dat dingen makkelijker gaan. Je zult zien dat je vanuit deze rust niet meer te hoeven vechten, het beter te moeten weten, te moeten komen met een oplossing, veel productiever zult zijn en minder energie zult verliezen. Je zult dingen op je levenspad tegenkomen die je kunt gebruiken. Ineens zie je de juiste deuren die je kunt openen of dicht kunt laten. Je ontmoet 'ineens' de juiste mensen op je pad en je oog valt 'ineens', 'toevallig' op de juiste advertentie of uitnodiging. 'Ineens' gebeuren er dingen. Je ziet die dingen nu anders. Je aandacht wordt nu gevestigd op andere facetten, op andere mensen en andere dingen. Ze waren er mogelijk altijd al, maar je zag ze niet, omdat je verblind was door ongeloof, teleurstelling, boosheid, onmacht, of wat ook.

De niet-liefde hield je af van de juiste mogelijkheden. Je blokkeerde zelf de goede wending door er niet in te geloven.

Het is ook weer jezelf - let wel - Het Zelf - in jezelf, dat de oplossing kan aandragen. Je zult er Zelf iets mee willen doen, met dat Zelf in jou. Dat is het Het van HetZelf. Dat is het goddelijke waar alle volmaakt in gelegen is. Je kan het aanraken en gebruiken door het de basis te laten zijn van wat je toekomst zal zijn. Toekomst bestaat uit wat je jezelf gunt. Wat jou Toe-Komt.  Toekomst wordt gevormd door de mate van kwaliteit die je in jezelf, in iets, in het leven, in het universum ziet. Toekomst wordt gevormd in  het niet hebben van verwachtingen, maar gewoon op pad gaan met 'Het' aan het woord in je Zelf.. Je kunt verder na nu, door vertrouwen te hebben in - trouw te zijn aan - het Zelf in jou, dat jou richting geeft. Je zult het Zelf in jou moeten willen liefhebben en wel eindeloos. Dat je - tig fouten gemaakt hebt, zal vast wel zo zijn. Wie niet? Maar, vergeeft je jezelf daarvoor? Kun je de schoonheid in je Zelf nog wel zien? Kun je nog geloven in de wonderlijke meerwaarde die je hebt en die altijd nog ligt te wachten op gebruik ervan?

Ken je wel je taak? Ken je wel de kracht van wie je wilt zijn ten diepste? Laat je je hart wel spreken of geloof je daar niet (meer) in? Dat laatste heeft er voor gezorgd dat je het contact met het Zelf, met God in jou, de zuivere liefde bent kwijtgeraakt. Herstel dat contact door jezelf en anderen te vergeven en te geloven in verbetering. Wil veranderen. Geloof in vernieuwing. Vernieuw je denken. Vorm jezelf om, dat niet je angst en boosheid en onmacht te laten spreken, maar vorm jezelf om, door die tekorten af te leggen en te gaan leven vanuit liefde. Vanuit overvloed die via je hart jouw denken  en je lichaam zal voeden. Het is niet jezelf, je kennis, je verleden, je ervaring, maar het moet de liefde in je hart zijn - en die kun je willen of niet - die jouw richting bepaalt.

Verder gaan hoeft niet pijnlijk te zijn. Verder gaan kan veel eenvoudiger, door niet je onmacht en onwetendheid - dus je ego -  de baas te laten zijn, maar het vertrouwen in wat er nog veel meer voor jou mogelijk is. NU is zo voorbij als je durft te geloven in de toekomst die op je ligt te wachten.

Sonne Hoover

 

 

Waarom zou een vorm dan niet eindeloos verder bestaan?

Een vorm kan niet eindeloos bestaan, omdat alles wat materie is, zijn beperking heeft en dus tijdelijk en plaatselijk is. Materie is totaal onvrij dus 'gevangen' en beperkt. Omdat een vorm ook uit materie bestaat, is een vorm dus altijd tijdelijk, plaatselijk, beperkt en veranderlijk.
Iets dat materieel is, kan nooit op zich bestaan en kan nooit eindeloos voortduren, omdat materie niet eindeloos is, maar begrensd.
Materie kan niet anders zijn of doen, dan het bewustzijn in die vorm is of wil.
Dat noem je 'gericht' zijn.
Gericht zijn is dus een staat van zijn, waarbij je onvrij bent en alleen doet wat in die vorm, of dóór of mét die vorm mogelijk is.
Kan, wil het bewustzijn in de materie anders, dan de vorm is, dan is er grote beperking.
die vorm ervaart haar zijn dan als lijden.
Lijden is dus onvrij zijn.
Beperking hebben, is lijden.
Beperking is tijdelijk.

Beperking kan niet opgeheven worden, dan alleen door iets dat ontbrak op te nemen of toe te voegen.
Door beperking is niet alles te ervaren.
Daarom lijkt alleen het déél dat je ziet en ervaart, wáár voor jou.
Voor een ander, kan dus iets heel anders (het andere 'deel') net zo waar zijn!
De 'rest' van wat waar is, kan dus nooit in het totaal ervaren worden, tenzij het bewustzijn in die materiële vorm perfect, volmaakt, dus gelijk is aan het 'iets' dat dat leven gaf.
Dat bewustzijn in die levensvorm kan dus pas alles ervaren en weten, als het gelijk geworden is aan het 'iets' dat het leven zélf is.
Dat bewustzijn, die intelligentie moet dan dus gelijk willen worden aan het 'iets' dat perfect aanwezig is in haar!
Dat bewustzijn moet dus niet meer afgescheiden willen zijn van de levensbron.

Zolang bewustzijn afgescheiden is van de perfecte levensbron, ervaart zij gebrek, tijdelijkheid, beperking, wat lijden in houdt.
Al wat ergens hoe, waar, wanneer dan ook leeft - dus in een materieel bestaan is - is dus beperkt, in bepaalde mate onvrij en lijdt dus per definitie.
Alle bestaansvormen, dus ook mensen, lijden dus per definitie alleen al omdat zij de andere
(perfecte) geestelijke wereld in zich niet kennen, niet zoeken, niet dulden, niet gebruiken.
Waar een levensvorm die in de beperking zit, zich zou gaan begeven naar de andere polariteit en daarmee voortgaat en zich niet laat afhouden van die ontwikkeling, wordt zij steeds minder beperkt en krijgt zij meer en meer kennis en mogelijkheden, tot alle beperking en verval en tijdelijkheid zijn opgeheven.
Dan is er dus ook alle vrijheid en tegelijkertijd is dan alle beperking opgeheven.

Juist omdat bewustzijn 'alle kanten op kan willen',omdat bewustzijn niet stoffelijk is, dus onbegrensd is, is er een uitdijen, wat nooit ophoudt! Dat uitdijen, vervolmaken, groeien is de drang van expansie dat aanwezig is in al wat leeft. Een drang van inkrimpen of uitdijen, van groeien of vervallen, van groter worden of kleiner worden.
Ook in het bewustzijn, in de intelligentie die die vorm, dat lichaam bij elkaar houdt, zijn er dus ook 2 krachten aanwezig. Ook hier is weer die polariteit te vinden.
In al wat leeft is er een ja en een nee. Een willen en niet willen, een kunnen en niet kunnen, een mogen en niet mogen, aantrekken of afstoten, perfectie of minder, liefde of geen liefde, haat of geen haat, geduld of geen geduld, dienstbaarheid of juist niet, egoïsme of er zijn voor de ander, hoogmoed of deemoed, alles willen geven, of alles willen nemen.
Overal zijn er dus allerlei uitersten en fasen daarvan, want het hele leven, geestelijk en materieel bestaat uit allerlei uitersten in allerlei hoedanigheden daarvan.
Zo heb je een beetje levenskracht of veel levenskracht. Veel warmte of weinig. Veel doorzettingsvermogen, of niet, veel, vaste wil of willoosheid, kracht of weinig kracht, barmhartigheid of amper, enz. enz.
Waar nu een bepaalde eigenschap ophoudt of begint is lastig te zeggen en hangt van veel factoren af. Wanneer houdt nu b.v. barmhartigheid op. Wanneer noem je iets nu wel of geen liefde. Wat is nu wel goed of niet. Hoe je dit ziet, hangt af van je eigen mening, ervaringen die je had, leerschool, opvoeding, maar ook graad van bewustzijn, inzicht, goede of slechte wil, of je mate van intelligentie, waardoor je ook weer alles door een andere bril beziet. Het gaat erom te weten wat goed of niet goed is. Daar heb je kennis voor nodig. Zonder referentiekader kun je nooit bepalen wat wel of niet zus of zo is. Immers, je laat dan je eigen overtuiging die gevormd is door allerlei spreken. Voor de ander kan evenwel iets anders helemaal waar of juist ook niet waar zijn!
Het hele leven bestaat dus uit fasen van eigenschappen, bepaald bewustzijn, dat overeenkomstig de wil, de kennis, kracht, behoefte, geaardheid iets anders wil en kan... en tot doel heeft!

In iedere levensvorm, of het nu gaat om een rots, een ei, een zaadje, een mensenlichaam, een bacterie, een molecuul, een atoom, een planeet, een mega zon, een lichtdeeltje, zijn bepaalde eigenschappen aanwezig die dat deeltje, dat lichaam, die vorm maken tot wat het is.
Zolang die vorm leeft en bestaat, doet die vorm zoals het innerlijk in die vorm is...
Als die vorm is opgelost - al is dat door miljoenen jaren heen (rotsformaties) - kan het niet anders, dan dat de intelligentie in die vorm vrijkomt en ergens moet blijven!

We gaan later nog eens stil staan bij wat er gebeurd met bewustzijn dat vrij komt uit een vorm, lichaam die is opgelost (dood is gegaan).
Volgende keer staan we stil bij de aard van de levensbron waar alle leven uit voort moet komen.

Waarom is het zo dat er een geestelijke wereld moet bestaan?

Mensen roepen soms zomaar vanuit een niets: 'er bestaat geen geestelijke wereld'. Het leven dat er is, ontstaat uit materie.
Anderen roepen met dezelfde vaart: 'natuurlijk bestaat er wel een geestelijke wereld!'
Hoe zit dat nu?
Om te bewijzen dat er een geestelijke wereld bestaat, zullen we wat wetenswaardigheden
uit de wetenschap van de natuurkunde moeten halen.

Ieder weet dat alles wat er ook maar waar dan ook bestaat, uit twee uitersten bestaat.
Eigenlijk is hier al voldoende mee gezegd. Immers: Als ik een materiële wereld zie en ervaar die te onderzoeken en te bewijzen is, dan moet er dus ook een niet-materiële wereld bestaan die ik ook moet kunnen zien of ervaren, al doe ik dat niet.
Dat is zo, omdat aan alles 2 uitersten, anders gezegd 2 tegenpolen zitten. Iets dat 'stof' (materie), is, is een keertje géén stof meer te noemen, als de deeltjes van die stof zo klein geworden zijn, dat ik ze niet meer kan zien, aantonen en onderzoeken.
Wetenschappelijk gezien bestaat de geestelijke wereld niet, omdat de wetenschap immers onvermogend is om die geestelijke wereld met materiële, dus technische instrumenten of met verstandelijke kennis te onderzoeken. Zij kan dus niet aangetoond worden als waar. De wetenschap kan dan dus ook geen wetenschappelijk verantwoorde bewijzen vinden voor het bestaan van een geestelijke wereld of levensbron. Hiermee is een groot dilemma ontstaan. Immers, onze hele mensheid maakt gebruik van wetenschap en allerlei gang van zaken, regelgeving, beleid, ontwikkelingen zijn hierop gebaseerd. Het rare is, dat het zeer onwetenschappelijk is, het hele wel en wee waar de mensheid mee te maken heeft, te baseren op maar de helft van de waarheid.
Toch gebeurt dit!

Waar de mogelijkheid om iets te onderzoeken en aan te tonen, ophoudt, moet er evenwel een niet-stof zijn. Dat is zo, omdat dezelfde wetenschap wel stelt en ook heeft bewezen, dat alle dingen die er zijn, zijn uitersten heeft. Een uiterste is een uiterste als het het 'eind' van iets is.
Het uiterste in de materie is wel te onderzoeken. Het bestaan van een atoom of een molecuul water is met precisie instrumenten wel aan te tonen. Het grofste deeltje geest, wat 'vlak naast de materie ligt, waar materie eindigt', is echter meteen al niet te onderzoeken en te bewijzen.
Toch bestaat dat deeltje dat geen stof meer is, wel, doodgewoon om het feit dat het zich 'aan het 'eind van de materie' bevindt, waar het kleinste deeltje materie niet meer te meten is. In hoeverre dat te meten is, is afhankelijk van ontwikkeling van instrumenten en kennis. Er zal altijd verfijning zijn in mogelijkheden. Waar men vroeger iemand ophing omdat hij beweerde dat de aarde rond was, weet men nu allang dat de aarde rond is. Waar men vroeger stierf aan een infectie, kan men nu een infectie doorgaans goed genezen met een antibioticum of zelfs kruiden.

Niet-stof, waar géén materieel deeltje meer te vinden is, noemen we de wereld van het geestelijke, het onstoffelijke.
Als ik 'hier' sta, kan ik niet verder kijken dan tot 'daar'. Wat 'daarachter' zit, bestaat voor mij niet, tenzij ik 'daar' al eens eerder was. Ik heb mijn lichaam als beperking, want door mijn lichaam kan ik niet tegelijkertijd hier en daar zijn. Ik kan altijd maar een deel van alles zien en ervaren. Als ik bakker ben, dan kan ik nooit weten hoe het is om boer te zijn. Als ik veel geld heb, kan ik nooit weten, ervaren hoe het is om zonder geld te zitten. Ik kan wel een voorstelling daarvan maken, maar de waarheid hierover is heel lastig te vinden, zeker als ik zelf heel beperkt ben in voorstelling maken, inleven, uitproberen, enz. Ik kan in de géést (innerlijk) wél een voorstelling maken van wat 'daarachter' is, maar dat kan ik pas redelijk goed doen, als ik 'dat daarachter' al eens heb gezien, of men heeft mij er goed en duidelijk over verteld, of ik heb een film gezien. Dan nog is die voorstelling die ik mij maak, afhankelijk van hóe die film gemaakt is, wíe hem heeft gemaakt, hoe heeft iemand mij e.e.a. uitgelegd en ook, hoe heb ik zelf 'dat daarachter' eerder meegekregen? Ondertussen kunnen de omstandigheden, sfeer, voorwerpen, beplanting, enz. volledig veranderd zijn.

Je zou kunnen zeggen dat die 'wereld daarachter' niet bestaat. Dat mag ik dus niet zeggen, want mijn waarneming is gewoon zeer beperkt en afhankelijk van wat ik ben, waar ik ben, wat ik heb ervaren, wat ik weet en wat ik hoop te weten. Als ik dus zeg: 'dit of dat bestaat niet', is er zeer grote kans dat ik ongelijk heb! Ik mag dus nooit omdat ik het niet geloof, zeggen dat iets niet bestaat.
Ja, ik kan dat dan wel mogen zeggen (ieder mens mag vinden wat hij vindt), maar als je vraagt of dat wáár is wat je zegt, komt er iets anders bij kijken.

We gaan eens kijken of stof uit zichzelf kan bestaan.
Dat is niet mogelijk. Eerst moet er altijd iets niet-stoffelijks zijn, waar iets van stof uit voortkomt.
Kijk maar eens naar een bloem. Ik zie die bloem wel, maar nog niet de oorsprong, het begin van die bloem. Ik kan op een bepaald moment die bloem zien. Mogelijk als de bloem half open is, helemaal in volle bloei staat, of bijna verwelkt. Als ik alles per moment neem en ik heb nog nooit de bloem half open of verlept gezien, dan zou ik kunnen zeggen, dat die stadia niet bestaan. Ik geloof dan alleen dat de volop bloeiende bloem de enige vorm is!
Als je slim bent, dan zeg je, dat de bloem voortkwam uit iets. Je hebt geleerd, of het zelf gezien, dat de bloem uit een knop komt. Je zou je dan kunnen afvragen waar die knóp vandaan kwam? Deze heeft zich gevormd aan de steel. Waar kwam die steel vandaan? Uit de plant. Waar kwam de plant vandaan? Uit een zaadje. Waar kwam het zaad vandaan? Uit een vrucht. Waar kwam de vrucht vandaan? Uit de bloem die is uitgebloeid. En... we zijn weer terug in de cirkel.
Deze cyclus houdt dus in, dat er iets moet zijn in de plant, waardoor dat zaad gevormd kon worden.
Er moest iets zijn, dat die cyclus op gang bracht en het proces gaande hield.
Toch zag ik in de bloem niets van het zaad! Toch zag ik in het zaad niets van de bloem!
Dat iets wat er al was, is niet zichtbaar en niet te meten. Het moet dus iets geestelijks zijn..

Er was een zaadje. Daarvan moest eerst de buitenkant kapot, vergaan. Uit die voedingsresten kwam een kleine kiem tevoorschijn. Met behulp van water, licht en warmte begon er een plantje te groeien. Uiteindelijk kwam alles uit dat kleine minuscule plantje voort. Dat houdt dus in, dat in het zaad alles aanwezig was en licht, warmte en water het plantje deden groeien.
Waarom het zo is dat al wat leeft licht, warmte en water nodig hebben, zullen we later in een ander artikel lezen.

Waarom heeft alles een uiterste?
Omdat nu eenmaal aan niets een eind is. Dat is het wezen van alle vrije intelligentie die zuiver is.
Die intelligentie die helemaal zuiver is, is dus totaal onbegrensd en heeft geen uiterste.
Wel een eind in die zin van een begin en een eind, maar.... ook het begin houdt een keer op.
Het eind begint ook een keer, maar... wanneer eindigt het eind?
Als je hier over nadenkt, kom je tot de conclusie, dat een begin een begin lijkt, maar het niet is!
Een eind lijkt een eind, maar is niet een eind!
Alleen, je ziet het begin vóór het begin niet, en je ziet het eínd van het eind niet.
Dat kan ook niet, omdat je met je zintuigen (ogen, oren, handen, reuk, smaak) nu eenmaal niet alles kunt ervaren. Een keer proef je het zout niet meer. Voor ieder is dat moment weer anders. Mag je dan zeggen dat ergens geen zout in zit omdat jij het niet proeft?
Mag jij zeggen dat de zon er niet is, als hij achter de wolken verstopt is?
Mag je zeggen dat de zon niet bestaat omdat jij hem in de nacht nooit ziet, als je nog nooit dag hebt meegemaakt? Mag je zeggen dat Afrika niet bestaat, omdat je er zelf nooit bent geweest of niet weet dat het bestaat?
Als jij blind bent, mag je dan zeggen dat er geen licht bestaat alleen omdat jij dat licht niet kent?

Iets dat materieel is, is nooit oneindig, omdat waar die vorm ook uit bestaat, het altijd gaat om een bepaalde grotere of kleine, complexe of meest simpele verzameling van bewustzijn, maar nog steeds niet alles. Zolang in iets niet alles is, is het gebrekkig - al is die eenheid prima voor elkaar - en is het niet compleet, dus niet perfect en dus ook niet de levensbron zelf!
Iets komt dus altijd voort uit iets en staat nooit op zichzelf!!!
Alles is uiteindelijk verbonden door dat 'iets' dat alle vormen, intelligenties gezien of ongezien, geestelijk of materieel, dichtbij of ver weg in zich heeft, vormt en bij elkaar houdt.
Dat 'iets' doordrenkt, geeft leven, houdt het leven in stand, voedt en vormt het, geestelijk en materieel.

Een lijn heeft geen eind. Je kunt in principe de aarde rondom wandelen, maar dan heb je nog maar 1 route van de lijn afgelegd. Je kunt een millimeter naast je afgelegde route, lopen, maar dan loop je toch een andere route. Dat merk je amper, want we hebben het maar over een millimeter verschil.
Anders is het, als je 1 km. naast je gelopen pad de route helemaal volgt. Je zult dan andere dingen tegenkomen en dingen zien verdwijnen. Ook zie je dingen anders (vanuit een ander gezichtspunt, vanuit een ander perspectief) en zijn ze anders dan eerder leek.
Je lijn is dus nooit te stoppen. Wanneer is het genoeg? Wanneer is jouw weg klaar? Wanneer heb je alles gezien, ervaren en geleerd?
Er kan een groot water, een brug, een berg in de weg zitten, maar daar kun je overheen of omheen.
Het is maar welke moeite je daarvoor wilt doen en... of je vindingrijk genoeg bent om die andere route te willen gaan.
Ook moet je wel wéten dat een andere route mogelijk is. Dan moet je ook nog zin en moed hebben om die andere route te doen. Je moet er ook vertrouwen in hebben dat die route echt wel weer een keer op je vertrouwde weg uitkomt.
Al met al, elke weg is een weg. Elke omweg is ook een weg!
Eerder zag je die weg niet, maar door bepaalde omstandigheden of ontwikkelingen kwam je die weg tegen, of nam jij zelf een andere weg. Soms doordat je kennis groot genoeg was, je moed, je vertrouwen, je zin, of een ander gaf jou een advies die weg te gaan.
Het leven zit boordevol allerlei mogelijkheden die allerlei combinaties geven, die dus allerlei andere ontwikkelingen in zich hebben. Er zijn dus eindeloos aantal mogelijkheden en dus keuzes die te maken zijn.
Nu is de vraag: kwam de verandering er omdat jij een andere weg nam of was die verandering er al, maar deed je er eerder niets mee, waardoor je die verandering niet zag of niet wilde, of hoefde?
Als je ergens met de auto rijdt en het begint te regenen, zeg jij hoogstwaarschijnlijk: 'kijk, het gaat regenen'. Is dat zo, of kwam jij 'toevallig' aan op de plek waar het al regende?
Je waarneming is dus heel beperkt. Jij denkt dat iets is begonnen, maar je hebt niet door, dat dat iets al lang begonnen is!

Waarom is het zo dat stof, materie nooit uit zichzelf bestaan kan?
Dat is doodeenvoudig zo, omdat materie altijd een einde heeft, omdat het nu eenmaal altijd tijdelijk is en plaatselijk. Materie, een vorm, een lichaam, is altijd maar beperkt. Het mag dan nog zo'n ingewikkeld, of simpel, groot of klein lichaam zijn, maar het is altijd een afgerond geheel, waarin allerlei 'dingen' samenwerken om dat geheel zo te laten groeien of zo te houden.
Als de tegenpool van materie dan geest is - wat zo is omdat materie dus zijn 'eind' heeft, dan moet die geest dus eindeloos, dus zonder eind, zonder grens zijn!
Als dat geestelijke dus zonder eind is, dan is het dus onbegrensd en dus... overal!
Als het dan dus overal is, dan zal het dus ook IN een vorm moeten zijn. Daarom is het dan zo, dat een materiële vorm dus altijd iets geestelijks in zich heeft!
Er bestaat dus niets, dat niet eerder ergens is 'gedacht'. Er is nergens een loze ruimte. Ja, die kan er wetenschappelijk gezien wel zijn, maar ook dat 'niets' is een ruimte waar dat 'iets' is.
Ook het 'niets' wordt dus gevoed, gestuurd of gedoogd.

Als iets geestelijks dan in een vorm is, moet dat het leven geven aan die vorm.
Het wezenlijk leven-gevende is dus iets geestelijks!!
Dat is duidelijk te merken, als een mens overlijdt. Het lichaam is dan star en levenloos(!).
'Het leven is eruit', zeg je dan... Of: 'hij heeft de geest gegeven'.
Toch presteren mensen het te zeggen dat bij de dood van het lichaam, de mens ophoudt te leven.
Dat is zeer onwetenschappelijk, want:
- wat zou dan het lichaam tijdens het leven hebben doen leven?
- waar zou dan dat wat leven gaf vandaan gekomen zijn waardoor dat lichaam ging leven en kon leven?
- wat gebeurde er dan als het lichaam stierf?

Omdat het geestelijke overal is, omdat het puur grenzeloos is, dan moet dat geestelijke dus ergens blijven. Omdat het geen grens heeft, kan het dus nooit meer niet bestaan!!!
Dat houdt dan in, dat dat geestelijke het lichaam heeft verlaten, maar nog steeds ergens moet zijn en dus verder leeft!

Waarom heeft dat geestelijke dan geen eind?
Omdat het niet wordt gehinderd door tijd en ruimte. Het heeft dus geen gewicht en dus geen zwaartekracht. Het is totaal vrij, omdat er geen enkele begrenzing is.
Daarom is die geest dan ook niet 'vast te houden', tenzij het wordt gebonden, wordt vastgehouden in een vorm, omdat die vorm bestaat!
Waar dus een vorm, lichaam bestaat, moet er dus bewustzijn, geest, intelligentie zijn, dat die vorm, dat lichaam het leven geeft en in stand houdt.
Al weet, zie, geloof je het niet, er is dus leven, intelligentie, geest, dat de vorm samenhoudt.
Het lichaam kan nooit zichzelf het leven geven, omdat die stoffelijke deeltjes waar het lichaam uit bestaan, eindig zijn. Ze zijn tijdelijk en plaatselijk, dus zijn zij altijd nog maar een deeltje, soms piepklein en zijn zij dus nooit alles!

Het geestelijke, dat geen grens is, is dus overal. Deze geest dat 'aan het eind van de lijn', dus als polariteit van de materie 'zit', is zo ijl, zo onstoffelijk, zo 'niets', maar tegelijkertijd alles, omdat het alles in zich heeft, waardoor alles wat er was, is en zal zijn, uit dat 'iets' moet voortkomen.
Dat 'iets' is perfect, want het is de tegenpool van materie die helemaal niet perfect is en telkens maar een deeltje van een groot, immens geheel.
Omdat dat 'iets' gééstelijk is, geen grens heeft en overal is, moet het wel zo zijn dat het leven uit dat'iets' voortkomt.
Dat 'zuivere iets' moet dan alles in zich hebben, dus alle kracht, alle intelligentie, alle macht, alle vrijheid, alle geduld, alle..., kortom alle eigenschappen in zich hebben als potentie.
Dat iets is God te noemen.
Dat is de levensbron, de intelligentie die alles leven geeft, stuurt, drijft, bij elkaar houdt, vormt en bezielt.

Omdat materie niet uit zichzelf kan bestaan, maar in oneindig aantal soorten en maten, overal in het gehele universum voorkomt, is dus de overeenkomstige geest (bewustzijn, intelligentie) in die vorm.
Waar zou die vorm van materie dan het bewustzijn, intelligentie, de kracht, de geaardheid, het voorkomen, enz. vandaan moeten halen, als we telkens weer overal door het hele leven de cyclus van geboren worden - groeien - verouderen / slijten - sterven zien?
Waarom zou een vorm dan niet eindeloos verder bestaan?
Waarom is er altijd een einde aan iets dat materieel is?
Deze vraag beantwoorden we een volgende keer...
Gera Hoogendoorn-Verhoef